← Nederland

ECLI:NL:PHR:2024:154

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/04692 Zitting 13 februari 2024 CONCLUSIE M.E. van Wees In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, hierna: de verdachte. Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 15 december 2022 door het gerechtshof Amsterdam wegens "doodslag", veroordeeld tot veertien jaren gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Het hof heeft daarnaast de teruggave aan de verdachte gelast van twee inbeslaggenomen voorwerpen en de vorderingen benadeelde partij van [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] gedeeltelijk toegewezen en in dat verband schadevergoedingsmaatregelen opgelegd. 1.2 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, hebben drie middelen van cassatie voorgesteld. Door R. Korver, advocaat te Amsterdam, is namens de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , en [benadeelde 3] een verweerschrift ingediend. De zaak in het kort 2.1 Het hof heeft in het bestreden arrest voorafgaand aan de bewijsoverwegingen een inleiding opgenomen. Voor een goed begrip van de zaak geef ik eerst deze inleiding weer: “7.1.Inleiding Na een 112-melding troffen verbalisanten op 1 oktober 2019 na 17:20 uur een overleden man aan in een auto op een parkeerterrein bij tuinpark Nieuw Vredelust aan de Buitensingel 4 in Amsterdam-Duivendrecht. Het slachtoffer zat op de bestuurdersstoel van een witte Volkswagen Golf, met het kenteken [kenteken 1] . De verbalisanten troffen hem aan met een bebloed hoofd naar beneden tegen de deur van de bestuurderszijde. Het slachtoffer had een pistool in zijn rechterhand. De arm was gestrekt en zijn hand met het vuurwapen lag op het middenconsole, met de wijsvinger op de trekker. De slede van het wapen stond open en in de kamer was een koperen huls zichtbaar. De man had een bloedende wond gelijkend op een schotwond, ter hoogte van zijn rechterslaap. De verbalisanten hebben tevergeefs getracht het slachtoffer te reanimeren. Het slachtoffer had een rijbewijs in zijn broekzak dat op naam stond van [slachtoffer] , hetgeen later zijn naam bleek te zijn. In een kinderzitje links op de achterbank zat een jong kind, dat later bleek de dochter van [slachtoffer] te zijn, [benadeelde 3] , 14 maanden oud. Zij was ongedeerd. De verdachte wordt verweten dat hij degene is die [slachtoffer] heeft gedood, hetgeen hij steeds stellig heeft ontkend.” 2.2 Het eerste middel komt met twee deelklachten op tegen de verwerping van een door de verdediging aangedragen alternatief scenario en de afwijzing van de in dat verband door de verdediging gedane voorwaardelijke verzoeken tot nader onderzoek. Het tweede middel valt uiteen in twee deelklachten die beide betrekking hebben op de verwerping van een gevoerd verweer over vormverzuimen. Het derde middel komt met drie deelklachten op tegen de toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] . Het eerste middel 3.1 Voordat ik het middel bespreek geef ik eerst de bewezenverklaring, alsmede de bewijsmiddelen, de bewijsoverwegingen van het hof, delen van de pleitnota en delen van het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep weer. Bewezenverklaring, bewijsmiddelen, bewijsoverwegingen van het hof, delen van de pleitnota en delen van het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep 3.2 Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat: “hij op 1 oktober 2019 te Duivendrecht opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd door met een vuurwapen te schieten door het hoofd van [slachtoffer] .” 3.3 De bewezenverklaring steunt op de volgende in de bijlage bij het arrest opgenomen bewijsmiddelen: “1. Een proces-verbaal van bevindingen van 1 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z019-Z020). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisanten (of één van hen): Na een 112-melding zijn de verbalisanten op 1 oktober 2019 rond 17:20 uur vanaf de Holterbergweg naar de Buitensingel 4 Amsterdam-Duivendrecht gereden. Daar zagen zij in een van de parkeervakken en witte Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 1] . Verbalisant [verbalisant] is naar het voertuig gelopen en zag op de bestuurdersstoel van de Volkswagen Golf een man zitten met een Noord Afrikaans uiterlijk. Achter deze man zat een jong kind op de achterbank in een Maxi Cosi. Het kind was rustig. De verbalisant zag het volgende. De man had een bebloed hoofd en zat levenloos met zijn hoofd naar beneden tegen de deur van de bestuurderszijde. Het slachtoffer had een pistool in zijn rechterhand. De arm was gestrekt en zijn hand met het vuurwapen lag op het middenconsole, met de wijsvinger op de trekker. De slede van het wapen stond open en in de kamer was een koperen huls zichtbaar. Hierdoor leek het alsof het vuurwapen een storing had. De verbalisant heeft de autogordel losgemaakt, de man uit de auto getrokken en met zijn rug op de grond gelegd. Hierbij viel een witte IPod uit een van zijn oren op de grond. De man had een bloedende wond gelijkend op een schotwond, ter hoogte van zijn rechterslaap. Andere schotwonden werden niet aangetroffen. De verbalisanten hebben tevergeefs getracht het slachtoffer te reanimeren. Het slachtoffer had een rijbewijs in zijn broekzak dat op naam stond van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1985. 2. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 2 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z077- Z085). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 oktober 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de getuige [benadeelde 1]: Vandaag heb ik om 17:00 uur nog telefonisch contact gehad met mijn man ([slachtoffer]). Onze zoon ligt vanaf zaterdag in het ziekenhuis. [slachtoffer] was steeds bij onze zoon. Ik heb mijn man op 1 oktober 2019 afgelost rond 14:00 uur. Mijn man heeft ons dochtertje meegenomen. Mijn man heeft verteld dat hij naar [verdachte] ging. Mijn man werkt als kapper en huurt vanaf 2016 een winkelruimte op het adres [a-straat 1] Amsterdam. 3. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 6 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z086- Z094). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 6 oktober 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de getuige [benadeelde 1]: Ik weet dat mijn man (op 1 oktober 2019) om 14:30 uur een afspraak had met [verdachte] ; hij zou 3 a 4 uur wegblijven. Ik heb hem om 15:30 uur of 16:00 uur nog gebeld om te vragen hoe het met onze dochter ging. Ik heb mijn man om 17:01 uur voor het laatst gesproken. Hij zei dat hij onderweg was naar huis. 4. Een geschrift, te weten een schouwverslag van forensisch arts Drs. M. Hollman van 1 oktober 2019 (doorgenummerde pagina’s Z060-61). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Datum en tijdstip schouw: 1 oktober 2019 20:10 uur. Reden aanvraag: aanwijzing voor niet-natuurlijke dood. Betreft: [slachtoffer] , man, geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] . Rechts op de slaap zit een wond. Geen tekenen van tatoeage rondom die wond. Aan de linkerzijde boven de linker oorschelp een hard aanvoelend voorwerp. Bloedspoor lopend vanaf rechter slaap naar schuin links beneden. Links in het oog iets meer rooddoorlopen dan rechts. 5. Een proces-verbaal van bevindingen van 4 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina Z059). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisanten (of één van hen): Op vrijdag 4 oktober 2019 waren de verbalisanten in het mortuarium bij het VU ziekenhuis in Amsterdam ter identificatie van het slachtoffer: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] , overleden op 1 oktober 2019 te Ouder-Amstel. De getuige [benadeelde 1] verklaarde dat de man die haar getoond werd haar echtgenoot [slachtoffer] was. 6. Een rapport van arts en patholoog dr. J. Fronczek van het Nederlands Forensisch Instituut betreffende een pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood van 8 oktober 2019 met aanvraagnummer 001 (doorgenummerde pagina’s Z558-Z569). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Resultaten De volledige resultaten van de uit- en inwendige schouwing zijn in bijlage 1 weergegeven; een samenvatting volgt hieronder. Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1985, is het navolgende gebleken: A: inwendig en uitwendig 1. Direct voorafgaand aan de sectie werd het lichaam in het NFI door middel van een Cboog met röntgenstralen onderzocht. Hierbij werd ter hoogte van de schedel links één voor projectiel(deel) verdachte schaduw gezien. 2. Het was het lichaam van een getinte man met een lichaamslengte van circa 171 cm en een lichaamsgewicht van circa 78 kg (BMI 27 kg/m 2). 3. Schotletsel (zie ook de schematische tekening, bijlage 2); Er was aan de behaarde hoofdhuid rechts zijwaarts, bij de haargrens, een ronde huidperforatie met een diameter van circa 0,6 cm (A, inschot). Er was zwartverkleuring van de wondranden en voetwaarts was er een iets gebogen lijnvormige zwarte huidverkleuring. Vanuit A was er een naar links en rugwaarts verlopend schotkanaal met onder andere perforatie van het schedeldak rechts zijwaarts, de hersenvliezen, de grote hersenen (van rechts zijwaarts (parietaal) naar links zijwaarts (tempero-parietaal)) en het schedeldak links zijwaarts. Er was bloeduitstorting in/rond het wondkanaal. Er werd een geelmetalen vervormd projectiel(deel) (genoemd '1') aan de binnenzijde van de schedelhuid links zijwaarts (in de linkerslaapspier) aangetroffen. Interpretatie van resultaten De sectie betrof een getinte man (sub A2) met 1 schotletsel aan het hoofd (sub A3), dat bij leven is ontstaan door de inwerking van uitwendig mechanisch perforerend geweld (ballistisch trauma/schotletsel). Het betrof één inschot, waarbij onder andere de schedel, de hersenvliezen en de grote hersenen waren geperforeerd/verbrijzeld, waarmee het overlijden wordt verklaard op basis van hersenfunctiestoornissen en daarmee overige orgaanfunctiestoornissen. Het aspect van het letsel, namelijk de zwarte verkleuring van de wondranden en de iets gebogen zwarte huidverkleuring op geringe afstand van de perforatie, past bij schieten van zeer beperkte afstand (een zgn. (near) contact wound). Er waren met het blote oog geen ziekelijke afwijkingen die het overlijden kunnen verklaren, of die hiervoor van betekenis kunnen zijn geweest. Conclusie Het overlijden van [slachtoffer] , 34 jaren oud geworden, wordt verklaard door één inschot van het hoofd. 7. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 2 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z098- Z100). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 oktober 2019 om 23:51 uur tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de getuige [verdachte] : [slachtoffer] was op 1 oktober 2019 om 14:45 uur bij mijn woning (aan de [b-straat] in [plaats] ). Hij had zijn kleine dochtertje bij zich. We zijn met twee auto’s naar Zuid-Oost gereden. Hij reed in een witte Volkswagen Golf 7 station en ik reed in een lichtgrijze Mercedes 220D C-klasse Bij de Makro heb ik voor 15 euro getankt. [slachtoffer] heeft niet getankt. Daarna ben ik in de richting van de Arena gereden, [slachtoffer] reed achter mij aan. Op de parkeerplaats aan de Buitensingel hebben wij onze auto’s naast elkaar geparkeerd. Ik ben bij hem in de auto gestapt en ben op de bijrijdersstoel gaan zitten, want zijn dochtertje zat bij hem achterin. We hebben ruim een uur gepraat. Ik ben in mijn auto gestapt en weggereden. Toen ik de parkeerplaats afreed, zag ik een andere auto, een donkerblauwe Mercedes E klasse met blauwe kentekenplaten; een taxi dus. Ik zag dat deze voor mij draaide en terugreed naar de grote weg. Deze auto reed linksaf in de richting van de Makro en ik ben rechtsaf in de richting van de Arena gereden. 8. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 19 januari 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s P531-P625). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 november 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte]: V: Jouw auto stond op hoeveel meter afstand ongeveer van die van [slachtoffer] ? A: vier stappen, drie stappen.. V: jij loopt naar je auto, stapt in... Hoe lang duurde het vanaf het moment dat je instapte, dat je weg rijdt? A: weet ik niet,(...) Het heeft bij elkaar misschien eh, misschien hoogstens een minuut of twee minuten.. Wat ik denk hè. 9. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 1 juni 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s P726-P775). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 april 2021 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte]: V: Dus die tijden, dus dat laat ik ook effe staan .. Nou, dan heb je in het vijfde verhoor heb jij ook meerdere keren aangegeven, dat je in één vloeiende beweging naar je auto bent gelopen, ingestapt en bent weggereden. Klopt dat? A: Ja, wat ik weet wel.. Ja .. Ik liep gewoon naar de auto toe .. Ik weet niet, misschien heb ik .. Dat weet ik niet maar. V: Wat heb je misschien? A: M'n veters gestrikt? Of zo? Ik weet het niet, weet je? V: Oké. A: Maar in ieder geval, wat ik in m'n hoofd heb .. ik doe de deur open .. Misschien zwaai ik naar hem, ik loop naar m'n auto en rijd weg. V: Maar waarom .. A: Ik kan me niets anders herinneren. V: Oké. Maar waarom zeg je: ik heb misschien m'n veters gestrikt of wat anders? A: Ja, omdat ik bang ben dat ik iets verkeerds zeg .. Weet je? Begrijp je? Wat ik weet, is dat ik niks anders heb gedaan. V: Ja. A: Ik ben niet de bosjes in gegaan. V: Precies .. En je bent ook niet. .. A: Ik ben naar de auto gelopen .. En ik ben weggereden .. Wat ik weet.. 10. De verklaring van de verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2022. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: De voorzitter vraagt mij hoe ik op 1 oktober 2019 van de parkeerplaats ben weggereden. Ik ben normaal weggereden. Uit stilstand ben ik stapvoets van de parkeerplaats gereden. 11. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Camerabeelden Makro’ van 2 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z149-Z152). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisanten (of één van hen): De verbalisanten hebben de camerabeelden van dinsdag 1 oktober 2019 bij de beveiliging van de Makro gevorderd omdat de getuige [verdachte] heeft verklaard dat hij daar op 1 oktober 2019 na 14:45 uur heeft getankt met [slachtoffer] . De verbalisanten zagen het volgende op de camerabeelden: 15:12:35 uur: Een grijze Mercedes met kenteken [kenteken 2] komt het terrein op rijden. Direct hier achteraan komt een witte Volkswagen Golf station met kenteken [kenteken 1] aanrijden. 15:13:25 uur: De bestuurder van de witte Golf zet zijn auto rechts naast pomp 9. 