← Nederland

ECLI:NL:PHR:2023:435

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/00369 Zitting 18 april 2023 CONCLUSIE E.J. Hofstee In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, hierna: de verdachte I. Inleiding De verdachte is bij arrest van 4 februari 2022 door het gerechtshof Amsterdam wegens 1. en 2. "de eendaadse samenloop van medeplegen van moord en medeplegen van poging tot moord, meermalen gepleegd” en 3. “medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof (

  1. i)de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, (
  2. ii)de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] gedeeltelijk toegewezen en (iii) in dat verband schadevergoedingsmaatregelen als bedoeld in art. 36f Sr aan de verdachte opgelegd, een en ander zoals nader in het bestreden arrest aangegeven, en daarbij de duur van de gijzelingen op ten hoogste 8, 34 en 323 dagen bepaald. Er bestaat samenhang met de zaken 22/00386 en 22/00387. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen. Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur vijf cassatiemiddelen en bij aanvullende schriftuur nog een zesde cassatiemiddel voorgesteld. Bij de bespreking van deze cassatiemiddelen zal ik beginnen met het zesde. Namens de benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 1] heeft R. Korver, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld. Hiertegen is namens de verdachte door R.J. Baumgardt en S. van den Akker een verweerschrift ingediend. Achtergrond en samenvatting van de zaak volgens de vaststellingen van het hof 5. Op 8 oktober 2016 is de zwarte Mini Cooper van [slachtoffer] en zijn gezin in een ondergrondse parkeergarage in Amsterdam door twee schutters onder vuur genomen. [slachtoffer] is daarbij overleden en zijn partner [benadeelde 4] zwaar gewond geraakt. Hun dochter [benadeelde 3] , die zich ook in de auto bevond, is ongedeerd gebleven. Duidelijk is geworden dat sprake was van een persoonsverwisseling; het beoogde doelwit reed in eenzelfde zwarte Mini Cooper en parkeerde zijn auto regelmatig in dezelfde parkeergarage. Een viertal medeverdachten is reeds onherroepelijk veroordeeld voor het medeplegen van de moord en de pogingen tot moord, dan wel voor het medeplegen van schuldheling van de bij de moordaanslag gebruikte voertuigen, te weten [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en [betrokkene 4] . Naar het op bewijsvaststellingen gebaseerde oordeel van de rechtbank is [betrokkene 2] één van de twee schutters, heeft [betrokkene 1] gehandeld volgens een gedurende langere tijd beraamd en in stappen uitgevoerd plan en is hij tijdens de voorbereiding en de uitvoering van de moordaanslag alsmede de hierop gevolgde vlucht zeer actief betrokken geweest, en zijn [betrokkene 3] en [betrokkene 4] uitsluitend gekoppeld aan de schuldheling van de bij de moordaanslag gebruikte vluchtauto’s. Volgens het hof is medeverdachte [medeverdachte 1] de andere schutter geweest. II. Bewezenverklaringen en bewijsvoering 6. De verdachte is veroordeeld voor – kort gezegd – het medeplegen van moord en medeplegen van poging tot moord, meermalen gepleegd (feiten 1 primair en 2 primair) en het medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd (feit 3). De tenlastegelegde feiten 1, 2 en 3 zijn door het hof in onderlinge samenhang besproken en ook de voor het bewijs van deze tenlastegelegde feiten gebruikte bewijsmiddelen zijn in de aanvulling op het arrest tezamen genomen. De bewezenverklaringen en bewijsvoering geef ik hieronder weer en gaan vooraf aan de bespreking van de namens de verdachte voorgestelde middelen. 7. Ten laste van de verdachte is onder de feiten 1, 2 en 3 bewezenverklaard dat: “1. primair hij op 8 oktober 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade H. [benadeelde 3] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededaders met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met vuurwapens schoten afgevuurd op [slachtoffer] , ten gevolge waarvan [slachtoffer] is overleden; 2. primair hij op 8 oktober 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [benadeelde 4] en [benadeelde 3] , geboren op [geboortedatum] -2014, van het leven te beroven, met zijn mededaders met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met vuurwapens schoten heeft afgevuurd op [benadeelde 4] en op [benadeelde 3] ; 3. hij op tijdstippen in de periode van 15 juni 2016 tot en met 8 oktober 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, voertuigen en kentekenplaten, te weten een Volkswagen Caddy voorzien van gestolen kentekenplaten [kenteken 1] en een Seat Leon voorzien van gedupliceerde kentekenplaten [kenteken 2] voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen wisten, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.” 8. Ik acht het omwille van de leesbaarheid van deze conclusie niet zinvol, en ook niet nodig, alle 80 (deels omvangrijke) bewijsmiddelen (met bijlagen) die het hof tot het bewijs heeft gebezigd hier weer te geven. Ik kom er bij de bespreking van de middelen op terug en meen daar met aanhaling van een beperkt aantal bewijsmiddelen (c.q. gedeelten daaruit) te kunnen volstaan. 9. Ten aanzien van het bewijs heeft het hof het volgende overwogen: “1. Inleiding Op 8 oktober 2016 is de auto van [slachtoffer] en zijn gezin in parkeergarage het [pand] in Amsterdam door twee schutters onder vuur genomen. [slachtoffer] is hierbij overleden en zijn partner [benadeelde 4] is zwaargewond geraakt. Hun dochter [benadeelde 3] is ongedeerd gebleven. Volgens TCl-informatie uit oktober 2016 was sprake van een persoonsverwisseling: ene ‘ [betrokkene 5] ’ zou het beoogde doelwit zijn geweest en niet de Molukse DJ [slachtoffer] . Het onderzoek Mortel richt zich op de betrokkenheid van een aantal verdachten bij deze en enkele andere al dan niet aan de vergismoord gelieerde feiten. Deze feiten liggen thans ter beoordeling aan het hof voor. In hoger beroep zijn stukken gevoegd uit onderzoek Zwaluw. Dit onderzoek ziet op de betrokkenheid van enkele verdachten uit onderzoek Mortel bij onder meer de liquidatiepoging op [betrokkene 6] in Berlijn. De rechtbank achtte bij vonnis van 13 september 2021 bij de verdachten [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor moord op [betrokkene 6] in Berlijn bewezen. [medeverdachte 1] heeft hoger beroep ingesteld tegen dat vonnis. In de strafzaak betreffende het onderzoek Zwaluw zal een andere kamer van het hof te zijner tijd ten aanzien van [medeverdachte 1] beoordelen of de in die zaak ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen. […] 3. Het oordeel van het hof 3.1 Relevante feiten en omstandigheden Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, in onderling verband en samenhang bezien, gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden. 3.1.1 Gegevens van de verdachten in onderzoek Mortel De verdachten in hoger beroep: De verdachte [verdachte] woonde aan de [a-straat 1] in [plaats] , zijn vriendin [betrokkene 7] woonde in [plaats] aan de [b-straat 1] . Hij gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 1] . [verdachte] had geen eigen auto tot zijn beschikking, maar reed in auto’s van anderen. De medeverdachte [medeverdachte 2] woonde aan de [c-straat 1] in [plaats] met [betrokkene 8] en had als postadres [d-straat 1] in [plaats] , het adres van zijn zus [betrokkene 9] en zijn moeder. [medeverdachte 2] is een oudere broer van [betrokkene 1] . Hij had telefoonnummer [telefoonnummer 2] en reed in een Volkswagen Bora met kenteken [kenteken 3] , die op naam stond van na te noemen [betrokkene 3] (hierna: de Bora). De medeverdachte [medeverdachte 1] woonde tot 6 december 2016 aan de [e-straat 1] in [plaats] met [betrokkene 10] en hun op [geboortedatum] 2016 geboren tweeling. Hij had de beschikking over een recreatiewoning op Camping [A] aan de [f-straat 1] in Amsterdam, plek 10. [medeverdachte 1] gebruikte de telefoonnummers [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] . [medeverdachte 1] had geen rijbewijs maar reed in de auto van zijn vrouw, een Volkswagen Jetta met kenteken [kenteken 4] , die op naam stond van zijn schoonvader [betrokkene 11] , hierna aan de duiden als de Jetta. [medeverdachte 1] reed ook in de auto die op naam stond van zijn moeder, een Suzuki Alto met kenteken [kenteken 5] , hierna te noemen de Suzuki. [medeverdachte 1] had onder meer als bijnamen [bijnaam 1] en [bijnaam 2] . [medeverdachte 1] moeder woonde aan de [g-straat 1] in [plaats] . De medeverdachten die onherroepelijk zijn veroordeeld: [betrokkene 1] woonde aan de [h-straat 1] in [plaats] met [betrokkene 12] , gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 5] en reed in de volgende huurauto’s: een Mercedes V-klasse met kenteken [kenteken 6] , gehuurd van 30 september 2016 tot 6 oktober 2016; een Mercedes Vito met kenteken [kenteken 7] , gehuurd van 6 oktober 2016 tot 18 oktober 2016 en een Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 8] op naam van zijn zus [betrokkene 9] , woonachtig aan de [d-straat 1] in [plaats] . Deze auto’s worden hierna aangeduid als de V-klasse, de Vito en de Passat. Eén van de bijnamen van [betrokkene 1] is [bijnaam 3] . De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [betrokkene 1] onder meer voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer] en de pogingen tot moord op [benadeelde 4] en [benadeelde 3] onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 jaar. De rechtbank was van oordeel dat [betrokkene 1] heeft gehandeld volgens een gedurende langere tijd beraamd en in stappen uitgevoerd plan. Hij is tijdens de voorbereiding en de uitvoering van de moordaanslag alsmede de hierop gevolgde vlucht zeer actief betrokken geweest bij de uitvoering van het plan. [betrokkene 1] had aanvankelijk hoger beroep ingesteld maar is hierin (op eigen verzoek) niet-ontvankelijk verklaard. Dit vonnis is dus onherroepelijk. [betrokkene 2] woonde aan de [i-straat 1] in [plaats] en gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 6] . [betrokkene 2] reed in de door [betrokkene 1] gehuurde Vito en V-Klasse. Eén van de bijnamen van [betrokkene 2] is [bijnaam 4] . De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [betrokkene 2] onder meer voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer] en de pogingen tot moord op [benadeelde 4] en [benadeelde 3] onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 jaar. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat [betrokkene 2] één van de twee schutters is geweest en wel de donkere schutter. [betrokkene 2] had aanvankelijk hoger beroep ingesteld maar is hierin (op eigen verzoek) niet-ontvankelijk verklaard. Dit vonnis is dus onherroepelijk. [betrokkene 3] woonde aan de [j-straat 1] in [plaats] en reed in de Bora, die op zijn naam stond. [betrokkene 3] gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 7] . Zijn dochter [betrokkene 13] vierde op [geboortedatum] 2016 haar verjaardag op het adres [k-straat 1] in [plaats] . De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [betrokkene 3] voor het medeplegen van schuldheling van de Seat Leon, die is gebruikt bij de moord op [slachtoffer] onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 80 dagen, waarvan 40 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. [betrokkene 4] woonde aan de [l-straat 1] in [plaats] en gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 8] . Hij had de beschikking over vier garageboxen in [plaats] . De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [betrokkene 4] voor onder meer het medeplegen van schuldheling van de Volkswagen Caddy met valse kentekenplaten, die is gebruikt bij de moordaanslag op [slachtoffer] , onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 weken waarvan 24 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. 3.1.2 De moordopdracht op [betrokkene 5] ; tijdvak april en mei 2016 Uit onderzoek Zwaluw is voor zover hier relevant naar voren gekomen dat vanaf 18 april 2016 met PGP-toestellen (Pretty Good Privacy) berichten zijn gestuurd over ‘het pakken van [betrokkene 5] , een jonge gast met blauwe ogen’. In mei 2016 heeft [betrokkene 14] (die voorkwam in onderzoek Zwaluw) in zijn PGP-toestel 12 contacten toegevoegd aan het telefoonboek, waaronder op 15 mei 2016 de adressen van [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] onder toevoeging van een bericht. [betrokkene 14] meldde die dag aan [betrokkene 1] dat hij ze moest zeggen dat hij ze heeft gemaild, en met het verzoek mij onder een andere naam op te slaan. Op 23 mei 2016 liet [betrokkene 14] aan [betrokkene 1] weten dat hij de volgende dag iemand zou ontmoeten, die ook met [betrokkene 1] in Berl was, die [betrokkene 1] moest aanhoren en kijken wat hij nodig heeft. Op 25 mei 2015 spraken [betrokkene 14] en [betrokkene 1] af elkaar te ontmoeten. Een dag later liet [betrokkene 1] aan [betrokkene 15] (voorkomend in onderzoek Zwaluw) weten: die van [plaats]. [betrokkene 15] : 21 precies bro bij mc. Daarop liet [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] (die in [plaats] woonde) weten: afspraak is precies om 9 uur bij macdonald [plaats] . Neem kanu mee doorgeladen. [betrokkene 2] : ok maar voor die tijd moet ik jou eerst spreken toch. Op 27 mei 2016 maakte [bijnaam 5] (een persoon die voorkomt in onderzoek Zwaluw) een afspraak met [betrokkene 1] voor een ontmoeting bij de Praxis om 15:00 uur in de omgeving van het Westerpark. Deze [bijnaam 5] berichtte op 28 mei 2016 aan [bijnaam 6] (een persoon die voorkomt in onderzoek Zwaluw): die gast die gedaan moet worden is een getinte man. Zuid Amerikaans ofzo maar niet zeker. Naam [betrokkene 5] of [betrokkene 5] . Hij gaat die nog exact krijgen. Hij woont bij confectiecentrum daar ergens en zet zn wag altijd daar in de parkeergarage. Hij gaat veel uit en heeft een dikke zwarte polo gti. Hij moet zsm loesoe. [bijnaam 7] (bijnaam [betrokkene 1] ) heeft gevraagd om een foto dat er geen misverstanden gebeuren. En een motor ofwag geen bmw. Op 28 mei 2016 stuurde [betrokkene 14] het bericht aan [betrokkene 1] : Ben ik weer je kan me hier op bereiken ok. Die je loon geeft elke maand. En kwa info je hebt de ok van ons. [betrokkene 1] vroeg aan [betrokkene 14] op 29 mei 2016 of er nog een foto zou komen. [betrokkene 14] : is goed je hebt alle info. Niks meer via tel ok en 1 deze dagen krijg je loon. [betrokkene 1] : is goed. Gooi alleen voor [bijnaam 1] 635eu erbij. Ze hebben nu die bon van ziekenauto gestuurd. En om te huren motor of auto. [betrokkene 14] : blijft ie maar rekeningen krijgen? [betrokkene 1] : dit zal de laatste moeten zijn. [betrokkene 14] : je bent nu alleen op pica aan het wachten wanneer zou die brengen. [betrokkene 1] : want iedereen kan die auto rijden dus foto is wel nodig. Ik