PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/01700 Zitting 16 december 2025 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 26 april 2024 door het gerechtshof Amsterdam wegens “medeplegen van mishandeling” veroordeeld tot een geldboete van € 750, subsidiair 15 dagen hechtenis. 1.2 Er bestaat samenhang met de zaak 24/01708. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen. 1.3 Namens de verdachte heeft S. Jankie, advocaat in Hoofddorp, een cassatieschriftuur en een aanvulling daarop ingediend, waarin wordt geklaagd over diverse aspecten van de bewijsvoering. 2De klachten in cassatie 2.1 Voordat ik aan de bespreking van de klachten in cassatie toekom, geef ik eerst de bewezenverklaring en de bewijsvoering weer. 2.2 Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “hij op 4 oktober 2021 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] : - een klap op de rechter slaap te geven en - meerdere keren tegen het lichaam te slaan en schoppen.” 2.3 De bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen: “1. Een proces-verbaal van aangifte van 5 oktober 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, doorgenummerde pagina’s 4-5. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de verklaring van [slachtoffer] : Op 4 oktober 2021 ben ik op het campingveld aan de [a-straat 1] te [plaats] mishandeld. Ik had een Tikkie verzonden naar mijn huurder [verdachte] . [verdachte] wilde dit geld niet overmaken. Ik ben deze avond tussen 22:15 en 22:30 naar de stacaravan gelopen om te vragen waarom hij niet wilde betalen. [verdachte] was samen met zijn zoon [medeverdachte] . Ik liep naar de uitgang van de stacaravan en ik kreeg een klap op mijn rechterslaap. Ik viel door de klap. Zowel [verdachte] als [medeverdachte] sloegen en schopten op mij in. Ik voelde stekende pijnen in mijn lichaam. Ik wist mijzelf op een gegeven moment overeind te trekken en ik ben weggelopen. Ik heb daarna de politie gebeld. 2. Een proces-verbaal van verhoor van 8 oktober 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, doorgenummerde pagina’s 10-13. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de verklaring van [slachtoffer] : Ik had [verdachte] een tikkie gestuurd van 300 euro om zijn verblijf te betalen. 3. Een proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, doorgenummerde pagina’s 29-30. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de verklaring van de verbalisant [verbalisant 1] : Op 4 oktober 2021 kreeg ik om 22.27 het verzoek om richting [plaats] te gaan. Om 22.31 uur kwam ik ter plaatse. Daar werd ik aangesproken door de melder [slachtoffer] . Ik zag dat [slachtoffer] zichtbare verwondingen had in het gezicht. Ik zag zwellingen op zijn gezicht en bloed rondom zijn mond. Hij vertelde mij dat hij was geslagen door [verdachte] en zijn zoon [medeverdachte] . Hij wees de caravans aan waar zij verblijven. Betrokkenen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] . [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [plaats] 4. Een geschrift, zijnde een medische verklaring van [deskundige] , SEH-arts KNMG, van 5 oktober 2021, doorgenummerde pagina’s 17-19. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de mededeling van [deskundige] : Betreft: [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] -1971. HH zwelling behaarde hoofdhuid occipitaal forse zwelling en hematoom os zygoma rechts opp wondje naast de mondhoek rechts en buccaal eveneens puntvormige laceratie rechts, beginnend hematoom mediale zijde onderste orbita bodem links Conclusie Anamnestisch status na mishandeling door bekende huurders, met name hoofd/aangezicht/nek/rug en thorax met multipele hematomen behaarde hoofdhuid en aangezicht, tevens laceratie buccaal rechts 5. Een proces-verbaal buurtonderzoek van 10 oktober 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren, doorgenummerde pagina 33. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de verklaring van de verbalisanten of van één van hen: In het kader van een buurtonderzoek met betrekking tot een zware mishandeling op de locatie [a-straat 1] te [plaats] hebben wij het volgende adres bezocht: [a-straat 1] [plaats] . Uit dit buurtonderzoek kwamen de volgende nieuwe feiten of omstandigheden naar voren: Verbalisanten hebben alle (sta)caravans bezocht. De personen die aanwezig waren gaven aan dat ze ten tijde van het incident wat geschreeuw en gebonk hoorde in de stacaravan van de verdachte.” 