15:13:50 uur: De bestuurder van de witte Golf stapt uit. Het is een man gekleed in een grijs T-shirt met een licht baardje en mogelijk een zonnebril. Hij vertoont grote gelijkenissen met het slachtoffer [slachtoffer] . 15:14:15 uur: De bestuurder van de Mercedes parkeert links van pomp 8 en rechts van de witte Golf. Direct stapt een man uit met een rode gewatteerde jas met capuchon. Hij loopt naar de achterzijde van zijn auto, waar geen zicht is met de geleverde camerabeelden. 15:14:30 uur: De bestuurder van de witte Golf opent de tankdop en loopt naar de pinautomaat van pomp 9 en blijft daar een tijdje staan. 15:15:30 uur: De bestuurder van de witte Golf en van de Mercedes kijken naar elkaar en lijken even kort met elkaar te spreken. 15:15:40 uur: De bestuurder van de Mercedes stapt in zijn voertuig en rijdt weg bij de pomp. 15:15:50 uur: De bestuurder van de Mercedes rijdt linksaf over de Flinesstraat in de richting van de Van der Madeweg. 15:16:00 uur: De bestuurder van de witte Golf stapt ook in zijn voertuig en rijdt weg. Het voertuig stopt een paar meter na het wegrijden. De bestuurder stapt uit, doet de tankdop dicht en stapt in. De witte Golf rijdt linksaf over de Flinesstraat in de richting van de Van der Madeweg. 12. Een geschrift, te weten een bijlag bij een proces-verbaal van bevindingen van 16 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z904-Z907) Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisanten (of één van hen): Uit door ING Bank N.V. verstrekt historische bankgegevens van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1970 kwamen onder meer de navolgende bijzonderheden naar voren dat [verdachte] een betaalrekening heeft met het nummer [rekeningnummer] (pasnummer 010). De volgende transactie met bankpas is op 1 oktober 2019 gedaan: Makro A’dam benzine AMSTERDAM // Pasvolgnr: 010 01-10-2019 15:14, debet 18.94 euro. 13. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Camerabeelden Endemol Shine d.d. 01/10/2019’ van 10 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s Z153-Z156). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisant: De verbalisant heeft op 10 oktober 2019 onderzoek gedaan naar de gevorderde camerabeelden van Endemol Shine van 1 oktober 2019 tussen 15:00 uur en 17:30 uur. De camera heeft zicht op de Holterbergweg in Amsterdam tussen Endemol Shine en de Burgemeester Stramanweg. [verdachte] reed die dag in een Mercedes-Benz, type C220, grijs van kleur. Het voertuig heeft zwarte velgen en een zwarte strip langs de zijkant. Het voertuig is omgebouwd tot een AMG (sport) uitvoering. De verbalisant heeft voorafgaand aan het bekijken van de camerabeelden referentiefoto’s gezien van de Volkswagen Golf van [slachtoffer] en de genoemde Mercedes. - 1 oktober 2019 15:23 uur: de verbalisant ziet een witte Volkswagen Golf station rijden, komend uit de richting van Borchland en gaand in de richting van de Burgemeester Stramanweg. De Volkswagen Golf heeft zwarte dakrails. - 1 oktober 2019 16:08 uur: de verbalisant ziet opnieuw de witte Volkswagen Golf station rijden met zwarte dakrails en een zwart dak. Het voertuig komt uit de richting van de Burgemeester Stramanweg en rijdt in de richting van Borchland. - 1 oktober 2019 17:13 uur: de verbalisant ziet een zilverkleurige Mercedes rijden, komend uit de richting van de Buitensingel en gaand in de richting van de Burgemeester Stramanweg, De auto heeft opvallend donkerkleurige velgen en aan de zijkant van de auto is deze voorzien van zwarte strips, ter hoogte van de wielophanging. Tijdens het uitkijken van de beelden heeft de verbalisant verscheidene auto’s gezien die lijken op de genoemde Mercedes. Geen van die auto’s had zwarte velgen of een zwarte strip aan de zijkant. De verbalisant heeft geen andere witte Volkswagen stations voorbij zien komen. De verbalisant heeft bij een Mercedes dealer een product expert gesproken en heeft hem de stills van de camerabeelden van Endemol Shine laten zien. Op de vraag wat voor auto het betreft en waarom antwoordde de medewerker als volgt: Volgens mij gaat het om een Mercedes C63 AMG: de voorkant bij de wielkasten is uitgebouwd. De auto lijkt ook een kofferbak spoiler te hebben, wat typisch past bij een AMG. Ik lijk side skirts te zien, dat zijn de zwarte strips aan de zijkant; in combinatie met de achterbumper lijkt het een AMG uitvoering. De auto lijkt voorzien te zijn van matte lak, wat ook typisch is voor een AMG. 14. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Aanvulling proces-verbaal onderzoek GPS data 01/10/2019 Mercedes [kenteken 2] ’ van 29 januari 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s Z715-Z716). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisant: Uit aanvullend onderzoek GPS-data op 1 oktober 2019 betreffende de Mercedes [kenteken 2] van [verdachte] is het volgende gebleken: - Ritnummer 2345 op 1 oktober 2019 tussen 14:35 uur en 15:20 uur. Het voertuig is vanaf de [b-straat] in [plaats] via de Van der Madeweg in Amsterdam naar de Buitensingel in Duivendrecht gereden. Tussen 15:12 uur en 15:16 uur heeft het voertuig stilgestaan nabij de Makro aan de Van der Madeweg: Om 15:20 uur stond het voertuig stil op de Buitensingel in Duivendrecht. - Ritnummer 2346 op 1 oktober 2019 tussen 17:12 uur en 18:32 uur. Het voertuig is vanaf de Buitensingel in Duivendrecht eerst naar [d-straat] in [plaats] gereden. Daar heeft het voertuig tussen 17:38 uur en 17:40 uur stilgestaan. Het voertuig is hierna vanaf [d-straat] gereden naar de Zonnekruidweg in Badhoevedorp. Daar kwam het voertuig aan om 17:51 uur en is daar vertrokken om 17:53 uur. Het voertuig is gereden naar de Femina Mullerstraat in Hoofddorp, waar het om 18:11 uur aankwam en om 18:13 uur is vertrokken naar [d-straat] in [plaats] . 15. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Digitaal onderzoek navigatiecomputer’ van 18 november 2022 met proces-verbaalnummer 2019207223, opgemaakt in de wettelijke vorm door de bevoegde opsporingsambtenaar (losbladig). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisant: Op 17 november 2022 heeft.de verbalisant op het bureau van politie Kabelweg 25 te Amsterdam, een onderzoek voorgezet aan de data afkomstig van de hierna genoemde inbeslaggenomen navigatiecomputer. Omschrijving navigatiecomputer Merk/type: Harman NTG5 Bouwjaar: 2014 Goednummer: PL1300-2019207223-5842898 Herkomst: Was ingebouwd in Mercedes-Benz C220 met kenteken [kenteken 2] Vraagstelling Het onderzoeksteam verzocht mij om voor ritnummer 2346 de opgeslagen gegevens over het ontgrendelen en portiergebruik verder toe te lichten. In eerder digitaal onderzoek heb ik de gegevens van onder meer ritnummer 2346 veiliggesteld. Dit is geverbaliseerd in mijn proces-verbaal van 25 februari 2020. In de data die zijn veiliggesteld van de navigatiecomputer staan onder meer bestanden met diagnostische loggegevens ('logs'). Deze gegevens komen van diverse regelmodules die in de auto zijn ingebouwd. Hierbij is het bestand met onderstaande naam: trigger_2754 HU 20191002_173538_SYS CA05.tzg Na eerder digitaal onderzoek aan dit bestand heb ik de diagnostische gegevens inzichtelijk gemaakt. Hieronder staan de opgeslagen acties met betrekking tot het deurgebruik, links en rechtsvoor, van het begin van rit 2346. In de data die zijn veiliggesteld van de navigatiecomputer staat het bestand 'trails.sqlite'. Dit bestand is bij alle voorgaande onderzoeken de bron geweest voor de opgeslagen GPS-coördinaten. Deze worden opgeslagen ook zonder dat de gebruiker de navigatiecomputer bedient. De informatie uit beide bestanden wordt gebruikt omdat ze elkaar verrijken. Analyse trigger_2754_HU_20191002_173538_SYS_CA05.TZG Dit bestand is de bron voor de informatie over het deurgebruik, ontgrendelen en tijdsbepaling bij ritnummer 2346. De informatie die in dit logbestand staat opgeslagen is niet nauwkeuriger dan op een minuut te bepalen. Bij elke regel in het logbestand staat namelijk geen daadwerkelijke tijd opgeslagen, maar alleen hoelang het na het begin van de logsessie is vastgelegd. De daadwerkelijke tijd wordt op enig moment wel opgeslagen in het logbestand. Bij het vastleggen van deze regel staat ook hoelang dat na het beginnen van de logsessie wordt gedaan. De tijdsbepaling via GPS is slechts op de minuut nauwkeurig. Door met het tijdsverschil tussen de logregels en de tijdbepaling via GPS te werken, kom ik tot onderstaande berekening: Tijdsbepaling GPS De verbalisant zag onderstaande regel in het logbestand staan: 19026 0000075448 [0x0f02]GeneraI_GpsTimeAvailable 2019-10-01 15:13 0x7e3a0bcd Deze logregel is 75,448 seconden na het begin van de logsessie opgeslagen. Op dit moment heeft de navigatiecomputer de tijd door middel van het GPS signaal bepaald op 1 oktober 2019 tussen 15:13:.00 en 15:13:59 (UTC). Voor Nederland in deze periode moet de tijd worden aangepast naar UTC+2. Hierdoor is de Nederlandse lokale tijd 1 oktober 2019 tussen 17:13:00 en 17:13:59 bij het opslaan van deze logregel. Deze logregel is het uitgangspunt voor de verdere tijdsbepalingen in het logbestand. Want uit de voorgaande berekening kan worden gesteld dat: Op 75,448 seconden na het begin van de logsessie de Nederlandse lokale tijd 1 oktober 2019 tussen 17:13:00 en 17:13:59 was. Begin logsessie De verbalisant zag dat de bovenste regel van de logsessie deze is: 18917 0000000922 [0x0501] Vehicle_lgnition <LOCK>0x00000000. Deze logregel is 0,922 seconden na het begin van de logsessie opgeslagen. Dat is 75,448 seconden - 0,922 seconden= 74,526 seconden voor het bepalen van de tijd door middel van het GPS signaal. Deze regel is dus op 1 oktober 2019 tussen 15:11:45 en 15:12:44 (UTC) opgeslagen. Met de aanpassing naar UTC+2 is de Nederlandse lokale tijd tussen 17:11:45 en 17:12:44. Openen portier linksvoor De verbalisant zag onderstaande regel in de logsessie staan: 18926 0000002535 [0x0503]Vehicle_FrontDoorLeft Door opened 0x01020000. Deze logregel is 2,535 seconden na het begin van de logsessie opgeslagen. Dat is 75,448 seconden - 2,535 seconden= 72,913 seconden voor het bepalen van de tijd door middel van het GPS signaal. De linker voordeur is dus op 1 oktober 2019 tussen 15:11:47 en 15: 12:46 (UTC) geopend. Met de aanpassing naar UTC+2 is de Nederlandse lokale tijd tussen 17:11:47 en 17:12:46. Sluiten portier linksvoor De verbalisant zag onderstaande regel in het log staan: 18956 0000005943 [0x0503]Vehicle_FrontDoorLeft Door closed 0x01010000. Dit bericht is 5,943 seconden na het begin van de logsessie opgeslagen. Dat is 75,448 seconden 5,943 seconden = 69,505 seconden voor het bepalen van de tijd door middel van het GPS signaal. De linker voordeur is dus op 1 oktober 2019 tussen 15:11:50 en 15:12:49 (UTC) gesloten. Met de aanpassing naar UTC+2 is de Nederlandse lokale tijd tussen 17:11:50 en 17:12:49. Analyse trails.sqlite Het bestand trails.sqlite is de bron voor alle opgeslagen locatiedata. Hierin staat de afstand die is gereden in combinatie met de tijd en datum of met locatiedata. De locatie is beschikbaar als lengtegraad en breedtegraad. Voor de ritnummer 2346 zijn.in trails.sqlite 3352 regels met informatie opgeslagen. Hieronder staan de eerste acht: Datum Tijd Gereden (

  1. m)Breedtegraad Lengtegraad 0 000000 52,319894 4,927458 01-10-2019 17:12:24 0,000000 24,020000 52,320103 4,927550 17:12:36 86,010000 52,320113 4,928465 17:12:38 111,800000 17:12:38 113,80000 17:12:38 114,670000 Op basis van het trails.sqlite bestand kan gezegd worden dat het voertuig om 17:12:24 uur ontgrendeld is en een afstand heeft gereden van 0 meter. Tijdspanne openen portier linksvoor Zoals omschreven bij 'analyse van trigger_2754_HU_20191002_173538_SYS_CA05.tzg' is de tijdspanne voor het openen van het portier linksvoor tussen 17:11:47 en 17:12:46. Deze tijdspanne kan nauwkeuriger gemaakt worden door er de informatie van de gereden route uit trails.sqlite aan toe te voegen. Uit het bestand trails.sqlite kan namelijk worden afgeleid dat om 17:12:36 de gereden afstand 86,01 meter is. Wanneer het voertuig is gaan rijden toen het portier linksvoor dicht was, kan de tijdspanne nauwkeuriger worden bepaald, namelijk van 17:11:47 tot 17:12:36. 16. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Rapport analyse historische telecomgegevens’ van 11 november 2019 met documentcode 12010538, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (dossierpagina’s Z333-Z338). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisant: Bij deze analyse is gebruik gemaakt van de volgende data: - Relevante telefoonnummers: [slachtoffer] gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 1] (*[telefoonnummer 1]) en als werk telefoonnummer [telefoonnummer 2] zie p. 335 (*[telefoonnummer 2]); [verdachte] gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 3] (*[telefoonnummer 3]); [betrokkene 1] gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 4] (*[telefoonnummer 4]). ( [benadeelde 1] telefoonnummer [telefoonnummer 5] (* [telefoonnummer 5] ) zie p. 336; [betrokkene 2] telefoonnummer [telefoonnummer 6] (* [telefoonnummer 6] ) zie p. 338; [betrokkene 3] telefoonnummer [telefoonnummer 7] (* [telefoonnummer 7] ) zie p. 338.) - De originele historische telecomgegevens van de telefoonnummers * [telefoonnummer 1] ; * [telefoonnummer 3] en * [telefoonnummer 4] over de periode van 18 april 2019 tot en met 3 oktober 2019. - Tevens heeft een netwerkmeting plaatsgevonden op de Buitensingel te Duivendrecht. - De telematica module van de Mercedes van [verdachte] is uitgelezen. In combinatie met de verkregen gegevens van de Mercedes dealer kwam het daarbij horende imeinummer naar voren: [imeinummer] (hierna: [imeinummer]). De historische gegevens van dit imeinummer zijn opgevraagd over de periode van 1 september 2019 tot en met 8 oktober 2019. (…) 17. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Aanvulling document 12010538’ van 2 december 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s Z413). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisant: Op 11 november 2019 heb ik een analyserapport geschreven onder documentnummer 12010538. In dit rapport heb ik abusievelijk het kenteken [kenteken 3] vermeld waar het imeinummer [imeinummer] aan zou toebehoren. Het kenteken welke hier door mij vermeld had moeten worden betreft: [kenteken 2] . 18. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Onjuistheid document 11868566 ivm Call Logs tel. [slachtoffer] ’ van 23 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s Z182-Z183). