PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/02764 Zitting 24 september 2024 CONCLUSIE A.E. Harteveld In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, hierna: de verdachte Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 22 juli 2022 op grond van het bepaalde in art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel 3.1 Het middel klaagt over het oordeel van het hof dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend. 3.2 Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voor zover van belang, het volgende in: “De verdachte genaamd: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op 19 juni 1994, wonende te [plaats] , [a-straat 1] . is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet verschenen. Als raadsvrouw van de verdachte is verschenen mr. S. van Minderhout (kantoorgenoot van mr. M. Dunsbergen), advocaat te Breda. (…) De raadsvrouw: Wij hebben geen contact kunnen krijgen met cliënt. Op de akte van uitreiking staat wel een handtekening en datum, maar ik kan niet zien aan wie de dagvaarding is uitgereikt. Bijvoorbeeld of er een identiteitscontrole heeft plaatsgevonden. Mijns inziens is er geen sprake van een rechtsgeldige betekening overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering. Ik verzoek het hof derhalve om de dagvaarding nietig te verklaren. Ik heb geen aanleiding te veronderstellen dat cliënt op de hoogte is van de zitting. Ik ben niet gemachtigd. De advocaat-generaal reageert: De dagvaarding is betekend aan de [a-straat 1] in [plaats] en ik zie op de ID-staat conform SKDB dat de verdachte ook op dat adres staat ingeschreven. Op de akte is vermeld dat de dagvaarding aan iemand anders dan de verdachte is uitgereikt. Volgens mij vereist de wet niet dat de naam van die persoon wordt vermeld. De akte is ondertekend door degene die de uitreiking heeft gedaan. Ik vraag het hof om verstek te verlenen. Na korte onderbreking van het onderzoek voor beraad deelt de voorzitter de beslissing van het hof mede. Op de akte is inderdaad geen naam vermeld van de persoon aan wie de dagvaarding is uitgereikt, maar de akte is wel ondertekend. Daarmee voldoet de uitreiking aan de wettelijke voorwaarden. Doorslaggevend is dat volgens de gegevens uit de basisregistratie de verdachte op dit adres staat ingeschreven op de dag van de uitreiking en minstens 5 dagen daarna. Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt, dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.” 3.3 De akte van uitreiking met de verdachte als geadresseerde en met vermelding van het adres [a-straat 1] , [plaats] houdt, voor zover van belang, het volgende in: 3.4 In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat in het onderhavige geval niet is voldaan aan het bepaalde in art. 589, eerste lid onder 4, (oud) Sv, te weten dat de akte van uitreiking de persoon aan wie het schrijven is uitgereikt vermeldt, hetgeen bij niet-naleving op grond van het bepaalde in art. 590, eerste lid, (oud) Sv tot nietigheid van de betekening kan leiden. Het hof zou gelet hierop ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, hebben geoordeeld dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend. 3.5 Het middel stelt de vraag aan de orde of het ontbreken in de akte van uitreiking van de (voorletters en) naam van de persoon aan wie de gerechtelijke mededeling is uitgereikt gevolgen heeft voor de geldigheid van de betekening. 3.6 Bij de beoordeling van het middel zijn de volgende bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering van belang: - Artikel 36e “1 De uitreiking van de gerechtelijke mededeling, bedoeld in artikel 36b, tweede lid, geschiedt: a. aan hem wie in Nederland in verband met de strafzaak waarop de uit te reiken gerechtelijke mededeling betrekking heeft rechtens zijn vrijheid is ontnomen en aan hem wie in Nederland in andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen rechtens zijn vrijheid is ontnomen: in persoon; b. aan alle anderen: in persoon of indien betekening in persoon niet is voorgeschreven en de mededeling in Nederland wordt aangeboden: 1°. aan het adres waar de geadresseerde als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, dan wel, 2°. indien de geadresseerde niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, aan de woon- of verblijfplaats van de geadresseerde. 