PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/02474 B Zitting 8 april 2025 CONCLUSIE P.M. Frielink In de zaak [klager] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de klager 1Het cassatieberoep 1.1 De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft bij beschikking van 20 juni 2023 (RK-nummer 22-026775) de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift, strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klager van de onder hem in beslag genomen voorwerpen. 1.2 Het cassatieberoep is op 22 juni 2023 ingesteld namens de verdachte. L.C. de Lange, advocaat te Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld dat is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beklag. 1.3 Deze conclusie strekt ertoe dat de bestreden beschikking van de rechtbank gedeeltelijk wordt vernietigd, de zaak wordt teruggewezen en de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep voor het overige. 2Het verloop van de zaak 2.1 Chronologisch is de zaak – voor zover daarvan blijkt uit de in cassatie ter beschikking staande stukken – als volgt verlopen. 2.2 De klager is bij vonnis van 23 februari 2022 door de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, voor het deelnemen aan een criminele organisatie, het meermalen medeplegen van oplichting en het medeplegen van gewoontewitwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank onder meer beslist over vorderingen van de benadeelde partijen en over het beslag. Over de beslagbeslissing houdt het vonnis het volgende in: “10 BESLAG 10.1 De in beslag genomen goederen Onder verdachte is een groot aantal goederen in beslag genomen. Als bijlage III bij dit vonnis is de beslaglijst gevoegd, waarop alle in beslag genomen goederen staan vermeld. Het betreft zowel conservatoir beslag, als strafvorderlijk beslag. (…) 10.4 Het oordeel van de rechtbank Verbeurdverklaring De rechtbank is van oordeel dat alleen een grond bestaat voor verbeurdverklaring, voor zover het in beslag genomen goed door middel van of uit de baten van een strafbaar feit is verkregen, voor zover met betrekking tot het in beslag genomen goed een strafbaar feit is begaan, dan wel voor zover met behulp van het in beslag genomen goed een strafbaar feit is begaan. Dat betekent dat geen grond bestaat voor verbeurdverklaring van de in beslag genomen gegevensdragers waarvan niet is gebleken dat deze bij het plegen van de oplichtingen zijn gebruikt. Deze gegevensdragers moeten daarom worden teruggegeven aan verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de volgende goederen op de lijst [van] in beslag genomen voorwerpen, die staan onder het kopje ‘verbeurd verklaren’, wel voor verbeurdverklaring in aanmerking komen, omdat met behulp hiervan de bewezen verklaarde oplichtingen zijn gepleegd. Het gaat om de volgende goederen: MD3R019160_597740 Apple iPhone 11 MD3R019160_597763 Telefoon, Apple iPhone 7 MD3R019160_597764 Apple iPhone 6S Verder komen voor verbeurdverklaring in aanmerking die goederen en geldbedragen waarop strafvorderlijk beslag is gelegd en waarvan aannemelijk is dat deze door middel van of uit de baten van een strafbaar feit zijn verkregen. De rechtbank acht aannemelijk dat verdachte deze goederen en geldbedragen heeft aangeschaft dan wel verkregen uit de opbrengst van de door hem als medepleger begane oplichtingen dan wel uit de opbrengst van zijn deelname aan de criminele organisatie. Het gaat om de volgende goederen en geldbedragen: MD3R019160_599757 5,73357045 BTC MD3R019160_679442 [kenteken] , Audi, A6, Avant PL0600-00002021193521- EUR 3.290,65 (leeg) [a-straat 1] [plaats] MD3R019160_597742 1 x 20, 1 x 10, 1 x 5 MD3R019160_597869 Mercedes [kenteken] Rijdbaar MD3R019160_602308 Trui Stone Island Nieuw in verpakking à 200,- MD3R019160_602311 Louis Vuitton-zonnebril MD3R019160_597741 Tasje MD3R019160_597744 Polo MD3R019160_597745 Polo MD3R019160_597746 Polo MD3R019160_597747 Polo MD3R019160_597748 Polo MD3R019160_597749 Polo MD3R019160_597750 Trui