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisant: Op 1 oktober 2019 is de telefoon van [slachtoffer] , die in zijn auto lag, inbeslaggenomen. Een digitaal rechercheur heeft van deze telefoon de data inzichtelijk gemaakt en een proces-verbaal opgemaakt waarin de Whats App en Call Logs van 1 oktober 2019 van die telefoon worden weergegeven. Volgens de Call Log is er op 1 oktober 2019 om 17:09:30 uur op de telefoon van [slachtoffer] een inkomend gesprek geweest, aangeduid als record 36. De status van deze belbeweging moet zijn: answered. Call Duration (Seconds):33. Tevens blijkt dat deze Call Log is tot stand gekomen via een zogenaamde Third Part Application. Uit de naam daarvan is op te maken dat deze verbinding tot stand is gekomen via Facebook Messenger. Met behulp van de vertaling door een tolk in de Arabische taal is de inkomende beller geduid als De moeder van [betrokkene 4] . Aangenomen wordt dat de inkomende partij van deze verbinding de moeder van [slachtoffer] betreft. 19. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 19 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina's Z376- Z383). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 19 november 2019 tegenover de verbalisanten (ook aangeduid als: V) afgelegde verklaring van de getuige [benadeelde 4] (ook aangeduid als: A): Ik heb veel kinderen, de eerste is [betrokkene 4] . Mijn zoon [slachtoffer] en [benadeelde 1] hebben twee kinderen: [benadeelde 2] is bijna vijf jaar en [benadeelde 3] is 1 jaar en twee maanden. [slachtoffer] vertelde dat [verdachte] naar het ziekenhuis kwam en dat hij [verdachte] niet meer vertrouwde. Hij heeft gezegd dat hij zich onveilig voelde omdat [verdachte] een afspraak maakte met [slachtoffer] voor de volgende dag op een heel afgelegen plaats. Ik zei tegen [slachtoffer] dat hij er niet heen moest gaan. V: Dus de locatie van afspreken was al besproken? A: Ja. Alleen ik weet dit. De dag van het overlijden van [slachtoffer] waren wij aan het beeldbellen. [slachtoffer] had afgesproken dat [benadeelde 1] naar [benadeelde 2] zou gaan in het ziekenhuis. [slachtoffer] ging met zijn dochter naar de afspraak. Hij ging vanuit het ziekenhuis naar huis om te douchen. We spraken elkaar na het douchen. Hij was zeer bang voor [verdachte] . V: Hij reed naar de plek en jullie belden nog. Was er iets aan hem te zien? A: Ik merkte dat hij aan het zweten was. Ik heb tijdens het bellen geen anderen in de auto zien zitten, alleen zijn dochter zat achter hem. V: U zei dat u de verbinding heeft verbroken. A: Ik zei: ik zal je na het gesprek met [verdachte] bellen. Om 17:10 uur belde ik hem. Hij zei dat hij met [verdachte] zat. Ik vroeg hem wanneer het gesprek voorbij was. [slachtoffer] zei dat hij er nog zat. Dat is het laatste wat ik van mijn zoon heb gehoord. 20. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Onderzoek aan de telefoon van [slachtoffer] ’ van 30 januari 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s Z977-Z991). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisant: Op dinsdag 1 oktober 2019 is de telefoon van [slachtoffer] aangetroffen in zijn auto, een witte Volkswagen Golf, voorzien van kenteken [kenteken 1] . De telefoon, een Iphone 6S, is inbeslaggenomen en door mij onderzocht. Contact [verdachte] via het telefoonnummer van [betrokkene 1] . Op 1-10-2019 om 14:45:38 uur zijn vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 4] , opgeslagen als [betrokkene 1] (spreek je uit als ' [betrokkene 1] ') via what's app de volgende berichten verstuurd naar het privénummer van [slachtoffer] : 14:45:38 uur: "Hey bel me" 14:50:58 uur: "Selaam ik wacht op je in Osdorp [verdachte] " Bericht van [verdachte] naar [slachtoffer] Op 01-10-2019 om 17:17:33 uur is op het privénummer van [slachtoffer] via what's app een audiobericht ontvangen van telefoonnummer [telefoonnummer 3] , opgeslagen als [verdachte] . Het bericht was deels Nederlands en deels Arabisch gesproken. Het audiobericht is vertaald door een tolk Arabisch. Audiobericht: "Salaam alaikoem (vrede zij met
  2. je)[slachtoffer] Ik wil je zeggen: "maak je je niet druk" Alles komt goed, als Allah het wil, weet je!? Wees niet bang, wees niet bang ... voor niets En..uh ... dat huis ga je krijgen En die rekeningen.. zal je nog betalen, als Allah het wil Alles komt goed, je hoeft je niet te stressen Ik sta je bij. Bel me alsjeblieft als je in het ziekenhuis bent. Doei." 21. Een proces-verbaal van bevindingen ‘112 gesprek’ van 9 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z043- Z045). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisanten (of één van hen): Bij de meldkamer kwam een 112 gesprek binnen van een man die belde met telefoonnummer 06- [telefoonnummer 8] . De verbalisanten hebben dit gesprek, dat 05:56 minuten duurde, beluisterd en letterlijk uitgewerkt. Opmerking hof: het hof laat in verband met de leesbaarheid bij de weergave hieronder de herhalingen van het operationeel centrum weg alsmede de haperingen (zoals eueu) van de sprekers. P= Operationeel Centrum M= Melder (man) P: Meldkamer politie, wat is het adres van uw noodgeval? M: Buitensingel 4 Amsterdam Duivendrecht M: Dat is de parkeerterrein van tuinpark Nieuw Vredelust P: Wat is daar aan de hand? M: Er zit een iemand in een auto met een zeer bebloed gezicht met zijn hoofd helemaal opzij gevallen. Ik zit met mijn auto ernaast P: O M: Ik toeter volop, hij reageert niet P: Dat is niet zo best ... het betreft een man? M: Ja P: Op het parkeerdek bebloed....gezicht.... en het lijkt of hij echt buiten kennis is, want hij is ....zijn gezicht hangt ook naar de zijkant ... M: Ik heb geen zin om het van dichtbij te gaan kijken.. P: Nee, dat begrijp ik heel goed. Ik ben al heel blij dat u belt. Ik ga even snel alle informatie vragenen mogelijk politie zo snel mogelijk uw kant opsturen. Hij reageert niet op toeteren he? M: Niet op toeteren nee, ik stond er net naast te toeteren en hij reageert.. maar ik zie duidelijk bloed P: Ja, ik snap dat u dat vervelend vindt... heeft u op het raampje getikt? M: Nee P: Zou u dat willen doen voor mij? M: Ja, dan loop ik er nu heen, tik ik op het raam P: Ja Noot verbalisanten: Op de achtergrond horen wij het geluid van tikken M: Maar ik zag ook net auto's wegrijden dus ik denk echt dat het slechte boel is. P: Ok M: Ooo er zit een kind achterin P: Ach nee, dat meent u niet M: Ook nog .... er zit een kind achterin, hij reageert niet, er zit een kind achterin de auto P: Dan komen we extra snel die kant op. Heel goed dat u dat meldt meneer. Als u het niet meer wilt zien dan kunt u teruggaan naar de auto hoor, politie komt eraan M: ja, ik loop weer terug naar de auto; kindje zit niet te huilen of zo, het is niet in shock P: Maar het kindje reageert.. het is nog wel wakker? P: Het kindje is nog wel wakker, die reageert wel... M:Ja, ja P: Ok M: Ja, ja, ze huilt niet ofzo, ze is niet helemaal van streek of.. P: Maar de persoon, de man in de auto die is overduidelijk.... M: Die reageert niet nee... P: Ok M: Je hoeft niet met sirene te komen denk ik hoor want dat is niet meer nodig. P: We gaan wel met spoed komen omdat er een kindje achterin de auto zit M: O nee, dat bedoel ik niet, maar niet dat je met sirene het terrein oprijdt P: Dat is een inschatting voor de politie op straat M: Ok nou in ieder geval als je het kind niet wil choqueren zou ik hem onderweg afzetten P: Nee precies, ik heb erbij gezet dat er een kindje in de auto zit. En kunt u voor mij het kenteken van de auto zien meneer? M: Ja, dan loop ik er even uit weer; het is een ... effe kijken., wat is het voor een merk? Een Volkswagen ... […] verhoogd met een tweetje [kenteken 1] P: [kenteken 1] ...klopt dat? M: Ja P: En dat betreft het een Golf zegt u he? M: Nee, een Volkswagen, ik denk een Passaat of een verlengde Golf P: Het is in ieder geval een Volkswagen ok M: [kenteken 1] P: Mijn collega's zijn in ieder geval al onderweg, daar ben ik blij mee. Ziet u verder nog iets raars? M: Ja, ik zag net twee auto's wegrijden P: Heeft u daar iets van gezien: kentekens, kleuren, auto... M: Ik heb geprobeerd kentekens te noteren maar nee dat... ik ben er heel even achteraan gereden, maar ze reden zo snel dat.. en ik moest voorrang geven, ik was ze gelijk kwijt eigenlijk. P: Ok, met hoge snelheid wel M: Ja, ze gingen met hoge snelheid weg ja... P: Ok en heeft u wel de kleuren en de .... M: Ja, ik weet dat het twee Mercedessen waren, waarvan één een taxi nummerbord had. Een blauw kenteken. Het waren allebei Mercedessen P: Ja M: Het was een C of een E serie zowiezo .... de één, de ander was erg opvallend omdat het een witte Mercedes was, niet de taxi. Het was een witte Mercedes, ik denk een model Combo of dat heet anders bij Mercedes? En er zat grijs aan de zijkanten P: Met grijs aan de zijkant.. M: Ja een beetje racerig gemaakt met grijs aan de zijkant P: Ok, dat was in ieder geval geen taxi he? M: Nee, de taxi was een gewone Mercedes, zwart, donker kleurig grijs, zoiets een C of een E waar al die taxi's in rijden P: Ja, en dat grijs aan de zijkant meneer was dat beschadigd of hoorde dat gewoon op de bus M: Nee, het was alsof het een soort race model was P: Een race model is... M: Het was heel opvallend .... Ik hoor de sirenes aankomen nu P: Ok, dan zijn ze gelukkig heel dichtbij ....Ja, ze zijn echt heel dichtbij, ik zie ze momentje hoor... M: Ik heb echt gepoogd om het beter te doen met die nummerborden maar het ging echt te snel P: Nee, ja goed dat u belt. We zijn heel blij mee M: Ik zie ze aankomen, hij heeft ze aanstaan...ho niet te ver ...ja ok.. P: Hebben ze u gezien? M: Nou ik heb ze gewenkt, ik zat in de auto; ik neem aan dat ze het gezien hebben; ja nu hebben ze het gezien P: Helemaal goed, dan ga ik de verbinding met u verbreken, heel erg bedankt voor de melding en we hopen dat het meevalt. M: Ik denk het niet, maar ik hoop het ook. 22. Een proces-verbaal van bevindingen tijdstip 112-melding van 20 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z532-Z533). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisanten (of één van hen): Navraag tijdstip 112 melding Op 1 april 2020 heb ik, 1e verbalisant navraag gedaan bij de centrale meldkamer van de Landelijk Eenheid in Driebergen. Nadat ik, 1e verbalisant, het telefoonnummer [telefoonnummer 8] , van de getuige [betrokkene 5] eveneens de beller naar 112, heb opgegeven bij de centrale meldkamer zagen zij, in het computer systeem Avaya, dat het voornoemde telefoonnummer op 1 oktober 2019 om 17.15.36 uur had gebeld met de 112-centrale in Driebergen. 23. Proces-verbaal van verhoor getuige van 1 oktober 2019 inclusief bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s Z135- Z136, bijlagen Z137-Z138). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 oktober 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de getuige [betrokkene 5]: Ik heb om 17:15 uur met mijn telefoon 112 gebeld. Ik parkeer praktisch elke dag bij Nieuw Vredelust in Duivendrecht, dus ik weet welke voertuigen er normaal gesproken staan. Toen ik kwam aanrijden ben ik in een soort van u-bocht de parkeerplaats opgereden, om zodoende mijn auto zo te positioneren dat ik de volgende dag direct zou kunnen wegrijden. Ik kwam dus aanrijden en voordat ik de bocht op het parkeerterrein kon maken, stond daar een witte Mercedes, station model, ik denk een C of een E klasse. Opvallend aan deze auto was het volgende: de auto was wit en er zat een maanvormig vlak aan de zijkant ter hoogte van de linker achterkant en de punt van de maanvorming was naar voren gericht. Deze witte Mercedes viel mij zo op omdat de mensen die daar een tuinhuisje hebben, normaal gesproken niet parkeren achter in de hoek bij de bomen, als er voldoende plek is. Ik liet deze Mercedes voorgaan om zodoende naar mijn parkeerplaats te gaan. Terwijl ik aan het wachten was, keek ik naar links en zag een witte Volkswagen staan. Ik zag dat de bestuurder met zijn hoofd tegen de zijruit van de bestuurderskant lag. Ik zag dat deze man een klein straaltje bloed had lopen langs de zijkant van zijn gezicht, volgens mij was dat de rechterkant. Ik stond met mijn auto schuin ten opzichte van het slachtoffer. De witte Mercedes reed het parkeerterrein af, volgens mij redelijk beheerst; hij reed normaal weg. Ik keek op dat moment naar rechts en zag dat er een taxi wegreed, die er als volgt uitzag. Ik neem aan dat het een Mercedes E klasse, kleur zwart of donkergrijs. Ik meen me te herinneren dat hij een grote lichtbak bovenop het dak had, mogelijk met blauwe kentekenplaten. Ook deze taxi reed redelijk beheerst weg. Deze auto’s reden allebei vrijwel tegelijkertijd weg. Mij viel op dat de taxi aan de zijkant van de weg stond, terwijl er genoeg parkeergelegenheid was. (opmerking hof: zie de aantekening van de getuige op de bijgevoegde plattegrond 1). Ik zag dus dat de bestuurder van de Volkswagen met bloed op zijn hoofd tegen het bestuurdersraam aan lag. Toen dacht ik: dat klopt niet. Ik zag dus die auto’s wegrijden. Ik reed tot de hoek, maar toen waren ze al weg. Ik zag dat de taxi linksaf de Buitensingel op reed en dat de andere auto, de witte Mercedes, twee keer rechtsaf sloeg en in de richting van de Arena is gereden. (opmerking hof: zie de aantekening van de getuige op de bijgevoegde plattegrond 2). Ik heb geen schoten gehoord. Ik ben even achter die twee auto’s aangereden maar ik was ze uit het oog verloren en ben teruggegaan naar de parkeerplaats. Ik heb mijn bocht op de parkeerplaats wat ruimer genomen, zodat ik beter zicht had op de jongen in de auto. Toen zag ik ook duidelijker dat hij bloed aan zijn hoofd had. Ik heb mijn auto op 1,5 meter voor de auto van het slachtoffer gezet en heb een aantal keren op mijn claxon gedrukt om te kijken of ik beweging in de andere auto zag. Die was er niet. Ik heb mijn auto 5 meter verderop geparkeerd. Daar heb ik 112 gebeld. Op een vraag van degene die ik aan de lijn had ben ik naar de auto gelopen en heb ik op het raam getikt, terwijl ik aan de lijn was. Terwijl ik met mijn autosleutels op het raam tikte, zag ik dat achter het slachtoffer op de achterbank een kinderzitje was bevestigd met een klein kindje erin. Het kindje huilde niet en zat stil. Ik ben met 112 aan de lijn gebleven totdat de politie er was. (…) 24. Een proces-verbaal van 8 juni 2020, opgemaakt door mr. A.B.M. Wijnveldt, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Amsterdam (losbladig). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 8 juni 2020 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van de getuige [betrokkene 5]: Ik rijd in een zwarte Alfa 147, ook op 1 oktober 2019. Wat ik mij herinner van wat ik heb gezien op 1 oktober 2019 is het volgende. Ik kwam aanrijden op de parkeerplek bij de volkstuinen. Ik woon op de [A] . Deze volkstuin gebruikt hetzelfde parkeerterrein als Vredelust. De route die ik naar de parkeerplaats heb genomen is de volgende: na de afslag S111 bij de Arena ben ik linksaf de ventweg opgereden, dat is de Buitensingel. Daar reed ik het parkeerterrein van [A] op. Als je deze parkeerplaats voorbij rijdt, dan loopt de weg feitelijk dood. Je passeert dan eerst nog een ander groot parkeerterrein. Die avond ben ik niet verder gereden dan de eerste parkeerplaats. Ik weet het precieze tijdstip niet meer. Het tijdstip zal blijken uit mijn telefoon toen ik de 112 melding maakte. Toen ik kwam aanrijden, wilde ik op de parkeerplaats een lus maken om mijn auto zo te kunnen parkeren dat ik gemakkelijk kon wegrijden. Op dat moment zag ik een Mercedes aanstalten maken om weg te rijden en ik gaf hem voorrang. Misschien was de Mercedes al een klein stukje opgetrokken, maar hij wachtte tot ik hem voorrang gaf. Toen ik voorrang moest verlenen of iets daarvoor of daarna heb ik aan de rechterkant van zijn hoofd bloed gezien bij de man in de Golf. De witte Golf stond achter in een hoekje neusklaar om weg te rijden, daarmee bedoel ik dat zijn kont tegen de bosjes aan stond. De Mercedes stond parallel aan deze auto, ook met de neus naar voren gericht. U vraagt mij een beschrijving van de Mercedes te geven. Ik vond vooral de ingestanste vorm van de carrosserie opvallend. Dat heb ik eerder beschreven als maanvormig. Ik dacht toen dat het een opgeplakte sticker was. Met de huidige kennis denk ik dat het de vorm van de auto was. Ik heb deze vorm namelijk ook bij andere Mercedessen gezien. Die vorm zit op het achterportier. De auto was grijs of zilvergrijs. De kleur kan iets anders zijn omdat het geen helder weer was. Er waren nog geen straatlampen aan. De Volkswagen waarin het slachtoffer zat was wit. Als ik in mijn verklaring spreek over een witte auto dan bedoel ik de Golf en met de grijze de Mercedes. Ik heb ook over een andere auto verklaard die wegreed en dat was denk ik een E-klasse en die was ook een slag groter. De grijze Mercedes was een A- of C-klasse, in ieder geval kleiner dan de taxi want dat was dacht ik een E-klasse. De taxi was donker van kleur en had een taxi-ding op zijn dak. Het was in ieder geval duidelijk dat het een taxi was, want dit voertuig had een blauw kenteken. Op het moment dat ik kwam aanrijden stond de taxi stil. Bijna op hetzelfde moment reed de grijze Mercedes weg en ook de taxi. Volgens mij reed de grijze Mercedes in de richting van de Arena en de taxi ging in de richting van de Utrechtsebrug. De grijze Mercedes reed maximaal 5 meter voor mij langs en de taxi maximaal 15 meter. Ik stond stil toen zij passeerden. Ik heb die grijze Mercedes voorrang gegeven. Deze kwam uit stilstand en reed op een normale manier weg; niet met gierende banden. Ik zag die auto van de zijkant en zag op die manier de maanvorm. Ik ben achter de grijze Mercedes aan gereden omdat ik, nadat ik deze voorrang had verleend, naar links keek en het slachtoffer zag in een vreemde positie, met zijn hoofd naar links geleund tegen het raam. Ik heb toen heel even gewacht. Ik durfde er niet direct achter aan. Ik wilde het nummerbord opnemen, maar ik zag hem de S111 op rijden en ben toen afgehaakt en teruggegaan. Ik ben tot het hoekje gereden. Ik denk dat dat bij de stoplichten bij de Arena was. Ik zag die auto de S111 op draaien en verloor hem toen uit het zicht. Daarna heb ik 112 gebeld, nadat ik terug was gereden, om de situatie beter in te schatten. Ik heb toen een grotere lus op de parkeerplaats gemaakt om het beter te kunnen zien en zag toen bloed bij die man. Volgens mij zag ik de eerste keer een klein beetje bloed. Ik heb getoeterd of er nog reactie kwam en daarna 112 gebeld. Ik had inderdaad bloed gezien voordat ik 112 belde. Het was niet druk op de parkeerplaats. Het was buiten het seizoen, extreem rustig. Er waren niet veel auto’s geparkeerd. Ik kon gemakkelijk de lus maken en parkeren. Volgens mij stonden er behalve de Golf en de Mercedes nog 4 â 5 andere auto’s. Ik heb geen mensen zien lopen 25. Proces-verbaal met bijlage van de letterlijke uitwerking van het verhoor van een getuige van 7 mei 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s Z861-873). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang, als de op 10 oktober 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de getuige [betrokkene 5]: I: interviewer G: gehoorde I: waren er buiten die taxi en de Mercedes nog andere mensen of auto’s? G: nee, er is niemand weggegaan in die tijd of gekomen. [...] ik kwam aan en ik keek op dat moment ook effetjes deze kant op. Dus ik was niet alleen maar met die auto bezig... I: Ja. Ja, ja. Nee, nee, nee. Ja. G: ...zeg maar. Ik was met, met die auto hier bezig. En eh pas op het moment dat ze weer wegreden keek ik weer naar die auto. En keek ik naar die auto die daar wegreed en was die, was dit mijn beeld niet meer. 26. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Resultaat onderzoek TCA taxi op de Buitensingel’ van 10 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s Z142-Z143). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisant: Bij taxibedrijf Taxicentrale Amsterdam (TCA) zijn de gegevens opgevraagd en verkregen van de taxi’s die op 1 oktober 2019 tussen 16:00 en 17:30 uur op de Buitensingel in Amsterdam-Duivendrecht zijn geweest, of daar in de nabije omgeving zijn geweest. TCA heeft op 10 oktober 2019 de volgende gegevens verstrekt: Wij hebben 1 match met een TCA wagen die op 1 oktober 2019 van 17:10 uur tot 17:16 uur op de Buitensingel is geweest. Het betreft TCA taxi [001] , Mercedes met kenteken [kenteken 4] , zwart, bestuurder [betrokkene 6] . 27. Een proces-verbaal van bevindingen van 1 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s Z041-Z042). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisant: De verbalisant arriveerde op de Buitensingel op 1 oktober 2019 rond 17:25 uur en sprak met enkele getuigen. Hij zag dat een personenauto naar het lint rijden en dat een mannelijke bestuurder uitstapte. De bestuurder verklaarde later te zijn genaamd [betrokkene 7] . [betrokkene 7] verklaarde op de gestelde strekkende vragen het volgende: Ik was hier met mijn vriendin in de auto. Ik stond verderop op het doodlopende stukje geparkeerd. Wij zaten in de auto. Het enige wat wij gezien hebben was dat een zwarte taxi over de parkeerplaats reed en vervolgens weer wegreed. 28. De verklaring van de getuige [betrokkene 7] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2022. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: De voorzitter houdt mij voor dat het verhoor vandaag gaat over een gebeurtenis op 1 oktober 2019 op een parkeerplaats, vlakbij de volkstuinen, aan de Buitensingel in Duivendrecht. Ik wilde van de parkeerplaats rijden, toen de politieagent naar mij toekwam. Hij zei dat ik niet weg mocht rijden, omdat de weg geblokkeerd was. Door het afzetlint was het niet meer mogelijk om naar de andere parkeerplaats te komen. De andere kant op kon ik niet wegrijden, want daar loopt de weg dood. 29. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Telefonisch contact getuige [betrokkene 6] ’ van 14 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina Z144). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van de verbalisant: De verbalisant heeft op 14 oktober 2019 telefonisch contact opgenomen met [betrokkene 6] . Hij verklaarde als volgt. Ik was op 1 oktober

(2019)met mijn Mercedes in Amsterdam. Mijn auto moest naar de garage vanwege een geluid bij de schokdemper. Nadat ik de auto had opgehaald, ben ik naar de Buitensingel gereden. Ik heb daar een rondje gereden en heb mij gefocust op het geluid van de schokdemper. Het viel mij op dat het bij de Buitensingel erg rustig was. Ik heb geen speciale of opvallende dingen gezien.
  1. Een proces-verbaal van 8 juni 2020, opgemaakt door mr. A.B.M. Wijnveldt, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Amsterdam (losbladig). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 8 juni 2020 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van de getuige [betrokkene 6]: Wat ik nog weet van 1 oktober 2019? Als u mij zegt dat dat de dag is waarover ik door de politie ben gehoord, dan weet ik over welke dag het gaat. Op zichzelf zegt 1 oktober mij niets. Ik ben chauffeur. Ik rijd in een Mercedes, dat is mijn dagelijkse werk. Er was iets niet goed aan mijn auto. Iemand van de Mercedes garage is met mij op een hobbelig weggetje gaan rijden, zodat het duidelijk werd om welk geluidje het ging. Een week later kon ik mijn auto bij de Mercedes garage ophalen en ben toen ( het hof begrijpt: op 1 oktober 2019) weer naar dat weggetje gereden waar ik een week eerder met de monteur ook had gereden. Zo kon ik luisteren of het geluidje weg was. De Mercedes garage is gevestigd bij de (Burgemeester) Stramanweg. Naar welk weggetje ik ben gereden? Ik kan er zo naar toe rijden, maar weet niet hoe het daar heet. Vanuit de Arena ligt het Van den Ende gebouw aan de rechter kant. Aan de linker kant is het oefenterrein van Ajax. Je gaat dan rechtdoor op de grote weg en dan ergens linksaf naar het kleine weggetje. Ik zat alleen in de auto. Ik heb een Mercedes E model, een zwarte sedan met blauw kenteken. U vraagt hoe je kunt zien dat de auto een taxi is. Naast dat ik voor de TCA reed, reed ik voor mezelf. Als ik voor de TCA reed, had ik een kleine dakkap op en als ik voor mijzelf reed helemaal niets. Ik weet niet meer of ik die dag mijn dakkap op had. Het klopt dat de centrale bijhoudt waar ik naartoe rij en in- en uitstap. Ik was ben door de centrale of de politie gebeld dat de centrale had gezien dat ik daar was geweest. Of de gegevens op de centrale kunnen worden uitgelezen of in mijn auto? Ik weet dat toen ik 15 jaar geleden ben overvallen de centrale en de politie mijn auto toen hebben teruggevonden. U vraagt wat ik mij kan herinneren van wat ik heb gezien die dag op dat weggetje. Ik heb daar natuurlijk over nagedacht: niets. Ik heb tegen de politie gezegd dat ik alleen geconcentreerd was op het luisteren naar mijn auto. Als bijvoorbeeld een auto op een rare plek staat dan valt dat op, maar er is mij niets opgevallen. Ik denk niet dat ik stil heb gestaan, maar ik kan het mij niet herinneren. Ik weet niet of het tweede rondje exact hetzelfde was als het eerste rondje (het hof begrijpt: van de week voor 1 oktober 2019). Als je terugrijdt hoef je inderdaad niet te steken of te keren. Ik weet niet meer of je voor het rijden van dat rondje om parkeerplaatsen heen moest rijden. Ik denk dat een rondje ongeveer drie minuten duurt. Gedurende de twee rondjes heb ik geen andere taxi gezien. Dat valt meestal wel op. Of ik een auto voorrang heb verleend of dat een auto daarom heeft gevraagd? Ik denk het niet, maar ik weet het niet zeker. U vraagt hoeveel auto’s ik (daar) die dag heb gezien. Ik heb erover nagedacht, maar ik kan mij niets specifieks herinneren. Ook niet over auto’s die geparkeerd stonden of rondreden.
  2. Een proces-verbaal ‘Forensisch onderzoek plaats delict’ van 19 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z224-Z234). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten (of één van hen): Op 1 oktober 2019 om 17:45 uur kwamen wij naar aanleiding van een doodslag/moord voor een forensisch onderzoek op de locatie Buitensingel 4A, 1114 BE Amsterdam-Duivendrecht. Betrokken slachtoffer: [slachtoffer] , geboren [geboortedatum]
  3. Omschrijving onderzoekslocatie De plaats delict betrof een parkeerterrein in het buitengebied van Duivendracht en was gelegen tussen twee tuincomplexen. Het parkeerterrein was met een auto te bereiken via een weg (Buitensingel), die langs het parkeerterrein liep. De Buitensingel was te bereiken via de Van der Madeweg en de Holterbergweg te Duivendrecht. Het parkeerterrein grensde direct aan een toegang tot het tuincomplex [A] . Schuin tegenover deze toegang was aan de overzijde van de Buitensingel een toegang tot het tuincomplex Nieuw Vredelust. Op het parkeerterrein stond, gezien vanaf de Buitensingel, links achter in de hoek van dit parkeerterrein een witte Volkswagen Golfstationwagen voorzien van gele Nederlandse kentekenplaten met de cijfer/lettercombinatie [kenteken 1] en voorzien van duplicaatcode
  4. Bevindingen Wij zagen dat links achterop het parkeerterrein een witte links gestuurde Volkswagen Golf stationwagen met kenteken [kenteken 1] stond. Wij zagen dat deze personenauto met de neus in de richting van de Buitensingel stond geparkeerd. De auto stond op het parkeerterrein op straatklinkers aan de rand van een groenstrook met een bomenrij. Auto Het bestuurdersportier en het linker achterportier van de Volkswagen Golf waren geopend. De ruit van het linker voorportier was op een kier van ongeveer 10 centimeter geopend. Voor het bestuurdersportier lag op de grond van het parkeerterrein een Apple Airpod oortelefoon. Op de linkerzijde van de bestuurdersstoel en de onderdorpel van het bestuurdersportier zagen wij diverse bloedspatten. Links van de autoradio hing een zwarte Apple IPhone in een telefoonhouder aan het dashboard. Wij zagen dat de telefoon was ingeschakeld doordat er regelmatig naar werd gebeld en er regelmatig berichten op het scherm verschenen. De telefoon (AML31400) hebben wij overgedragen aan de districtsrecherche Amsterdam Oost. Wij zagen dat de zonneklep aan de bestuurderszijde was uitgeklapt en dat het schildje voor de spiegel was geopend. Vuurwapen Op het middenconsole lag een zwart vuistvuurwapen van het merk en type Beretta model
  5. Het wapen lag op de linkerzijde, met de loop in de richting van het dashboardkastje. De slede van het vuurwapen was naar achteren geschoven, in de kamer van het vuurwapen zat een huls geklemd. De veiligheidspal van het vuurwapen stond in de ‘vuurstand’. Er was geen patroonhouder in het wapen aanwezig. Ik, verbalisant, heb de huls uit het vuurwapen verwijderd. Wij hebben de huls veilig gesteld. Het vuurwapen werd door ons veilig gesteld. Slachtoffer In de rechterzijde van het voorhoofd/slaap van het slachtoffer was een perforatie in de huid. Rond deze perforatie zagen wij zowel aan de voorhoofdszijde als aan de zijde richting het oor een donkere verkleuring van of op de huid. Vanuit deze perforatie liepen bloedsporen over het gelaat schuin naar de linkerzijde en de linkeronderzijde van het gelaat. Tevens zagen we een bloedspoor over de rechterzijde van het hoofd naar het achterhoofd lopen. Overzicht veiliggestelde sporen SIN: AAMC4986NL Datum /tijd veiligstellen: 1 oktober 2019 om 20:00 uur Plaats veiligstellen: Bem. loop voorzijde/binnenzijde vuurwapen (Beretta) SIN: AAMC4989NL Datum /tijd veiligstellen: 1 oktober 2019 om 20:30 uur Plaats veiligstellen: Bem. slede vuurwapen (Beretta) vanaf middenconsole VW SIN: AAMC4991NL Object: vuurwapen (pistool) Merk/type: Beretta Model 70 Kaliber: 7.65mm Browning Bijzonderheden: geen patroonmagazijn aanwezig SIN: AAMC2866NL Object: Munitie (Mund huls) Merk/type: Cbc 7.65mm Browning Kleur; goudkleurig Land: Brazilië Kaliber: 7.65mm Browning SIN: AAMC4918NL Object: munitie Land: Nederland Bijzonderheden: projectiel uit hoofd slachtoffer. Bij sectie verwijderd.
