PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer22/03867 Zitting 10 december 2024 CONCLUSIE V.M.A. Sinnige In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, hierna: de verdachte 1. De verdachte is bij arrest van 12 oktober 2022 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod terwijl het feit telkens betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. 2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld. 3. Het middel bevat klachten inzake de afwijzing van een getuigenverzoek. Nu het hof processen-verbaal van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] voor het bewijs heeft gebezigd, is de afwijzing van dat verzoek volgens de steller van het middel onvoldoende met redenen omkleed. Voordat ik het middel bespreek, geef ik de bewezenverklaring en relevante delen van de bewijsvoering weer, alsmede delen van het procesverloop. Bewezenverklaring, bewijsvoering en procesverloop 4. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat: ‘hij op 4 februari 2019 te Etten-Leur, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1795 kilo hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, en ongeveer 519 kilo hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 11.’ 5. De bewezenverklaring steunt op de volgende Promis-bewijsvoering (met overneming onder vernummering van een aantal voetnoten): ‘Bewijsmiddelen (…) Situatie in loods Op 4 februari 2019 omstreeks 15:15 uur werd het bedrijfspand gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] binnengetreden. In het pand werd verdachte aangetroffen en aangehouden. [verbalisant 3] zag bij het binnentreden dat er diverse kisten omver lagen waaruit knoflookbollen afkomstig waren. Op de knoflook die op de grond lag, lagen grote gripzakken met daarin waarschijnlijk hennep. Hij herkende dit ambtshalve aan de kleur en aan de wijze waarop dit verpakt was. Voorts zag [verbalisant 3] dat er diverse zakken met daarin dierenvoeding gemerkt waren met een zwart kruis. Deze zakken waren al geopend en in de directe omgeving van deze zakken lag een doorzichtige gripzak met daarin henneptoppen. Er lagen zeker een twintigtal zakken met daarin vermoedelijk 1 kg aan henneptoppen verspreid over de vloer in de loods. Op 4 en 5 februari 2019 vond er vervolgens een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in het pand. Aan de doorzoeking namen onder andere verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 1] en [verbalisant 4] deel. In het pand stonden pallets met daarop dozen met knoflook. Ook stonden er grijze 600 liter bakken gevuld met knoflook en er lag knoflook op de grond van omgegooide 600 liter bakken. Tussen de knoflook lagen zakken met daarin hennep. In de 600 liter bakken met knoflook werden verdovende middelen aangetroffen. Dit was hennep en hasj. In totaal werden er 13 x 600 liter bakken met hennep en 6 x 600 liter bakken met hasj gevuld en inbeslaggenomen. [verbalisant 4] verklaarde dat op de eerste verdieping van het pand zich onder andere een kantoorruimte en keukenruimte bevonden. In een aangrenzende ruimte werd meteen, ondanks dat er wat kleding overgegooid was, een zogenaamde hasjpers aangetroffen. Dit betreft een apparaat dat gebruikt wordt om hasj in blokken te persen. Op 4 februari 2019 omstreeks 15:15 uur zag [verbalisant 5] dat een collega voor [a-straat 1] stond met dezelfde persoon die hij eerder die dag op de vorkheftruck had gezien. Hij zag dat deze man geboeid stond. Onderzoek vermoedelijke drugs Aan de inbeslaggenomen partij drugs is onderzoek verricht. [verbalisant 1] zag dat de partij bestond uit vermoedelijk twee soorten drugs. Hij zag dat het eerste deel, vermoedelijk hennep, 519,4 kilo woog en het tweede deel, vermoedelijk hasj, 1795,2 kilo woog. Voorafgaand aan die weging is door [verbalisant 2] uit de partij een aantal monsters separaat in beslag genomen voor technisch onderzoek. [verbalisant 2] verbaliseerde dat deze monsters bestonden uit: - 516764: 1045,0 gram (netto) gedroogde bloemtoppen, verpakt in plastic sealbag; - 516747: 50,6 gram (netto) bruine, samengeperste substantie, verpakt in folie voorzien van logo kroontje; - 516748: 97,0 gram (netto) bruine, samengeperste substantie, verpakt in folie met opschrift Super +; - 516749: 500,0 gram (netto) bruine, samengeperste substantie, verpakt in tape en folie; - 516742: 1006,5 gram (netto) bruine, samengeperste substantie, verpakt in tape en folie. De plantdelen, waaraan de hars niet was onttrokken, werden door de verbalisant