PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer23/00280 Zitting 5 november 2024 CONCLUSIE B.F. Keulen In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de verdachte Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 24 januari 2023 wegens ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod’ veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede tot een taakstraf van 110 uren, subsidiair 55 dagen hechtenis. Er bestaat samenhang met de zaken 23/00281 P, 23/00422 en 23/00423 P. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld. Beide middelen betreffen de bewijsvoering. Bewezenverklaring, bewijsmiddelen, bewijsoverwegingen, proces-verbaal van de zitting in hoger beroep 5. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat: ‘zij in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 03 januari 2019 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk heeft geteeld een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.’ 6. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen): ‘1. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 30 maart 2019 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] : (…) Op het adres [a-straat 1] [plaats] , staat de volgende persoon ingeschreven: Achternaam : [betrokkene 1] Voornamen : [betrokkene 1] Geboren : [geboortedatum] 1992 Op 3 januari 2019 bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij aanwezig was, waarvan de planten kennelijk waren geoogst. De kweekruimte was ingericht in een voormalige (slaap)kamer. In de kamer stond een kweektent met 143 plantenpotten. In de potten staken nog afgeknipte hennepplanten. De geknipte planten lagen nog in de kweektent naast de potten. In het midden van de ruimte stond een weegschaal. Tevens lagen er op de vloer in een openstaande doos en in een droognet nog enkele henneptoppen. De toppen hadden bij elkaar een nettogewicht van 70 gram. Wij, verbalisanten, constateerden op grond van onze kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door een fraude-inspecteur bij netwerkbeheerder Essent. Hierbij werd geconstateerd dat de stroom ten behoeve van de hennepkwekerij legaal werd afgenomen. (…) In de gang tussen de kweekruimte en de woonkamer stonden diverse afvalzakken met hennepafval. Om de woning en de woonkamer te betreden moest men langs deze afvalzakken lopen. In de woonkamer stonden enkele toebehoren voor de teelt van hennep. Dit betroffen groeimiddelen en een box-ventilator. Op het balkon stonden twee zakken met hennepafval. 2. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 10 januari 2019 (…), voor zover inhoudende weergave van het verhoor van medeverdachte [betrokkene 1] : (…) De vragen die aan de verdachte werden gesteld zijn in dit proces-verbaal aangegeven middels de letter ‘V’. De antwoorden die de verdachte op deze vragen gaf zijn in dit proces-verbaal aangegeven middels de letter ‘A’. (…) V: De woning waarin u woont, is deze uw eigendom of wordt deze gehuurd? A: Dat is mijn eigendom. Ik heb de woning in augustus 2016 gekocht. (…) V: Wat is de reden dat u een hennepplantage heeft. A: Ik heb schulden. (…) V: In de hennepkwekerij werd een paar roze slippers, maat 38 (het hof merkt op dat dit kennelijk een vergissing van de verhorend verbalisant is geweest, gelet op bewijsmiddel 3 hierna) aangetroffen. Ik laat u nu de foto’s (het hof begrijpt de foto’s 16 en 17 op pg. 61) zien. A: Dat zijn waarschijnlijk de slippers van mijn vriendin (het hof begrijpt: medeverdachte [verdachte] ). V: Hoe vaak verblijft je vriendin bij jou? A: Zij is veelvuldig bij mij. 3. De eigen waarneming van het hof dat op de foto’s 16 en 17 (…) twee slippers zijn te zien die van onder en boven besmeurd zijn met hennepresten welke slippers, blijkens het bijschrift bij foto 16, maat 37 hebben en in de kwekerij lagen. 4. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 10 januari 2019 (…), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van [verdachte] : (…) Vragen aan de verdachte worden voorafgegaan met de letter ‘V'. De antwoorden van de verdachte worden voorafgegaan met de letter ‘A’. V: Hoe lang hebben jullie een relatie? A: Wij hebben een relatie van 4 jaar. (…) A: Ik houd zijn administratie bij. (…) V: Op welke wijze wordt de hypotheek betaald? A: De laatste 7 à 8 maanden betaal ik zijn hypotheek. V: Wie is contractant bij het energiebedrijf? A: Ik. V: Wie betaalt de energiekosten? A: Door mij. (…) A: Sinds 2016 betaal ik de energiekosten. (…) V: Wat heeft [betrokkene 1] jou verteld? A: Ik wist wel wat er in die ruimte (het hof begrijpt: de ruimte met de hennepkwekerij) stond. Het geld komt voornamelijk van mij af. V: Wat is jouw schoenmaat? A: 37 a 38. 5. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 27 maart 2019 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] : (…) Hennepafval was aangetroffen in afvalzakken in de gang tussen de kweekruimte en de woonkamer. Ook lagen er afvalzakken met hennepresten (plantresten, potgrond en wortelresten) op het balkon. De resten in de zakken op het balkon waren zichtbaar ouder dan de resten in de woning. In de kweekruimte waren knipschaartjes aangetroffen. Op deze knipschaartje bevonden zich hennepresten. 6. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 maart 2019 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] : (…) Op 3 januari 2019 ontvingen wij een melding van een waarneembare hennepgeur, waarna door ons een hennepkwekerij werd ontmanteld op het adres [a-straat 1] te [plaats] . Volgens bevraging van GBA bleek op dat adres 1 persoon ingeschreven te staan. Dit was verdachte [betrokkene 1] . Verdachte [betrokkene 1] was tijdens de instap aanwezig in de woning. Een omwonende in het appartementencomplex verklaarde dat er een man en vrouw op het adres woonden. Tijdens het onderzoek in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] kregen wij de indruk dat [verdachte] ook op dit adres woonde. Wij troffen onder andere de volgende dingen aan: - damesparfum; - make-up; - meerdere vrouwelijke kledingstukken, schoeisel en sieraden; - vrouwelijke toiletartikelen zoals maandverband; - meerdere (dames)handtassen, en - een bankpas op naam van [verdachte] . Verklaring verdachte [verdachte] : refereerde in haar verhoor steeds naar het adres [a-straat 1] , als “thuis en bij ons thuis”. 7. De verklaring van de medeverdachte [betrokkene 1] , afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 10 januari 2023, voor zover inhoudende: Er zijn vijf oogsten geweest in mijn appartement aan de [a-straat 1] in [plaats] . Er was geen andere slaapkamer dan die waarin de hennepkwekerij was. Er was in het appartement alleen nog een woonkamer.’ 7. Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring het volgende overwogen (met weglating van verwijzingen): ‘De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde en heeft daartoe in de kern aangevoerd dat de verdachte weliswaar wist dat er een hennepkwekerij in de voormalig slaapkamer was, maar dat zij daar niets mee te maken had en ook nooit in de kwekerij is geweest. Ook verbleef zij slechts enkele dagen per week in de woning van [betrokkene 1] en sliep daar nooit. Om die reden kan er geen sprake zijn van enige strafrechtelijke betrokkenheid bij hennepteelt of bij het opzettelijk aanwezig hebben van hennep. Het hof overweegt als volgt. Uit de bewijsmiddelen blijkt van het navolgende: - op 3 januari 2019 is in de woning van de medeverdachte aan de [a-straat 1] te [plaats] een kweekruimte aangetroffen in een voormalig (slaap)kamer. Daarin stond een kweektent met 143 plantenpotten met afgeknipte hennepplanten en in een droognet en in een openstaande doos een hoeveelheid van ongeveer 70 gram henneptoppen. De elektriciteit