  6. Een rapport Wapentechnisch en munitieonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut van 30 maart 2020, opgemaakt door W. Kerkhof (doorgenummerde dossierpagina’s Z657- 672). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Vuurwapen (AAMC4991NL) Dit vuurwapen heeft de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een semi-automatisch werkend pistool van het merk Beretta, model 70 in kaliber 7.65mm Browning. Technisch onderzoek Het pistool (AAMC4991NL) is technisch onderzocht. Zowel aan de loop, de slede als aan de kast werden veranderingen vastgesteld. Het pistool geeft het beeld van een gedeactiveerd wapen, dat gedeeltelijk is gereactiveerd. Er zijn concrete aanwijzingen dat de stootbodem in de slede weer is aangepast, met de kennelijke bedoeling het pistool weer schietklaar te maken. Er zijn geen aanwijzingen dat geprobeerd is de kast of de loop te herstellen. In de huidige staat functioneert het pistool feitelijk bijna als een enkelschots pistool. Er kan met de hand een patroon in de kamer worden gevoerd, die kan worden verschoten. Er werd slechts één keer een huls uitgeworpen waarna een patroon uit het patroonmagazijn werd ingevoerd die kon worden verschoten. Na de andere 36 schoten werd de huls niet uitgeworpen, waardoor een aantal handelingen moesten worden verricht voor het lossen van het tweede schot. De twee kogels die in een blok gelatine werden verschoten, drongen daar meer dan 30 centimeter in door, ondanks het feit dat de loopwand op drie plaatsen was doorboord (p.11). Conclusie vergelijkend onderzoek Huls Voor de huls (AAMC2866NL) en het vuurwapen (AAMC4991NL), kaliber 7.65mm Browning zijn de volgende hypothesen beschouwd: Hypothese 1: de huls is verschoten met het vuurwapen. Hypothese 2: de huls is verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het vuurwapen. De resultaten van het vergelijkend huisonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is dan wanneer hypothese 2 waar is. Kogel Voor de kogel (AAMC4918NL) en het vuurwapen (AAMC4991NL), kaliber 7.65mm Browning zijn de volgende hypothesen beschouwd: Hypothese 3: de kogel is afgevuurd uit de loop van het vuurwapen Hypothese 4: de kogel is afgevuurd uit een andere loop van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als de loop van het vuurwapen. De resultaten van liet vergelijkend huisonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 3 waar is dan wanneer hypothese 4 waar is.
  7. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Werking vuurwapen Beretta met BVH nummer 2019207223 van 17 november 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (losbladig). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant: Het betreft een pistool van het wapenmerk Beretta, type model 70, kaliber 7,65mm Browning met SIN-nummer AAMC4991NL. Ik heb dit vuurwapen tijdens een verhoor van [verdachte] in mijn handen gehad omdat mij gevraagd was een storing te verhelpen. Een dummypatroon zat vast in de kamer precies op de plek waar gefreesd was, dus bij de grens tussen de patroonruimte naar de kamer van dit wapen. Ik heb een paperclip gebruikt om de patroon omhoog te wippen zodat deze de kamer verliet. Die paperclip gebruikte ik ook om een nieuwe dummypatroon in de kamer te zetten.
  8. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 25 april 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s P190-244). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 april 2020 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte] (pagina’s P196, P203-204 en P207-208): V: vraag verbalisanten A: antwoord verdachte V: Weet jij nog welke kleding je droeg op de dag dat [slachtoffer] doodgeschoten werd? A: Ja, die rode jas die jullie hebben meegenomen. De forensisch expert wordt tijdens het verhoor erbij gehaald. De expert geeft toelichting dat het patroon omhoog gewipt moet worden om in de kamer te komen. Na dit omhoog wippen van de kogel kan er dus één kogel worden afgevuurd met het wapen. V: Het wapen is onklaar gemaakt. Dat is hersteld zodat je wel kunt schieten, maar niet alles is goed terug gebouwd zodat automatisch doorladen niet lukt.
  9. Een rapport ‘Aanvullend schotrestenonderzoek’ met bijlage van het Nederlands Forensisch Instituut van 8 mei 2020, opgemaakt door A. Knijnenberg (doorgenummerde pagina’s Z907- 925, bijlage Z926-943). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Schootsafstandbepaling De bevindingen van het schootsafstandenonderzoek gekoppeld aan de verwonding in het lichaam van [slachtoffer] zijn veel waarschijnlijker wanneer de schootsafstand kleiner is dan 2,5 centimeter, dan wanneer de schootsafstand groter is dan 2,5 centimeter.
  10. Een rapport ‘Forensisch DNA-onderzoek’ van het Forensisch Laboratorium voor DNA-onderzoek (FLDO) van 7 november 2019, opgemaakt door P. de Knijff (doorgenummerde pagina’s Z285-290). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Op 24 oktober 2019 werd het in tabel 1 genoemde onderzoeksmateriaal ontvangen. Het FLDO heeft op 30 oktober 2019 de schotresten uit de huls veiliggesteld. De veilig gestelde schotresten zijn voorzien van de in tabel 1 bij SIN-code schotresten genoemde nieuwe SIN-code. Tabel 1 Omschrijving onderzoeksmateriaal SIN-code sample SIN-code schotresten AAMC2866NL (mund huls) AAMC2866NL AAMS7585NL
  11. Een proces-verbaal van bevindingen van 9 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z218-219). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten (of één van hen): Op 2 oktober 2019 zijn wij langs gegaan op de [b-straat 1] te [plaats] . Aldaar spraken wij met [verdachte] ( [geboortedatum] -1970). Wij vroegen hem of wij de rode jas die hij ten tijde van het tanken bij de Makro aan had, mochten onderzoeken. Hierop gaf [verdachte] genoemde jas. De jas hebben wij in beslag genomen onder goednummer
  12. Tevens vroegen wij aan [verdachte] of wij de Mercedes met kenteken [kenteken 2] mochten onderzoeken. Genoemd voertuig stond in de parkeergarage onder genoemd perceel en is in beslag genomen onder goednummer
  13. Een proces-verbaal ‘Forensisch onderzoek [b-straat 1] [plaats] ’ van 3 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z302-303). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten (of één van hen): Op 2 oktober 2019 kwamen wij voor een forensisch onderzoek op de [b-straat 1] , [postcode] te [plaats] . Wij werden verzocht ter plaatse te gaan en de binnenzijde van een Mercedes die door de Districtsrecherche op dit adres werd aangetroffen, te bemonsteren in verband met de mogelijke aanwezigheid van schotresten. Op een parkeerplaats van de ondergrondse parkeergarage van het appartementencomplex zagen wij een grijze Mercedes, type AMG C63S voorzien van Nederlandse kentekenplaten met de cijfer/lettercombinatie [kenteken 2] . Door ons werden aan de binnenzijde van het voertuig door middel van stubs bemonsteringen gedaan. De bemonsteringen werden uitgevoerd op de deurgreep links voor (blauw), het stuur (groen), de pook in de middenconsole (zwart) en de hendels achter het stuur (rood). Vervolgens werden de bemonsteringen inclusief een blanco bemonstering geplaatst in een schotrestenkit en gemerkt met SIN AAJS9724NL. SIN: AAJS9724NL Datum/tijd veiligstellen: 2 oktober 2019 om 21:20 uur Plaats veiligstellen: diverse plaatsen bestuurderszijde [kenteken 2]
  14. Een rapport ‘Schotrestenonderzoek’ van het Nederlands Forensisch Instituut met bijlage van 19 november 2019, opgemaakt door A. Knijnenberg (doorgenummerde pagina’s Z306-314, bijlage Z315-330). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
  15. Ontvangen van Team Forensische Opsporing op 4 oktober 2019: een rode jas, SIN AAMS2830NL
  16. Ontvangen van Team Forensische Opsporing op 10 oktober 2019: bemonsterset diverse plaatsen bestuurderszijde Mercedes [kenteken 2] , SIN AAJS9724NL en Ontvangen van Team Forensische Opsporing op 10 oktober 2019: munitie (mund huls) een huls, SIN AAMC2866NL
  17. Ontvangen van FLDO op 3 1 oktober 2019: een schotrestenbemonstering uit huls AAMC2866NL, SIN AAMS7585NL. Bij het verschieten van een patroon met een vuurwapen, ook wel aangeduid met de term schietproces, komen deeltjes vrij. Deze deeltjes worden aangeduid met de term schotresten. Schotresten kunnen zowel organisch als anorganisch zijn. De organische deeltjes die van belang zijn voor het onderzoek bestaan voornamelijk uit (deels verbrande) nitrocellulosekruitdeeltjes. Anorganische deeltjes kunnen afkomstig zijn van de slagas, het vuurwapen, de kogel en de huls. De uiteinden van de mouwen van de jas zijn bemonsterd. Resultaten Anorganische deeltjes Op de onderzochte stubs zijn met de elektronenmicroscoop verschillende anorganische deeltjes aangetroffen. In tabel 4 zijn de deeltjes opgenomen die op basis van hun morfologie en elementsamenstelling in aanmerking komen voor schotresten. (…) Organische deeltjes Op de onderzochte stubs zijn geen nitrocellulosekruitdeeltjes aangetroffen. Interpretatie resultaten Bij het beschouwen van de aangetroffen deeltjes worden deze ingedeeld in twee categorieën: A en B. Categorie A deeltjes zijn karakteristiek voor schotresten. Deze deeltjes zijn tot op heden niet aangetroffen bij personen die voor zover bekend op geen enkele wijze met een schietproces te maken hebben en er zijn van deze deeltjes geen andere bronnen van herkomst bekend dan een schietproces. Categorie B deeltjes komen in aanmerking voor schotresten. Van deze deeltjes zijn echter ook andere bronnen van herkomst bekend. In het algemeen is de bewijskracht van categorie B deeltjes veel lager dan van categorie A deeltjes. Op de stubs waarmee de mouwen van de jas zijn bemonsterd zijn categorie A en categorie B deeltjes aangetroffen, zie tabel
  18. De categorie A deeltjes voldoen aan de door het NFI gehanteerde criteria. Op de stubs waarmee de delen van de auto zijn bemonsterd zijn categorie A en categorie B deeltjes aangetroffen, zie tabel
  19. De categorie A deeltjes voldoen aan de door het NFI gehanteerde criteria. Het merendeel van de aangetroffen categorie B deeltjes past bij de aangetroffen categorie A deeltjes. Conclusie Voor het onderzoek naar de aanwezigheid van schotresten zijn de bevindingen getoetst aan de volgende set hypothesen: Hypothese 1: op de bemonsteringen van de jas/de auto zijn schotresten aanwezig. Hypothese 2: op de bemonsteringen van de jas/de auto zijn géén schotresten aanwezig. Daarbij zijn de volgende conclusies getrokken: De bevindingen van het onderzoek naar de aanwezigheid van schotresten op de bemonsteringen van de mouwen van de jas AAMS2830NL zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is. De bevindingen van het onderzoek naar de aanwezigheid van schotresten op de onderzoeksset schiethanden AAJS9724NL waarmee delen van de auto zijn bemonsterd, zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is. Verbale term en ordegrootte bewijskracht: ongeveer even waarschijnlijk 1-2 iets waarschijnlijker 2-10 waarschijnlijker 10-100 veel waarschijnlijker 100-10.000 zeer veel waarschijnlijker 10.000-1.000.000 extreem veel waarschijnlijker > 1.000.000
  20. Een aanvullend rapport Schotrestenonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut met bijlage van 8 mei 2020, opgemaakt door A. Knijnenberg (doorgenummerde pagina’s Z907- 925, bijlage Z926-943). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: In aanvulling op de onderzoeksresultaten in de schotrestenrapportage van 19 november 2019 zijn de bemonsteringen aan de binnenzijde van de jas en de zakken van de jas onderzocht. Tabel 6 Overzicht van categorie A en B deeltjes die zijn aangetroffen op de onderzochte stubs. (…) Organische deeltjes Op de onderzochte stubs zijn geen nitrocellulosekruitdeeltjes aangetroffen Huls Tabel 7 Resultaten schotrestenbemonstering uit de huls (…) Conclusie Onderzoek aanwezigheid schotresten De bevindingen van het onderzoek naar de aanwezigheid van schotresten op de bemonsteringen van de binnenzijde van de mouwen van de jas AAMS2830NL zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese A1 waar is, dan wanneer hypothese A2 waar is, waarbij: Hypothese A1: op de bemonsteringen van de binnenzijde van de mouwen van de jas zijn schotresten aanwezig. Hypothese A2: op de bemonsteringen van de binnenzijde van de mouwen van de jas zijn géén schotresten aanwezig. Vergelijkend schotrestenonderzoek Voor de vergelijkingen tussen de schotresten uit de huis enerzijds en de schotresten op de bemonsteringen van de jas en de auto anderzijds is de volgende set hypothesen beschouwd: Hypothese V1: de deeltjes die zijn aangetroffen op de bemonstering zijn afkomstig van het verschieten van de aangetroffen huls. Hypothese V2: de deeltjes die zijn aangetroffen op de bemonstering zijn afkomstig van het verschieten van een willekeurige andere huls. Vergelijking huls – jas De op de jas aangetroffen verzamelingen deeltjes zijn specifiek genoeg voor een vergelijkend schotrestenonderzoek. De conclusie van dit vergelijkend schotrestenonderzoek is: De bevindingen van het vergelijkend schotrestenonderzoek aan de schotrestenbemonstering AAMS7585NL uit de huls (AAMC2866NL) en de bemonsteringen van de jas AAMS2830NL zijn iets waarschijnlijker wanneer hypothese V1 waar is, dan wanneer hypothese V2 waar is. Vergelijking huls - auto De bevindingen van het vergelijkend schotrestenonderzoek aan de schotrestenbemonstering AAMS7585NL uit de huls (AAMC2866NL) en de bemonsteringen van de auto AAJS9724NL zijn iets waarschijnlijker wanneer hypothese V1 waar is, dan wanneer hypothese V2 waar is. Verbale term en ordegrootte bewijskracht: ongeveer even waarschijnlijk 1-2 iets waarschijnlijker 2-10 waarschijnlijker 10-100 veel waarschijnlijker 100-10.000 zeer veel waarschijnlijker 10.000-1.000.000 extreem veel waarschijnlijker > 1.000.000