wacht tot ik een auto heb want kan daar gewoon gaan kijken als ik een waggie zie. Op 30 mei 2016 liet [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] weten: wou wel ff praten met jouw en [bijnaam 1] kijken hoe of wt, waarop [betrokkene 2] antwoordde met: ok. Op 30 mei 2016 liet [betrokkene 14] aan [betrokkene 1] weten dat die foto niet ging lukken maar dat die info 1000% was. [betrokkene 1] : ok jammer was wel lekkerder geweest. En hoe zit het met vervoer? Stuur met loon meteen dan 1500 mee onkosten huren en borg. Kijk ook voor motorscooter. [betrokkene 14] : doe je dingen wat je moet doen voorbereidingen enzo. [betrokkene 1] : ik wil een motorscooter huren en een auto. Om te kunnen bewegen. En een genakte motorscooter, zodar die dingen er zijn gaan we bewegen. [betrokkene 14] wilde weten hoeveel dat ging kosten. [betrokkene 1] : weet niet. Auto is simpel motor daar de borg van is altijd anders. Stuur voorzekerheid 2k. maar een goeie motorscooter [bijnaam 4] is niet de kleinste. [betrokkene 1] zei dat hij een andere telefoon wilde. Hij ging deze weggooien en wilde geen Blackberry meer. [betrokkene 14] : tel kan je beter na deze klus halen. [betrokkene 1] : ok doe ik dan hierna. Ik ga morgen de buurt om te vragen. [betrokkene 14] : dan kijk ik maar die gasten zijn heet je hebt gezien met [bijnaam 1] . Wat moest [bijnaam 1] betalen en wat moest voor die stashplek en 1500 voor huurwaggie? Op 31 mei 2016 nam [betrokkene 1] contact op met [medeverdachte 1] met de vraag: wat en hoeveel moest je ook alweer hebben voor ziekenwagen enzo? [medeverdachte 1] : ambu was 485 en die ander is 230, waarna [betrokkene 1] aan [betrokkene 14] liet weten: [bijnaam 1] 485 en 230, stash 750, huur 2000. Was 6 plus dit is wt hij net doorgeeft. [betrokkene 14] : 10500 krijg je. Het hof leidt uit deze berichten in onderlinge samenhang bezien af dat [betrokkene 1] de moordopdracht heeft aangenomen (hij moet zsm loesoe) op [betrokkene 5] , die bij het confectiecentrum woonde, waar hij zijn auto in de parkeergarage parkeerde; dat [betrokkene 1] graag een foto van het beoogde slachtoffer wilde om een vergissing te voorkomen (want iedereen kan die auto rijden dus foto is wel nodig); maar dat een foto uiteindelijk niet aan hem is verstrekt; dat [betrokkene 1] voorbereidingen moest treffen en voor de klus onder meer een motorscooter voor [betrokkene 2] ( [bijnaam 4] ) nodig had en dat hij het plan met [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] ( [bijnaam 1] ) wilde bespreken. 3.1.3 De beschieting van de auto van [slachtoffer] op 8 oktober 2016 [slachtoffer] woonde met zijn gezin in een appartement aan het [m-plein 1] in [plaats] . Hun appartement maakte deel uit van het [pand] , met een parkeergarage op -1 en -2, waar bewoners en anderen hun auto konden parkeren. Uit verklaringen van [betrokkene 5] en zijn vriendin [betrokkene 16] volgt dat zij tot juli 2016 hebben gewoond aan het [m-plein 2] in [plaats] en dat zij de zwarte Mini Cooper van [betrokkene 16] parkeerden in de parkeergarage van het [pand] op verdieping -1. Zij hebben hun huis nog enige tijd aangehouden om spullen uit het appartement beetje bij beetje te verhuizen. Om die reden kwamen zij nog af en toe in die parkeergarage. Het confectiecentrum, waarover in de aangehaalde berichtenwisseling omtrent de moordopdracht op [betrokkene 5] wordt gesproken en in de buurt waarvan [betrokkene 5] zou wonen en diens auto zou parkeren, bevindt zich nabij het [pand] . [slachtoffer] heeft net als [betrokkene 5] een getinte huidskleur en hij parkeerde zijn zwarte Mini Cooper meestal op verdieping -1. Het hof gaat ervan uit dat [betrokkene 5] het eigenlijke doelwit van de schietpartij is geweest en dat [slachtoffer] en zijn gezin als gevolg van het ontbreken van een foto het slachtoffer zijn geworden. Op 8 oktober 2016 bestuurde [slachtoffer] zijn zwarte Mini Cooper met kenteken [kenteken 9] de parkeergarage in om deze te parkeren op zijn reguliere parkeerplaats op verdieping -1. Eerder die middag had de verdachte [verdachte] de schutters in een Volkswagen Caddy de parkeergarage ingereden. In de parkeergarage beschoten de twee schutters de Mini Cooper. De schutters stonden schuin achter elkaar aan de bestuurderszijde van de auto en schoten een aantal malen met semi automatische wapens. [slachtoffer] werd onder meer vier maal in zijn hoofd geraakt en daarnaast in zijn linker bovenarm en de linkerzijde van de borstkas. Als gevolg hiervan is hij ter plaatse overleden. Zijn partner [benadeelde 4] zat voorin de auto naast hem. Zij is als gevolg van verscheidene schotverwondingen zwaargewond geraakt en is buiten bewustzijn naar het VU-ziekenhuis gebracht. Hun dochtertje [benadeelde 3] , 2,5 jaar jong, zat op de achterbank. Zij bleef ongedeerd. Een getuige heeft [benadeelde 3] uit de auto gehaald. Rondom de Mini Cooper werden 16 hulzen en kogels aangetroffen. Op de garagevloer lag veel glas, afkomstig van de linker voorportierruit van de Mini Cooper. Na aanvullend schootbanenonderzoek zijn in en aan de Mini Cooper de volgende schotbeschadigingen vastgesteld: twee in de motorkap en één boven de voorruit, en daarnaast één onder de motorkap en op de achterbank. Op grond van de bevindingen van het schootbanenonderzoek gaat de politie ervan uit dat de Mini Cooper was beschoten vanaf de voorzijde en het linker voorportier. Bij het onderzoek naar de gebruikte vuurwapens en munitie is geconcludeerd dat de munitie afkomstig is uit twee verschillende vuurwapens van verschillend kaliber. Twee hulzen zijn vermoedelijk vanaf de voorzijde van de Mini Cooper verschoten met een semi automatisch werkend pistool van het kaliber 9mm Browning Kort, waarvan het merk niet kon worden vastgesteld. Veertien hulzen zijn vermoedelijk verschoten vanaf het linker voorportier van de Mini Cooper met een semi automatisch werkend machinepistool van het kaliber 9 mm parabellum, merk Heckler & Koch model MP5. De afvuursporen in de vier kogels passen eveneens bij dit vuurwapen. De schutters zijn in de Volkswagen Caddy de parkeergarage uitgereden en hebben hun weg vervolgd via de [n-straat] en het fietspad naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats aan de [o-straat] . Zij hebben daar de Caddy in brand gestoken en zijn te voet verder gegaan. Verderop in de [o-straat] zijn ze opgepikt door de bestuurder van een Seat Leon, de verdachte [verdachte] , die hen naar [plaats] heeft gebracht. Daar is de Seat met autopech gestrand en zijn de drie inzittenden lopend verder gegaan. Eén van de mannen was blank. Zij zijn vervolgens opgepikt door [betrokkene 1] in een Mercedes Vito. Het hof zal hierna ten behoeve van de leesbaarheid de parkeergarage in het [pand] in [plaats] ook aanduiden als de PD1 (Plaats Delict 1) de parkeerplaats aan de [o-straat] als de PD2 (Plaats Delict 2) en de locatie waar de Seat is aangetroffen als de PD3 (Plaats Delict 3). 3.1.4 De gestolen auto’s die bij de liquidatie zijn gebruikt Voor de liquidatie op 8 oktober 2016 zijn twee gestolen auto’s gebruikt: een Volkswagen Caddy (hierna ook: de Caddy) en een Seat Leon (hierna ook: de Seat). a. De Volkswagen Caddy Op 14 juni 2016 is aangifte gedaan van diefstal in Leiden van een lichtgekleurde Volkswagen Caddy, met kenteken [kenteken 10] . In de aangifte werd melding gemaakt van reclameteksten op de auto. Achterop stond de tekst: Eens anders geflitst worden en op de achterruit was een grote letter M aangebracht. Tussen 14 en 15 juni 2016 zijn in Rotterdam kentekenplaten [kenteken 1] gestolen van een Volkswagen Caddy. De gestolen Caddy is op 14/15 juni 2016 in Rotterdam opgehaald en voorzien van de gestolen kentekenplaten naar [plaats] gebracht. Hierbij waren betrokken: de verdachten [medeverdachte 2] , [betrokkene 3] en [verdachte] . [medeverdachte 2] had het initiatief daartoe genomen. [medeverdachte 2] heeft [betrokkene 3] opgehaald in de uitsluitend door hen bestuurde Bora en samen hebben zij [verdachte] in zijn woonplaats [plaats] opgehaald. In Rotterdam is [verdachte] in de gestolen Caddy gestapt en hij heeft deze naar [plaats] gereden, [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] reden in de Bora voor [verdachte] uit naar [plaats] . [medeverdachte 2] kende de route naar [plaats] en heeft daar gesproken met [betrokkene 4] . Het drietal heeft de Caddy in [plaats] achtergelaten. [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] hebben met de Bora [verdachte] naar [plaats] gebracht en zijn via [plaats] naar [plaats] gereden. [betrokkene 3] was die dag de bestuurder van de Bora. Op 20 juni 2016 is de Caddy van [plaats] verplaatst naar [plaats] , de telefoon van [betrokkene 4] bewoog tijdens deze rit mee en vervolgens is de Caddy van [plaats] naar [plaats] gebracht. De telefoon van [betrokkene 2] peilde rond 22:58 uur uit in [plaats] , waar de Caddy tien minuten later vertrok. De telefoon van [betrokkene 2] peilde rond 23:24 uur uit in [plaats] . Het hof leidt hieruit af dat [betrokkene 4] de Caddy van [plaats] naar [plaats] heeft gereden en dat [betrokkene 2] de Caddy van daaruit naar [plaats] heeft gereden. Op 27 juni 2016 is de Bora rond 21:00 uur naar [plaats] gereden, daar is [verdachte] opgehaald en de Bora is vervolgens in de richting van de A4 gereden. Van 27 op 28 juni 2016 rond middernacht is de Caddy geregistreerd, rijdend vanuit [plaats] naar [plaats] ; alsmede op 28 juni 2016 rond 00:26 uur en opnieuw rond 01:19 uur is de Caddy vlakbij de parkeergarage van het [pand] geregistreerd. De Bora was die nacht rond 02.00 uur in [plaats] . De Caddy is daarna op 28 juni 2016 voor het eerst weer in [plaats] geregistreerd rond 21:30 uur. b. De Seat Leon Op 21 juni 2016 is in Rotterdam aangifte gedaan van diefstal in de periode van 20-21 juni 2016 van een zwarte Seat Leon met het kenteken [kenteken 11] . Op de auto zijn nadien duplicaat kentekenplaten aangebracht: [kenteken 2] . De gestolen Seat is op 28 juni 2016 in Rotterdam opgehaald door [medeverdachte 2] , [betrokkene 3] en [verdachte] . Het initiatief daartoe kwam wederom van [medeverdachte 2] . [verdachte] bestuurde de Seat en reed daarbij enkele minuten achter de Bora naar [plaats] . Volgens [betrokkene 3] wist [verdachte] niet hoe hij moest rijden en reed [betrokkene 3] met [medeverdachte 2] in de Bora vóór hem uit om de weg te wijzen. Daarna reed de Bora door naar [plaats] . De Seat is in de nacht van 12 op 13 juli 2016 van [plaats] verplaatst naar [plaats] . De Seat is op de avond van 6 oktober 2016 rond 23:30 uur vanuit [plaats] vertrokken, evenals de Bora en de door [betrokkene 1] vanaf die dag gehuurde Vito. [medeverdachte 1] vertrok met de Jetta rond 23:02 uur uit [plaats] in zuidelijke richting. Daaraan voorafgaand had [medeverdachte 2] met de Bora [verdachte] opgehaald van station [plaats] ; zij zijn naar de woonplaats van [medeverdachte 2] in [plaats] gereden en de Bora is vervolgens rond 22:41 uur naar [plaats] gereden. [betrokkene 1] was met de Vito vanaf 20:59 uur in [plaats] . Hij heeft verklaard dat hij bij [betrokkene 4] was en dat hij zijn broer [medeverdachte 2] die avond in [plaats] had gezien. Het hof gaat er net als de rechtbank vanuit dat [medeverdachte 2] die avond de Bora heeft bestuurd. De Bora en de Seat reden na het verlaten van [plaats] direct door naar [plaats] . De Vito reed via de woning van [betrokkene 2] eveneens door naar [plaats] en kwam bij de [d-straat] aan rond 00:30 uur. Rond 00:45 uur reed de Vito, enkele minuten vóór de Seat, van [plaats] naar Amsterdam. De Seat werd die nacht voor het laatst geregistreerd rond 01:02 uur op de N200 ter hoogte van de afslag [Kimpoweg]. De Vito heeft die nacht rond 01:50 uur korte tijd stilgestaan in de omgeving van de woning van [betrokkene 2] in [plaats] , is teruggereden naar [plaats] , waar de Vito aankwam rond 02:44 uur en tenslotte rond 03:04 uur is vertrokken naar [plaats] . De Jetta, waar [medeverdachte 1] in reed, was op 6 oktober 2016 rond 23:02 uur uit [plaats] vertrokken en reed weg uit [plaats] op 7 oktober rond 03:07 uur. De Bora is rond 03:11 uur vanuit [plaats] vertrokken in de richting van [plaats] . [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn die nacht rond 03:45 uur in [plaats] door de politie staande gehouden met de Bora. De Seat stond vanaf 7 oktober 2016 08:00 uur geparkeerd op een parkeerplaats op de [o-straat] waar hij op 8 oktober 2016 ‘s middags nog stond. Het hof interpreteert deze reisbewegingen conform de verklaring van [verdachte] omtrent het koudzetten van de Seat. In de nacht van 7 oktober 2016 heeft [verdachte] de Seat met [betrokkene 1] als bestuurder en [betrokkene 2] in de Vito naar een parkeerplaats aan de [o-straat] in [plaats] gebracht. De Seat is daar achtergebleven en [verdachte] is daarna in de Vito met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] teruggereden naar [plaats] . [medeverdachte 2] was daar toen. [verdachte] is met [medeverdachte 2] vanaf [plaats] in de Bora meegereden naar diens huis in [plaats] , waar hij heeft overnacht, wat hij wel vaker deed. 3.1.5 De verklaring van [verdachte] ter terechtzitting in hoger beroep over 8 oktober 2016 Op 8 oktober 2016 ’s middags heeft [medeverdachte 2] in de Bora [verdachte] afgezet in [plaats] ; [verdachte] kreeg onderweg van [medeverdachte 2] een Nokia 105 prepaid telefoon (de PP1) met diens mededeling dat hij deze moest aanzetten en dat hij daarop gecontact zou worden; de prepaid is onderweg geactiveerd. [verdachte] heeft de telefoon aangezet. [verdachte] heeft toen van [medeverdachte 2] ook de autosleutels van de Caddy gekregen. [verdachte] is in [plaats] als bestuurder in de Caddy gestapt en tegelijkertijd zijn twee mannen achterin ingestapt (opmerking hof: de latere schutters in de parkeergarage), onder wie de medeverdachte [betrokkene 2] . [verdachte] heeft op aanwijzingen van [betrokkene 2] de twee mannen in de Caddy vervoerd van [plaats] tot in de parkeergarage het [pand] , waar [verdachte] een kaartje trok en naar beneden is gereden. [betrokkene 2] legde [verdachte] uit welke route hij vanuit de parkeergarage moest lopen om bij de gereedstaande Seat te komen. [betrokkene 2] zei dat hij in de Seat moest gaan zitten en op een seintje moest wachten. [verdachte] had de autosleutels van de Seat toen al. [verdachte] heeft de Caddy met de twee inzittenden in de parkeergarage achtergelaten. [verdachte] heeft de garage lopend verlaten. Hij is via de opgegeven route naar de parkeerplaats aan de [o-straat] gelopen en is op de achterbank van de Seat gaan liggen. [verdachte] droeg een rode trui met capuchon en een lange lederen jas. [verdachte] heeft via de PP1 sms-contact onderhouden met de schutters in de parkeergarage, die ook beschikten over een prepaid telefoon, de PP2, en daarnaast met de PP3, een prepaid telefoon waarvan hij door de vraagstelling in een sms-bericht begreep dat [betrokkene 1] deze in gebruik had. [verdachte] heeft gezien dat in de PP1 twee verschillende telefoonnummers waren opgeslagen. Zoals hiervoor, in 3.1.3 reeds is vermeld, heeft vervolgens de schietpartij in de parkeergarage plaatsgevonden, waarna de schutters in de Caddy de parkeergarage zijn uitgereden, zij de Caddy in brand hebben gestoken en in de [o-straat] door [verdachte] in de Seat Leon zijn opgehaald. De schutters hadden een tas bij zich, die een meter lang was, en hebben deze op de achterbank of in de kofferbak van de Seat gelegd. [verdachte] is op aanwijzingen van [betrokkene 2] met hen naar [plaats] gereden, waar de Seat een lekke band kreeg. [verdachte] heeft de Seat toen een berm ingereden. De drie mannen hebben de Seat achtergelaten en zijn gezamenlijk te voet verder gegaan; zij hebben ongeveer twintig minuten gelopen. [verdachte] heeft gezien dat één van de twee anderen een prepaid telefoon bij zich had. [verdachte] heeft zijn prepaid telefoon in [plaats] in de berm weggegooid, omdat [betrokkene 2] hem dat had opgedragen. [verdachte] heeft in [plaats] gezien dat [betrokkene 2] of de andere man de tas uit de Seat heeft gepakt. Eén van hen heeft die tas tijdens de wandeling meegenomen en deze is ergens op de looproute in de bosjes verstopt. Tenslotte heeft [betrokkene 1] de drie mannen opgepikt met de Vito. Ze zijn met z’n vieren in de auto naar [betrokkene 1] huis in [plaats] gegaan, waar ze enige tijd zijn gebleven. [betrokkene 2] heeft [verdachte] naar [plaats] gebracht, waar hij het feestje van [betrokkene 13] heeft bezocht. [medeverdachte 2] heeft [verdachte] die avond rond 20:00 uur naar zijn huis in [plaats] gebracht. 