MD3R019160_597751 Bodywarmer MD3R019160_597752 Trui MD3R019160_597753 Polo MD3R019160_597754 Schoenen MD3R019160_597756 8 x 50, 1 x 20, 1 x 10 MD3R019160_597757 1 x 100, 18 x 10, 4 x 5, 147 x 20, 49 x 50 MD3R019160_597758 4 x 100, 1 x 200 MD3R019160_597759 14 x 500, 1 x 50 Pakistan rupee MD3R019160_597769 Trainingsjack MD3R019160_597770 Hoody MD3R019160_597771 Jack MD3R019160_597772 Bodywarmer MD3R019160_597773 Trainingsjack + broek MD3R019160_597774 Jas MD3R019160_597783 Stukjes bankbiljetten Ook de in beslag genomen bankpas van [betrokkene 1] komt voor verbeurdverklaring in aanmerking, omdat met behulp van deze bankpas de oplichting van [benadeelde] is gepleegd. De bankpas staat op de lijst als volgt vermeld: MD3R019160_597781 Bankpas t.n.v. [betrokkene 1] Teruggave aan verdachte Zoals hiervoor overwogen, komen wel voor teruggave in aanmerking die gegevensdragers waarvan niet vaststaat dat deze bij het plegen van de oplichtingen zijn gebruikt. Ook komen voor teruggave in aanmerking aankoopbewijzen, facturen en stortingsbewijzen. Ten aanzien van deze goederen bestaat niet langer een strafvorderlijk belang. Een kopie hiervan kan worden opgenomen/achterblijven in het dossier. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de teruggave gelasten aan verdachte van de volgende goederen: MD3R019160_597777 ING-stortingsbewijs MD3R019160_597743 Factuur de Bijenkorf MD3R019160_597755 LV-bon MD3R019160_597775 Factuur Mercure Hotel MD3R019160_597776 Factuur Mercure Hotel t.w.v. 897,- MD3R019160_597778 Briefje met codes MD3R019160_597780 Diverse administratie MD3R019160_597782 Bankpas nr. [nummer] MD3R019160_597739 MOBIELE TELEFOON MD3R019160_597760 Blanco pas MD3R019160_597761 HP-desktop MD3R019160_597762 Lenovo-laptop MD3R019160_597765 MOBIELE TELEFOON MD3R019160_597766 Laptop MSI MD3R019160_597767 MOBIELE TELEFOON INCL HOES MD3R019160_597768 Nokia MD3R019160_597779 HP-LAPTOP Conservatoir beslag Voor zover op de hiervoor genoemde goederen ook conservatoir beslag rust, blijft dit hierop rusten. De beslissingen van de rechtbank hebben enkel betrekking op het strafvorderlijk beslag. (…) 13BESLISSING De rechtbank: (…) Beslag - verklaart de volgende voorwerpen verbeurd: MD3R019160_597740 Apple iPhone 11 MD3R019160_597763 Telefoon, Apple iPhone 7 MD3R019160_597764 Apple iPhone 6S MD3R019160_599757 5,73357045 BTC MD3R019160_679442 [kenteken] , Audi, A6, Avant PL0600-00002021193521- EUR 3.290,65 (leeg) [a-straat 1] [plaats] MD3R019160_597742 1 x 20, 1 x 10, 1 x 5 MD3R019160_597869 Mercedes [kenteken] Rijdbaar MD3R019160_602308 Trui Stone Island Nieuw in verpakking à 200,- MD3R019160_602311 Louis Vuitton-zonnebril MD3R019160_597741 Tasje MD3R019160_597744 Polo MD3R019160_597745 Polo MD3R019160_597746 Polo MD3R019160_597747 Polo MD3R019160_597748 Polo MD3R019160_597749 Polo MD3R019160_597750 Trui MD3R019160_597751 Bodywarmer MD3R019160_597752 Trui MD3R019160_597753 Polo MD3R019160_597754 Schoenen MD3R019160_597756 8 x 50, 1 x 20, 1 x 10 MD3R019160_597757 1 x 100, 18 x 10, 4 x 5, 147 x 20, 49 x 50 MD3R019160_597758 4 x 100, 1 x 200 MD3R019160_597759 14 x 500, 1 x 50 Pakistan rupee MD3R019160_597769 Trainingsjack MD3R019160_597770 Hoody MD3R019160_597771 Jack MD3R019160_597772 Bodywarmer MD3R019160_597773 Trainingsjack + broek MD3R019160_597774 Jas MD3R019160_597781 Bankpas t.n.v. [betrokkene 1] MD3R019160_597783 Stukjes bankbiljetten - gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen: MD3R019160_597777 ING-stortingsbewijs MD3R019160_597743 Factuur de Bijenkorf MD3R019160_597755 LV-bon MD3R019160_597775 Factuur Mercure Hotel MD3R019160_597776 Factuur Mercure Hotel t.w.v. 897,- MD3R019160_597778 Briefje met codes MD3R019160_597780 Diverse administratie MD3R019160_597782 Bankpas nr. [nummer] MD3R019160_597739 MOBIELE TELEFOON MD3R019160_597760 Blanco pas MD3R019160_597761 HP-desktop MD3R019160_597762 Lenovo-laptop MD3R019160_597765 MOBIELE TELEFOON MD3R019160_597766 Laptop MSI MD3R019160_597767 MOBIELE TELEFOON INCL HOES