  21. Een rapport DNA-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut van 12 november 2019, opgemaakt door P.A. Maaskant van Wijk (doorgenummerde pagina’s Z295-297). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: SIN Naam geboortedatum AAMS9051NL Slachtoffer [slachtoffer] 14 maart 1985 SIN Beschrijving DNA-profiel DNA kan afkomstig zijn van Matchkans DNA-profiel AAMC4986NL#01 DNA-profiel van een man Slachtoffer [slachtoffer] Kleiner dan 1 op 1 miljard Loop voorzijde/binnenzijde vuurwapen (Beretta) AAMR9892NL#01 Binnenkant loop + buitenkant sil afdruk DNA-profiel van een man Slachtoffer [slachtoffer] Kleiner dan 1 op 1 miljard
  22. Een rapport DNA-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut van 26 november 2019, opgemaakt door P.A. Maaskant van Wijk (doorgenummerde pagina’s Z367-370). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Politie eenheid Amsterdam heeft verzocht referentiemateriaal WAAB4259NL van verdachte [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1970, te onderwerpen aan DNA-onderzoek en het verkregen DNA-profiel te vergelijken met eerder in deze zaak verkregen DNA-profielen. Ook het DNA-profiel AAMS9051NL van slachtoffer [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] 1985, is betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek. In tabel 1 staat vermeld van wie het DNA op grond van het vergelijkend DNA-onderzoek afkomstig kan zijn. Wordt een persoon, van wie het DNA-profiel is vergeleken, niet vermeld, dan is er geen aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid va DNA van deze persoon in die bemonstering. Tabel 1 resultaten interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek SIN Beschrijving DNA-profiel DNA kan afkomstig zijn van Matchkans DNA-profiel AAMC4989NL#01 Slede vuurwapen Beretta vanaf middenconsole DNA-mengprofiel van minimaal twee personen [verdachte] en minimaal één onbekende persoon Zie bewijskracht vergelijkend DNA-onderzoek AAMR9891NL#01 Onder greepplaten DNA-mengprofiel van minimaal vier personen [verdachte] en minimaal drie onbekende personen Zie bewijskracht vergelijkend DNA-onderzoek Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek Bemonstering AAMC4989NL#01 ten aanzien van verdachte [verdachte] Ten behoeve van het berekenen van de bewijskracht (zie ook het kader bewijskracht van het resultaat van vergelijkend DNA-onderzoek) van de overeenkomsten tussen het DNA-profiel van verdachte [verdachte] WAAB4259NL en DNA-mengprofïel AAMC4989NL#01 zijn de volgende aannames gedaan: -bemonstering AAMC4989NL#01 bevat DNA van twee personen; -de personen in dit mengsel zijn onderling niet verwant. Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar: Hypothese 1 : de bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van twee willekeurige onbekende personen. Het verkregen DNA-mengprofiel AAMC4989NL#01 is meer dan een miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is. Bemonstering AAMR9891NL#01 ten aanzien van verdachte [verdachte] Ten behoeve van het berekenen van de bewijskracht (zie ook het kader bewijskracht van het resultaat van vergelijkend DNA-onderzoek) van de overeenkomsten tussen het DNA-profiel van verdachte [verdachte] WAAB4259NL en DNA-mengprofiel AAMR9891NL#01 zijn de volgende aannames gedaan: -de bemonstering AAMR9891NL#01 bevat DNA van vier personen. -de personen in dit mengsel zijn onderling niet verwant. Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar: Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] en drie willekeurige onbekende personen. Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van vier willekeurige onbekende personen. Het verkregen DNA-mengprofiel AAMR9891NL#01 is meer dan een miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
  23. Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut met bijlage van 16 april 2021, opgemaakt door B. Kokshoorn (losbladig). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Verzocht is de resultaten van het onderzoek naar biologische sporen en het DNA-onderzoek te evalueren gegeven hypothesen op activiteiten niveau. Daartoe zijn de volgende hypothesen geformuleerd: Hypothese 1: de verdachte heeft op het slachtoffer geschoten. De verdachte heeft het wapen daarna in de hand van het slachtoffer geplaatst. Hypothese 2: een ander dan de verdachte heeft op het slachtoffer geschoten. De onbekende schutter heeft het wapen daarna in de hand van het slachtoffer geplaatst. De verdachte was op dat moment niet in de VW Golf van het slachtoffer aanwezig. Hypothese 3: het slachtoffer heeft zichzelf beschoten. De verdachte was op dat moment niet in de VW Golf van het slachtoffer aanwezig. Ten behoeve van de evaluatie van de onderzoeksresultaten op activiteitenniveau zijn de volgende aannamen gedaan: Aannamen:
  24. Het DNA in de bemonsteringen van de onderzochte voorwerpen is daadwerkelijk afkomstig van personen die door middel van het DNA-onderzoek daaraan zijn gekoppeld.
  25. Het vuurwapen is niet schoongemaakt voordat het in de hand van het slachtoffer is geplaatst (hypothese 1 en 2).
  26. Het vuurwapen was voorafgaand aan het schietincident in bezit van degene die heeft geschoten (dat wil zeggen, in bezit van de verdachte onder hypothese 1, in bezit van een onbekende dader onder hypothese 2 en in bezit van het slachtoffer onder hypothese 3).
  27. Er is nagenoeg geen tijd verstreken tussen het eerste moment van vastpakken van het wapen door de schutter tot het afschieten ervan. Er is in die tijd niet met het wapen gemanipuleerd (zoals plaatsen of verwijderen van de patroonhouder). Na afloop is de patroonhouder verwijderd maar niet teruggeplaatst (het wapen is zonder patroonhouder aangetroffen).
  28. Bij het schietincident zijn geen handschoenen gedragen door de persoon die heeft geschoten. Overwegingen Omdat niet betwist is dat met het vuurwapen op korte afstand in het hoofd van het slachtoffer is geschoten, is de kans onder elke hypothese betrekkelijk groot dat in de loop DNA van het slachtoffer wordt aangetroffen. Ten aanzien van hypothese 1 (verdachte was de schutter en in bezit van het vuurwapen) Onder deze hypothese heeft verdachte [verdachte] het wapen enige tijd in bezit gehad en in het voertuig op het slachtoffer geschoten. De kans om onder deze hypothese in een bemonstering van de slede van het wapen DNA van verdachte aan te treffen is zeer groot. De kans om in een bemonstering van de binnenzijde van het wapen (onder de kolfplaten) DNA van verdachte aan te treffen is groot. Op het wapen is ook DNA van onbekende personen aangetroffen. Onder deze hypothese is dit achtergrond DNA dat niet gerelateerd is aan de betwiste handelingen. De kans om in een bemonstering van de buiten- of de binnenzijde van [h]et wapen ook DNA van een of meer onbekende personen aan te treffen is groot. Samengenomen betekent dit dat de kans op het verkregen onderzoeksresultaat (DNA van verdachte en een of meer onbekende personen) van de bemonstering van de slede groot is. De kans op het resultaat van de bemonstering van de binnenzijde van het wapen is eveneens groot. Ten aanzien van hypothese 2 (een onbekende was schutter en in bezit van het vuurwapen) Onder deze hypothese heeft een onbekende persoon (iemand anders dan verdachte [verdachte] of het slachtoffer) het wapen enige tijd in bezit gehad en in het voertuig op het slachtoffer geschoten. Verdachte [verdachte] heeft op enig eerder moment het vuurwapen vastgehouden en ermee geschoten. De kans om onder deze hypothese in een bemonstering van de slede van het wapen DNA van verdachte aan te treffen is betrekkelijk groot. De kans om in een bemonstering van de binnenzijde van het wapen (onder de kolfplaten) DNA van verdachte aan te treffen is klein. De kans om in een bemonstering van de buiten-of de binnenzijde van het wapen DNA van een of meer onbekende personen aan te treffen (achtergrond DNA) is zeer groot. Samengenomen betekent dit dat de kans op het verkregen onderzoeksresultaat (DNA van verdachte en een of meer onbekende personen) van de bemonstering van de slede betrekkelijk groot is. De kans op het resultaat van de bemonstering van de binnenzijde van het wapen is klein. Ten aanzien van hypothese 3 (het slachtoffer was schutter en in bezit van het vuurwapen) Onder deze hypothese heeft het slachtoffer het wapen enige tijd in bezit gehad en in het voertuig op zichzelf geschoten. Verdachte [verdachte] heeft op enig eerder moment met het vuurwapen geschoten. De kans om onder deze hypothese geen DNA van het slachtoffer aan te treffen in de bemonstering van de slede is klein. De kans om onder deze hypothese in deze bemonstering wel DNA van verdachte aan te treffen is betrekkelijk groot. De kans om onder deze hypothese geen DNA van het slachtoffer aan te treffen in de bemonstering van de binnenzijde van het wapen (onder de kolfplaten) is klein. De kans om in deze bemonstering wel DNA van verdachte aan te treffen is, evenals onder hypothese 2, klein. De kans om in een bemonstering van de buiten-of de binnenzijde van het wapen DNA van een of meer onbekende personen aan te treffen (achtergrond DNA) is groot. Samengenomen betekent dit dat de kans op het verkregen onderzoeksresultaat (DNA van verdachte en een of meer onbekende personen) van de bemonstering van de slede klein is. De kans op het resultaat van .de bemonstering van de binnenzijde van het wapen is zeer klein. Interpretatie en conclusie Ten aanzien van hypothesen 1 en 2 De resultaten van het onderzoek aan bemonsteringen AAMC4989NL#01 en AAMR9891NL#01 zijn, gegeven de hypothesen, aannamen en overige relevante contextinformatie, iets waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is. Dit betekent dat de onderzoeksresultaten iets waarschijnlijker zijn wanneer verdachte op het slachtoffer heeft geschoten, dan wanneer dit een onbekende persoon was. Ten aanzien van hypothesen 1 en 3 De resultaten van het onderzoek aan bemonsteringen AAMC4989NL#01 en AAMR9891NL#01 zijn, gegeven de hypothesen, aannamen en overige relevante contextinformatie, veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 3 waar is. Dit betekent dat de onderzoeksresultaten veel waarschijnlijker zijn wanneer verdachte op het slachtoffer heeft geschoten, dan wanneer dit het slachtoffer zelf was. Ten aanzien van hypothesen 2 en 3 De resultaten van het onderzoek aan bemonsteringen AAMC4989NL#01 en AAMR9891NL#01 zijn, gegeven de hypothesen, aannamen en overige relevante contextinformatie, waarschijnlijker wanneer hypothese 2 waar is, dan wanneer hypothese 3 waar is. Dit betekent dat de onderzoeksresultaten waarschijnlijker zijn wanneer een onbekende persoon op het slachtoffer heeft geschoten, dan wanneer dit het slachtoffer zelf was. Verbale term en ordegrootte bewijskracht: ongeveer even waarschijnlijk 1-2 iets waarschijnlijker 2-10 waarschijnlijker 10-100 veel waarschijnlijker 100-10.000 zeer veel waarschijnlijker 10.000-1.000.000 extreem veel waarschijnlijker > 1.000.000
  29. Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 24 maart 2020, opgemaakt door M.J. van der Scheer (losbladig). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: In de onderhavige casus is alleen sprake van een inschot. Het al dan niet aantreffen van back-spatter op een schutter is volgens de literatuur afhankelijk van verschillende factoren. Om de afwezigheid van bloedsporen op de onderzochte jas AAMS2830NL te kunnen duiden is informatie nodig omtrent het bloedsporenbeeld in de auto waarin het slachtoffer is aangetroffen. Zo is het van belang te weten of er al dan niet sprake is van back-spatter. Dit geldt eveneens voor de handen van het slachtoffer en voor het aangetroffen vuurwapen. De foto’s en het bijbehorende proces-verbaal van het forensisch technisch onderzoek aan het slachtoffer en de auto zullen dan bij het onderzoek betrokken moeten worden. Daarnaast is informatie over de schootsafstand van belang. Ook ontbreekt informatie of de verdachte de onderzochte jas heeft gedragen in de auto van het slachtoffer. Verder dient te worden opgemerkt dat de afwezigheid van bloed en/of biologische weefseldeeltjes op een schutter verklaard kan worden door resultaten van experimentele studies. Hieruit blijkt dat onder de geteste omstandigheden de aanvankelijk ontstane back spatter, onder invloed van de vrijgekomen gaswolk en drukgolf uit het vuurwapen, teruggedrongen kan worden in de richting van de bron (i.e. de inschotverwonding). De afwezigheid van bloed en/of biologische weefselsporen op (kleding van) een persoon betekent daarom niet dat deze persoon een vuurwapen niet afgevuurd kan hebben.
  30. Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juni 2021, opgemaakt door B. Kokshoorn (losbladig). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Op de vraag van de raadsman over mijn rapport van 16 april 2021 wat wordt verstaan onder ‘in bezit’ onder aanname 3: Met ‘bezit’ wordt bedoeld dat de persoon die het wapen heeft meegenomen naar de plaats delict het wapen daaraan voorafgaand meermaals heeft gehanteerd/gebruikt. De inschatting van deze kansen is gebaseerd op de studie van Gosch et al.
(2020). Deze studie laat zien dat de kans groot is om DNA van de persoon die het wapen eerder in bezit (zie vraag 2) heeft gehad aan de binnenzijde van het wapen aan te treffen nadat een ander er eenmalig mee heeft geschoten. De kans om DNA van een schutter (die het wapen eenmalig gebruikt) aan te treffen aan de binnenzijde is klein (dit is in de studie niet waargenomen).
