PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer23/01303 Zitting 22 april 2025 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de verdachte Het cassatieberoep 1. De verdachte is bij arrest van 28 maart 2023 door het gerechtshof Den Haag wegens 1. “belaging” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 105 dagen, waarvan negentig dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest, waaraan door het hof algemene en bijzondere voorwaarden zijn verbonden, en tot een taakstraf van honderdtwintig uur, subsidiair zestig dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 1695,82 (€ 195,82, ter zake van materiële schade, en € 1500,00, ter zake van immateriële schade), aan de verdachte voor dit bedrag een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opgelegd en de verdachte veroordeeld in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Ten slotte bevat het arrest enkele bijkomende, niet voor de beoordeling van dit cassatieberoep relevante, beslissingen. 2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. N. van Schaik en H. Brentjes, beiden advocaat in Utrecht, hebben vier middelen van cassatie voorgesteld. De middelen 3. Het eerste middel en het tweede middel bevatten de klacht dat het hof, in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, Sv, niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunt over de (on)betrouwbaarheid van de door de aangeefster overgelegde stukken (middel 1) en de door haar afgelegde verklaringen (middel 2). Deze middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking. Het derde middel klaagt over de toewijzing van schadevergoeding aan de benadeelde partij. Het vierde middel bevat een klacht over de overschrijding van de redelijke termijn. De bewezenverklaring 4. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat: “1. hij in de periode van 13 juni 2019 tot en met 3 februari 2020 te [plaats] , wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde] , door - die [benadeelde] veel SMS-berichten te sturen en - die [benadeelde] en haar moeder veelvuldig berichten via (Facebook) Messenger te sturen en - die [benadeelde] veelvuldig berichten via Whatsapp te sturen en - die [benadeelde] veelvuldig emails te sturen waaronder emails met daarin onder meer * "Nee johhh.... ga je gwn je adres daar neer zetten voor privé ontvangst?” waarbij de site [internetsite] werd vermeld en * "Of ga je weer stil blijven zodat je kan vingeren op het gevoel dat ik je bericht etc. hahaha jij blijft doodlachen wollah" en * "Ik zit me kk hard af te trekken., zo geile gevoel dat jij geen poot heb om op te staan (...) Je kan niks.. ik heb letterlijk alles van je. van a tot z" * "Je bent nu net als zo’n meid die dit bij me geflikt had 4 jaar terug. Tot op de dag van vandaag wordt zij daar mee geconfronteerd. Op alle manieren.” En * “(...) Deze keer ga ik gewoon jou fotos 100x uit laten drukken en flyeren in de buurt van [plaats] ” en woorden van soortgelijke aard en/of strekking en - diverse filmpjes van die [benadeelde] op YouTube te plaatsen met daarbij de tekst "Goedkope hoertje [benadeelde] uit [plaats] " en " [benadeelde] laat haar zelf weer eens zien zoals altijd" en " [benadeelde] de goede vriendin samen met haar vriendin" en "Snitch van [plaats] " of woorden van soortgelijke aard en/of strekking en - die [benadeelde] zes, althans een of meer audio-berichten te sturen en - die [benadeelde] veelvuldig te bellen met het oogmerk die [benadeelde] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.” De bewijsvoering 5. Deze bewezenverklaring steunt op negen bewijsmiddelen, die zijn opgenomen in de bijlage bij het bestreden arrest d.d. 28 maart 2023 (p. 1-17). Ik volsta hier, ten behoeve van de bespreking van de cassatiemiddelen, met de weergave van een selectie uit die bewijsmiddelen: “1. De verklaring van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 14 april 2022 verklaard – zakelijk weergegeven – : Ik gebruikte het [e-mailadres] . Ik heb het bericht ‘he hoertje' vanaf dat mailadres gestuurd. Ik noemde haar hoertje. Ik wilde tot een gesprek komen. Ik heb de audioberichten gestuurd. [e-mailadres] is mijn email-adres. Ik heb altijd al veel gebeld. Ik gebruikte [telefoonnummer] . Ik heb een bericht aan haar moeder gestuurd. 