12 to the Convention (Updated on 29 February 2024), onder 20 en 21, met verwijzing naar rechtspraak van het EHRM. Zie voor een en ander de hiervoor genoemde Guide on Article 14 of the European
12 to the Convention, onder 54-55, met verwijzing naar diverse uitspraken. Zie voor e.e.a. Guide on Article 14 of the European
12 to the Convention, onder 76-79, met vermelding van diverse uitspraken. Guide on Article 14 of the European
12 to the Convention, onder 35-38, met vermelding van diverse uitspraken, waaronder de uitspraken die het hof in deze zaak aanhaalt in voetnoten 7 en 8 van zijn arrest. Vgl. EHRM 4 mei 2001, no. 24746/94 (Hugh Jordan v. the United Kingdom), par. 154, en EHRM 6 januari 2005, nr. 58641/00 (Hoogendijk t. Nederland). Vgl. voorts meer algemeen de Guide on Article 14 of the European
12 to the Convention, onder 80 en 82 (het EHRM legt bij de toepassing van art. 14 EVRM de bewijslast bij de partij die zich beroept op de gevolgen van het desbetreffende feit; bij indirecte discriminatie is dat degene die aanvoert dat van die discriminatie sprake is). Zie daarover de Guide on Article 14 of the European
12 to the Convention, onder 44-47, met vermelding van diverse uitspraken, waaronder de uitspraken die hierna in voetnoten 31-34 worden aangehaald en een van de twee uitspraken die het hof in deze zaak aanhaalt in voetnoot 13 van zijn arrest. EHRM 29 januari 2013, nr. 11146/11 (Horváth en Kiss t. Hongarije) en EHRM 13 december 2022, nr. 11811/20 en 13550/20 (Elmazova e.a. t. Noord-Macedonië). EHRM 11 maart 2014, nr. 26827/08 (Abdu t. Bulgarije), par.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.