3.1.6 Gebruik van drie prepaid telefoons op 8 oktober 2016 [verdachte] heeft op 4 mei 2017 de plaats in [plaats] aangewezen waar hij op 8 oktober 2016 de door hem gebruikte prepaid (PP1) had weggegooid. Het toestel lag daar nog. Aan de hand van de daarop aangetroffen gegevens kon een reconstructie worden gemaakt van de sms-berichten die van en naar dat toestel zijn gestuurd op 8 oktober 2016. Uit het historisch overzicht van de drie prepaid toestellen blijkt het volgende. De PP1, 2 en 3 zijn tussen 15:12 en 15:17 uur geactiveerd, alle onder aanstraling van de zendmast aan de [p-straat 1] in [plaats] . De PP1, waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik was bij [verdachte] , had het telefoonnummer [telefoonnummer 9] . Deze is actief geweest vanaf 8 oktober 2016 om 15:12 uur tot en met 9 oktober 2016 om 7:18:25 uur. De PP2 met telefoonnummer [telefoonnummer 10] was actief op 8 oktober 2016 van 15:16 tot 18:09:26 uur. De PP3 met telefoonnummer [telefoonnummer 11] was actief op 8 oktober 2016 van 5:17:36 (ik begrijp 15:17:36, A-G) tot 18:09:26 uur. Op de laatstgenoemde tijdstippen straalden de drie telefoons steeds dezelfde zendmast in [plaats] aan. Uit de bevindingen met betrekking tot het sms-verkeer tussen de PP1 enerzijds en de PP2 / PP3 anderzijds volgt dat de PP2 werd gebruikt door de schutters in de parkeergarage en dat de PP3 werd gebruikt door een derde, waarvan kon worden vastgesteld dat dit (hoofdzakelijk) [betrokkene 1] was. 3.1.7 De camerabeelden in de parkeergarage in samenhang met prepaid-gegevens en reisbewegingen van de Bora, de Caddy, de Seal en de Vito. Van een groot aantal camera’s uit de parkeergarage het [pand] (PD1) zijn relevante beelden verkregen, die hierna in chronologische volgorde (vetgedrukt) worden weergegeven. De gegevens met betrekking tot de prepaid toestellen worden eveneens in het schema (cursief gedrukt) weergegeven, om deze te kunnen bezien in onderling verband en samenhang met de camerabeelden. Tussen 15:15 en 15:21 uur hebben de gebruikers van de PP2 en de gebruiker van de PP3 onderling contact gehad. De inhoud hiervan is niet bekend geworden omdat deze telefoons niet zijn aangetroffen. Tenslotte worden in deze tijdlijn eveneens de verkregen gegevens met betrekking tot de reisbewegingen van de Bora (bestuurd door [medeverdachte 2] ) en de Vito (bestuurd door [betrokkene 1] ) vermeld (in vetgedrukte cursieve letters). Het hof gaat ervan uit dat de Bora in het relevante tijdsbestek werd gebruikt door [medeverdachte 2] , op grond van de eensluidende verklaringen die inhouden dat [betrokkene 3] (de enige medegebruiker van de Bora) op 8 oktober vanaf rond 13:30 uur tot ’s avonds laat in de woning van zijn ex-vrouw en dochter aan de [k-straat] in [plaats] op een feestje is aanwezig is geweest. Tijdstip Gebeurtenis 8 oktober 2016 13:30 [verdachte] schakelt zijn telefoon uit 14:42:12 Start weergave camerabeelden parkeergarage het [pand] 14:42:12 Een zwarte Mini Cooper met kenteken [kenteken 9] rijdt de garage uit 15:12 Activatie PP1 van [verdachte] , onder bereik van de zendmast [p-straat 1] , omgeving [q-plein] [plaats] De Bora is in de omgeving van het [q-plein] in [plaats] . [medeverdachte 2] zet [verdachte] af. 15:16 en 15:17 Activatie PP2 (15:16) en PP3 (15:17) eveneens onder bereik van de zendmast [p-straat 1] , omgeving [q-plein] [plaats] . [verdachte] begeeft zich naar de Caddy en de twee schutters stappen bij hem in de Caddy in. Tot 15:22 Vooral contact tussen PP2 en PP3, inhoud berichten onbekend 15:28 De Bora en Caddy rijden met 1 minuut verschil door de Coentunnel in [plaats] . De telefoon van [betrokkene 2] wordt uitgeschakeld. 15:41 Boven aan de inrit staat de Caddy voor de omhoogstaande slagboom. Het raam van de bestuurder is omlaag. De Caddy rijdt de parkeergarage in en rijdt daar twee rondjes. 15:47 De Caddy wordt verplaatst en rijdt van rechts naar links en slaat rechtsaf. Een man verlaat lopend de parkeergarage. Hij draagt een lange zwarte lederen jas en daaronder een rode trui met capuchon. Na 15:48 De Caddy is buiten bereik van een camera en dus niet meer in beeld. 15:51 De Bora met [medeverdachte 2] is in [plaats] in de omgeving van de woning van zijn broer [betrokkene 1] 16:00:02 Een zwarte Mini Cooper rijdt de garage in. 16:04 PP1 en PP2 stralen een zendmast in de omgeving van de parkeergarage aan 16:16 PP2 aan PP1: zit achterin waggie 16:17 PP1 aan PP2: ja 16:20 De PP3 straalt cell-id [r-straat] in [plaats] aan 16:26 Een man, die later is herkend als [slachtoffer] , komt met een vrouw en een kind uit de lift en zij betreden de parkeergarage 16:28 Een zwarte Mini Cooper met het kenteken [kenteken 9] stopt ter hoogte van de slagboom om het buitenste hek te openen. De bestuurder is het latere mannelijke slachtoffer. 16:29:10 De zwarte Mini Cooper rijdt de garage uit. 16:35 De Bora rijdt van [plaats] naar de A4. De Vito rijdt naar de [d-straat] in [plaats] . 16:38 De Caddy wordt drie parkeerplaatsen vóór de lift vooruit ingeparkeerd. De autoverlichting wordt gedoofd. Opmerking verbalisanten: de Caddy staat nu vrijwel direct tegenover de plek waar de zwarte Mini Cooper van [slachtoffer] normaliter wordt geparkeerd. 16:45 PP3 straalt de zendmast [d-straat] [plaats] aan, Cell-id [r-straat] 16:48 PP3 aan PP1: Zit je goed? 16:51 PP1 aan PP3: Nee en het is druk 16:52 PP3 aan PP1: OK em nu 16:53 PP1 aan PP3: bikkelen 16:53 PP3 aan PP1: waar zijn de andere 16:54 PP1 aan PP3: binnen 16:55 PP3 aan PP1: hun hebben bereik 16:56 PP1 aan PP3: ja 16:57 PP3 aan PP1: Ok heb ze gesproken 17:28:20-17:29:30 PP1 aan PP2: Kan ik me benen ff strekken ik krijg kramp 17:28:59 De zwarte Mini Cooper met het kenteken [kenteken 9] rijdt de parkeergarage in. Een lichtschijnsel is zichtbaar op de achterkant van de Caddy. 17:30:11 Uit de Caddy links achter stapt een man in lichtkleurige broek, donkere schoenen met zool en donkere jas (NN1). Uit de Caddy stapt aan de rechterkant een man met donkere broek en donkere schoenen (NN2). Beide mannen rennen direct schuin naar achteren in de richting van de zwarte Mini Cooper. 17:30:17 71:30:21 NN2 loopt met versnelde pas terug naar de rechterkant van de Caddy. NN1 komt terug bij de Caddy en verdwijnt rechts uit beeld. Verbalisant: beide mannen stappen rechts in. 17:30:33 De remlichten van de Caddy gaan aan, de Caddy rijdt weg, tegen de rijrichting in. 17:31:12 De Caddy rijdt met hoge snelheid langs de camera. De inzittenden zijn niet waar te nemen. 17:31:15 De Caddy rijdt achter een grijze Seat Ibiza Station de parkeergarage uit. Het hof stelt met betrekking tot de verdere gang van zaken op 8 oktober 2016 vast op grond van getuigenverklaringen, in combinatie met de waargenomen reisbewegingen van de Vito en de Bora en de overige relevante telefoongegevens (in cursief)). De Caddy rijdt de parkeergarage uit in de [n-straat] en rijdt met hoge snelheid via het fietspad naar de parkeerplaats bij het eerste flatgebouw aan de [o-straat] , waar [verdachte] enige tijd heeft zitten wachten in de Seat (PD2). De getuige op het fietspad heeft gezien dat de bestuurder van de Caddy een donkere huidskleur had. 17:38 De Caddy staat in brand, de getuige [betrokkene 17] maakte filmopnamen van twee rennende mannen: een man had een donkere huidskleur; de ander droeg een lichtkleurige broek. Zij renden weg van de brandende Caddy. De getuige zag dat de donkere man de andere man voorbij rende. Op de opnamen is te zien dat de donkere man (NN2) een telefoon aan zijn oor hield. 17:38 PP2 plaatst een oproep naar PP1, die niet wordt beantwoord. 17:39 NN1 draagt een langwerpige tas en gooit iets in het water. NN1 en NN2 lopen verder langs de waterkant langs de flatgebouwen van de [o-straat] . [verdachte] komt in de Seat aangereden op de [o-straat] . NN1 stapt links achterin en NN2 rechts achterin. Rechts achterin de Seat is DNA van [betrokkene 2] aangetroffen. 17:43 De Seat rijdt over de A10. 17:43 PP2 neemt contact op met PP3, die wordt aangestraald door een zendmast in [plaats] , [r-straat] omgeving [d-straat] . 17:48 De Seat strandt in [plaats] met een lekke band. [verdachte] en de twee schutters laten de Seat achter en lopen over de [t-straat] en [u-straat] in [plaats] . Op camerabeelden is [verdachte] te zien met een donkere lange lederen jas met daaronder een rode trui met capuchon. De getuige [betrokkene 18] zag dat de zwarte Seat in de berm parkeerde en drie forse mannen uitstapten, ze staken de weg over en liepen hem tegemoet; ze passeerden elkaar uiteindelijk. De getuige zag dat de mannen kort daarvoor een capuchon op deden. De getuige keek één van hen recht in de ogen aan, een donkergetinte man. Er was ook een blanke man en een andere donkere man. 17:49 De Vito rijdt vanaf de [d-straat] in [plaats] . De PP3 beweegt in dezelfde richting mee. 17:52 en 17:53 NN2, de donkere man heeft een telefoon aan zijn oor, terwijl het uit de Seat afkomstige drietal in de omgeving van MacDonalds in [plaats] loopt. PP2 neemt tevergeefs contact op met PP3. 17:53 PP2 neemt contact op met PP3. PP2 en PP3 zijn gedurende 5,3 minuten in gesprek. Het drietal bevindt zich in de omgeving van [u-straat] in [plaats] . 18:00 De Vito bevindt zich op de [s-straat] in [plaats] . Kort na 18:00 Stills van camerabeelden die zijn gemaakt op de [t-straat] in [plaats] tonen drie lopende mannen gaande in de richting van de [r-straat] in [plaats] . Op stills van camerabeelden bij [B] is een man te zien, gekleed in een rode trui, zwarte pet en een lange zwarte jas. 18:09:26 De PP1, PP2 en PP3 stralen dezelfde zendmast in [plaats] aan. De PP2 en PP3 worden tegelijkertijd op non-actief gezet. [verdachte] gooit PP1 in de berm. 18:20 De Vito beweegt in de richting van [d-straat] in [plaats] . 18:28 De Vito rijdt vanuit [plaats] naar [plaats] . 18:28 De zwarte Seat wordt aangetroffen in de berm op de [t-straat] in [plaats] , net naast de afslag in de richting van [plaats] (PD3). De banden van de Seat waren leeg; één band was gescheurd. Een verbalisant zag op de vloerplaat vóór de bijrijdersstoel een doorzichtige Coca Cola fles helemaal gevuld met gele vloeistof. Na onderzoek bleek de fles motorbenzine te bevatten. Op/in de dorp van de fles is DNA van [betrokkene 2] aangetroffen. In de Seat is verder DNA aangetroffen van [betrokkene 2] en [verdachte] . 18:30 De Caddy wordt brandend aangetroffen op de parkeerplaats aan de [o-straat] . Forensisch onderzoek heeft uitgewezen dat de Caddy van binnen volledig was uitgebrand. In het voertuig zijn geen delict gerelateerde voorwerpen aangetroffen. 19:15 De Vito rijdt vanuit [plaats] naar [plaats] , de telefoon van [betrokkene 2] bewoog mee. De Vito zet [verdachte] af bij de [k-straat] in [plaats] . [verdachte] is op bezoek bij het feest van [betrokkene 13] , de dochter van [betrokkene 3] . 20:13 De Bora rijdt in de omgeving van de [v-straat] in [plaats] . [medeverdachte 2] is op bezoek op het feest van [betrokkene 13] . 20:27 De Vito vertrekt uit [plaats] naar de [k-straat] in [plaats] . [betrokkene 1] is kort op bezoek op het feest van [betrokkene 13] . 20:40 De Bora en de Vito zijn in de omgeving van genoemde [k-straat] , evenals de telefoon van [medeverdachte 2] . 20:46 De Bora rijdt van de [k-straat] naar [plaats] , [medeverdachte 2] brengt [verdachte] naar huis. 22:04 De telefoon van [verdachte] is ingeschakeld in [plaats] . [medeverdachte 2] rijdt met de Bora naar de [k-straat] . 9 oktober 00:50 De telefoon van [medeverdachte 2] straalt de zendmasten Meeuwenlaan en Loenermark aan in [plaats] . De Bora rijdt naar de [j-straat] in Amsterdam, waar [medeverdachte 2] [betrokkene 3] heeft afgezet. 01:28 [medeverdachte 1] rijdt in de Suzuki op de N246 in Noordelijke richting naar [plaats] . 01:44 De telefoon van [medeverdachte 2] is in [plaats] . 3.1.8 Reisbewegingen in de periode september 2016 Uit ARS-registraties, al dan niet in combinatie met gegevens over telefoongebruik, zijn reisbewegingen in de relevante periode van een aantal voertuigen (de Jetta, Suzuki, Bora, Passat, V-Klasse, Vito en Seat) naar voren gekomen. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft tijdens zijn verhoor als verdachte op 7 december 2017 met betrekking tot de expliciet voorgehouden reisbewegingen erkend dat hij toen in de Jetta heeft gereden; hij was degene die naar [plaats] is gereden, vooral ’s nachts; het kwam vaker voor dat hij midden in de nacht vertrok. Op grond van de ARS-registraties kan worden vastgesteld dat de Jetta op na te noemen data in de volgende plaatsen was: In [plaats] op 6 en 7 oktober 2016 (er zijn geen registraties van de Jetta in [plaats] in de periode van 8 oktober 2016 tot 12 juli 2017); in [plaats] op 30 september, 2, 4 en 7 oktober 2016 (er zijn geen registraties van de Jetta in [plaats] in de periode van 8 oktober 2016 tot 12 juli 2017). [medeverdachte 1] reed in de Jetta en ook in de Suzuki van zijn moeder; hij heeft verklaard dat zij in deze periode op vakantie in Spanje was. Zoals eerder is opgemerkt, reed [medeverdachte 1] op 9 oktober 2016 rond 01:28 uur in de Suzuki op de N246 in [plaats] in Noordelijke richting. Schematische samenvatting van de relevante reisbewegingen 3 september tot en met 8 oktober 2016 Datum Bora [medeverdachte 2] Jetta [medeverdachte 1] Passat V-klasse Vito [betrokkene 1] / [betrokkene 2] 03-09-16 en 04-09-16 Vanaf 17:44 uur in Amsterdam, Anderlechtlaan/ Louwesweg tot 4 september 05:30 uur ( [medeverdachte 2] en [betrokkene 3] ) [betrokkene 4] was daar ook om 17:44 uur [betrokkene 1] was daar vanaf 21:16 uur [betrokkene 1] en [betrokkene 4] daar weg rond 05:30 uur 29-09-16 14:38 en 15:34 uur: in [plaats] 23:52 uur: vertrek uit [plaats] 30-09-16 15:30 uur: in [plaats] 16:55 uur: telefoon [medeverdachte 2] in [plaats] 00:41 tot 01:21 uur, in [plaats] [medeverdachte 2] / [verdachte] in Passat hebben [betrokkene 1] afgezet bij [C] autoverhuur [betrokkene 1] huurde de V-klasse 16:55 uur: telefoon [betrokkene 1] in [plaats] 02-10-16 21:11 uur: van [plaats] naar [plaats] 21:31 uur: aankomst in [plaats] Telefoon [medeverdachte 2] bewoog mee 22:12 uur: van [plaats] naar [plaats] 23:28 uur: van [plaats] naar [plaats] 23:37 uur: van [plaats] naar [plaats] 21:10 uur: van [plaats] naar [plaats] 22:01 uur: aankomst in [plaats] 23:38 uur: van [plaats] naar [plaats] 04-10-16 20:25 uur: van [plaats] naar [plaats] 23:30 uur: van [plaats] naar [plaats] naar [plaats] 23:51 uur: aankomst in [plaats] 20:04 uur: V-klasse in [plaats] (telefoon [betrokkene 2]) 20:21 uur: van [plaats] naar [plaats] 20:57 uur: van [plaats] naar [plaats] 21:06 uur: V-klasse (telefoon [betrokkene 1] ) van [plaats] naar afslag S106 (Cornelis Lelylaan) 21:37 uur van Cornelis Lelylaan naar Oostoever V-klasse via [plaats] 22:10 uur: naar [plaats] (telefoon [betrokkene 2] bewoog eerder die dag mee met V-klasse) 21:21-21:41 uur: diverse belbewegingen met telefoon van [betrokkene 1] 23:28 uur: V-klasse (telefoon [betrokkene 2] bewoog mee) van [plaats] via [plaats] naar Nassaukade (Amsterdam) 06-10-16 en 07-10-16 [medeverdachte 2] haalde [verdachte] op uit [plaats] zij reden naar [plaats] 22:41 uur: Bora naar [plaats] Rond 23:30 uur: Bora met Seat en Vito weg uit [plaats] Bora en Seat naar [plaats] Bora, Seat en Vito op parkeerplaats Haarlemmerbos [plaats] (Seat en Vito naar Amsterdam) 03:11 uur: Bora weg uit [plaats] 03:45 uur: [medeverdachte 2] en [verdachte] in Bora aangehouden in [plaats] 23:03 uur: rijdt van [plaats] in zuidelijke richting 03:07 uur: weg uit [plaats] [betrokkene 1] heeft de Vito gehuurd. 16:56 uur [plaats] [betrokkene 1] belde [medeverdachte 2] . 20:30 uur: [betrokkene 1] in Vito naar [plaats] naar [plaats] 20:59 uur: Vito geparkeerd bij ingang woning [betrokkene 4] ; [betrokkene 1] heeft [medeverdachte 2] in [plaats] gezien Rond 23:30 uur: van [plaats] via [plaats] naar [plaats] . (00:30 vlakbij [ar-straat] ) Vito parkeerplaats Haarlemmerbos [plaats] 00:44 uur: van [plaats] naar Amsterdam. Reed op N205 enkele minuten voor de Seat. 02:03 uur: bij woning [betrokkene 2] in [plaats] 02:45 uur: naar [plaats] 03:04 uur: weg uit [plaats] 03:13 uur: in [plaats] 07-10-16 [medeverdachte 2] en [verdachte] in [plaats] Met Bora [betrokkene 3] opgehaald in [plaats] ; naar [plaats] 20:00 uur: naar [plaats] 20:52 uur: aankomst in [plaats] 23:08 uur: weg uit [plaats] (telefoon [medeverdachte 2] ) Bora naar de woning [betrokkene 3] 23:36 uur: telefoon [verdachte] op het Wi-Fi netwerk van [betrokkene 3] 20:52 tot 23:08 uur: Bora in [plaats] 21:10 uur: van [plaats] naar [plaats] 21:57 uur: aankomst in [plaats] 23:21 uur: weg uit [plaats] 00:21 uur: aankomst in [plaats] Het hof leidt hieruit, in onderling verband en samenhang bezien met de eerder vermelde feiten en omstandigheden, het volgende af: Op 3 september en in de nacht van 4 september 2016 zijn [medeverdachte 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [betrokkene 4] vanaf 21:16 uur tot 05:30 uur op dezelfde locatie geweest, [betrokkene 4] is even weggegaan en teruggekomen. Op 29 september 2016 is [medeverdachte 2] ‘s middags een uur in [plaats] geweest en [medeverdachte 1] was in de nacht van 29 op 30 september 2016 in [plaats] . [medeverdachte 2] is op 30 september 2016 ‘s middags in [plaats] geweest; hij heeft met [verdachte] in de Passat (de auto van zijn zus [betrokkene 9] ) [betrokkene 1] naar het autoverhuurbedrijf [C] gebracht die daar de V-klasse heeft gehuurd. Op 2 oktober 2016 zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] beiden in [plaats] geweest; zij waren daar in elk geval tegelijkertijd vanaf 22:01 uur (het aankomsttijdstip van [medeverdachte 1] , terwijl [medeverdachte 2] daar toen al was) tot 22:12 uur (het eerste vertrekmoment van [medeverdachte 2] ), terwijl [medeverdachte 1] na terugkomst van [medeverdachte 2] slechts 1 minuut later dan [medeverdachte 2] [plaats] heeft verlaten. Het hof acht geenszins uitgesloten dat zij elkaar hebben ontmoet bij [betrokkene 1] , mede omdat enige te verifiëren concrete verklaring van een van beiden over die avond ontbreekt. Op 4 oktober 2016 zijn [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] beiden in [plaats] geweest. Gezien het tijdstip waarop [medeverdachte 1] uit [plaats] was vertrokken en gezien de duur van de terugreis van [medeverdachte 1] die avond (21 minuten), acht het hof aannemelijk dat [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] daar onderscheidenlijk in de Jetta en V-klasse rond hetzelfde tijdstip zijn aangekomen. Zij zijn uiteindelijk met enkele minuten verschil rond 23:30 uur uit [plaats] vertrokken. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij die avond [betrokkene 1] en [betrokkene 2] beiden heeft gezien. Het hof stelt vast dat de V-klasse uit [plaats] is vertrokken nadat deze en de Jetta daar waren aangekomen. De telefoon van [betrokkene 1] bewoog mee, terwijl de V-klasse reed naar [plaats] , in de omgeving reed van de parkeergarage het [pand] . Vanuit [plaats] bewoog de V-klasse zich naar de afslag S106, de Cornelis Lelylaan in [plaats] en vandaar uit naar Oostoever. De V-klasse deed daar 20 minuten over. Volgens de routeplanner op google maps duurt deze rit met een auto normaal gesproken 8 minuten. Daarna is de V-klasse via [plaats] teruggekeerd in [plaats] . Het hof acht het gezien het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien niet uitgesloten dat [medeverdachte 1] met [betrokkene 2] en/of [betrokkene 1] deze rit heeft gemaakt. [medeverdachte 1] heeft in zijn verklaring over zijn aanwezigheid in [plaats] , ook op deze avond, slechts volstaan met de zeer algemene uitleg van bezigheden die te maken hadden met de handel in soft drugs. Het hof acht niet aannemelijk dat [medeverdachte 1] in Amstelveen op [betrokkene 1] zou hebben gewacht, terwijl [betrokkene 1] daar mogelijk geruime niet was, om uiteindelijk pas 2,5 uur later te vertrekken. Het hof acht de algemene niet te toetsen stelling van [medeverdachte 1] dat het wel vaker voorkwam dat hij op de te leveren softdrugs moest wachten, volstrekt ontoereikend. Op 6 oktober en in de nacht van 7 oktober 2016 is de reeds in juni 2016 gestolen Seat verplaatst van [plaats] naar de parkeerplaats aan de [o-straat] in [plaats] . Het hof verwijst hiervoor ook naar hetgeen hierover is vermeld in het hoofdstuk betreffende de bij de liquidatie gebruikte Seat. [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn op 6 oktober 2016 ‘s avonds in de Bora naar [plaats] gereden, waar [betrokkene 1] al was met de Vito. [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij bij [betrokkene 4] was en dat hij [medeverdachte 2] die avond in [plaats] heeft gezien. De Bora en de Seat reden van [plaats] naar [plaats] , terwijl de Vito via de woning van [betrokkene 2] naar [plaats] is gereden. [verdachte] heeft verklaard dat hij met [betrokkene 1] in de Seat naar [plaats] is gereden en dat [betrokkene 2] in de Vito ook naar de parkeerplaats aan de [o-straat] is gereden. Het hof neemt deze verklaring van [verdachte] als uitgangspunt en concludeert op grond van het voorgaande dat [betrokkene 1] [betrokkene 2] bij diens woning in [plaats] heeft opgehaald; dat [betrokkene 2] in [plaats] in de Vito is gebleven en dat [betrokkene 1] daar in de Seat is overgestapt, waarna beide auto’s naar de [o-straat] zijn gereden. Nadat de Seat door [verdachte] en [betrokkene 1] daar was gereedgezet, zijn [betrokkene 1] , [verdachte] en [betrokkene 2] in de Vito naar [plaats] gereden, waar [betrokkene 2] is afgezet. De Vito is daarna naar [plaats] gereden, van waaruit [verdachte] tenslotte met [medeverdachte 2] in de Bora naar [plaats] is gereden. Het hof is van oordeel dat hieruit minst genomen volgt dat [medeverdachte 2] (met de Bora) aanwezig was bij het vertrek van de Seat uit [plaats] en het vertrek van de Seat uit [plaats] en daar aanwezig was toen [betrokkene 1] en [verdachte] terugkwamen van het zogenoemde koudzetten van de Seat. Het hof constateert dat de Jetta en/of [medeverdachte 1] , die op 6 oktober 2016 rond 23:02 uur rijdend in zuidelijke richting uit [plaats] was vertrokken en op 7 oktober rond 03:07 uur uit [plaats] is vertrokken, gedurende enkele uren tegelijkertijd met de Bora en/of [medeverdachte 2] in [plaats] kan zijn geweest. Dit situeert zowel [medeverdachte 1] /de Jetta als [medeverdachte 2] /de Bora in [plaats] op de tijdstippen waarop de bij de liquidatie gebruikte Seat is vertrokken uit [plaats] , is koudgezet in Amsterdam en de bij het koudzetten betrokken [verdachte] en [betrokkene 1] in [plaats] zijn teruggekeerd. Op grond van de inhoud van het dossier is niet duidelijk wat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de tussentijd hebben gedaan. Opmerkelijk is dat de Vito, de Bora en de Jetta die nacht binnen een tijdsbestek van enkele minuten uit [plaats] zijn vertrokken. Op 7 oktober 2016 zijn [medeverdachte 2] , [betrokkene 3] en [verdachte] in de Bora via [plaats] naar [plaats] gereden, waar zij aankwamen om 20:52 uur. Zij reden uit [plaats] weg rond 23:08 uur. [medeverdachte 1] is met de Jetta in [plaats] aangekomen rond 21:57 uur en daar weggereden om 23:21 uur. Hieruit volgt dat [medeverdachte 1] die avond gedurende 1 uur en 20 minuten in [plaats] is geweest, terwijl [medeverdachte 2] , [betrokkene 3] en [verdachte] in die tijd 1 uur en 10 minuten in [plaats] waren. Het hof gaat ervan uit dat op de avond voorafgaande aan de liquidatie [medeverdachte 2] , [betrokkene 3] , [verdachte] en [medeverdachte 1] bij [betrokkene 1] thuis zijn geweest en sluit niet uit dat ook [betrokkene 2] hierbij aanwezig is geweest, aangezien [medeverdachte 2] c.s. in de Bora op de heenweg via [plaats] zijn gereden. 4. Bespreking verweren en conclusie 4.1. Wetenschap De verdediging heeft enkele argumenten genoemd die de stelling zouden bevestigen dat [verdachte] niet wist wat de bedoeling was op 8 oktober 2016. Het hof overweegt hierover het volgende. De enkele stelling van [verdachte] dat hij ervan uitging dat op 8 oktober 2016 in de parkeergarage een drugsdeal zou plaatsvinden, zonder daarbij enig detail te noemen, wordt als volstrekt ongeloofwaardig terzijde geschoven, mede gezien het samenstel van alle daaraan voorafgaande gezamenlijke handelingen; het besturen van gestolen voertuigen; het gebruik van prepaid toestellen, waaraan hij actief heeft deelgenomen; het directe contact met [betrokkene 1] op vitale momenten, zoals het koudzetten van de Seat op de PD2 en met de schutter [betrokkene 2] , wiens instructies hij heeft opgevolgd; het achterlaten van de Caddy met de schutters in de parkeergarage en de ontmoetingen met de medeverdachten in de periode kort vóór 8 oktober 2016. Dat [verdachte] al zijn handelingen in dit verband zou hebben verricht zonder enige vraag te stellen en voor een beloning van 200 euro, acht het hof eveneens volstrekt onaannemelijk. Dat bij [verdachte] sprake zou zijn geweest van een gebrek aan sense of awarness/urgency, onder meer vanwege het dragen van een opvallend rode trui op 8 oktober 2016, is mogelijk en zegt wellicht iets over de persoon van de verdachte, maar niet over zijn betrokkenheid bij de onderhavige feiten. Het voorgaande leidt het hof tot de slotsom dat [verdachte] moet hebben geweten dat hij meedeed aan het plegen van één of meer levensdelicten. De stelling van de verdediging dat [verdachte] geen wetenschap had van de moordaanslag wordt derhalve verworpen. 4.2 Medeplegen De vraag of sprake is geweest van een zo nauwe en bewuste samenwerking dat van medeplegen gesproken kan worden, vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. De kwalificatie medeplegen is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Voor een bewezenverklaring van medeplegen is niet vereist dat het gewicht van de bijdrage van de verdachte gelijkwaardig is aan dat van zijn mededaders. Uit al hetgeen hiervoor is overwogen volgt naar het oordeel van het hof dat de verdachte [verdachte] op vele vitale momenten, voorafgaand aan, tijdens en na de moordaanslag aanwezig is geweest en handelingen heeft verricht en zo handelende een materiële bijdrage heeft geleverd, die van wezenlijk belang was voor het welslagen van de aanslag, waarbij hij nauw heeft samengewerkt met onder meer [medeverdachte 2] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Zijn rol was significant. Het kan niet anders dan dat [verdachte] zich in de vele stadia en op de vele momenten waarop hij de hiervoor genoemde handelingen heeft verricht, bewust moet zijn geweest van de onderlinge samenwerking. Ook nadat [verdachte] wist dat de schutters de Caddy in brand hadden gestoken, heeft hij zich ingespannen om hen ongezien te laten wegkomen. [verdachte] heeft zich op geen enkel moment gedistantieerd; hij heeft daarentegen een wezenlijke bijdrage geleverd aan de gezamenlijke uitvoering van de aanslag. Dat hij niet aanwezig was op alle relevante momenten, die van belang zijn bij de voorbereiding ervan, doet daaraan niet af. Dat hij niet meedeed aan het PGP-verkeer doet daaraan evenmin af, omdat uit de onderschepte berichten voortvloeit dat met name personen met een organiserende rol daaraan deelnamen. [verdachte] had geen organiserende maar een uitvoerende rol. 4.3 Voorbedachte raad Het hof acht op grond van alle genoemde voorbereidende handelingen gedurende een aanmerkelijke periode, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van voorbedachte raad en dus van moord: er was een vooropgezet plan om iemand te doden, dat al bestond vanaf mei 2016, toen de opdracht daarvoor per PGP aan [betrokkene 1] is verstrekt. Uit de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden volgt dat [betrokkene 1] kan worden aangemerkt als aannemer van de moordopdracht en organisator van de uitvoering daarvan door anderen in te schakelen; het organiseren van benodigde voertuigen en de opslag daarvan en alsmede van te gebruiken apparatuur. [betrokkene 1] heeft de schutters benaderd, had contact met [betrokkene 4] , waar de gestolen voertuigen moesten worden gestald en met zijn broer [medeverdachte 2] , die op zijn beurt de medeverdachten [verdachte] en [betrokkene 3] heeft ingeschakeld. Dat [slachtoffer] in plaats van het beoogde slachtoffer [betrokkene 5] hiervan de dupe is geworden doet niet af aan de bewezenverklaring van moord. Uit de bewijsmiddelen valt af te leiden dat de verdachte [verdachte] betrokken was bij het ophalen van de gestolen auto’s in juni 2016 en dat hij in elk geval in de week voorafgaand aan 8 oktober bij een aantal voorbesprekingen is geweest; het hof gaat ervan uit dat hij tijd en gelegenheid heeft gehad om hierover na te denken en acht het redelijk om aan te nemen dat hij daarvan gebruik heeft gemaakt, nu geen sprake is van contra-indicaties. Het hof is van oordeel dat [verdachte] niet alleen opzet heeft gehad op het medeplegen van de moord maar eveneens voorwaardelijk opzet op de pogingen tot moord op de twee andere inzittenden van de Mini Cooper. De Mini Cooper is gericht, vanaf korte afstand veelvuldig met semi automatische vuurwapens beschoten. De verdachte en zijn mededaders hebben de geenszins als denkbeeldig aan te merken kans, dat één of meer andere inzittenden door de kogelregen geraakt zouden worden, op de koop toegenomen en dit ook aanvaard. Dit leidt tot de slotsom dat de verweren van de verdediging worden verworpen. 