herkend als materiaal van het geslacht Cannabis, beter bekend als hennep. De brokken bruine samengeperste substantie, werden door hem herkend als hasjiesj, een vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep. Uit elke aangeboden hoeveelheid materiaal werd door hem weer een representatief monster genomen. Deze monsters werden getest, waarbij gebruik werd gemaakt van MMC NARCOTEST Cannabis. De tests gaven (een positieve reactie, indicatief) voor THC zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj, vermeld op Lijst 11, onderdeel b, van de Opiumwet. (…) Verklaring verdachte Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting eerste aanleg van 6 februari 2020, verklaard - zakelijk weergegeven - dat hij werkzaam was voor het bedrijf [A] B.V. dat in het bedrijfspand aan de [a-straat ] te [plaats] gevestigd was en dat dit bedrijf zich bezighield met het opslaan, inpakken en verzenden van goederen, voornamelijk voor een Deense klant. Verdachte was degene die het bedrijf samen met een ander runde. Tevens heeft hij verklaard dat hij twee weken voor 4 februari 2019 door een kennis was benaderd om voor hem knoflook uit Spanje op te slaan. Het moest naar kleinere pallets worden overgezet. De afspraak was niet op papier gezet. Op 1 februari 2019 vroeg de kennis hem hoe laat hij maandag bij zijn loods aan de [a-straat 1] zou zijn als de knoflook gelost zou worden. Er zou een deel van de vrachtwagen bij verdachte worden gelost. De kennis had hem gevraagd om eerder dan de gebruikelijke 9:00 uur a 9:30 uur te komen. Wie de kennis is, wilde verdachte niet verklaren. Op 4 februari 2019, omstreeks 8:15 uur is verdachte naar het bedrijfspand gereden. Iets voor 9:00 uur werd er aangebeld aan de voordeur en zag hij een onbekende man voor de deur staan. Tevens reed er een vrachtwagen achteruit richting de roldeur van het bedrijfspand. Hij opende de roldeur en ging er vanuit dat deze mannen de knoflook kwamen lossen. Na het openen van de roldeur kwamen er plots twee mannen aangerend die het bedrijfspand betraden. Ook de chauffeur van de vrachtwagen en de man die aanbelde, kwamen het bedrijfspand binnen. Vervolgens is verdachte met de heftruck de vrachtwagen gaan uitladen. Vervolgens hoorde hij dat de vrachtwagen werd gestart en dat er mensen weg liepen naar een auto met groene kentekenplaten en sloot hij de roldeur. Vervolgens moest hij van de drie overgebleven mannen de grote grijze bakken met knoflook omgooien met de heftruck. Hij zag dat er onder de knoflook zakken zaten. Hij dacht meteen dat het foute boel was. Hij herkende de inhoud als hennep. Vervolgens zei hij tegen een van de mannen dat hij de heftruck terug moest brengen. Vervolgens bracht hij de heftruck terug, pakte daar zijn auto en reed naar huis. Vervolgens reed hij, in paniek, weer terug om de heftruck op te halen bij […] . Hij reed terug naar het bedrijfspand. Vervolgens werd hij door de politie in het bedrijfspand aangehouden. Bewijsoverwegingen Het hof acht op grond van de voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het aanwezig hebben van ongeveer 1.795 kilo hasjiesj en ongeveer 519 kilo hennep. De verdediging heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken nu op grond van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat de in het bedrijfspand in beslaggenomen partij drugs betrof. Het is op grond van de processen-verbaal van de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] onvoldoende duidelijk dat de geteste monsters door [verbalisant 2] uit de partij komen. Ook het aanvullend proces-verbaal van 26 september 2022 dat door de politie is opgesteld naar aanleiding van het tussenarrest van het hof, schept daarover volgens de verdediging geen duidelijkheid. Op grond van het proces-verbaal van bevindingen (pagina 91), het stamproces-verbaal (pagina 9), het proces-verbaal PVB testen drugs (pagina 89) en het aanvullend proces-verbaal van bevindingen stelt het hof vast dat er sprake was van een grote inbeslaggenomen partij drugs uit het bedrijfspand op het adres [a-straat 1] te [plaats] . Deze partij bestond volgens [verbalisant 1] uit twee substanties. Voordat deze partij werd gewogen heeft [verbalisant 2] monsters genomen om te onderzoeken of het verdovende middelen betrof. [verbalisant 2] verbaliseerde, op pagina 89, dat hij een aantal monsters nam en [verbalisant 1] verbaliseerde, op pagina 91, dat [verbalisant 2] twee monsters nam. Het hof begrijpt dit op basis van het proces-verbaal van pagina 89 