  1. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 3 december 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s P48-87). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven als de op 3 december 2019 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte] (pagina’s P52- 58): V: vraag verbalisanten A: antwoord verdachte A: De rode jas heb ik op 1 oktober 2019 gedragen Vanaf het moment van weggaan van huis tot aankomst bij huis. Ik heb de jas voor het laatst gedragen toen de politie bij mij was (het hof begrijpt: 2 oktober 2019), tot die werd weg genomen. De politie zag dat ik de jas droeg. Ik weet niet hoeveel keren ik de jas in september heb gedragen.
  2. De verklaring van de verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 31 maart 2022 (losbladig). Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: De voorzitter vraagt naar de auto waarin ik reed op 1 oktober
  3. Het was een Mercedes C
  4. Ik heb de Mercedes gekocht.
  5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s P021- P038). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven als de op 22 november 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte]: V: wat is je telefoonnummer? A: [telefoonnummer 3] . Auto Mercedes voorzien van het kenteken [kenteken 2] A: Niemand anders gebruikt deze auto.
  6. De verklaring van de verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november
  7. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Ik heb op 1 oktober 2019 bij het tanken bij de Makro gepind met mijn ING bankpas. De rode jas die ik droeg bij het tanken heb ik die middag steeds gedragen. Ik heb de jas die dag na 18:00 toen ik thuis was uit getrokken.
  8. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 27 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z338-403) Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven als de op 27 november 2019 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van de getuige [benadeelde 1] (pagina’s Z394-402): V:Jullie kwamen in een woning [c-straat 1] en moesten daar uit. Hoe ging [slachtoffer] daar mee om? A: Het was geen probleem. A: We woonden samen met die vent op wiens naam de woning stond. Hij had geen recht om iemand te laten inschrijven. We zijn half mei daar weg gegaan. V: Hoe zijn jullie uit elkaar gegaan? A: Niet echt fijn. Hij belde mijn man dat hij nog geld ergens voor wilde. V: Hoe is dat geëindigd? A: We zijn verhuisd en ik heb er niets meer over gehoord. V: Hoe voelde [slachtoffer] zich eronder dat die man zo boos was? Was hij bang? A: Nee A: Hij heeft later nog een factuur betaald aan die meneer voor de verwarming. Alles was goed. Hij had niets te vrezen. [slachtoffer] heeft nooit een wapen gehad.
  9. Een proces-verbaal Forensisch onderzoek plaats delict met bijlage van 19 december 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z472-473, bijlage Z474). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten (of één van hen): Op 4 december 2019 werd door ons op de locatie Etnastraat te Amsterdam assistentie verleend bij het doorzoeken van een stuk natuurgebied Lutkemeerpolder (Akerpolder). In dit natuurgebied was een locatie aangewezen door een verdachte. Op deze locatie zou een aantal keer zijn proef geschoten met een vuurwapen, waarna de uitgeworpen hulzen zeer waarschijnlijk op die locatie terecht waren gekomen. Door ons werd rekening gehouden met eventuele marges en afwijkingen waardoor is besloten het zoekgebied te verruimen. Wij waren met metaaldetectors aan het werk. Wij bemerkten dat er weinig tot geen metalen in de grond aanwezig waren. Er werden door ons geen bijzonderheden waargenomen/aangetroffen.
  10. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 13 januari 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z1517- 1519). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven als de op 13 januari 2021 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de getuige [betrokkene 8]: V: vraag verbalisanten A: antwoord getuige O: opmerking O: lk heb [verdachte] leren kennen. V: Heeft [verdachte] aan u ooit gevraagd hoe hij aan een vuurwapen kan komen? A: Nee V: Heeft u [slachtoffer] ooit horen praten over het aanschaffen van een vuurwapen? A: Nee, nooit. Ik heb met [slachtoffer] nooit veel gesproken en zeker niet over wapens.
  11. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 15 januari 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z1520- 1523) Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven als de op 15 januari 2021 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van de getuige [betrokkene 9]: V: vraag verbalisanten A: antwoord getuige O: opmerking V: Kent u [verdachte] ? A: Ja die ken ik. V: Kent u [slachtoffer] ? A: Die kende ik. V: Heeft [verdachte] aan u ooit gevraagd hoe hij aan een vuurwapen kon komen? A: Nee. V: Heeft u [slachtoffer] ooit horen praten over het aanschaffen van een vuurwapen? A: Nee” 3.4 Het hof heeft in het bestreden arrest de volgende overwegingen opgenomen: “7.
  12. Tijdlijn 7.2.
  13. Vaststelling feiten Het hof stelt de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 1 oktober 2019 is [slachtoffer] rond 14:00 uur met zijn dochtertje [benadeelde 3] weggegaan uit het ziekenhuis, het OLVG West, waar zijn zoontje was opgenomen. [slachtoffer] had die middag een afspraak met de verdachte. [slachtoffer] is met [benadeelde 3] in zijn witte Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 1] gereden naar de [b-straat 1] in [plaats] , waar de verdachte verbleef met [betrokkene 1] . Hij was daar rond 14:45 uur. Om 14:53 uur vertrokken [slachtoffer] in zijn Volkswagen Golf, met [benadeelde 3] achterin, en de verdachte in zijn grijs/zilverkleurige Mercedes met het kenteken [kenteken 2] vanaf de [b-straat] . Zij reden naar het tankstation bij de Makro in Amsterdam Zuid-Oost, waar de verdachte, die een rode gewatteerde jas droeg, tankte en om 15:15 uur afrekende met een pinbetaling. [slachtoffer] en de verdachte vertrokken daar vandaan in hun eigen auto’s, waarbij de verdachte voorop reed. [slachtoffer] reed achter de verdachte aan, via de Van der Madeweg naar de Buitensingel in Amsterdam-Duivendrecht. Daar bevinden zich parkeerplaatsen met elk een aantal parkeervakken bij tuinpark Nieuw Vredelust aan de Buitensingel
  14. De verdachte heeft zijn Mercedes op één van de parkeerplaatsen in een parkeervak geparkeerd. De verdachte heeft verklaard dat hij daar in de auto van [slachtoffer] is gestapt, dat zij samen met die auto op en neer zijn gereden naar [plaats] en daarna zijn teruggekeerd naar de parkeerplaats. Voor de vaststelling van de feiten die zich afspelen rondom het tijdstip waarop [slachtoffer] is overleden, zijn de volgende tijdstippen, die zijn vastgesteld op basis van objectieve gegevens, van belang: Tijdstip Gebeurtenis 15:20 uur Registreerde de navigatiecomputer van de Mercedes van de verdachte dat het voertuig stilstond op de Buitensingel in Duivendrecht. Het linker voorportier werd geopend. (Vanaf dat moment tot 17:11:47 uur is geen activiteit van deze auto waarneembaar) 15:23 uur De Volkswagen Golf van [slachtoffer] is te zien op camerabeelden van Endemol Shine en rijdt via de Holterbergweg in de richting van [plaats] . 16:08 uur De Volkswagen Golf van [slachtoffer] is te zien op camerabeelden van Endemol Shine. De Volkswagen rijdt dan over de Holterbergweg in de richting van de Buitensingel. 16:33 uur De verdachte heeft gebeld met zijn vrouw [betrokkene 3] , waarbij zijn telefoon een zendmast aanstraalde op de Borghlandweg, dat is in de buurt van de Buitensingel 17:01 uur [slachtoffer] heeft een telefoongesprek gevoerd met zijn vrouw [benadeelde 1] . Zijn telefoon straalde daarbij de zendmast aan de Borghlandweg aan. 17:09 uur – Dit was ook het geval om 17:09 uur. Toen belde de moeder van [slachtoffer] , 17:10:03 uur [benadeelde 4] hem via Facebook Messenger. Dit gesprek duurde 33 seconden tot 17:10:03 uur. Nadien is geen levensteken van [slachtoffer] meer ontvangen. 17:12:24 uur De Mercedes van de verdachte is ontgrendeld, maar het voertuig stond toen nog op dezelfde plek. Het portier linksvoor is geopend in de tijdspanne van 17:11:47 tot 17:12:
  15. 17:12:36 uur Was de Mercedes van de verdachte 86 meter verwijderd van die parkeerplek. 17:13 uur Op camerabeelden van Endemol Shine is te zien dat een zilverkleurige Mercedes met opvallend donkere velgen en een strip ter hoogte van de wielophanging reed over de Holterbergweg, komend uit de richting van de Buitensingel en gaand in de richting van de Burgemeester Stramanweg. 17:15:36 uur De getuige [betrokkene 5] heeft het alarmnummer 112 gebeld vanaf het parkeerterrein bij tuinpark Nieuw Vredelust aan de Buitensingel 4 in Amsterdam-Duivendrecht. Tijdens dit telefoongesprek meldde [betrokkene 5] dat hij daar iemand in een auto zag zitten met een zeer bebloed gezicht, met zijn hoofd helemaal opzij gevallen. De getuige toeterde volop, maar de man reageerde niet. [betrokkene 5] is op verzoek van het operationeel centrum naar die auto gelopen en heeft op het raampje getikt. [betrokkene 5] zei dat hij net auto’s had zien wegrijden en dat hij dacht dat het slechte boel was. Hij zag dat er een kind achterin de auto zat. Het kind reageerde wel. Desgevraagd heeft [betrokkene 5] het merk en kenteken van de auto doorgegeven. De getuige meldde eveneens dat hij na zijn aankomst op het parkeerterrein twee auto’s had zien wegrijden, beide van het merk Mercedes, waarvan één met een taxi nummerbord: een blauw kenteken. Hij is er nog heel even achteraan gereden, maar ze reden zo snel dat hij ze meteen kwijt was. De andere Mercedes was erg opvallend omdat het een witte Mercedes was met grijs aan de zijkanten; deze auto was een beetje racerig gemaakt. De verdachte stuurde om 17:17 uur naar het telefoonnummer van [slachtoffer] een audiobericht, waarbij de telefoon van de verdachte de zendmast aan de Burgemeester Stramanweg 107 aanstraalde. Uit de ritgegevens afkomstig van het computersysteem van de Mercedes van de verdachte komt naar voren dat hij vanaf de Buitensingel is gereden naar het adres van zijn vrouw [betrokkene 3] aan [d-straat] in [plaats] . De verdachte was om 17:38 uur met de Mercedes bij [d-straat] in [plaats] . Op 2 oktober 2019 hebben verbalisanten de verdachte bezocht in de woning aan de [b-straat 1] in [plaats] . Hem werd gevraagd de rode jas, die hij op 1 oktober 2019 had gedragen tijdens het tanken bij de Makro, over te dragen om deze te onderzoeken. Hierop overhandigde hij de jas, die werd inbeslaggenomen en voorzien van goednummer
  16. De Mercedes met het kenteken [kenteken 2] werd eveneens in beslag genomen en onderzocht. 7.2.
  17. Bewijsoverwegingen De kernvraag in deze zaak luidt wie het pistoolschot heeft gelost waardoor [slachtoffer] om het leven is gekomen, in het tijdsbestek tussen de beëindiging van het gesprek met zijn moeder via Facebook Messenger om 17:10:03 uur (hierna te noemen: het laatste telefoongesprek) en hij dus nog in leven was, en het tijdstip waarop de getuige [betrokkene 5] het slachtoffer levenloos achter het stuur van zijn Volkswagen Golf heeft aangetroffen. [benadeelde 4] heeft verklaard dat haar zoon [slachtoffer] haar tijdens het laatste telefoongesprek zei dat de verdachte bij hem in de auto zat. Het hof stelt op grond van de gegevens in de navigatiecomputer van de Mercedes van de verdachte vast dat hij met die auto omstreeks 17:12 uur (met een marge van enkele seconden) vanaf de parkeerplaats is vertrokken. Deze vaststelling wordt ondersteund door de camerabeelden van Endemol Shine waarop te zien is dat een zilverkleurige Mercedes met opvallend donkere velgen en een strip ter hoogte van de wielophanging om 17:13:13 uur op de Holterbergweg reed, komend uit de richting van de Buitensingel en gaand in de richting van de Burgemeester Stramanweg. De Mercedes van de verdachte had diezelfde kenmerken. De Holterbergweg is bereikbaar vanaf de Buitensingel. De verdachte heeft verklaard dat hij op de parkeerplaats bij [slachtoffer] in diens auto op de bijrijdersstoel had gezeten, dat zij daar aldus enige tijd met elkaar hadden gesproken; dat hij vervolgens uit de auto van [slachtoffer] is gestapt, naar zijn Mercedes is gelopen en is weggereden. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de verdachte dus omstreeks twee minuten na de beëindiging van het laatste telefoongesprek van [slachtoffer] met zijn Mercedes van de parkeerplaats naast de auto van [slachtoffer] is weggereden. [betrokkene 5] heeft diezelfde dag en op 10 oktober 2019 als getuige onder meer nog het volgende verklaard: Hij parkeerde zijn auto praktisch elke dag bij Nieuw Vredelust in Duivendrecht. Hij is die dag in een soort u-bocht de parkeerplaats opgereden om zijn auto zodanig te positioneren dat hij de volgende dag zo zou kunnen wegrijden. Voordat hij die bocht kon maken, zag hij daar de genoemde witte Mercedes. Deze viel hem op: de mensen met een tuinhuisje parkeren hun auto normaal gesproken niet achter in de hoek bij de bomen als er voldoende plek is. Hij liet deze Mercedes voorgaan om zodoende naar zijn parkeerplaats te gaan. Terwijl hij aan het wachten was, keek hij naar links en zag een witte Volkswagen staan, waarvan de bestuurder met zijn hoofd tegen de zijruit van de bestuurderskant lag. Er liep een klein straaltje bloed langs de zijkant van zijn gezicht. De witte Mercedes reed op een normale manier het parkeerterrein af. Op dat moment zag [betrokkene 5] rechts ook een Mercedes taxi wegrijden. Deze was zwart of donkergrijs van kleur en had blauwe kentekenplaten. De auto’s reden tegelijkertijd weg. Hij reed er tot de hoek achteraan, maar toen waren ze al weg. Hij zag dat de taxi linksaf sloeg, de Buitensingel op en dat de andere auto, de witte Mercedes, twee keer rechtsaf sloeg en in de richting van de Arena is gereden. [betrokkene 5] verklaarde tevens dat hij geen schoten had gehoord en dat er buiten de taxi en de Mercedes niemand is weggegaan of gekomen. De verdachte heeft verklaard dat hij een donkerblauwe Mercedes E klasse met blauwe kentekenplaten, heeft gezien toen hij wegreed van de parkeerplaats. Hij zag dat deze voor hem draaide. Daarbij reed die auto voor hem naar de grote weg. De getuige [betrokkene 7] bevond zich op 1 oktober 2019 in een auto op het doodlopende stuk van de Buitensingel. Hij heeft een zwarte taxi over de parkeerplaats zien rijden, die vervolgens wegreed. Na onderzoek bij TCA bleek dat op 1 oktober 2019 tussen 17:10 uur en 17:16 uur één taxi van TCA op de Buitensingel was geweest. Het betrof TCA taxi [001] ; een zwarte Mercedes met kenteken [kenteken 4] en de bestuurder was [betrokkene 6] . [betrokkene 6] heeft telefonisch als getuige verklaard dat hij de auto die dag naar de garage had gebracht vanwege een geluid bij de schokdemper. Daarna is hij op de Buitensingel een rondje gaan rijden om het geluid te testen. Hij heeft daar geen andere taxi’s of iets opvallends gezien. Het hof stelt vast dat [betrokkene 5] om 17:15:36 uur naar 112 heeft gebeld en kan op grond van de voorhanden zijnde informatie niet met voldoende zekerheid vaststellen hoe laat [betrokkene 5] op de parkeerplaats is komen aanrijden. Het hof acht het voor de beantwoording van de kernvraag niet van belang dit tijdstip exact te kunnen bepalen, mede omdat ervan kan worden uitgegaan dat de verdachte ongeveer drie minuten voorafgaand aan de 112 melding is weggereden én een en ander in samenhang moet worden bezien met de hierna te vermelden feiten en omstandigheden, waaronder het forensisch bewijs. Uit de aangehaalde getuigenverklaring van [betrokkene 5] blijkt welke handelingen hij op en nabij de plaats delict achtereenvolgens heeft verricht tussen het moment waarop hij de lichtgekleurde Mercedes voorrang verleende en tegelijkertijd het slachtoffer bewegingloos in diens auto zag zitten alvorens 112 te bellen. [betrokkene 5] kwam met zijn auto aan op de parkeerplaats; wachtte om een witte/lichtkleurige Mercedes voor te laten gaan en terwijl hij wachtte zag hij het slachtoffer in diens auto. [betrokkene 5] zag de witte Mercedes en een donkere taxi het parkeerterrein afrijden en is deze auto’s even achterna gereden. Hij verloor de auto’s uit het zicht, is met zijn auto omgekeerd en is teruggereden naar de plek waar hij de Volkswagen Golf had zien staan. Hij heeft zijn auto daar geparkeerd en heeft getoeterd om te zien of er een reactie van de man in de Volkswagen kwam. Toen dat niet het geval was heeft hij tenslotte 112 gebeld. Het hof stelt vast dat met deze handelingen van [betrokkene 5] minst genomen enige minuten gemoeid geweest moeten zijn en dat hij bij aanvang van dit tijdsbestek dus op de plaats delict moet zijn gearriveerd. Het hof merkt hierbij op dat de stopwatchmethode van de raadsman geen soelaas kan bieden voor het vaststellen van de tijd die met deze handelingen van [betrokkene 5] werkelijk gemoeid is geweest. De tijd die verstrijkt met het opnoemen van de verrichte handelingen, zoals de raadsman tijdens zijn pleidooi heeft gedaan, komt niet overeen met de tijd die feitelijk nodig moet zijn geweest voor het verrichten van die handelingen. Het hof acht verder op dit onderdeel relevant dat de enige manier waarop auto’s de parkeerplaats konden verlaten was via de uitgang aan de Buitensingel; dat de getuige [betrokkene 5] behalve de lichtgekleurde Mercedes en de donkere taxi geen auto of andere personen ter plaatse heeft gezien en dat hij heeft geen schot gehoord. 7.2.