4.4 Opzetheling feit 3 Uit hetgeen hiervoor is overwogen, in het bijzonder de significante rol die de verdachte op cruciale momenten in het moordplan heeft gehad, kan het niet anders zijn dan dat hij wist dat ter uitvoering van dit plan daartoe geschikte, van diefstal afkomstige, en daardoor niet eenvoudig naar de verdachten te herleiden, voertuigen dienden te worden gebruikt. Bij de verdachte moet mitsdien ten tijde van het voorhanden krijgen van die voertuigen op onderscheidenlijk 15 en 29 juni 2016, wetenschap hebben bestaan dat deze van misdrijf afkomstig waren. Het verweer van de verdachte dat hij er van uit ging dat de voertuigen niet verzekerd waren en dat [medeverdachte 2] om die reden niet in de voertuigen wilde rijden en [verdachte] had verzocht te rijden, wordt dan ook als volstrekt onaannemelijk verworpen. 5. Samenvatting handelingen [verdachte] Uit het voorgaande volgt dat de handelingen van de verdachte als volgt kunnen worden samengevat. De verdachte heeft samen met medeverdachten in juni 2016 gestolen auto’s, een Seat en een Caddy, voorzien van gestolen of valse kentekenplaten, opgehaald en op onopvallende plaatsen ondergebracht om deze vier maanden later als vluchtauto’s bij de moordaanslag te gebruiken. De verdachte en de mededaders zijn regelmatig bijeen geweest om de plannen te bespreken. De verdachte heeft in de nacht van 7 oktober 2016 met medeverdachten de Seat klaargezet op een parkeerplaats aan de [o-straat] in [plaats] , op enkele minuten rijden van de parkeergarage. De verdachte heeft op 8 oktober 2016 met de Caddy de schutters vervoerd van [plaats] naar de parkeergarage; hij heeft de Caddy met de schutters de parkeergarage ingereden; heeft hen daar achtergelaten en is lopend naar de gereedstaande Seat gegaan, waar hij volgens de instructie van één van de schutters geruime tijd heeft afgewacht en zich schuilgehouden. De verdachte, de schutters en de organisator communiceerden in de tussentijd met elkaar via drie prepaid toestellen, waarin slechts deze telefoonnummers waren opgeslagen. De twee schutters hebben met semi automatische vuurwapens in slechts zes seconden van dichtbij een groot aantal kogels op de weerloze slachtoffers in de auto afgevuurd. De schutters zijn daarna met hoge snelheid tegen het verkeer in de parkeergarage uitgereden naar de [o-straat] waar zij de Caddy in brand hebben gestoken. De verdachte heeft de schutters, die een grote tas met zich meevoerden, in de Seat vervoerd naar [plaats] . Doordat de Seat in [plaats] een lekke band kreeg, moesten de verdachte en de schutters ter plekke improviseren omdat de geplande vluchtroute gedwarsboomd was. Nadat zij twintig minuten hadden gelopen, zijn ze opgehaald door [betrokkene 1] en met hem naar diens woning gegaan. In de gestrande Seat is een fles met benzine aangetroffen, hetgeen aanleiding geeft te veronderstellen dat de daders eveneens van plan waren deze auto achter te laten en in brand te steken.” III. Het zesde namens de verdachte voorgestelde middel en de bespreking daarvan 10. Het bij aanvullende schriftuur van 22 december 2022 ingediende middel behelst de klacht dat de in het proces-verbaal van 17 december 2021 vermelde en door de verdediging opgevraagde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. 11. Overeenkomstig het bepaalde in art. 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden heeft de raadsman van de verdachte op 1 december 2022 (tijdig) verzocht om in het bezit te worden gesteld van een afschrift van de ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 17 december 2021 overgelegde pleitnotities (dupliek) van de raadsman die de verdachte in hoger beroep heeft bijgestaan. Naar aanleiding hiervan is het gerechtshof Amsterdam bij schrijven van 1 december 2022 verzocht om de overgelegde pleitnotities te doen toekomen aan de strafadministratie van de Hoge Raad. Aan dit verzoek heeft het hof voldaan. Vervolgens zijn deze pleitnotities op 13 december 2022 in het digitale dossier geplaatst. Daarmee is de feitelijke grondslag aan het middel komen te ontvallen. 12. Het middel is derhalve ongegrond. IV. Het eerste namens de verdachte voorgestelde middel en de bespreking daarvan 13. Vooreerst heb ik mij afgevraagd of hetgeen de schriftuur in dit verband naar voren brengt wel voldoet aan de eisen die aan een cassatiemiddel in de zin der wet worden gesteld. Van een cassatiemiddel als bedoeld in art. 437 Sv is immers dan sprake indien het middel een stellige en duidelijke klacht bevat over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. In de onderhavige zaak beslaat het middel ruim zes pagina’s (de toelichting op het middel niet meegerekend). In het middel zelf worden de tenlastelegging en de bewezenverklaring integraal weergegeven, evenals de door en namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweren en hetgeen het hof heeft vastgesteld. De redenen waarom het bestreden arrest tot cassatie zou moeten leiden is sterk verweven met de (feitelijke) vaststellingen en de oordelen van het hof, en beslaat ook ruim twee pagina’s. Een dergelijke presentatie bergt het risico in zich dat een stellige en duidelijke klacht niet valt te ontdekken of dat het aangevoerde een tijdrovend zoekplaatje vormt. 14. Uiteindelijk meen ik een middel te ontwaren dat zich met een aantal deelklachten keert tegen de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 (medeplegen van moord en tweemaal medeplegen poging tot moord). Als ik goed begrijp zou uit de bewijsmiddelen niet blijken dat de verdachte van het begaan van één of meer levensdelicten wetenschap had. Ook zou het verweer van de verdediging met betrekking tot die wetenschap door het hof niet zonder meer begrijpelijk zijn verworpen. Verder lees ik in het middel dat wat betreft de tenlastegelegde pogingen tot moord uit ’s hofs bewijsvoering niet zou kunnen worden afgeleid dat bij de verdachte sprake was van voorbedachte raad. 15. De verdediging heeft blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 16 december 2021 mede aan de hand van een pleitnota uitgebreid betoogd waarom bij de verdachte de wetenschap ontbrak dat er levensdelicten gepleegd zouden worden. Het hof heeft dit verweer als volgt kernachtig samengevat: “Feiten 1 en 2 Op 6 oktober 2016 heeft [medeverdachte 2] de verdachte in de Bora in [plaats] opgehaald, waarna ze naar [plaats] zijn gereden en later die avond naar de woning van de moeder van [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] in [plaats] zijn gegaan. In de nacht van 6 op 7 oktober 2016 is de verdachte als bijrijder met [betrokkene 1] in de Seat naar de [o-straat] meegereden, waarbij hij de instructie kreeg om (op 8 oktober 2016) onopvallend in de geparkeerde Seat te blijven wachten op een seintje. [betrokkene 1] heeft de verdachte in de Vito, waarin ook [betrokkene 2] zich bevond, teruggebracht naar [plaats] , waarna [medeverdachte 2] hem naar [plaats] heeft gebracht. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte op 7 oktober 2016 aanwezig is geweest bij een vermeende ontmoeting met [betrokkene 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . De verdachte is ook niet aanwezig geweest bij mogelijke voorverkenningen van de plaats delict. Op 8 oktober 2016 heeft [medeverdachte 2] de verdachte in de Bora afgezet in de omgeving van het [w-plein] , waar hij als bestuurder in de Caddy is gestapt met [betrokkene 2] en meneer X als passagiers achterin. De verdachte heeft de beide mannen op instructie van [betrokkene 2] naar de parkeergarage het [pand] gebracht, waar hij op aanwijzingen van [betrokkene 2] de auto heeft geparkeerd, de garage uit is gelopen en in de op de [o-straat] geparkeerde Seat is gaan zitten. Met de door [medeverdachte 2] tijdens de rit in de Bora geactiveerde en aan de verdachte overhandigde prepaid heeft sms-verkeer plaatsgevonden. Hierin is aan de verdachte verzocht achterin de Seat te gaan zitten en heeft de verdachte verzocht zijn benen te mogen strekken, hetgeen hij uiteindelijk ook heeft gedaan. Op dat moment vond de schietpartij in de parkeergarage plaats, waarna [betrokkene 2] en meneer X in de Caddy de parkeergarage zijn uitgereden en de Caddy in brand hebben gestoken. De verdachte heeft hen op de [o-straat] met de Seat opgehaald. Op grond van het voorhanden zijnde bewijs kan niet worden vastgesteld dat de verdachte heeft gehandeld met het voor medeplegen vereiste dubbele opzet op het gronddelict en de nauwe en bewuste samenwerking, noch op het voor medeplichtigheid vereiste dubbele opzet op het gronddelict en de hulpverlening. In dit verband is gewezen op een uitspraak van het hof ‘s-Hertogenbosch van 23 maart 2020 (ECLI:NL:GHSHE:2020:1046) en van de rechtbank Amsterdam van 2 september 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2021:4703). De verdachte heeft geen wetenschap gehad van de voorgenomen liquidatie, hetgeen bevestiging vindt in onder meer het feit dat hij geen lid is geweest van het team; hij heeft geen PGP-telefoon gekregen en komt ook niet voor in PGP-berichten met betrekking tot de moordopdracht op [betrokkene 5] . Bij hem is altijd sprake geweest van begeleid rijden, dus zonder informatie vooraf. Dat hij op 8 oktober 2016 in een opvallende rode trui ter plaatse kwam, zijn prepaid op ‘stil’ heeft gezet en zonder toestemming uit de Seat is gestapt, duidt eveneens op gebrek aan sense of awareness/urgency. De verdachte had geen kennis van het plan, aan hem werd slechts minimale informatie verschaft en hij was zich niet bewust van hetgeen zich in de parkeergarage zou gaan afspelen. De verdachte wist niet en heeft ook niet willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat een (poging tot) moord zou plaatsvinden; hij dacht dat het een drugsdeal betrof. Aldus ontbreekt opzet op het ten laste gelegde, zodat vrijspraak dient te volgen. Ook van voorbedachte raad was geen sprake bij de verdachte. De handelingen van de verdachte zijn niet te kwalificeren als medeplegen, omdat geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste uitvoering, de rol van de verdachte geen intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht opleverde, de rollen van de verdachte en de schutters ook niet inwisselbaar waren en geen sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering.” 16. Het hof heeft het verweer van de verdachte dat hij ervan uitging dat op 8 oktober 2016 in de parkeergrage een drugsdeal zou plaatsvinden, zonder daarbij enig detail te noemen, als volstrekt ongeloofwaardig terzijde geschoven, mede gezien het samenstel van alle daaraan voorafgaande gezamenlijke handelingen. Deze handelingen betreffen met name (
  3. i)het besturen van gestolen voertuigen, (
  4. ii)het gebruik van prepaid toestellen waaraan de verdachte actief heeft deelgenomen, (iii) het directe contact met [betrokkene 1] op vitale momenten, zoals het ‘koudzetten’ van de Seat op de parkeerplaats aan de [o-straat] in [plaats] (aangeduid als de PD2) en met de schutter [betrokkene 2] , wiens instructies hij heeft opgevolgd, (
  5. iv)het achterlaten van de Caddy met de schutters in de parkeergarage en (
  6. v)de ontmoetingen met de medeverdachten in de periode kort vóór 8 oktober 2016. Naar het op vaststellingen gebaseerde oordeel van het hof is de verdachte “op vele vitale momenten, voorafgaand aan, tijdens en na de moordaanslag aanwezig geweest” en heeft hij “handelingen verricht en zo handelende een materiële bijdrage geleverd, die van wezenlijk belang was voor het welslagen van de aanslag, waarbij hij nauw heeft samengewerkt met onder meer [medeverdachte 2] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ”. Zijn rol was significant en uitvoerend, aldus het hof. De uitleg van de verdediging dat de verdachte deze handelingen heeft verricht zonder enige vraag te stellen en voor een beloning van € 200,-, heeft het hof als volstrekt onaannemelijk aangemerkt. Het verweer van de verdediging dat bij de verdachte een sense of awareness/urgency zou ontbreken, onder meer vanwege het dragen van een opvallend rode trui op 8 oktober 2016, zegt volgens het hof niets over de betrokkenheid bij de onderhavige zaken. De slotsom van het hof luidt in dit verband dat de verdachte moet hebben geweten dat hij meedeed aan het plegen van één of meer levensdelicten. 17. Dat oordeel acht ik, gelet op alles wat het hof op grond van de voor het bewijs gebezigde bewijsmiddelen heeft vastgesteld en overwogen ten aanzien van de handelingen van de verdachte voorafgaand en ten tijde van de moordaanslag, niet onbegrijpelijk en – ook in het licht van het verweer van de verdediging – toereikend gemotiveerd. Dat impliceert dat het hof het desbetreffende verweer op deugdelijke gronden heeft verworpen. Overigens merk ik op dat, voor zover ik in de schriftuur heb kunnen nagaan, niet wordt geklaagd over het oordeel van het hof dat sprake is van medeplegen. Dat onderdeel van de bewezenverklaring laat ik hier dus onbesproken. 18. Voorts klagen de stellers van het middel dat uit ’s hofs bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat sprake is geweest van voorbedachten rade ten aanzien van de pogingen tot moord op [benadeelde 4] en [benadeelde 3] . Als ik het goed begrijp voeren de stellers van het middel daartoe aan dat voor de invulling van de voorbedachte raad het op de koop toenemen van andere slachtoffers dan het slachtoffer waarop het opzet was gericht niet volstaat. In cassatie wordt niet geklaagd over het oordeel van het hof dat de verdachte als medepleger [slachtoffer] met voorbedachte raad van het leven heeft beroofd. 