als volgt: [verbalisant 2] heeft vijf monsters genomen van de twee substanties uit de totale partij. Dat [verbalisant 1] het heeft over twee monsters en niet over monsters van de twee substanties, kan volgens het hof niet anders gezien worden dan een ongelukkige formulering. Het hof ziet ook overigens geen enkele aanleiding om te vermoeden dat [verbalisant 2] het op pagina 89 heeft over monsters uit een andere zaak. Hij is immers zelf aanwezig geweest bij de doorzoeking in het bedrijfspand en [verbalisant 1] heeft gerelateerd dat [verbalisant 2] voor technisch onderzoek monsters uit de partij in beslag heeft genomen. Uit het indicatieve onderzoek dat [verbalisant 2] heeft verricht bleek dat de monsters uit de partij een positieve reactie gaven voor THC zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj. Daarnaast heeft [verbalisant 3] de henneptoppen ambtshalve als zodanig herkend. Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat de partij in ieder geval bestond uit 1.795 kilo hasjiesj en 519 kilo hennep. Het hof verwerpt dan ook het verweer van de verdediging dat niet kan worden vastgesteld dat de in beslaggenomen partij bestond uit drugs. De verdediging heeft ter terechtzitting van 28 september 2022 verzocht de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] als getuigen te horen, omdat het aanvullend proces-verbaal naar zijn mening onvoldoende duidelijk is. Het hof acht, in het licht van de hierboven opgenomen overwegingen, het horen van de verbalisanten niet noodzakelijk en zal het verzoek van de verdediging afwijzen. (…).’ 6. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 2 maart 2022 houdt onder meer het volgende in: ‘De verdachte verklaart als volgt: Op 4 februari 2019 was ik werkzaam bij het bedrijf [A] B.V. De eigenaar van dat bedrijf was [betrokkene 1] , maar feitelijk werd het hiervoor genoemde bedrijf gerund door mij en [betrokkene 2] . Ten tijde van het tenlastegelegde incident had [betrokkene 2] vakantie, dus hij heeft daar destijds niets van meegekregen. U, voorzitter, houdt mij voor dat er op 4 februari 2019 verdovende middelen zijn aangetroffen in de loods op het adres [a-straat 1] te [plaats] , welke loods destijds werd gehuurd door het hiervoor genoemde bedrijf. Ik zeg u daarop dat ik niet betwist dat er op die datum verdovende middelen zijn aangetroffen in de loods (…). De voorzitter deelt als volgt mede: Het voorhanden zijnde procesdossier bevat twee processen-verbaal die betrekking hebben op de aangetroffen hoeveelheden verdovende middelen. In dit verband verwijs ik in de eerste plaats naar het proces-verbaal van bevindingen dat is opgemaakt door [verbalisant 1] en dat is weergegeven op dossierpagina 91. De hiervoor genoemde verbalisant heeft gerelateerd dat de in beslag genomen partij bestond uit twee delen. Het eerste deel, vermoedelijk hennep, woog volgens hem 519,4 kilogram en het tweede deel, vermoedelijk hasjiesj, woog 1.795,2 kilogram. In dit proces-verbaal wordt tevens verwezen naar rapporten en kennisgevingen van inbeslagneming, maar deze stukken heb ik niet aangetroffen. Voorts verwijs ik in dit kader naar het proces-verbaal testen drugs dat is opgemaakt door [verbalisant 2] en dat is weergegeven op de dossierpagina’s 89 en 90. Voornoemde verbalisant heeft gerelateerd dat de in beslag genomen partij verdovende middelen bestond uit 1.045 gram gedroogde bloemtoppen en in totaal 1.654,1 gram bruine, samengeperste substantie. [verbalisant 2] heeft de genoemde plantdelen herkend als hennep en de brokken bruine samengeperste substantie als hasjiesj. Voorts heeft hij gerelateerd dat uit elke aangeboden hoeveelheid materiaal een representatief monster is genomen en dat de monsters vervolgens zijn getest. De tests gaven volgens hem telkens een positieve reactie, indicatief voor THC. In dit proces-verbaal wordt verwezen naar een sporenlijst die zich evenmin in het dossier bevindt. Gelet op het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de hoeveelheden verdovende middelen waarover in de hiervoor genoemde processen-verbaal wordt gesproken niet met elkaar overeenkomen. Bovendien is in deze processen-verbaal verwezen naar meerdere stukken die geen onderdeel lijken uit te maken van het procesdossier. De advocaat-generaal deelt desgevraagd door de voorzitter mede dat zij niet weet of de hiervoor bedoelde stukken zich in het voorhanden zijnde procesdossier bevinden. (…) Voorts deelt de advocaat-generaal mede dat zij zojuist een zoekslag in het