2 Indien in het geval bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, a.de geadresseerde niet wordt aangetroffen, geschiedt de uitreiking aan degene die zich op dat adres bevindt en die zich bereid verklaart het stuk onverwijld aan de geadresseerde te doen toekomen;(…)” - Artikel 36h “1 Van iedere uitreiking als bedoeld in artikel 36b, tweede lid, wordt een akte opgemaakt, waarin zijn vermeld: a. de autoriteit van welke de gerechtelijke mededeling uitgaat; b. het nummer van de gerechtelijke mededeling; c. de persoon voor wie de gerechtelijke mededeling bestemd is; d. de persoon aan wie de gerechtelijke mededeling is uitgereikt; e. de plaats van uitreiking; f. de dag en het uur van uitreiking. (…) 3 De akte wordt door hen die met de uitreiking zijn belast, ieder voor zover het zijn bevindingen en handelingen betreft, van die bevindingen en handelingen naar waarheid opgemaakt en ondertekend. Zo mogelijk wordt de identiteit van de persoon, bedoeld in het eerste lid, onder d, vastgesteld aan de hand van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. (…)“ - Artikel 36n “1 De rechter kan, indien de uitreiking niet is geschied overeenkomstig het bepaalde in deze afdeling, de betekening nietig verklaren.(…)” 3.7 Naar mijn weten is de in het middel opgeworpen rechtsvraag nog niet eerder in cassatie beantwoord. Wel heeft zich eerder het geval voorgedaan waarin de akte van uitreiking een onleesbare naam inhield. Volgens Advocaat-Generaal Meijers had de huisgenoot in dat geval kennelijk zelf zijn naam geschreven inclusief de strepen waarvan hij zijn (of haar) handtekening had voorzien. De rechtbank en het hof hadden de betekening van de oproeping voor de nadere zitting in eerste aanleg in orde bevonden. Dat oordeel leek Meijers juist, omdat de persoon aan wie het gerechtelijk stuk was uitgereikt en die zich tot het doorgeven ervan bereid heeft verklaard door de, weliswaar onleesbare opgave, voldoende was geïndividualiseerd, terwijl de postbesteller met zijn handtekening het een en ander heeft vastgelegd. Het stuk was op het juiste adres aangeboden en daar daadwerkelijk in ontvangst genomen door iemand die zich bereid verklaarde het stuk in ontvangst te nemen en door te geven. Volgens Meijers deed de onduidelijke opgave van de naam van de “huisgenoot” niet af aan de geldigheid van de betekening. De Hoge Raad kwam echter aan de beantwoording van deze vraag niet toe, omdat de betekeningsklacht eerst in cassatie werd voorgelegd. 3.8 Een andere opvatting dan die van Meijers is te lezen in de dissertatie van Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, waarin wordt betoogd dat in de situatie waarin de naam van degene aan wie is uitgereikt onleesbaar is, moet worden gehandeld als ware de akte onvolledig ingevuld. Volgens Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg dient de dagvaarding in principe nietig te worden verklaard indien de akte van uitreiking niet vermeldt aan wie het schrijven is uitgereikt – zij het dan met name als daardoor niet kan worden uitgemaakt of de dagvaarding in persoon is uitgereikt. Dat is anders als “uit andere gegevens valt af te leiden wie het betreft: te denken valt aan een duidelijke ondertekening van een uit het dossier te kennen persoon”. 3.9 Het vereiste dat in het geval de geadresseerde niet wordt aangetroffen de uitreiking geschiedt aan degene die zich op het BRP-adres dan wel de woon-of verblijfplaats van de geadresseerde bevindt, zoals weergegeven in art. 36e, tweede lid onder a Sv, heeft niet altijd zo in de wet gestaan. In eerste instantie sprak de wet over “huisgenooten” en nadien over “degene die zich in het huis bevindt”. Over deze laatste wijziging houdt de wetsgeschiedenis het volgende in: “Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.