PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/04828 E Zitting 30 september 2025 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte] , gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 29 november 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens 1 primair “medeplegen van waren verkopen, te koop aanbieden of afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd”, 2 en 3 “medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 43, derde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd” alsmede 4 en 5 “medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 43, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 20.000,00 met een proeftijd van één jaar. Het hof heeft tevens beslist op het beslag. 1.2 Deze zaak hangt samen met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (23/04829 E), [medeverdachte 2] (23/04975 E) en [medeverdachte 3] VOF (23/04831 E). In de samenhangende zaken zal ik vandaag ook concluderen. 1.3 Namens de verdachte heeft A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat in Ede, twee middelen van cassatie voorgesteld. 2De zaak De zaak tegen de verdachte komt voort uit het onderzoek ‘Landseer’. Dat onderzoek houdt verband met de landelijk bekend geworden ‘fipronilcrisis’ uit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.