← Nederland

ECLI:NL:PHR:2024:1074

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/04864 Zitting 18 oktober 2024 CONCLUSIE G. Snijders In de zaak 1. Stichting Bureau Clara Wichmann 2. Stichting DeGoedeZaak 3. de verenigin

Article 1of Protocol No.

12 to the Convention (Updated on 29 February 2024), onder 20 en 21, met verwijzing naar rechtspraak van het EHRM. Zie voor een en ander de hiervoor genoemde Guide on Article 14 of the European

Article 1of Protocol No.

12 to the Convention, onder 54-55, met verwijzing naar diverse uitspraken. Zie voor e.e.a. Guide on Article 14 of the European

Article 1of Protocol No.

12 to the Convention, onder 76-79, met vermelding van diverse uitspraken. Guide on Article 14 of the European

Article 1of Protocol No.

12 to the Convention, onder 35-38, met vermelding van diverse uitspraken, waaronder de uitspraken die het hof in deze zaak aanhaalt in voetnoten 7 en 8 van zijn arrest. Vgl. EHRM 4 mei 2001, no. 24746/94 (Hugh Jordan v. the United Kingdom), par. 154, en EHRM 6 januari 2005, nr. 58641/00 (Hoogendijk t. Nederland). Vgl. voorts meer algemeen de Guide on Article 14 of the European

Article 1of Protocol No.

12 to the Convention, onder 80 en 82 (het EHRM legt bij de toepassing van art. 14 EVRM de bewijslast bij de partij die zich beroept op de gevolgen van het desbetreffende feit; bij indirecte discriminatie is dat degene die aanvoert dat van die discriminatie sprake is). Zie daarover de Guide on Article 14 of the European

Article 1of Protocol No.

12 to the Convention, onder 44-47, met vermelding van diverse uitspraken, waaronder de uitspraken die hierna in voetnoten 31-34 worden aangehaald en een van de twee uitspraken die het hof in deze zaak aanhaalt in voetnoot 13 van zijn arrest. EHRM 29 januari 2013, nr. 11146/11 (Horváth en Kiss t. Hongarije) en EHRM 13 december 2022, nr. 11811/20 en 13550/20 (Elmazova e.a. t. Noord-Macedonië). EHRM 11 maart 2014, nr. 26827/08 (Abdu t. Bulgarije), par.

  1. EHRM 23 februari 2016, nr. 51500/08 (Çam t. Turkije). EHRM 21 oktober 2021, nrs. 24919/16 en 28658/16 (Selygenenko e.a. t. Oekraïne). Explanatory Report to the Protocol No. 12 to the Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms, onder 24-28, door het hof aangehaald in rov. 6.
  2. In Nederland worden dit soort gevallen deels bestreken door de Algemene wet gelijke behandeling. Zie in deze zin ook J. Vande Lanotte en Y. Haeck, Handboek EVRM. Deel 2 – Artikelsgewijze commentaar, Antwerpen: Intersentia 2004, p.
  3. Conclusie van antwoord van de Staat in eerste aanleg onder 3.6, met verwijzing naar Kamerstukken II, 2010/11, 32500-XVI, nr. 2, p.
  4. Dergelijke klachten zijn niet nodig. De Hoge Raad behoeft ze (dan) ook niet te behandelen. Zie mijn conclusie in de zaak 21/04365, ECLI:NL:PHR:2022:842, onder 3.22, met verdere verwijzingen. Zie voor een en ander de schriftelijke toelichting van de Staat onder
  5. Vgl. Asser Procesrecht/Korthals Altes & Groen 7 2015/238.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.