PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/00207 Zitting 27 februari 2024 CONCLUSIE A.E. Harteveld In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999, hierna: de verdachte Het gerechtshof Amsterdam heeft bij verstekarrest van 29 juli 2021 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 maart 2020 waarbij de verdachte ter zake van witwassen is veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met een beslissing omtrent het beslag, een ander zoals in het vonnis vermeld. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel 3.1 Het middel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien het ernstige vermoeden rijst dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn. 3.2 Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 29 juli 2021 houdt, voor zover van belang, het volgende in: “De verdachte, rechtsgeldig gedagvaard als [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999, adres: [a-straat 1] , [plaats] , is niet ter terechtzitting verschenen. Als raadsman is ter terechtzitting aanwezig mr. T. de Haan, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd meedeelt dat hij niet kan zeggen of de verdachte op de hoogte is van de zitting en dat hij niet gemachtigd is namens de verdachte de verdediging te voeren. Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan. (…)” 3.3 In cassatie zijn - door middel van aanhechting aan de schriftuur – door de raadsvrouw de volgende stukken overgelegd: - Een ‘Information au condamne sur la date previsible de liberation et les conditions de retrait du credit de reduction de peine’ van de penitentiaire inrichting betreffende de verdachte (onder vermelding van het nummer 1012969) gedateerd 8 januari 2021, waaruit blijkt dat de verdachte op 28 december 2020 is veroordeeld door de rechtbank in Parijs tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden en dat de verwachte datum van invrijheidstelling is bepaald op 17 februari 2022 (bijlage 1); - een ‘Ordonnance de libération sous contrainte LIBERATION CONDITIONELLE AVEC RETOUR VOLONTAIRE’ betreffende de verdachte (onder vermelding van datzelfde nummer 1012969) van 1 september 2021 ondertekend door een rechter voor de tenuitvoerlegging van straffen en gestempeld op 7 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.