procesdossier heeft gemaakt en dat zij daarin geen kennisgeving van inbeslagneming omtrent de in beslag genomen verdovende middelen heeft aangetroffen. (…) De advocaat-generaal voert het woord tot requisitoir als volgt: (…) Ik ben met de rechtbank van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en dat het subsidiair tenlastegelegde op grond van het voorhanden zijnde dossier wettig en overtuigend is bewezen. Voorts kan ik mij geheel verenigen met de wijze waarop de rechtbank de bewezenverklaring heeft uitgestreept. Met betrekking tot de bewezenverklaarde hoeveelheden hasjiesj en hennep merk ik op dat er weliswaar een aantal stukken lijkt te ontbreken, maar naar mijn mening kan desalniettemin worden uitgegaan van de hoeveelheden die zijn genoemd in het proces-verbaal van bevindingen dat is opgemaakt door [verbalisant 1] en dat is weergegeven op dossierpagina 91. Immers, in combinatie met het proces-verbaal van doorzoeking kan mijns inziens voldoende feitelijk worden nagegaan welke hoeveelheden hasjiesj en hennep op voornoemde datum in beslag zijn genomen in de loods aan de [a-straat 1] te [plaats] . (…) De raadsman voert het woord tot verdediging als volgt: (…) Ter terechtzitting van heden heeft de voorzitter reeds melding gemaakt van enkele discrepanties tussen de tot het dossier behorende processen-verbaal die betrekking hebben op de in beslag genomen hoeveelheden verdovende middelen. In het proces-verbaal van bevindingen dat is opgemaakt door [verbalisant 1] en dat is weergegeven op dossierpagina 91 wordt immers gesproken over een hoeveelheid van 519,4 kilogram hennep en een hoeveelheid van 1.795,2 kilogram hasj, terwijl in het proces-verbaal testen drugs dat is opgemaakt door [verbalisant 2] en dat is weergegeven op de dossierpagina’s 89 en 90 melding is gemaakt van een andere partij verdovende middelen met aanzienlijk lagere hoeveelheden. Het is van belang daarbij op te merken dat in het laatstgenoemde proces-verbaal niet wordt gesproken over een monsterpartij of iets dergelijks. Naar mijn mening kan op basis van het voorhanden zijnde dossier niet worden vastgesteld wat er nu precies in de loods is aangetroffen en in beslag genomen. Indien uw hof van oordeel is dat cliënt zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen kan hierbij dan ook niet worden uitgegaan van de door de rechtbank bewezenverklaarde hoeveelheden hasjiesj en hennep, maar dient te worden uitgegaan van veel lagere hoeveelheden. Mijns inziens dient dit te leiden tot een forse strafvermindering en komt oplegging van een taakstraf wel degelijk in beeld.’ 7. Op 16 maart 2022 heeft het hof tussenarrest gewezen en het onderzoek heropend. Dit tussenarrest houdt onder meer in: ‘Heropening van het onderzoek Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. In dat verband overweegt het hof het navolgende. De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Daartoe is onder meer aangevoerd dat op basis van het voorhanden zijnde dossier niet kan worden vastgesteld welke hoeveelheden verdovende middelen in de onderhavige strafzaak in beslag zijn genomen, zodat – in geval van enige bewezenverklaring – niet kan worden uitgegaan van de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheden hasjiesj en hennep. In dit kader heeft de verdediging gewezen op een aantal discrepanties tussen het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2019 dat is opgemaakt door [verbalisant 1] (zie dossierpagina 91) en het proces-verbaal testen drugs d.d. 7 februari 2019 dat is opgemaakt door [verbalisant 2] (zie dossierpagina’s 89 en 90). Immers, in het eerstgenoemde proces-verbaal wordt gesproken over een hoeveelheid van 519,4 kilogram vermoedelijk hennep en een hoeveelheid van 1.795,2 kilogram vermoedelijk hasjiesj, terwijl in het laatstgenoemde proces-verbaal melding is gemaakt van een, volgens de verdediging, andere partij verdovende middelen met aanzienlijk lagere hoeveelheden verdovende middelen. Alleen van deze laatstgenoemde partij zijn monsters genomen (zoals gewaarmerkt in een ontbrekende sporenlijst) die zijn getest met de Narcotest Cannabis. Gelet op het voren omschreven verweer van de verdediging, alsmede gelet op de inhoud van het voorhanden zijnde procesdossier, is het hof van oordeel dat er thans onvoldoende duidelijkheid bestaat omtrent de in beslag genomen hoeveelheden (mogelijke) verdovende middelen. Het hof wijst daarbij in het bijzonder op de discrepanties tussen de hierboven genoemde processen-verbaal die zijn opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1] respectievelijk [verbalisant 2] . Het hof wenst op dit punt dan ook nadere informatie te ontvangen teneinde alsnog duidelijkheid te verkrijgen omtrent vorenbedoelde hoeveelheden. Het hof zal de advocaat-generaal derhalve de opdracht geven een aanvullend proces-verbaal door voornoemde verbalisanten te laten opmaken teneinde deze informatie te verschaffen, zo veel mogelijk voorzien van onderliggende documenten. Het hof zal om de hiervoor genoemde reden het onderzoek ter terechtzitting heropenen. BESLISSING Het hof: (…) geeft de advocaat-generaal de opdracht om een aanvullend proces-verbaal te laten opmaken door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (beiden hoofdagent van politie, werkzaam bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant), waarin informatie dient te worden verschaft omtrent de hoeveelheden (mogelijke) verdovende middelen die in het kader van de onderhavige strafzaak in beslag zijn genomen op het adres [a-straat 1] te [plaats] , zo veel mogelijk voorzien van onderliggende documenten.’ 8. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is op 28 september 2022 opnieuw aangevangen. Het proces-verbaal van de terechtzitting van die dag houdt onder meer het volgende in: ‘De voorzitter deelt mede dat sinds de zitting van 2 maart 2022 de volgende stukken aan het dossier zijn toegevoegd: Een proces-verbaal van de terechtzitting van 2 maart 2022; Een tussenarrest van 16 maart 2022; Een bericht van het openbaar ministerie van 15 september 2022 over het gevraagde aanvullend proces-verbaal; Een aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 26 september 2022; (…) (…) De raadsman merkt op: Ik ben het niet eens met de inhoud van het aanvullend proces-verbaal van bevindingen. Nu heeft [verbalisant 2] het proces-verbaal opgemaakt, terwijl ik het ook van belang acht dat [verbalisant 1] zijn visie geeft over de kwestie. [verbalisant 1] heeft immers in het proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2019 (pagina 91 van het procesdossier) anders gerelateerd dan nu in het aanvullend proces-verbaal van bevindingen is opgenomen. [verbalisant 1] relateerde dat voor technisch onderzoek twee monsters apart zijn gehouden en in beslag zijn genomen door [verbalisant 2] . Ik heb geen kennisgevingen van inbeslagname aangetroffen in het procesdossier. Ik vermoed dat er twee partijen geweest en dat van elke partij een monster is gewogen en getest. [verbalisant 2] heeft het echter telkens over vijf monsters. Ik denk dat de verbalisanten een en ander door elkaar hebben gehaald. De voorzitter houdt pagina 89 van het procesdossier voor. De raadsman merkt op: [verbalisant 1] relateert dat er twee monsters zijn genomen en [verbalisant 2] heeft het over vijf monsters. Het aanvullende proces-verbaal van bevindingen schept geen duidelijkheid. Ik verzoek het hof om [verbalisant 1] te horen voor het verkrijgen van duidelijkheid over het aantal partijen en het aantal genomen monsters. Het onderzoek wordt kort onderbroken voor beraad in raadkamer. Vervolgens wordt het onderzoek hervat. De advocaat-generaal merkt desgevraagd op: Ik begrijp de verwarring. De opdracht tot het opmaken van een aanvullend proces-verbaal was abusievelijk niet uitgezet. Ik heb daar de afgelopen weken achteraan gezeten. [verbalisant 1] was met verlof en kon dus het aanvullende proces-verbaal niet opmaken. Het is dus niet zo dat hij niet meer in dienst is van de politie of dat hij niet meer wist hoe het zat en daarom het proces-verbaal door [verbalisant 2] heeft laten opmaken. Ook ik tref in het procesdossier geen kennisgevingen van inbeslagname aan. Ik kan ook niet verklaren waarom er in het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 1] over twee monsters wordt gerelateerd. [verbalisant 1] zou wat mij betreft hierover gehoord kunnen worden, maar ik denk dat een door hem opgemaakt aanvullend proces-verbaal ook volstaat. Daar gaat mijn voorkeur naar uit. De raadsman merkt op: De kwestie over de hoeveelheid inbeslaggenomen verdovende middelen en de daarvan genomen monsters had inmiddels opgehelderd moeten zijn. De zaken speelden zich meer dan drie jaar geleden af. Met het aanvullende proces-verbaal van bevindingen wordt de verwarring alleen maar groter. De verbalisanten doen constant dit soort zaken. Als ze nu gehoord zouden worden, zullen ze niet meer helder hebben hoe het zat met de partij(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.