MD3R019160_597768 Nokia MD3R019160_597779 HP-LAPTOP “ 2.3 De als bijlage III aan het vonnis gehechte beslaglijst houdt het volgende in: “ VE [klager] Afhandelingsvoorstel OvJ Voorwerpnummer Omschrijving Conservatoir beslag MD3R019160_599757 5,73357045 BTC MD3R019160_679442 [kenteken] , Audi, A6, Avant PL0600-00002021193521- EUR 3.290,65 (leeg) [a-straat 1] [plaats] Conservatoir beslag 9 december 2021 MD3R019160_597742 1 x 20, 1 x 10, 1 x 5 MD3R019160_597869 Mercedes [kenteken] Rijdbaar MD3R019160_602308 Trui Stone Island Nieuw in verpakking à 200,- MD3R019160_602311 Louis Vuitton-zonnebril Conservatoir beslag recent MD3R019160_597741 Tasje MD3R019160_597744 Polo MD3R019160_597745 Polo MD3R019160_597746 Polo MD3R019160_597747 Polo MD3R019160_597748 Polo MD3R019160_597749 Polo MD3R019160_597750 Trui MD3R019160_597751 Bodywarmer MD3R019160_597752 Trui MD3R019160_597753 Polo MD3R019160_597754 Schoenen MD3R019160_597756 8 x 50, 1 x 20, 1 x 10 MD3R019160_597757 1 x 100, 18 x 10, 4 x 5, 147 x 20, 49 x 50 MD3R019160_597758 4 x 100, 1 x 200 MD3R019160_597759 14 x 500, 1 x 50 Pakistan rupee MD3R019160_597769 Trainingsjack MD3R019160_597770 Hoody MD3R019160_597771 Jack MD3R019160_597772 Bodywarmer MD3R019160_597773 Trainingsjack + broek MD3R019160_597774 Jas MD3R019160_597777 ING-stortingsbewijs Dossier MD3R019160_597743 Factuur de Bijenkorf MD3R019160_597755 LV-bon MD3R019160_597775 Factuur Mercure Hotel MD3R019160_597776 Factuur Mercure Hotel t.w.v. 897,- MD3R019160_597778 Briefje met codes MD3R019160_597780 Diverse administratie MD3R019160_597781 Bankpas t.n.v. [betrokkene 1] MD3R019160_597782 Bankpas nr. [nummer] MD3R019160_597783 Stukjes bankbiljetten Verbeurd verklaren MD3R019160_597739 MOBIELE TELEFOON MD3R019160_597740 Apple iPhone MD3R019160_597760 Blanco pas MD3R019160_597761 HP-desktop MD3R019160_597762 Lenovo-laptop MD3R019160_597763 Telefoon MD3R019160_597764 Apple iPhone 6S MD3R019160_597765 MOBIELE TELEFOON MD3R019160_597766 Laptop MSI MD3R019160_597767 MOBIELE TELEFOON INCL HOES MD3R019160_597768 Nokia MD3R019160_597779 HP-laptop Eindtotaal “ 2.4 Op 23 november 2022 is namens de klager een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv ingediend, strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klager van de onder hem in beslag genomen voorwerpen. Dit klaagschrift houdt in: “In deze kwestie zijn allerlei goederen van klager in beslag genomen. Dit beslag is inmiddels conservatoir beslag geworden. Het beslag bestaat onder meer uit: - 5,73357045 bitcoins - eén of meer personenauto[‘s] - contante geldbedragen - diverse goederen Ter terechtzitting bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak bleek dat het onduidelijk was wat nu precies in beslag is genomen. Er is toen een lijst overgelegd door de officier van justitie. Echter, deze bleek niet geheel correct te zijn. Dit klaagschrift dient geacht te zijn ingediend tegen alle in beslag genomen goederen die horen bij dit parketnummer. Klager is van oordeel dat op grond van artikel 116 Sv er geen strafvorderlijk belang meer bestaat dat voortduring van het beslag rechtvaardigt. Daarbij geldt in het bijzonder dat enige handeling vanuit het Openbaar Ministerie aangaande een ontneming uitblijft. Hiertoe is meerdere malen gecorrespondeerd met de officier van justitie. De toezeggingen hieromtrent zijn tot op heden uitgebleven, zo beschikken we nog steeds niet over enig dossier aangaande de ontneming. Bovendien is het CJIB begonnen met het invorderen van de opgelegde schadevergoedingen. Vanwege het uitblijven van enige actie in de ontneming, beschikt cliënt niet over gelden of goederen om aanzienlijke betalingen in het kader van de schadevergoedingen te doen. (…) REDENEN WAAROM: Klager zich wendt tot uw raadkamer met het eerbiedige verzoek te beslissen tot teruggave van de in beslag genomen goederen aan hem en daarbij een last tot teruggave af te geven.” 