19. Het hof heeft in dit verband overwegingen gewijd aan de voorbedachte raad en het voorwaardelijk opzet, waarbij zij opgemerkt dat beide kunnen samengaan. Het hof stelt wat betreft het handelen met voorbedachte raad vast dat er een vooropgezet plan was om iemand te doden. [betrokkene 1] kan worden aangemerkt als aannemer van de moordopdracht, die is gegeven in mei 2016, en als de organisator van de uitvoering daarvan, door anderen in te schakelen en daarnaast benodigde voertuigen en de opslag daarvan, alsmede van te gebruiken apparatuur, te organiseren. Voorts heeft [betrokkene 1] de schutters benaderd, had hij contact met [betrokkene 4] , over waar de gestolen voertuigen moesten worden gestald, en met zijn broer [medeverdachte 2] , die op zijn beurt de verdachte en de medeverdachte [betrokkene 3] heeft ingeschakeld. Dat [slachtoffer] hiervan het slachtoffer is geworden, doet volgens het hof niet af aan de bewezenverklaring van moord. Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen valt volgens het hof voorts af te leiden dat de verdachte betrokken was bij het ophalen van de gestolen auto’s in juni 2016 en dat de verdachte in elk geval in de week voorafgaand aan 8 oktober 2016 bij een aantal voorbesprekingen is geweest. Het hof gaat ervan uit dat hij tijd en gelegenheid heeft gehad om hierover na te denken en acht het redelijk om aan te nemen dat hij daarvan gebruik heeft gemaakt, nu contra-indicaties ontbreken. 20. Voorts heeft het hof geoordeeld dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de pogingen tot moord op [benadeelde 4] en [benadeelde 3] , de twee andere inzittenden van de Mini Cooper. Daartoe overweegt het hof dat de Mini Cooper gericht, vanaf korte afstand veelvuldig met semi automatische vuurwapens is beschoten en dat de verdachte samen met zijn mededaders de geenszins als denkbeeldig aan te merken kans dat één of meer andere inzittenden door de kogelregen geraakt zouden worden, op de koop toegenomen en dit ook heeft aanvaard. 21. In de onderhavige zaak doet zich de situatie voor waarbij het plan is opgevat om een bepaald persoon om te brengen, terwijl zich in het voertuig waarin hij is doodgeschoten zich nog twee andere personen bevonden, waarvan één van hen door meerdere kogels werd geraakt. Dat in een geval als het onderhavige voor de schutters geldt dat zij de geenszins als denkbeeldig aan te merken kans op de koop toe hebben genomen dat een ander of anderen in de auto door de kogelregen getroffen zou(den) worden, zal niet verbazen. De vraag die tevens in dit verband voorligt is of ook bij de verdachte sprake is van voorwaardelijk opzet op het doden van deze twee andere personen. Mede tegen de achtergrond van hetgeen het hof ten aanzien van het medeplegen heeft overwogen en in het licht van eerdere (min of meer vergelijkbare) rechtspraak van de Hoge Raad, meen ik dat deze vraag bevestigend kan worden beantwoord. 22. Wat de rechtspraak betreft noem ik allereerst HR 14 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2852. In die zaak was de verdachte veroordeeld wegens uitlokking van medeplegen van een dubbele moord, te weten op A en B, in het drugsmilieu van Bonaire. Het opzet van de verdachte was erop gericht dat A, een vijand van de verdachte, zou worden vermoord. Een van de uitvoerders van deze moorden was door de verdachte te verstaan gegeven dat hij het zelf zou bekopen met de dood als hij deze klus niet wilde klaren. Bij de daartoe door de uitvoerders van de moord geplande ontmoeting met A was ook B aanwezig. Het Gemeenschappelijk Hof had vastgesteld dat de verdachte dit wist. Daarom had het Gemeenschappelijk Hof volgens de Hoge Raad niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de kans aanmerkelijk was te achten dat de uitvoerders B niet als getuige wilden van hun moord op A en dat zij daarom ook B zouden vermoorden (daartoe aangezet door de bedreigingen van verdachte), welke kans door de verdachte is aanvaard. 23. De tweede zaak waarop ik wil wijzen betreft HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:581, NJ 2017/301, m.nt. Rozemond. De verdachte is in die zaak onder meer veroordeeld voor het medeplegen van moord en poging tot moord. In de lezing van de verdachte zou het de bedoeling zijn geweest een man op te halen, mee te nemen, een hardhandig lesje te leren en vervolgens weer vrij te laten. De verdachte, die was benaderd een busje te regelen, reed samen met zijn mededaders in de bus naar de woonwagen van het beoogde slachtoffer. In de bus bevonden zich ten minste acht vuurwapens, bivakmutsen, handschoenen, gehoorbeschermingsdoppen en schietvesten. Ook was gebleken dat de groep beschikte over mobiele telefoons die pas enkele uren voor het schietincident in gebruik waren genomen en kort na het incident werden uitgeschakeld. De groep, onder wie de verdachte, stelde zich voor de woonwagen op. Wapens werden gereed gehouden. Iemand uit de groep probeerde de deur van de woonwagen te openen, klopte op de deur en schopte daar krachtig tegenaan. Tevergeefs. Direct daarop schoten verschillende leden van de groep op lichaamshoogte en van korte afstand op de verlichte ramen en de deur van de woonwagen, hetgeen resulteerde in 27 inslagen. Het slachtoffer werd door een van de kogels geraakt en overleed ten gevolge daarvan. Een andere persoon raakte gewond. De Hoge Raad oordeelde dat het hof uit deze feiten en omstandigheden heeft kunnen afleiden dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de dood van beide slachtoffers (een is bij een poging gebleven) en dat hij aan de bewezenverklaarde (poging) tot moord een zodanige intellectuele en materiële bijdrage van voldoende gewicht had geleverd dat van bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten kan worden gesproken. 24. Ik meen dat het hof uit de vastgestelde feiten en omstandigheden heeft kunnen afleiden dat de verdachte als medepleger een belangrijk aandeel had in de uitvoering van het moordplan, dat hij met voorbedachte raad heeft gehandeld en dat hij voorwaardelijk opzet had op zowel de dood van de vriendin van het slachtoffer als op de dood van hun dochtertje, een en ander zoals is bewezenverklaard. Het oordeel van het hof dat bij de uitvoering van dit plan de aanmerkelijke kans bestond dat ook overige inzittenden geraakt zouden worden door de kogels en dat de verdachte deze kans ook bewust heeft aanvaard, is naar mijn inzicht niet onbegrijpelijk en – ook in het licht van hetgeen de verdediging tet terechtzitting naar voren heeft gebracht – toereikend gemotiveerd. 25. Het middel faalt in alle onderdelen. V. Het tweede namens de verdachte voorgestelde middel en de bespreking daarvan Het middel 26. Het middel behelst de klacht dat het oordeel van het hof dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat ter uitvoering van het moordplan daartoe geschikte, van diefstal afkomstige en daardoor niet eenvoudig naar de verdachten te herleiden, voertuigen dienden te worden gebruikt en er bij de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van die voertuigen wetenschap moet hebben bestaan dat deze van misdrijf afkomstig waren, niet (zonder meer) begrijpelijk is. Het juridisch kader 27. Bij de beoordeling van het middel kan het volgende worden vooropgesteld. Art. 416, eerste lid aanhef en onder a, Sr bepaalt (onder meer) dat hij die een goed voorhanden heeft terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof, zich schuldig maakt aan opzetheling. Onder dit weten is mede begrepen de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat het goed door misdrijf is verkregen. In een eerdere conclusie merkte ik op dat uit (onder andere) HR 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:711, NJ 2019/175, m.nt. Wolswijk valt af te leiden dat de aan het bewijs van deze wetenschap te stellen eisen niet te zwaar worden aangezet. 28. Voor een bewezenverklaring van opzetheling is voorts vereist dat is vastgesteld dat de verdachte de hiervoor bedoelde wetenschap had “ten tijde van het voorhanden krijgen” van het door misdrijf verkregen goed. In vier uitspraken van 29 januari 2019 heeft de Hoge Raad de te stellen eisen aan het bewijs van deze wetenschap van de verdachte nader voor het voetlicht gebracht. In HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97, NJ 2019/310, m.nt. Rozemond stelt de Hoge Raad (in rov. 2.5.3) voorop dat uit de wetsgeschiedenis van art. 416, eerste lid, Sr volgt dat de wetgever met het opnemen van het bestanddeel “ten tijde van” onder meer het verwerven of voorhanden krijgen van het goed heeft willen bewerkstelligen dat in het geval dat iemand eerst na het verwerven of voorhanden krijgen wetenschap heeft verkregen van de herkomst uit misdrijf, hij niet strafbaar is ter zake van opzetheling. Bij de bewijsvoering ter zake van wetenschap van de herkomst uit misdrijf “ten tijde van” onder meer het voorhanden krijgen van een goed mag, aldus nog altijd de Hoge Raad in voormeld arrest uit 2019 (rov. 2.5.4), de rechter betrekken dat aanwijzingen ontbreken dat de wetenschap van de herkomst uit misdrijf eerst is ontstaan na het voorhanden krijgen van het goed. Beoordeling van het middel 29. In de onderhavige zaak heeft het hof onder het tussenkopje “4.4 Opzetheling feit 3” overwogen dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat ter uitvoering van het plan om de moordaanslag te plegen daartoe geschikte, van diefstal afkomstige en dus niet eenvoudig naar de verdachten te herleiden auto’s moesten worden gebruikt en dat derhalve bij de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van die voertuigen – de bedoelde Volkswagen Caddy (hierna: de Caddy) en Seat Leon (hierna: de Seat) – op 15 respectievelijk 29 juni 2016 wetenschap moet hebben bestaan dat deze voertuigen van misdrijf afkomstig waren. Daarbij acht het hof in het bijzonder van belang de significante rol die de verdachte op cruciale momenten bij de moordaanslag heeft vervuld. 30. Ten aanzien van de opzetheling van de Caddy heeft het hof, voor zover van belang voor het bewijs van opzetheling en de betrokkenheid van de verdachte daarbij, het volgende overwogen. De gestolen Caddy is op 14 of 15 juni 2016 in Rotterdam opgehaald en voorzien van de gestolen kentekenplaten naar [plaats] gebracht. Hierbij was onder meer de verdachte betrokken. De verdachte is door [medeverdachte 2] en [betrokkene 3] opgehaald in zijn woonplaats [plaats] . In Rotterdam is de verdachte in de gestolen Caddy gestapt en heeft hij deze naar [plaats] gereden. [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] reden in de Bora voor de verdachte uit. Vervolgens heeft het drietal de Caddy in [plaats] achtergelaten en hebben [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] de verdachte met de Bora naar [plaats] gebracht. Op 27 juni 2016 is de Bora rond 21:00 uur naar [plaats] gereden, is de verdachte opgehaald en is de Bora vervolgens in de richting van de A4 gereden. Van 27 op 28 juni 2016 rond middernacht is de Caddy geregistreerd, rijdend vanuit [plaats] naar [plaats] . Geregistreerd is de Caddy ook op 28 juni 2016 rond 00:26 uur en opnieuw rond 01:19 uur vlakbij de parkeergarage van het [pand] . De Bora was die nacht rond 02:00 uur [plaats] . 31. Met betrekking tot het bewijs van opzetheling van de Seat en de rol van de verdachte daarbij heeft het hof in dezelfde lijn overwogen. Het hof heeft vastgesteld dat de Seat in de periode van 20-21 juni 2016 in Rotterdam is gestolen en nadien is voorzien van duplicaat kentekenplaten. De gestolen Seat is op 28 juni 2016 in Rotterdam opgehaald door [medeverdachte 2] , [betrokkene 3] en de verdachte. De verdachte bestuurde de Seat en reed daarbij enkele minuten achter de Bora aan naar [plaats] . Volgens [betrokkene 3] wist de verdachte niet hoe hij moest rijden en reed [betrokkene 3] met [medeverdachte 2] in de Bora vóór hem uit om de weg te wijzen. Daarna reed de Bora door naar [plaats] . In de nacht van 7 oktober 2016 heeft de verdachte de Seat met [betrokkene 1] als bestuurder en [betrokkene 2] in de Vito naar een parkeerplaats aan de [o-straat] in [plaats] (aangeduid als PD2) gebracht. De Seat is daar achtergebleven en de verdachte is daarna in de Vito met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] naar [plaats] teruggereden. 32. De significante rol die de verdachte op cruciale momenten bij de moordaanslag heeft gehad, waar het hof op doelt, bestaat, zo maak ik op uit ’s hofs bewijsoverwegingen in het bestreden arrest en de voor het bewijs gebruikte bewijsmiddelen, met name uit de rol die de verdachte heeft gespeeld bij het verplaatsen van de auto’s, het verplaatsen van de Seat op de dag dat deze ‘koudgezet’ werd in Amsterdam, het aanwezig zijn bij verschillende ontmoetingen waarbij een groot aantal bij de aanslag betrokken personen aanwezig waren en de gedragingen van de verdachte ten tijde van de moordaanslag. Deze gedragingen op 8 oktober 2016 houden in dat de verdachte met de Caddy de schutters heeft vervoerd van [plaats] naar de parkeergarage het [pand] , hij de Caddy met de schutters de parkeergarage heeft ingereden, de schutters daar heeft achtergelaten en lopend naar de gereedstaande Seat is gegaan, waar hij vervolgens de instructie van één van de schutters geruime tijd heeft afgewacht en zich heeft schuilgehouden, hij na de moordaanslag de schutters, die een grote tas met zich voerden, in de Seat heeft vervoerd naar [plaats] waar de Seat een lekke band kreeg en de verdachte samen met de schutters is opgehaald door [betrokkene 1] en met hem naar diens woning is gegaan. In de gestrande Seat is een fles met benzine aangetroffen, hetgeen aanleiding geeft te veronderstellen dat de daders van plan waren deze auto achter te laten en in brand te steken. 33. Dat het hof op basis hiervan tot het oordeel komt dat de verdachte wist dat de Caddy en de Seat van misdrijf afkomstig waren, acht ik niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd. Daarbij heb ik in het bijzonder ook de inhoud van de volgende gedeelten van de bewijsmiddelen 64, 70 en 71 in aanmerking genomen: “64. Een proces-verbaal van bevindingen betreffende opgevraagde gegevens van telefoon en kentekens versie 6 juni 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-450 (onderzoek Mortel, rubriek 5 algemene bevindingen map 1, doorgenummerde pagina’s 0354-0365, 0370-0371, 0373-0377, 0379-0380, 0382-0383, 0391 - 0402). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant: […] Ophalen Volkswagen Caddy, met als betrokkenen [medeverdachte 2] , [betrokkene 3] en [verdachte] Op 15 juni 2016, omstreeks 03:00 uur, werd op de Hoge Morsweg te Leiden een Volkswagen Caddy, voorzien van het kenteken [kenteken 10], gestolen. Daarnaast zijn in de periode tussen 14 juni 2016 18:50 uur en 15 juni 2016.05:00 uur, op de Vaarnekamp in Rotterdam de kentekenplaten [kenteken 1] vanaf een Volkswagen Caddy gestolen. Rond de periode van deze diefstallen heeft de verbalisant het volgende bevonden: Op 15 juni 2016, onderscheidenlijk om 03:06 uur, 03:07 uur en 03:08 uur, is het kenteken [kenteken 10], behorende bij de gestolen Volkswagen Caddy (verder [kenteken 10] te noemen) geregistreerd door een ARS camera op de locatie N206 te Leiden. Dit betreft de route vanaf de locatie van diefstal naar de A4. Om 12:36 uur is de Volkswagen Bora (verder Bora te noemen), geregistreerd door een ARS camera op de locatie A22 te [plaats] . Om 12:36 uur wordt het telefoonnummer [telefoonnummer 12] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] , in gebruik bij [betrokkene 1] . Dit gesprek duurt 25 seconden. De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [x-plein 1] te [plaats] . Deze Cell-ID bevindt zich in de directe nabijheid van het verblijfadres van [medeverdachte 2] , de [c-straat 1] te [plaats] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [y-plein 1] te [plaats] . Deze Cell-ID bevindt zich in de nabijheid van de verblijfplaats van [betrokkene 1] . Om 13:41 uur wordt de telefoon van [betrokkene 3] gebruikt voor internet verkeer (GPRS_WAP). De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Jean Monnetstraat te Heemskerk. Deze Cell-ID bevindt zich in de nabijheid van de route die met de Bora is afgelegd. Tussen 13:51 uur en 13:56 uur wordt de Bora geregistreerd door ARS camera’s, achtereenvolgens op de locaties N8 te Krommenie, N246 / A8 te Assendelft en de A8 te Assendelft. Om 14:04 uur wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera op de locatie Nieuwe Leeuwarderweg te Amsterdam. Om 14:18 uur wordt met het telefoonnummer [telefoonnummer 7] , in gebruik bij [betrokkene 3] (verder [betrokkene 3] te noemen), gebeld naar [betrokkene 1] . Dit betreft een gesprek van 13 seconden. Tijdens dit gesprek maakte de telefoon van [betrokkene 3] gebruik van de Cell-ID op het adres Statenjachtstraat 180 in Amsterdam. Deze locatie bevindt zich in de buurt van genoemde ARS camera. De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Hoofdweg 495 te Amsterdam. Om 15:34 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 15] , op naam van [betrokkene 19] . Dit gesprek duurt 515 seconden. De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Kerkstraat 59 te Hoogmade. Deze Cell-ID bevindt zich in de nabijheid van de Rijksweg A4 richting Den Haag . Om 15:47 uur wordt de Bora op de camera van ARS op de N44 te Den Haag geregistreerd. Om 16:11 uur belt [betrokkene 3] naar het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij verdachte [verdachte] en verder [verdachte] te noemen. Dit gesprek duurt 23 seconden. De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Natalstraat 20 te Den Haag . De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID aan de [z-straat 1] te [plaats] . Deze Cell-ID bevindt zich in de directe nabijheid van de woning van [verdachte] , aan de [a-straat 1] te [plaats] . Om 16:52 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 14] , op naam van zijn vriendin [betrokkene 8] . Dit gesprek duurt 129 seconden. De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan eveneens gebruik van de Cell-ID op het adres [z-straat 1] in [plaats] . Tussen 19:43 uur en 23:29 uur wordt [verdachte] tien maal gebeld door het telefoonnummer in gebruik bij zijn vriendin [betrokkene 7] . Al deze oproepen worden meteen doorgeschakeld naar de voicemail centrale en tevens zijn geen Cell-ID's zichtbaar. Kennelijk heeft [verdachte] zijn telefoon in deze periode uitgezet. Pas op 16 juni 2016, om 14:11 uur, heeft [verdachte] een inkomend gesprek van 109 seconden en zijn telefoon maakt dan weer gebruik van de Cell-ID op het adres [z-straat 1] te [plaats] . Om 17:47 uur wordt de Bora geregistreerd door de ARS camera op de N211 / N464 in Wateringen. Om 17:50 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 16] , op naam van [betrokkene 20] . Dit gesprek duurt 127 seconden. De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Klopperman 1 te Wateringen. Deze Cell-ID bevindt zich in de nabijheid van de N211 en de A4. Om 19:12 uur belt [betrokkene 3] met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 17] , op naam van [betrokkene 21] , [aa-straat 1] te [plaats] . Dit gesprek duurt 27 seconden. De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Heiman Dullaertplein 3 te Rotterdam. Om 19:55 uur belt [betrokkene 3] met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 18] , op naam van [D] NV, [ab-straat 1] te [plaats] . Dit gesprek duurt 69 seconden. De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Keileweg 18 in Rotterdam. Om 19:56 uur maakt [betrokkene 3] gebruik van internet waarbij eveneens gebruik wordt gemaakt van de Cell-ID op het adres Keileweg 18 te Rotterdam. Om 20:07 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie achtereenvolgens gebruik van de Cell-ID's op de adressen Puntegaalstraat 5 en Sint Janshaven 1 te Rotterdam. Om 20:09 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Zuidplein 206 te Rotterdam. Hieruit blijkt dat [betrokkene 3] tussen 19:12 uur en 20:09 uur in Rotterdam was. Om 20:55 uur ontvangt [betrokkene 1] een sms bericht van de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] , op naam van [betrokkene 22] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres IJdoornlaan te Amsterdam. Om 21:21 uur wordt het kenteken [kenteken 1] , (verder de Caddy te noemen), geregistreerd door de camera van Vialis op de locatie Vaanweg te Rotterdam. Om 21:29 uur wordt de Caddy geregistreerd door een ANPR camera op de locatie A4, Benelux tunnel te Rotterdam. Om 21.30 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Burgemeester A. van Walsumlaan 391 te Vlaardingen, nabij de A4 te Vlaardingen. Om 21:31 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Korpershoek 3 te Schipluiden. Ook deze Cell-ID bevindt zich nabij de A4. Om 21:53 uur ontvangt [betrokkene 1] een sms bericht van de voicemail centrale. Zijn telefoon maakt dan nog gebruik van de Cell-ID op het adres IJdoornlaan te Amsterdam. Om 21:55 uur wordt de Caddy opnieuw geregistreerd door een ANPR camera op de locatie A4 links, hectometerpaal 21.9 te Nieuwe-Wetering. Om 22:09 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Coenhavenweg 22, nabij de AIO te Amsterdam. Om 22:18 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 20] , op naam van zijn vriendin [betrokkene 12] . [betrokkene 1] beantwoordt de oproep niet en wordt meteen doorgeschakeld naar de voicemail. Tevens is geen Cell-ID bekend. Kennelijk heeft [betrokkene 1] zijn telefoon uit gezet. Om 22:42 uur wordt de Caddy geregistreerd door de Vialis camera op de afrit Nieuwe Leeuwarderweg naar AIO Noord te Amsterdam. Om 22:53 uur worden zowel de Caddy als de Bora geregistreerd door de ARS camera op de N203 in [plaats] . Om 22:55 uur wordt de Caddy geregistreerd op de locatie N8 [plaats] . Om 22:57 uur worden wederom de Caddy en de Bora geregistreerd op de locatie N8 Krommenie en om 22:59 uur worden de Caddy en de Bora geregistreerd op de locatie N205 / A9 in Uitgeest. Hieruit blijkt dat de Caddy en de Bora gezamenlijk vanaf de N203 naar de oprit van de A9 rijden, in de richting van Alkmaar . Om 23:00 uur wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera van op de A9 te Uitgeest, gaande in de richting van Alkmaar . Om 23:54 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door zijn vriendin en ook dan staat zijn telefoon uit. Om 23:27 uur wordt de Bora geregistreerd door ARS camera’s op de locaties N9 / A9 te Alkmaar en op de A9 te Alkmaar richting Beverwijk . Om 23:37 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Gaasterland 2 te Beverwijk . Deze Cell-ID bevindt zich nabij de A9. Om 23:38 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Meubelmakerstraat 27 te Velserbroek, nabij de A9. Om 23:54 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Floraweg 1 te Roelofarendsveen, nabij de A4. Op 16 juni 2016, om 00:04 uur wordt de Bora geregistreerd op de locatie A4 in de richting van Den Haag . Om 00:40 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres A4 ter hoogte van de Kniplaan Leidschendam. Deze Cell-ID bevindt zich nabij de A4. Om 00:45 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door zijn vriendin [betrokkene 8] met het telefoonnummer [telefoonnummer 14] . Dit gesprek duurt 73 seconden. De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op de locatie Bospolder te Leiderdorp, nabij de A4. Om 00:57 uur wordt de Bora door een ARS camera geregistreerd op de N196 van [plaats] naar [plaats] . Dit betreft een route in de richting van de woning van [betrokkene 1] . Om 01:24 uur, 01:25 uur en 01:27 uur wordt de Bora door ARS camera’s geregistreerd op de N196 van [plaats] naar [plaats] . Om 01:28 uur wordt de Bora door een ARS camera geregistreerd op de N201 ter hoogte van de [r-straat] te [plaats] . Om 01:34 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Antareslaan 1 te Hoofddorp , in de nabijheid van de NI96 en de N201. […] Verplaatsing Seat Leon Op 13 juli 2016 om 00:22 uur belt [betrokkene 3] 344 seconden met [medeverdachte 2] . De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [ac-straat 1] te [plaats] , in de nabijheid van zijn woning aan de [j-straat] te [plaats] . De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [ad-straat 1] te [plaats] , die in de nabijheid staat van het verblijfadres van [medeverdachte 2] te [plaats] . Tussen 02:10 uur en 02:32 uur, wordt de Leon door ViaIis en ARS camera’s geregistreerd op de onderscheidenlijke locaties: afrit Nieuwe Leeuwarderweg in de richting van de AIO Amsterdam, N8 / A8 Assendelft, N246 Wormerveer , N246 MarkenBinnen, N244 / N246 West-Graftdijk, N244 Akersloot, N244 Alkmaar en N242 Alkmaar . Om 04:04 uur heeft [betrokkene 4] een internetsessie waarbij zijn telefoon gebruik maakt van de Cell-ID op het adres [ae-straat 1] te [plaats] , vlakbij zijn woning. Om 04:05 uur belt [betrokkene 4] met zijn vriendin op het telefoonnummer [telefoonnummer 21] . Deze oproep wordt niet beantwoord. De telefoon van [betrokkene 4] maakt dan weer gebruik van de Cell-ID op het adres [ae-straat 1] in [plaats] . Tijdens deze verplaatsingen zijn geen telefoonbewegingen te zien. Voorafgaande aan deze verplaatsing belt [betrokkene 3] om 00:22 uur gedurende 345 seconden met [medeverdachte 2] . De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Bilderdijkkade 576 te Amsterdam. Na de verplaatsing is het eerste belbeweging van [betrokkene 4] als hij om 04:05 uur belt met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 21] , in gebruik bij zijn vriendin. Dit gesprek duurt 0 seconden en is kennelijk niet tot stand gekomen. De telefoon van [betrokkene 4] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [ae-straat 1] in [plaats] . Om 11:31 uur belt [verdachte] 22 seconden met [betrokkene 3] . De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [af-straat 1] [plaats] . De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [ag-straat 1] [plaats] . Om 12:16 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door een onbekende gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 22] . Dit gesprek wordt door [betrokkene 1] niet beantwoord en duurt 0 seconden. Tijdens dit gesprek maakt de telefoon van [betrokkene 1] gebruik van de Cell-ID aan de [ag-straat 1] in [plaats] De Cell-ID's [af-straat 1] en [ag-straat 1] bevinden zich in elkaars nabijheid. De Cell-1D op het adres [ag-straat 1] in [plaats] bevindt zich in de directe nabijheid van het verblijfadres van [betrokkene 1] : de [h-straat 1] te [plaats] . Plaatsen Seat Leon; betrokkenen [verdachte] en [medeverdachte 2] Op 6 oktober 2016, om 13:35 uur, wordt de door [betrokkene 1] gehuurde Volkswagen Passat, voorzien van het kenteken [kenteken 8] (verder Passat te noemen), geregistreerd door een ARS camera op de locatie N-196 Aalsmeer , richting Hoofddorp . Om 13:45 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 23] . Zijn telefoon maakt dan gebruik van de Cell-1D op het adres Saturnusstraat 30 te Hoofddorp . Tussen 13:49 uur en 14:01 uur heeft de telefoon van zijn vriendin [betrokkene 12] belbewegingen en internetsessies en maakt de telefoon gebruik van de Cell-ID op het adres [ag-straat 1] [plaats] , in de nabijheid van haar woning te [plaats] . Om 14:56 uur belt [betrokkene 4] 85 seconden met [betrokkene 1] . De telefoon van [betrokkene 4] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Prins [ah-straat] [plaats] , in de nabijheid van zijn woning. De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID aan de [ai-straat 1] [plaats] ; in de nabijheid van het GBA adres van [betrokkene 1] , de [ai-straat 2] . Deze Cell-ID bevindt zich in de nabijheid van het filiaal van [C] Autoverhuur, aan de [aj-straat] Amsterdam, waar later de Vito wordt gehuurd. Om 15:53 uur belt [betrokkene 1] gedurende 68 seconden niet [betrokkene 2] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan nog steeds gebruik van de Cell-ID op het adres [ai-straat 1] [plaats] . De telefoon van [betrokkene 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [ak-straat 1] in [plaats] , in de nabijheid van zijn woning. Om 16:10 uur belt [betrokkene 1] met [medeverdachte 2] . Dit gesprek duurt 0 seconden en wordt kennelijk niet beantwoord. Op de verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 24] is deze oproep niet geregistreerd en lijkt [medeverdachte 2] zijn telefoon uit te hebben staan. Om 16:17 uur vertrekt de door [betrokkene 1] gehuurde Mercedes Vito, met kenteken [kenteken 7] , (nader de Vito te noemen), vanaf de [aj-straat] Amsterdam, waar een filiaal van [C] autoverhuur is gevestigd en waarvan bekend is dat [betrokkene 1] daar auto's huurt. Om 16:23 uur belt [betrokkene 1] 67 seconden met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 25] op naam van [betrokkene 23] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Hoofdweg 495 Amsterdam, in de nabijheid van de [aj-straat] te Amsterdam. Om 16:31 uur wordt de Vito geregistreerd door een ARS camera op de A10 / Nieuwe Leeuwarderweg te Amsterdam. Om 16:36 uur wordt de Vito geparkeerd op de Motorkade te Amsterdam Noord , ter hoogte van perceel nummer 7. Om 16:40 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door [betrokkene 3] . [betrokkene 1] beantwoordt het gesprek niet aangezien het 0 seconden duurt. De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Motorwal 20 te Amsterdam, in de nabijheid van de Motorkade Amsterdam, waar de Vito