voor de hennepkwekerij werd legaal afgenomen; - de woning bestond naast de voormalige (slaap)kamer slechts uit 1 andere kamer; - de woning werd (vrijwel) dagelijks door de verdachte en de medeverdachte bewoond. Dit volgt onder meer uit de verklaring van de medeverdachte dat de verdachte veelvuldig bij hem verbleef, de omstandigheid dat de verdachte in haar verklaring bij de politie, wanneer zij over de woning verklaarde, sprak over “thuis” en “bij ons thuis” en ook uit een verklaring van een omwonende dat in de woning een man en een vrouw woonden. Dat de verdachte kennelijk niet in de woning sliep maakt dat naar het oordeel van het hof niet anders; - de medeverdachte heeft verklaard dat hij een hennepkwekerij in de woning had omdat hij schulden had en dat er 5 oogsten zijn geweest, hetgeen bevestiging vindt in de rapportage elektriciteitsverbruik opgesteld door Enexis Netbeheer (…); - de verdachte heeft verklaard dat zij wist van de hennepkwekerij; - het energiecontract stond op naam van de verdachte. De energiekosten werden sinds 2016 door haar betaald. Zij betaalde in de tenlastegelegde periode ook de hypotheekrente; - ook in andere ruimtes in de woning werden aan hennepteelt gerelateerde goederen aangetroffen. In de gang voor de kwekerij stonden acht afvalzakken gevuld met onder andere gebruikte teelaarde en wortelresten en in de woonkamer werden groeimiddelen en een box-ventilator aangetroffen. Ook op het balkon stonden twee afvalzakken met hennepafval. Dergelijk gebruik van andere ruimtes dan waarin zich de kwekerij bevond, duidt er op dat feitelijk de gehele woning ten dienste stond van de hennepkwekerij; - de resten in de zakken op het balkon waren zichtbaar ouder dan de resten in de woning, zodat deze zakken er geruime tijd moeten hebben gestaan (uitgaande van 10 weken per oogst); - in de hennepkwekerij werden slippers aangetroffen die waren besmeurd met hennepresten, waarvan de schoenmaat overeenkwam met de schoenmaat van de verdachte en waarvan de medeverdachte verklaard heeft dat dat waarschijnlijk de slippers van de verdachte zijn. Het hof is van oordeel dat vorenstaande feiten en omstandigheden redengevend kunnen zijn voor een bewezenverklaring van het door de verdachte tezamen en in vereniging met de medeverdachte telen van hennepplanten in de tenlastegelegde periode. Van de verdachte mag een die redengevendheid ontzenuwende verklaring worden verwacht. Die verklaring heeft de verdachte niet gegeven. Het hof overweegt daartoe als volgt. De verdachte heeft weliswaar erkend dat ze wist dat er een hennepkwekerij in de voormalig slaapkamer was, maar ook dat die door de medeverdachte daartoe ter beschikking was gesteld aan derden. Over die derden heeft de verdachte op de vraag van de politie of ruimtes of delen van de woning werden verhuurd aan derden slechts verklaard dat bij ons thuis (griffier: onderstreping hof) een paar jongens zijn geweest die ze 1 à 2 keer heeft gezien, maar daarna niet meer. Het hof gaat aan deze verklaring als volstrekt ongeloofwaardig voorbij. De hennepkwekerij is opgebouwd, waartoe veel materialen de woning zijn binnengebracht en gedurende enige tijd werkzaamheden zijn verricht, de hennepplanten zijn (gedurende de gehele bewezenverklaarde periode, uitgaande van de verklaring van de medeverdachte dat er 5 cycli zijn geweest) geplaatst, verzorgd, geoogst en ter plaatse zijn de henneptoppen geknipt, terwijl ook teelaarde moet zijn aangevoerd. Indien dat alles door derden zou zijn gebeurd, moet de verdachte daar minst genomen iets (en meer dan het 1 à 2 keer zien van een paar jongens) van mee hebben gekregen. De vraag die dan ter beantwoording voorligt is of de verdachte in strijd met de waarheid over die derden verklaart (of anders gezegd: ze weet daar meer van dan ze toegeeft) of dat die derden niet bestaan. Het hof beantwoordt die