2.5 Op 9 januari 2023 is een aanvang gemaakt met de behandeling van het klaagschrift in raadkamer. De behandeling van de zaak is op die raadkamerzitting aangehouden tot 17 april 2023 teneinde het Openbaar Ministerie in de gelegenheid te stellen opgave te doen van het beslag en de beslagtitels. Het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 9 januari 2023 houdt het volgende in: “De rechter houdt de inhoud van de in deze procedure beschikbare stukken voor en vraagt de raadsman om aan te geven van welke goederen de teruggave wordt verzocht, omdat dit niet duidelijk uit het klaagschrift blijkt. De raadsman verklaart hierop dat hij kort na de datum van het tegen klager gewezen vonnis contact heeft [gehad] met de zaaksofficieren mr. Goedegebuure en mr. Craenen van het parket Midden-Nederland. In de strafzaak is inmiddels vonnis gewezen, maar er loopt ook nog een ontnemingsvordering. De rechtbank heeft bij vonnis een aantal in beslag genomen goederen verbeurd verklaard. Ook op goederen waarop conservatoir beslag rust. Het komt de raadsman voor dat dit niet juist is. Het klaagschrift is ingediend om duidelijkheid te verkrijgen wat er in beslag is genomen en onder welke titel (klassiek of conservatoir) dat is gebeurd. Klager wil de goederen terug welke hij wettelijk gezien terug kan krijgen. Het is voor hem geheel onduidelijk nu. Het is aan de raadkamer nu om die duidelijkheid te verschaffen. De rechter merkt op dat het op basis van het voorliggende klaagschrift erg lastig is om een juiste beslissing te geven. Verder merkt zij op dat goederen die bij vonnis verbeurd zijn verklaard en waarop conservatoir beslag rust, in beslag blijven in afwachting van een beslissing in de ontnemingsprocedure. De officier van justitie merkt op dat zij niet weet wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot een ontnemingsprocedure. Zij merkt op dat de ontnemingsprocedure binnen twee jaar na het vonnis in de strafzaak moet worden aangevangen en dat die termijn nog niet is verstreken. De raadsman merkt op dat hij kan instemmen met een aanhouding van de behandeling en voegt daaraan toe dat er veel goederen van klager in beslag zijn genomen waaronder ook geld dat hij al bezat vóór de feiten waarvoor hij is veroordeeld. De raadsman geeft verder nog aan dat hij in de strafzaak ook al heeft gevraagd om teruggave van de goederen waarop geen strafvorderlijk belang meer rust. De (…)rechter deelt mee dat zij op dit moment onvoldoende informatie heeft om een gedegen beslissing te kunnen nemen en dat zij behoefte heeft aan een overzicht van alle in de strafzaak tegen klager in beslag genomen goederen met daarbij bij elk goed de vermelding of sprake is van klassiek of conservatoir beslag. De officier van justitie dient twee weken vóór de datum van de nader te bepalen terechtzitting het hierboven bedoelde overzicht aan de rechtbank en de raadsman toe te zenden, waarna de raadsman uiterlijk één week later zal aangeven van welke goederen hij de teruggave wil. De rechter, gehoord klager, diens raadsman en de officier van justitie: - schorst het onderzoek tot de openbare raadkamerzitting van maandag 17 april 2023 te 14.30 uur; (…) - bepaalt dat de officier van justitie uiterlijk 3 april 2023 een lijst zal overleggen aan de rechtbank en de raadsman, waarop is vermeld welke goederen in beslag zijn genomen en waar bij elk goed is vermeld of sprake is van klassiek of conservatoir beslag; - bepaalt dat de raadsman uiterlijk 10 april 2023 schriftelijk zal aangeven van welke goederen, vermeld op vorenbedoelde lijst, de teruggave wordt verzocht;” 2.6 Vier dagen na de raadkamerzitting, op 13 januari 2023, heeft de officier van justitie per e-mail het overzicht van het beslag aan de raadsman gezonden en aan het dossier laten toevoegen. Daarnaast heeft de officier van justitie bij dat e-mailbericht het standpunt ingenomen dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn beklag, omdat er reeds op het beslag is beslist dan wel dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. Het e-mailbericht houdt het volgende in: “Geachte