  18. Tussenconclusies Het hof komt op grond van het voorgaande tot de volgende tussenconclusies. [slachtoffer] was om 17:10:03 uur nog in leven, toen zijn laatste telefoongesprek werd beëindigd. De verdachte is uit de Volkswagen gestapt en naar zijn auto gelopen, waarvan het computersysteem in het tijdsbestek vanaf 17:11:47 uur activiteiten aangaf. Uit de analyse van de gegevens uit het navigatiesysteem van de auto van de verdachte is gebleken dat om 17:12:24 uur 0 meter was gereden. De auto van de verdachte was om 17:12:36 uur 86 meter verwijderd van die parkeerplek. Hieruit volgt dat de verdachte direct na 17:12:24 uur vanaf de parkeerplaats is weggereden. De verdachte is dus vanaf het einde van het laatste telefoongesprek van [slachtoffer] nog twee minuten ter plaatse geweest. [betrokkene 5] is enkele minuten voorafgaand aan zijn 112 melding om 17:15:36 uur, ter plaatse gekomen en heeft op dat moment een lichtgekleurde Mercedes zien wegrijden, terwijl hij [slachtoffer] bloedend in diens auto zag. De door [betrokkene 5] genoemde specifieke kenmerken van die Mercedes komen in grote lijnen overeen met die van de auto van de verdachte. Gezien het zeer korte tijdsbestek waarin genoemde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden en bij het ontbreken van enig concreet aanknopingspunt in het dossier, kan het naar het oordeel van het hof niet anders dan dat [betrokkene 5] de verdachte in zijn Mercedes heeft zien wegrijden, nagenoeg op hetzelfde moment waarop hij zag dat het slachtoffer reeds beschoten was. Het hof beoordeelt dit als zeer sterke aanwijzingen voor de conclusie dat de verdachte het slachtoffer (in genoemd tijdsbestek van twee minuten) kan hebben doodgeschoten, waarna hij het wapen met de wijsvinger op de trekker in diens hand kan hebben gelegd, uit de Volkswagen kan zijn gestapt en in zijn eigen auto kan zijn weggereden. 7.
  19. Forensisch bewijs 7.3.
  20. Het wapen Het vuurwapen dat in de hand van het slachtoffer is aangetroffen, is onderzocht. Toen het wapen werd aangetroffen, stond de slede half open met hierin een zichtbare koperen huls, waardoor het leek alsof het vuurwapen een storing had. Deze huls en de kogel die in de schedel van het slachtoffer is aangetroffen, zijn ook onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport van W. Kerkhof, wapen- en munitiedeskundige bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 30 maart
  21. In dit rapport heeft de deskundige geconcludeerd dat de resultaten van het vergelijkend kogel- en hulsonderzoek extreem veel waarschijnlijker zijn wanneer de kogel en de huls zijn verschoten met het aangetroffen vuurwapen dan met een ander vuurwapen. Het vuurwapen heeft de uiterlijke kenmerken en de opschriften van een semi automatisch werkend pistool van het merk Beretta. Uit technisch onderzoek aan het pistool bleek dat het wijzigingen had ondergaan aan de loop, de slede en de kast. Het vuurwapen geeft een beeld van een gedeactiveerd wapen dat vervolgens gedeeltelijk is gereactiveerd, met de kennelijke bedoeling het wapen weer schietklaar te maken. Tijdens onderzoek door middel van proefschieten bleek dat de patronen niet vanuit het magazijn in de kamer van de loop werden gevoerd, als werd geprobeerd om het pistool op de normale manier door te laden. Met de hand kan een patroon in de kamer worden gevoerd dat kan worden verschoten. Bij het proefschieten werd slechts één keer een huls uitgeworpen. Na de andere 36 schoten werd de huls niet uitgeworpen, waardoor een aantal handelingen moest worden verricht voor het lossen van een tweede schot. In de huidige staat functioneert het pistool derhalve feitelijk bijna als een enkelschots wapen. In het proces-verbaal van bevindingen van 17 november 2022 is geverbaliseerd dat de dummypatroon in het wapen vast zat in de kamer op de plek waar gefreesd was, bij de grens tussen de patroonruimte naar de kamer. Een paperclip is gebruikt om de dummypatroon omhoog te duwen zodat deze de kamer verliet. Een nieuw dummypatroon is middels de paperclip in de kamer geplaatst. In het verhoor van de verdachte van 1 april 2020 heeft de forensisch expert toegelicht dat het patroon omhoog moet worden gewipt om in de kamer te komen, waarna één kogel met het wapen kan worden afgevuurd. Automatisch doorladen lukt niet. 7.3.
  22. De kogel en de schootsafstand In het rapport van 8 mei 2020 heeft het NFI geconcludeerd dat de bevindingen van het schootsafstandenonderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer de schootsafstand kleiner is dan 2,5 centimeter, dan wanneer de schootsafstand groter is dan 2,5 centimeter. 7.3.
  23. De huls, de jas en de auto van de verdachte Bij het verschieten van een patroon met een vuurwapen komen deeltjes vrij die worden aangeduid als schotresten. De rode jas die de verdachte op 1 oktober 2019 droeg en die de volgende dag in beslag is genomen, is bemonsterd aan de buiten- en de binnenkant van de mouwen en de zakken en onderzocht op de aanwezigheid van schotresten. Op 2 oktober 2019 is ook de auto van de verdachte aan de bestuurderskant bemonsterd en onderzocht op schotresten. Uit de huls in de kamer van het vuurwapen zijn schotresten veilig gesteld en onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in de rapporten van 19 november 2019 en 8 mei 2020 van A. Knijnenberg, schotrestendeskundige bij het NFI. De deskundige komt tot de conclusie dat de bevindingen van het onderzoek zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer in de bemonsteringen van de jas en de auto schotresten aanwezig zijn dan wanneer géén schotresten aanwezig zijn. Het NFI heeft de schotresten uit de huls vergeleken met de schotresten van de jas en de auto. De overeenkomsten en verschillen in de deeltjes van de jas en de huls onderscheidenlijk de auto en de huls passen bij de hypothese dat de schotresten op de jas en in de auto afkomstig zijn van het verschieten van de aangetroffen huls. De overeenkomsten en verschillen passen ook bij de hypothese dat de schotresten op de jas en in de auto afkomstig zijn van het verschieten van een willekeurige andere huls, maar die kans is iets kleiner. Het is iets waarschijnlijker dat het waar is dat de schotresten op de jas en in de auto afkomstig zijn van het verschieten van de aangetroffen huls dan van het verschieten van een willekeurige andere huls. De jas van de verdachte is tevens onderworpen aan een bloedspoorpatroononderzoek. Uit het rapport van 24 maart 2020 van een deskundige forensisch bloedspoorpatroononderzoek van het NFI, M.J. van der Scheer, blijkt dat op de jas geen bloedsporen zijn aangetroffen. De deskundige schrijft verder, dat het al dan niet aantreffen van bloedsporen op een schutter afhankelijk is van verschillende factoren en dat de afwezigheid van bloedsporen niet betekent dat de persoon het vuurwapen niet afgevuurd kan hebben. 7.3.
  24. DNA-onderzoek Een deskundige forensisch onderzoek DNA en biologische sporen van het NFI, P.A. Maaskant-van Wijk, heeft onderzoek gedaan naar DNA-sporen die zijn aangetroffen op het vuurwapen te weten: op de slede (AAMC4989NL#01), onder de greepplaten na loshalen van de greepplaten (AAMR9891NL#01), op de loop voorzijde/binnenzijde (AAMC4986NL#01) en aan de binnen -en buitenkant van de loop (AAMR9892NL#01). De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in de rapporten van 28 oktober, 12 en 26 november
  25. Uit dit onderzoek blijkt dat in de bemonsteringen van de slede en onder de greepplaten/kolfplaten van het vuurwapen DNA is aangetroffen dat afkomstig kan zijn van de verdachte. De resultaten van dit onderzoek zijn meer dan een miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonsteringen op de slede en onder de greepplaten DNA bevatten van onderscheidenlijk de verdachte en (een) willekeurige onbekende perso(o)n(en) dan als zij slechts DNA bevatten van willekeurige personen. Geen aanwijzing is verkregen voor de aanwezigheid van DNA van het slachtoffer in deze bemonsteringen. De DNA-sporen op de loop voorzijde/binnenzijde en aan de binnen- en buitenkant van de loop van het vuurwapen kunnen afkomstig zijn van het slachtoffer. Tussenconclusie hof Op basis van het vorenstaande, in onderlinge samenhang bezien, concludeert het hof dat met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat: - het slachtoffer is dood geschoten met het vuurwapen dat bij hem is aangetroffen, - met dit vuurwapen in de aangetroffen staat slechts bij hoge uitzondering meer dan één kogel achter elkaar kon worden afgeschoten zonder dat het tussen deze schoten met de hand werd geladen, - DNA van de verdachte werd aangetroffen op de slede en onder de greepplaten van het vuurwapen, - de DNA-sporen op en in de loop van het vuurwapen afkomstig zijn van het slachtoffer, - schotresten aanwezig waren op de jas van de verdachte en in diens auto. 7.3.
  26. DNA-onderzoek op activiteitenniveau Het NFI heeft op activiteitenniveau onderzoek gedaan naar de DNA-sporen die zijn aangetroffen op de slede en onder de greepplaten. Daartoe zijn de bevindingen van het DNA-onderzoek geëvalueerd op activiteitenniveau onder hypothesen 1, 2 en 3 en aannamesets 1 tot en met
  27. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport van B. Kokshoorn, deskundige bij het NFI, van 16 april
  28. Dit onderzoek is uitgevoerd onder de volgende hypothesen en aannamen: Hypothese 1: de verdachte heeft op het slachtoffer geschoten. De verdachte heeft het wapen daarna in de hand van het slachtoffer geplaatst. Hypothese 2: een ander dan de verdachte heeft op het slachtoffer geschoten. De onbekende schutter heeft het wapen daarna in de hand van het slachtoffer geplaatst. De verdachte was op dat moment niet in de Volkswagen Golf van het slachtoffer aanwezig. Hypothese 3: het slachtoffer heeft zichzelf beschoten. De verdachte was op dat moment niet in de Volkswagen Golf van het slachtoffer aanwezig. Aannamen:
  29. Het DNA in de bemonsteringen van de onderzochte voorwerpen is daadwerkelijk afkomstig van personen die door middel van het DNA-onderzoek daaraan zijn gekoppeld.
  30. Het vuurwapen is niet schoongemaakt voordat het in de hand van het slachtoffer is geplaatst (hypothese 1 en 2).
  31. Het vuurwapen was voorafgaand aan het schietincident in bezit van degene die heeft geschoten (dat wil zeggen, in bezit van de verdachte onder hypothese 1, in bezit van een onbekende dader onder hypothese 2 en in bezit van het slachtoffer onder hypothese 3).
  32. Er is nagenoeg geen tijd verstreken tussen het eerste moment van vastpakken van het wapen door de schutter tot het afschieten ervan. In die tijd is er niet met het wapen gemanipuleerd (zoals plaatsen of verwijderen van de patroonhouder). Na afloop is de patroonhouder verwijderd maar niet teruggeplaatst (het wapen is zonder patroonhouder aangetroffen).
  33. Bij het schietincident zijn geen handschoenen gedragen door de persoon die heeft geschoten. In het rapport van 2 juni 2021 heeft de deskundige op een vraag van de verdediging uitgelegd dat met ‘bezit’ in aanname 3 wordt bedoeld dat de persoon die het wapen heeft meegenomen naar de plaats delict het wapen daaraan voorafgaand meermaals heeft gehanteerd/gebruikt. Ten aanzien van hypothese 1 (de verdachte was de schutter en in bezit van het vuurwapen) Onder deze hypothese heeft de verdachte het wapen enige tijd in bezit gehad en in het voertuig op het slachtoffer geschoten. De kans om onder deze hypothese in een bemonstering

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.