laatste vraag bevestigend. Behoudens de verklaring van de medeverdachte over het bestaan van die derden komt uit het verhandelde ter terechtzitting geen enkele aanwijzing naar voren die de verklaring van de verdachte over de twee onbekend gebleven mannen ondersteunt. Het hof acht de verklaring van de medeverdachte evenwel niet aannemelijk geworden. Die medeverdachte heeft immers deels wisselende verklaringen (…) afgelegd. Hij heeft bij de politie verklaard dat twee mannen alles hebben geregeld en dat hij bij elke oogst € 1.500,- tot € 2.000,- zou ontvangen. Die mannen verzorgden de planten en zij hebben mensen geregeld voor het knippen daarvan. De eerste oogst was mislukt en de tweede oogst was eind december 2018. Hij heeft geen vergoeding voor het ter beschikking stellen van een kamer in zijn woning ontvangen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de medeverdachte verklaard dat de hennepkwekerij van twee Albanezen, was, van wie één kleiner en dikker was dan de ander. Nadere identificerende gegevens heeft de verdachte niet verstrekt. De verdachte heeft verder verklaard dat de hennepkwekerij ongeveer een jaar actief is geweest en dat er 5 keer is geoogst. De verdachte zou hiervoor van de mannen in totaal een bedrag van € 9.500,- hebben ontvangen. Voorts heeft de medeverdachte geen enkele informatie verstrekt over de twee mannen waarover hij spreekt in relatie tot de hennepkwekerij. Zijn verklaring over die mannen is derhalve niet verifieerbaar. Tot slot acht het hof bij de beoordeling in deze van belang dat voor de aanwezigheid van de met hennepresten besmeurde slippers in de kwekerij, waarvan de schoenmaat gelijk is aan die van de verdachte en die volgens de medeverdachte waarschijnlijk van de verdachte zijn, geen enkele aannemelijke verklaring is gegeven. Die aanwezigheid past evenwel naadloos bij directe betrokkenheid van de medeverdachte bij de hennepteelt. Het hof komt dan ook tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Het verweer wordt verworpen.’ 8. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehouden op 10 januari 2023 houdt onder meer het volgende in: ‘De verdachte verklaart desgevraagd als volgt: Ik ben de laatste tijd niet meer zo veel bij de medeverdachte [betrokkene 1] thuis geweest. Eerder was ik er wel veel omdat [betrokkene 1] ernstig ziek was. De familie van [betrokkene 1] was het niet eens met onze relatie waardoor ze [betrokkene 1] het huis uit hebben gezet. Daarna is de ellende begonnen. Wij waren bang om het hele verhaal te vertellen. De politie is bij de woning geweest en kort daarna is [betrokkene 1] ernstig ziek geworden. Dit was nog in zijn oude woning. Ik betaalde eerder de energierekening van de woning. [betrokkene 1] betaalde de hypotheek. U, voorzitter, vraagt mij hoe dat zat op het moment dat de woning werd betreden en de hennepkwekerij is ontdekt. Op dat moment betaalde [betrokkene 1] zelf en soms hielp ik met de betalingen. Er was geen regeling omtrent terugbetaling van de bedragen omdat ik het heb betaald uit liefde voor [betrokkene 1] . Ik wilde dat hij minder stress had. Mijn vader steunde mij en ik kon altijd bij hem aankloppen als ik iets te kort kwam. U, voorzitter, vraagt mij of ik de administratie bij hield. We keken samen naar wat we nodig hadden, mijn vader maakte dat over naar mij en ik maakte de hypotheek over, dit betrof een bedrag van € 389,00. [betrokkene 1] had ook schulden die hij in termijn moest afbetalen. De elektriciteit- en gasrekening betaalde ik via mijn eigen bank. Ook betaalde ik af en toe de boodschappen voor [betrokkene 1] , nu hij dat zelf niet meer kon betalen aangezien hij onder bewind stond. U, voorzitter, vraagt mij of ik op enig moment een opmerking heb gemaakt over de hennepkwekerij in de woning. We hebben ruzie gehad en vier weken lang is het contact tussen ons verbroken. Ik was