raadsman, In uw klaagschrift ex artikel 552a Sv d.d. 23 november 2022 heeft u verzocht om teruggave van in beslag genomen goederen in de zaak van uw cliënt [klager] , waaronder de bitcoins, één of meer personenauto's en diverse geldbedragen. Van de zittingsofficier begreep ik dat de rekestenrechter de behandeling heeft aangehouden, teneinde het OM in de gelegenheid te stellen opgave te doen van het beslag en de beslagtitels, waarna u per goed kunt aangeven welke beslissing u wil. Deze opgave treft u bijgaand aan. In haar vonnis van 23 februari 2022 heeft de rechtbank Midden-Nederland reeds een beslissing genomen omtrent deze voorwerpen. Hiervoor verwijs ik naar het overzicht van de beslaglijst, met daarin de beslissingen van de rechtbank verwerkt, in de bijlage van deze mail. Zoals u kunt lezen zijn de goederen die u aanhaalt in uw klaagschrift door de rechtbank verbeurd verklaard. Ik begreep van de parketsecretaris in deze zaak dat u zich op het standpunt stelt dat de rechtbank deze goederen in haar vonnis onterecht verbeurd heeft verklaard, nu er geen strafvorderlijk (klassiek) beslag op deze goederen rustte. Ten eerste wil ik u erop wijzen dat deze beslissing inmiddels onherroepelijk is geworden bij het ontbreken van een hoger beroep ingesteld door de verdediging. Daarnaast ben ik anders dan u van mening dat er in de wet niet staat dat alleen in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard kunnen worden, laat staan dat alleen strafvorderlijk in beslag genomen voorwerpen verbeurd kunnen worden verklaard. Ik verwijs u in dit kader ook naar artikel 34 Sr. Standpunt van het Openbaar Ministerie is derhalve dat uw klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard, dan wel dat klager niet-ontvankelijk is omdat er reeds is beslist op het beslag.” 2.7 Op 5 april 2023 heeft de raadsman van de klager – in reactie op het e-mailbericht van de officier van justitie van 13 januari 2023 – per e-mail het klaagschrift aangevuld en gewijzigd. Dat e-mailbericht houdt onder meer in: “In opgemelde kwestie is de officier van justitie van mening dat de goederen verbeurd verklaard zijn, hetgeen ook in het vonnis staat vermeld. Echter, het aparte in dit vonnis is dat tijdens de zitting door de officier van justitie wordt aangegeven dat het beslag moet worden gehandhaafd voor zover dit is gelegd op conservatoire titel. Uiteindelijk heeft de rechtbank een aantal goederen verbeurd verklaard zoals opgenomen op pagina 25 van het vonnis. Op pagina 26 geeft men aan: 'voor zover op de hiervoor genoemde goederen ook conservatoir beslag rust, blijft het hierop rusten’. Dit lijkt ook logisch te zijn gezien de standpunten van het Openbaar Ministerie en gezien het feit dat er nog een ontneming gevorderd dient te worden. Zoals ik het vonnis uitleg, geldt de verbeurdverklaring enkel en alleen voor goederen waarop dus geen conservatoir beslag rust. De verdediging stelt zich op het standpunt dat we teruggave verzoeken van alle goederen waarop conservatoir beslag rust. Dit is conform de lijst zoals door de officier van justitie aangegeven en zoals door de rechtbank gebruikt.” 2.8 Op 13 april 2023 zijn de griffier van de raadkamer en de raadsman per e-mail namens de officier van justitie als volgt bericht: “Uit de reactie die de raadsman op 5 april jl. zond, maak ik op dat de verdediging zich thans niet meer beroept op de wettelijke onmogelijkheid van de beslissing tot verbeurdverklaring. In plaats daarvan wordt nu betoogd dat [de] rechtbank enkel heeft bedoeld de goederen verbeurd te verklaren waarop geen conservatoir beslag rustte. De raadsman verwijst hierbij naar hetgeen de rechtbank heeft overwogen op p. 26 van het vonnis. Dit behelst echter louter de mededeling dat de beslissingen van de rechtbank het conservatoire beslag onverlet laten. De gemotiveerde beslissing tot verbeurdverklaring op p. 24-25, zoals herhaald in het dictum op p. 39-40 is ondubbelzinnig. De verdediging heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om