is geparkeerd. Om 16:43 uur vertrekt de Vito vanaf de Motorkade te Amsterdam. Om 16:45 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] , op naam van [betrokkene 22] . [betrokkene 1] beantwoordt dit gesprek niet aangezien het gesprek 0 seconden duurt. Zijn telefoon maakt op dat moment gebruik van de Cell-ID op het adres Motorwal 20 Amsterdam. Om 16:57 uur wordt de Vito geparkeerd op de Zesde Vogelstraat ter hoogte van perceel 60 in Amsterdam. Om 17:08 uur maakt [betrokkene 3] tijdens een internetsessie waarbij zijn telefoon gebruikmaakt van de Cell-ID aan de Hilversumstraat 104 Amsterdam. Om 17:09 uur belt [betrokkene 1] 65 seconden met [medeverdachte 2] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Motorwal 20 Amsterdam. De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Hilversumstraat 316 Amsterdam. Om 17:17 uur vertrekt de Vito vanaf de Zesde Vogelstraat Amsterdam om vervolgens om 17:21 uur opnieuw te parkeren op de Motorwal ter hoogte van perceel nummer 7. Om 17:23 uur wordt [betrokkene 1] gedurende 42 seconden gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] , op naam van [betrokkene 22] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan weer gebruik van de Cell-ID op het adres Motorwal 20 te Amsterdam. Om 17:42 uur vertrekt de Vito weer vanaf de Motorwal. Om 17:54 uur komt de Vito aan op de [al-straat] [plaats] , in de directe nabijheid van de woning van [betrokkene 2] . Om 18:15 uur vertrekt de Vito vanaf de [al-straat] en om diezelfde tijd belt [betrokkene 1] 18 seconden met [medeverdachte 2] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [am-straat] te [plaats] , in de nabijheid van de [al-straat] . De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres P. Lieftinckweg 6 Zaandam. Om 18:23 uur wordt [medeverdachte 2] 81 seconden gebeld door zijn vriendin [betrokkene 8] . Zijn telefoon maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Grondzeiler 1 te Amsterdam. Om 18:35 uur rijdt de Vito op de A5 in Amsterdam in de richting van de A9. Om 18:45 uur heeft [betrokkene 3] een internetsessie en maakt zijn telefoon gebruik van de Cell-ID op het adres Crabschuytstraat 2 Amsterdam. Diezelfde tijd wordt [betrokkene 1] gedurende 117 seconden gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 26] , op naam van [betrokkene 24] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Aalsmeerderweg 543 te Rozenburg. Om 18:48 uur wordt de Vito geregistreerd door een ARS camera op de NI96 in Aalsmeer in de richting van Aalsmeer . Om 18:51 uur wordt de Vito geparkeerd op de parkeerplaats aan de [an-straat] [plaats] , wat in de directe nabijheid is van het verblijfadres van [betrokkene 1] . Om 19:07 uur wordt [betrokkene 1] 20 seconden gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] , op naam van [betrokkene 22] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-lD op het adres [ag-straat 1] in [plaats] . Om 19:36 uur belt [medeverdachte 2] 58 seconden met [verdachte] . De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Venneperweg 144 te Nieuw-Vennep. Om 19:39 uur wordt [medeverdachte 2] 154 seconden gebeld door zijn vriendin met het telefoonnummer [telefoonnummer 14] . De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Regenboogweg 35 Nieuwe-Wetering, in de nabijheid van de A4. Om 19:47 uur wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera op de N206/ A4 Zoeterwoude. Om 19:57 uur belt [medeverdachte 2] 119 seconden met [verdachte] . De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Europaweg 121 te Zoetermeer . De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres De C. Rebecquestraat 55 te Den Haag . Om 20:12 uur belt [medeverdachte 2] gedurende 879 seconden met de onbekende gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 27] . De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Hoevenbos 2 Zoetermeer . Om 20:24 uur wordt [verdachte] 31 seconden gebeld door zijn vriendin met het telefoonnummer [telefoonnummer 28] . De telefoon van [verdachte] maakt dan eveneens gebruik van de Cell-ID op het adres Hoevenbos 2 Zoetermeer , in de nabijheid van het NS station Zoetermeer . Om 20:29 uur vertrekt de Vito vanaf de parkeerplaats aan de [an-straat] in [plaats] . Om 20:33 uur wordt de Vito geregistreerd door een ARS camera op de N196 in de richting van Hoofddorp te Aalsmeer . Om 20:49 uur rijdt de Vito in noordelijke richting op de A9 ter hoogte van Heemskerk en om 20:59 uur wordt de Vito geparkeerd op de [ao-straat] in [plaats] ter hoogte van de hoofdingang van het flatgebouw aan de [l-straat] in [plaats] waar de woning van [betrokkene 4] op nummer [001] toe behoort. Dit is ook in de directe nabijheid van de op naam van de vriendin van [betrokkene 4] gehuurde garagebox aan de [ap-straat 1] in [plaats] en in de nabijheid van de eveneens op naam van die vriendin gehuurde garagebox op de [aq-straat 1] in [plaats] , waar op 2 december 2016 een gestolen Volkswagen Golf werd aangetroffen. Rondom de tijdstippen van deze bewegingen van de Vito heeft [betrokkene 1] geen belbewegingen of internetsessies. Om 21:46 uur heeft [betrokkene 4] een internetsessie waarbij zijn telefoon gebruik maakt van de Cell-ID op de Prins Alexanderstraat te Alkmaar . Om 21:42 uur belt [medeverdachte 2] 87 seconden met zijn vriendin. De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Kerkplein 1 te Beverwijk . Om 22:38 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door zijn vriendin met het telefoonnummer [telefoonnummer 14] . Dit gesprek wordt doorgeschakeld naar de voicemail centrale. De historische verkeersgegevens geven voor dit gesprek geen Cell-ID, hetgeen erop kan duiden dat de telefoon van [medeverdachte 2] op dat moment uitgeschakeld was. Om 22:41 uur wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera van op de N9 in Alkmaar . Om 23.30 uur wordt de Bora geregistreerd op de locatie N9/A9 in Alkmaar . Om 23.31 uur wordt de Leon geregistreerd door een camera op de locatie N9/A9, dat is het knooppunt Kooimeer in Alkmaar . Om 23:32 uur wordt de Leon geregistreerd door de camera op de locatie A9 te Alkmaar , gaande in de richting van Haarlem. Om 23:33 uur vertrekt de Vito vanaf de parkeerplaats aan de zijde van de [ao-straat] in [plaats] . Om 23:36 uur wordt de Vito geregistreerd door een ARS camera op de N242 in Alkmaar , komende vanaf de richting van het knooppunt Kooimeer Alkmaar . Tussen 23:38 uur en 23:50 uur wordt de Vito geregistreerd door diverse ARS camera’s achtereenvolgens op de locaties N244 en N246 in de richting van de A8 Westzaan. Om 23:50 uur wordt de Vito geregistreerd door een ARS camera op de locatie A8 richting Amsterdam te Westzaan. De Bora, de Leon en de Vito vertrekken allen rond 23:30 uur vanuit [plaats] . Om 23:51 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID Kinkerstraat 177 Amsterdam. Op datzelfde tijdstip wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera van pp de N208 Velserbroek. Om onderscheidenlijk 23:53 uur, 23:58 uur en 00:00 uur op locaties op de N208 Haarlem. Om 23:59 uur wordt de Vito geparkeerd op de [al-straat] ter hoogte van de [i-straat] in [plaats] , nabij de woning van [betrokkene 2] . Op 7 oktober 2016 om 00:05 uur wordt de Bora door een ARS camera geregistreerd op de N201 Heemstede en om 00:07 uur op de N201 in Cruqius. Om 00:08 uur vertrekt de Vito vanaf de [al-straat] en rijdt om 00:28 uur op de N201 ter hoogte van de Waterwolf in de richting van de Hoofdweg in Hoofddorp . Om 00:31 uur wordt de Vito geparkeerd op de parkeerplaats van de [ar-straat] in [plaats] , in de directe nabijheid van de woning van de moeder van [betrokkene 1] en [medeverdachte 2] , de [ar-straat 1] . Op 7 oktober 2016 tussen 00:36 uur en 01:50 uur heeft de Vito blijkens de gevorderde Track en Trace gegevens geen GPS-bereik. Uit de verstrekte Track en Trace gegevens blijkt wel, dat de momenten waarop het contact aan gaat (Autostart), het contact uit gaat (Autostop), het voertuig onderweg is (Auto) en het voertuig stil staat (Autolow) wel zijn geregistreerd zonder GPS-locatie en snelheid. Hieruit blijkt dat het contact om 00:36 uur aan gaat, dat het voertuig om 00:52 uur onderweg is en dat het contact om 00:56 uur uit gaat en stil staat. Vervolgens gaat het contact om 01:26 uur weer aan. Om 01:26 uur en 01:46 uur is het voertuig onderweg (geen GPS-locatie en snelheid geregistreerd). Om 00:36 uur wordt de Vito gestart en vertrekt vanaf de parkeerplaats aan de [ar-straat] in [plaats] . Om 00:44 uur, 00:45 uur en 00:46 uur wordt de Vito geregistreerd door drie camera’s pp de onderscheidenlijke locaties N205 Cruqius, N205 Vijfhuizen en de N205 in de richting van de A9 Haarlem. Om 00:50 uur, 00:52 uur en 00:53 uur wordt de Leon geregistreerd door exact dezelfde ARS camera’s op de locatie N205. Dit is tevens in de nabijheid van de locatie waar de Bora om 00:07 uur het laatst werd geregistreerd. Opvallend is dat de Vito op 8 oktober 2016 om 18:00 uur rond het tijdstip dat de Leon na de liquidatie op de [t-straat] in [plaats] (Plaats Delict 3) wordt achtergelaten, geregistreerd wordt op de parkeerplaats van het Haarlemmermeer Bos aan de Paviljoenlaan in Hoofddorp . Dit is in de directe nabijheid van de N205 en de N201. Om 00:52 uur registreert de Vito dat deze onderweg is. Door het ontbreken van de GPS gegevens is niet bekend waar de Vito dan rijdt. Om 00:54 uur wordt de Leon door ARS camera’s geregistreerd op de locatie N205 / A9 Haarlem, om 00:56 uur en 00:57 uur op de locaties N200 Halfweg. Om 00:56 uur registreert de Vito dat de motor van de auto wordt uitgezet. Om 01:01 uur wordt de Leon geregistreerd door een Vialis camera op de locatie Haarlemmerweg, 50 meter na de Burgemeester De Vlugtlaan te Amsterdam. Om 01:01 uur wordt de Leon ook geregistreerd door een ARS camera op de locatie T9200/ Seineweg Amsterdam. Om 01:02 uur op de locatie N200 / Radarweg Amsterdam en om 01:02 uur op de locatie N200 / Kimpoweg Amsterdam1. Tussen 00:56 uur en 01:26 uur registreert de Vito dat deze stil staat. Om 01:26 uur wordt geregistreerd dat het contact weer wordt aangezet en om 01:46 uur onderweg is. Om 01:50 uur rijdt de Vito op Tijnmuiden ter hoogte van perceel 48c in Amsterdam. Om 01:46 uur vertrekt de Vito vanaf de parkeerplaats van de [ar-straat] en rijdt om 01:50 uur op Tijnmuiden ter hoogte van perceel 48c. Om 02:02 uur wordt de Vito geparkeerd op de parkeerplaats op de [as-straat] , ter hoogte van de [at-straat] , in de nabijheid van de woning van [betrokkene 2] . Om 02:14 uur vertrekt de Vito vanaf de parkeerplaats aan de [as-straat] en is om 02:34 uur bij McDonalds aan de NI96 te Hoofddorp . Om 02:44 uur wordt de Vito geparkeerd op de parkeerplaats achter de [au-straat] in [plaats] , in de nabijheid van de woning van de moeder van [betrokkene 1] en [medeverdachte 2] aan de [ar-straat 1] . Blijkens de GPS gegevens van de Vito zou deze tussen 00:31 uur en 01:46 uur geparkeerd hebben gestaan op de [ar-straat] in [plaats] . Blijkens ARS werd de Vito tussen 00:44 uur en 00:46 uur geregistreerd op de N205 waarbij deze vóór de Leon uit reed. Tussen 00:31 uur en 01:46 uur worden er geen GPS gegevens geregistreerd van de Vito maar wel de momenten van in- en uitschakelen van het contact. Om 03:04 uur vertrekt de Vito vanaf de parkeerplaats achter de [au-straat] in [plaats] . Om 03:10 uur wordt de Vito geregistreerd door twee ARS camera’s op de NI 96 richting [plaats] . Om 03:13 uur wordt de Vito geparkeerd op de [h-straat] in [plaats] , het woonadres van [betrokkene 1] . Om 03:11 uur en 03:13 uur wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera op de locatie N205 Vijfhuizen. Om 03:15 uur wordt de Bora geregistreerd op de locatie N205 Haarlem. Om 04:29 uur heeft [medeverdachte 2] een internetsessie en maakt zijn telefoon gebruik van de Cell-ID op het adres [x-plein 1] in [plaats] , in de nabijheid van zijn woning. Om 06:35 uur wordt [verdachte] 24 seconden gebeld door een onbekende gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 29] . De telefoon van [verdachte] maakt dan eveneens gebruik van de Cell-ID op het adres [x-plein 1] in [plaats] . Om 15:56 uur schrijven wordt parkeercontroleurs een naheffing voor de Passat uit op de [aj-straat] in Amsterdam, waar tevens het verhuurbedrijf van de Vito is gevestigd. Om 03:45 uur zien agenten van de eenheid Noord-Holland op de Plesmanweg in Beverwijk de Bora rijden. Kort daarna zien zij de Bora weer op de Bergerslaan in Beverwijk . Als de inzittenden uitstappen worden zij staande gehouden en naar hun identiteit gevraagd. [medeverdachte 2] legitimeert zich en [verdachte] geeft de identiteit van zijn broer op. Als de agenten op het bureau de politiefoto van [verdachte] bekijken herkennen zij de verdachte [verdachte] als de ene inzittende. Om 06:35 uur wordt [verdachte] 24 seconden gebeld door de onbekende gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 29] . De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Kerkplein 1 in Beverwijk . […] 70. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 30 maart 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-839 en T-020 (onderzoek Mortel, persoonsdossier 4, rubriek 3, doorgenummerde pagina’s 054-056). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 maart 2017 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte [betrokkene 3]: (over het ophalen van de gestolen auto 's uit Rotterdam, opmerking hof: [verdachte] is de verdachte [verdachte] , [medeverdachte 2] is [medeverdachte 2] ) De precieze datums ga ik niet weten. Dat hebben jullie vast uitgezocht. Maar wat ik nog weet is dat ik werd gebeld door [medeverdachte 2] , die vroeg of ik wat wou verdienen. Hij zei: je hoeft alleen met [verdachte] en met [medeverdachte 2] naar Rotterdam te rijden. Toen heeft [medeverdachte 2] me opgehaald in de Bora en we zijn [verdachte] gereden, [plaats] . Daar hebben we [verdachte] op gehaald en we zijn doorgereden naar Rotterdam. V: Weet je de datum en tijdstip nog? A: Datum niet. Het is in de avond geweest, ik denk om een uurtje of 10. V: Jullie reden naar Rotterdam en toen? A: [medeverdachte 2] en [verdachte] hadden een afspraak. Daar zijn we naar toe gereden. In een winkelstraat in Rotterdam. Ik moest daar blijven staan op een parkeerplaats. Zij zijn uitgestapt; ze zijn gaan lopen en [verdachte] kwam niet meer terug. [medeverdachte 2] wel. Ik vroeg waar [verdachte] was. [medeverdachte 2] zei toen dat we gewoon konden wegrijden. We hoefden niet op [verdachte] te wachten. We reden richting Schiphol. Voorbij Schiphol zei [medeverdachte 2] dat we naar (Amsterdam) Noord moesten rijden, naar McDonalds. Daar hebben we gewacht op [verdachte] . [verdachte] reed toen in een zilveren combo. Ik weet het merk niet precies maar

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.