op de hoogte van het feit dat de hennepkwekerij in de woning zat, maar verder heb ik er niets mee te maken gehad. Ik ben nooit in de betreffende ruimte geweest. De politie heeft geen DNA afgenomen in de hennepkwekerij, dan hadden ze kunnen zien dat ik nooit in die ruimte ben geweest. U, voorzitter, vraagt mij hoe groot het appartement was waar [betrokkene 1] woonde en waar ik vaak kwam. De woonkamer was niet groot en direct achter de woonkamer was de slaapkamer. Aan de zijkant zat nog een klein kamertje. In totaal waren er drie kamers. U, voorzitter, vraagt mij of de kamer met daarin de hennepkwekerij was afgesloten. Deze kamer had een deur met een slot erop. Dit betrof een normaal slot met een sleutel. U, voorzitter, vraagt mij of ik de kamer waarin de hennepkwekerij zich bevond wel eens betrad om te kijken. Nee. U, voorzitter, houdt mij voor dat uit het dossier volgt dat in de woonkamer en op het balkon vuilniszakken stonden met hennepresten. Ik heb daar niets mee te maken gehad. Toen de politie in de woning kwam was ik al enkele dagen niet meer in de woning geweest. Ik heb de politie op dat moment gevraagd wat er aan de hand was. Ik wist dat [betrokkene 1] in de woning was en ik heb daarom tegen de politie gelogen. U, voorzitter, vraagt mij of ik de woning aan de [a-straat 1] beschouwde als de woning van [betrokkene 1] en van mij samen. Ik kwam daar die betreffende periode regelmatig. Ik was verantwoordelijk voor [betrokkene 1] , hij had geen contact met zijn familie. Het was echter niet mijn woning, ik heb daar ook slechts een of twee keer geslapen aangezien er geen bed in de woning was. De raadsman reageert daarop als volgt: De verdachte was drie of vier keer per week in de woning maar zij sliep daar niet. De verdachte verklaart als volgt: U, voorzitter, vraagt mij of ik op de hoogte was van de risico’s van een hennepkwekerij. Ik dacht er niet bij na en was er ook niet mee bezig. U, voorzitter, vraagt mij of mijn vader op de hoogte was van de hennepkwekerij in de woning. Nee, hij was er niet van op de hoogte. U, voorzitter, vraagt mij of ik een voorschot betaalde voor de elektriciteit van € 100,-. Dat zou kunnen. U, voorzitter, vraagt mij wie de navordering heeft betaald van Enexis B.V. nadat de hennepkwekerij was ontdekt. Dat is via de bewindvoerder van [betrokkene 1] gegaan. Het betrof volgens mij een bedrag van € 6.000,-. U, voorzitter, vraagt mij of ik met [betrokkene 1] heb gesproken over de opbrengsten van de hennepkwekerij. Nee. U, voorzitter, vraagt mij of ik heb gesproken met [betrokkene 1] over de mensen die in de woning kwamen voor de hennepkwekerij. [betrokkene 1] had destijds veel schulden en al zijn opbrengsten gingen naar het afbetalen van deze schulden. Ik heb nooit gevraagd naar een bedrag. Ik werkte zelf en had inkomen uit mijn werk of via mijn vader. U, voorzitter, vraagt mij of mijn auto in beslag is genomen. Dat klopt. Mijn vader heeft die auto gekocht en ik vind het heel erg dat deze in beslag is genomen. Ik gebruikte de auto vaak. De oudste raadsheer vraagt mij wat ik heb besproken over de hennepkwekerij met [betrokkene 1] . Niet veel. Hij heeft mensen leren kennen en zijn huis ter beschikking gesteld. Ik heb wel een maand lang weinig tot geen contact gehad met [betrokkene 1] . Daarna heeft hij zijn plan over de hennepkwekerij aan mij verteld. De oudste raadsheer houdt mij vol dat de hennepplanten geruime tijd in de woning zijn geweest. Dat klopt, ik wist ook dat het strafbaar was maar ik was machteloos. [betrokkene 1] was erg ziek en ik zag hoeveel schulden hij had. Zijn familie had hem uit huis gezet. Ik wist niet wat ik er nog aan kon doen. De advocaat-generaal vraagt mij sinds wanneer de hennepkwekerij in de woning zat. Ik denk sinds het einde van 2018, of begin 2018. Ik weet het niet zeker meer. De advocaat-generaal vraagt mij hoe lang de