2.4 Voorts heeft het hof de volgende bewijsoverwegingen in zijn arrest opgenomen: “De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van mishandeling in vereniging. Daartoe heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat beide verdachten aanwezig waren in de caravan en dat daar een woordenwisseling is ontstaan met de aangever over nog te betalen huur. De aangever verklaart dat hij bij het verlaten van de caravan achter op zijn hoofd is geslagen en door beide verdachten tegen het hoofd en lichaam is geschopt. De verdachte heeft verklaard dat de aangever van schrik is gevallen in de caravan, waarna hij de aangever uit de caravan heeft gezet. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het letsel van de aangever past bij het scenario zoals is geschetst door de aangever en niet bij de verklaring van de verdachten. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat er geen getuigen zijn die kunnen bevestigen dat de aangever is geschopt en geslagen, ondanks het feit dat de caravans dicht op elkaar staan waardoor een mishandeling te horen moet zijn geweest. Daarnaast heeft de aangever tegenstrijdig verklaard. Zo verklaart hij in eerste instantie dat hij zich op een gegeven moment overeind kon trekken en is weggelopen uit de caravan, maar later geeft hij aan dat hij alleen weg kon komen omdat de verdachten moe werden. De politie is in de caravan geweest en heeft geen ravage geconstateerd, waar dit wel te verwachten zou zijn als er binnen was gevochten. Het letsel bij de aangever kan door het vallen in de caravan zijn veroorzaakt. Op basis van het dossier en de behandeling ter terechtzitting stelt het hof het volgende vast. Op 4 oktober 2021 tussen 22:15 en 22:30 uur is de aangever naar de caravan gegaan, waar de verdachte en de medeverdachte aanwezig waren, om een gesprek aan te gaan over het niet volledig betalen van de huur. Er is daar een woordenwisseling ontstaan tussen de aangever en de verdachte en er is over en weer geschreeuwd. Om 22:27 uur heeft de aangever telefonisch melding gemaakt van een mishandeling en om 22:31 uur is [verbalisant 1] ter plekke gearriveerd. De verbalisant ziet dat de aangever zwellingen op zijn gezicht en bloed rondom zijn mond heeft. Op 5 oktober 2021 is in het ziekenhuis geconstateerd dat de aangever kneuzingen heeft op zijn hoofd, aangezicht, nek, rug en ribben, een zwelling op zijn achterhoofd, meerdere bloeduitstortingen op zijn hoofdhuid en aangezicht heeft en een wond aan de binnenkant van zijn wang heeft. Uit een buurtonderzoek blijkt dat een buurtbewoner ten tijde van het incident geschreeuw en gebonk hoorde vanuit de bewuste stacaravan. Het hof overweegt als volgt. De verdachten hebben verklaard dat de aangever één keer in de caravan is gevallen. Onduidelijk is gebleven waar de aangever tegenaan zou zijn gevallen. De aangever stelt dat hij van achteren een klap tegen zijn hoofd kreeg op het moment dat hij de caravan wilde verlaten. Hierdoor kwam hij ten val, waarna hij door beide verdachten meerdere keren is geschopt en geslagen. Gelet op de verwondingen die bij de aangever zijn geconstateerd, stelt het hof vast dat dit letsel niet is te verklaren door een enkele val. Zo zijn er bij de aangever verwondingen op zowel het achterhoofd als in het gezicht geconstateerd en heeft hij meerdere kneuzingen aan zijn nek, rug en ribben. Het letsel past wel volledig binnen het scenario dat de aangever heeft geschetst, die immers zegt meerdere klappen en schoppen te hebben gehad. Daar komt bij dat [verbalisant 1] kort na de melding ter plaatse is en de verwondingen van de aangever heeft gezien. Tot slot wordt de aangifte ook ondersteund door de verklaring van een buurvrouw, die naast geschreeuw ook gebonk heeft gehoord. Alles bij elkaar genomen acht het hof de alternatieve lezing van de verdachten niet aannemelijk geworden. Op basis van hetgeen hiervoor is overwogen is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte in vereniging de aangever heeft mishandeld.” 2.5 Zeer welwillend gelezen, meen ik dat in cassatie wordt opgekomen tegen verschillende aspecten van de bewijsvoering van het hof. Er wordt geklaagd dat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.