deze beslissing in hoger beroep aan te vechten. Gelet op het bovenstaande meent het Openbaar Ministerie dat het klaagschrift niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu er reeds onherroepelijk over het beslag is beslist. Precies deze casus (klaagschrift na onherroepelijke verbeurdverklaring) deed zich voor in ECLI:NL:HR:2007:AZ3560, leidend tot niet-ontvankelijkverklaring van het klaagschrift. Een andere grond voor niet-ontvankelijkverklaring is gelegen in het feit dat het klaagschrift is ingediend buiten de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden na het einde van de vervolgde zaak (art. 552a lid 3 Sv). Het vonnis is immers onherroepelijk geworden op 10 maart 2022 (15 dagen na datum vonnis op tegenspraak), terwijl het klaagschrift dateert van 23 november 2022.” 2.9 Op 17 april 2023 heeft de raadkamer de behandeling van de zaak op voorhand aangehouden tot 30 mei 2023 nadat de raadkamer van de raadsman van de klager per e-mail een aanhoudingsverzoek heeft gekregen waarin wordt aangegeven dat de raadsman vanwege ziekte niet in staat is de klager bij te staan en evenmin een kantoorgenoot beschikbaar is om de raadkamerzitting waar te nemen. 2.10 Op 30 mei 2023 is de behandeling van het klaagschrift in raadkamer hervat. In het proces-verbaal van die raadkamerzitting is het volgende te lezen: “De officier van justitie merkt op, zakelijk weergegeven: Ik verzoek u klager niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klaagschrift. Ter onderbouwing hiervan verwijs ik naar de inhoud van het OM-advies dat op 13 april 2023 per mail aan de rechtbank en de raadsman is verstuurd. In het kort komt het erop neer dat het klaagschrift te laat is ingediend, namelijk pas op 23 november 2022, en dat is niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis in de strafzaak. Dit vonnis is immers op 23 februari 2022 gewezen en op 10 maart 2022 onherroepelijk geworden. Bovendien is er in dit vonnis door de rechtbank al een onherroepelijke beslissing tot verbeurdverklaring genomen over de goederen waar het klaagschrift op ziet. De raadsvrouw merkt op, zakelijk weergegeven: Door het vonnis van de rechtbank van 23 februari 2022 is bij klager verwarring ontstaan. In het dictum wordt een aantal goederen verbeurd verklaard waarop conservatoir beslag is gelegd, terwijl elders in het vonnis staat dat de beslissing van de rechtbank alleen betrekking heeft op strafvorderlijk beslag, en dat het conservatoir beslag onaangetast blijft. Volgens onze interpretatie van dit vonnis heeft de rechtbank de goederen waarop klassiek beslag is gelegd verbeurd verklaard, en de goederen waarop conservatoir beslag is gelegd niet. Het Openbaar Ministerie is dit blijkbaar ook van mening, want er loopt nog een ontnemingsvordering tegen klager, terwijl dit geen zin meer zou hebben wanneer de goederen waarop conservatoir beslag is gelegd al verbeurd zijn verklaard. Primair verzoek ik u daarom teruggave van de goederen waarop conservatoir beslag is gelegd, zoals de woning, de auto’s, het geld en de bitcoins. Subsidiair verzoek ik u de zittingscombinatie die op 23 februari 2022 vonnis heeft gewezen een herstelvonnis te laten opmaken, waarin zij uitleggen wat zij met hun vonnis bedoelen. U vraagt mij of het klaagschrift ook betrekking heeft op goederen waarover de rechtbank in haar vonnis van 23 februari 2022 geen beslissing heeft genomen. Nee.” 2.11 De rechtbank heeft de klager niet-ontvankelijk verklaard in het beklag. De beschikking houdt hierover het volgende in: “Procesgang (…) Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken: 1. onder klager is op de voet van artikel 94a [Sv] beslag gelegd op: - BTC 5,73357045 - [kenteken] , Audi, A6, Avant - EUR 3.290,65 - [a-straat 1] [plaats] - 1 x 20, 1 x 10,1 x 5 [AG: ik begrijp: eurobiljetten] - Mercedes [kenteken] , rijdbaar - trui, Stone Island, nieuw in verpakking a € 200,- - zonnebril, Louis Vuitton - tasje - polo
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.