hennepkwekerij in de woning heeft gezeten. Zeker wel een jaar. De advocaat-generaal vraagt mij welke schoenmaat ik heb. Ik heb maat 37. De advocaat-generaal vraagt mij welke schoenmaat [betrokkene 1] heeft. Hij heeft maat 42. De advocaat-generaal houdt mij voor dat er slippers zijn aangetroffen in de hennepkwekerij in maat 38. Ik heb deze slippers op het politiebureau gezien en ik heb mijn DNA afgegeven. De politie heeft echter geen DNA gecontroleerd op de aangetroffen slippers. De advocaat-generaal vraagt mij hoe de slipper in de hennepkwekerij terecht is gekomen. Er zijn mensen in de woning geweest om de hennep te knippen. Het zou kunnen dat de slippers daardoor in de hennepkwekerij terecht zijn gekomen. Ik zou willen dat de politie DNA had gecontroleerd op de slippers. Ik ben niet in de hennepkwekerij geweest. De advocaat-generaal houdt mij voor dat ik had kunnen bedenken dat het illegale activiteiten betroffen en dat ik de stroom betaalde voor de hennepkwekerij. Ik dacht er op dat moment niet aan, dat was een domme fout. De advocaat-generaal houdt mij voor dat de hennepkwekerij er volgens mijn verklaring heden ter terechtzitting een jaar heeft gezeten en dat ik veel tijd heb gehad om daarover na te denken. Het was een domme fout, het had altijd kunnen gebeuren dat de politie de hennepkwekerij zou ontdekken. Sinds 2016 betaalde ik al meerdere kosten voor de woning dus het was niet alleen ten tijde van de hennepkwekerij. Eind 2016 is [betrokkene 1] ziek geworden. In 2017 is hij geopereerd en daarna volgden elk jaar twee operaties. Ik had mijn eigen leven daarnaast. Op dat moment was ik dus niet bezig met de mogelijke gevolgen van de hennepkwekerij. Ik was bezig met de gezondheid van [betrokkene 1] . Ik was de enige die voor hem kon zorgen. Het is dom dat ik de rekeningen betaalde en dat ze op mijn naam stonden. De energierekening zou eigenlijk op de naam van [betrokkene 1] komen te staan, maar via mij zouden we korting krijgen waardoor we mijn account hebben gebruikt.’ Het eerste middel 9. Het eerste middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd, omdat uit de bewijsmiddelen en -overwegingen van het hof niet kan volgen dat de verdachte het opzettelijk telen van hennep heeft medegepleegd. De steller van het middel wijst erop dat het hof de verklaring van de verdachte, inhoudende dat de hennep door derden werd geteeld, als ongeloofwaardig terzijde heeft geschoven, maar dat daarmee nog niet is gezegd dat zij als medepleger van het kweken van hennep in de woning van de medeverdachte kan worden aangemerkt. 10. Uit de rechtspraak van Uw Raad blijkt dat voor medeplegen vereist is dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. De kwalificatie medeplegen is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Verder kan van belang zijn in hoeverre de concrete omstandigheden van het geval door de rechter kunnen worden vastgesteld, in welk verband de procesopstelling van de verdachte een rol kan spelen. 11. Uit deze overwegingen blijkt het belang van een precieze bewijsvoering. Daaruit moet duidelijk naar voren komen wat de gedragingen van de verdachte onderscheidt van medeplichtigheidsgedragingen. Bij strafbare feiten die verband houden met hennep kan verder de specifieke delictsgedraging relevant zijn voor de beantwoording van de vraag of de kwalificatie medeplegen gerechtvaardigd is. Zo kan onder omstandigheden een bijdrage van de verdachte ontoereikend zijn voor het medeplegen van het opzettelijk telen van hennep, maar wel voldoende opleveren voor medeplegen van het opzettelijk ‘aanwezig hebben’ van hennep. 12. Een arrest van Uw Raad van 19 december 2017 betrof een zaak waarin het hof aan zijn oordeel dat sprake was van het medeplegen van het opzettelijk telen van hennepplanten ten grondslag had gelegd dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.