2. Het proces-verbaal van aangifte van politie eenheid [plaats] , met nr. PL1500-2019277360-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 16 e.v.): als de op 4 oktober 2019 afgelegde verklaring van [benadeelde] : Ik doe aangifte van stalking. Ik word stelselmatig lastig gevallen door een rijinstructeur genaamd [verdachte] . Hij is woonachtig aan [a-straat] te [plaats] . Zijn telefoonnummer is [telefoonnummer] , dit nummer is van de rijschool. Ik word lastig gevallen via Facebook, Whatsapp, e-mail en hij belt anoniem en dan heel vaak achterelkaar. Begin januari van 2019 had ik aangegeven bij [verdachte] dat ik mijn rijbewijs bij een andere rijschool ging halen. Ik had een aanbetaling voor een rijexamen gedaan bij [verdachte] en ik gaf aan dat ik dat geld terug wilde hebben. Tot eind april hebben [verdachte] en ik contact gehad (via) whatsapp. De appberichten werden steeds vervelender. Ik heb [verdachte] toen geblokkeerd op whatsapp. In de maand juni 2019 bleef hij maar sms berichten en mails sturen. Vanaf 13 juni 2019 begon [verdachte] mijn familie er bij te betrekken. Dit deed hij via messenger. [verdachte] wilde perse dat ik reageerde op zijn een berichten. Hij stuurde mij op een gegeven moment een bericht dat ik op 14 juni tot 13:00 uur, de tijd had om uitleg te geven, over waarom ik hem niet leuk vond. Als ik niet reageerde dan zou hij een bericht naar [betrokkene 2] sturen. Dit is mijn moeder. Hij had mijn moeder op facebook gevonden. [verdachte] had mij tot aan 13:00 uur heel veel mails gestuurd en in iedere mail stond hoeveel tijd ik nog had tot aan 13:00 uur. Het was een aftelling en dat maakte dat ik toch wel een beetje bang voor hem werd. Mijn moeder heeft [verdachte] toen geblokkeerd op facebook. [verdachte] heeft een paar keer met mijn moeder via messenger gechat. Na zo’n gesprek verwijderde hij het account en maakte hij een nieuwe aan en zocht weer contact met mijn moeder. Begin augustus kreeg ik een mail van [verdachte] . [verdachte] zou mijn gegevens op een sekssite zetten. Hij stuurde mij een mail met de volgende, tekst: "Nee johhh...ga je gwn je adres daarna neer zetten voor privé ontvangst?" De site die erbij stond was genaamd [internetsite] . Ik heb toen contact gezocht met de politie omdat [verdachte] nu echt te ver was gegaan. Op 10 augustus ontving ik een sms bericht van [verdachte] . Op 15 augustus 2019 ontving ik via de whatsapp van vijf telefoonnummers berichten dat zij mij op [internetsite] hadden zien staan. [verdachte] had een foto van mij, mijn facebooknaam ( [benadeelde] ), adresgegevens en mijn telefoonnummer op een sekssite geplaatst. [verdachte] heeft daarna steeds weer mailtjes gestuurd. In de mail van 23 september stond, dat hij flyers van mij zou laten drukken en in heel [plaats] op zou hangen. Op 28 september ontving ik een mail met de volgende tekst: "Lekker op Youtube! haha" Met een link erbij. Ik opende de link en ik zag een filmpje van mij, dat filmpje had ik in oktober 2018 naar hem verstuurd. Onder de link stond: "Goedkope hoertje [benadeelde] uit [plaats] ." Op 29 september ontving ik een hele lange mail waarin hij uitleg gaf over hoe hij over mij dacht. Ik ontving op 1 oktober een mail van [verdachte] waar in hij vroeg of ik af wilde spreken. Verder schreef hij: "Of ga je weer stil blijven zodat je kan vingeren op het gevoel dat ik je bericht etc. hahaha jij blijft, doodlachen wollah". Op 2 oktober ontving ik weer een mail met drie linken van filmpjes. Het waren filmpjes van mij en filmpje met een vriendin, die hij op Youtube had geplaatst. Hij had de volgende tekst eronder geplaatst: " [benadeelde] laat haar zelf weer eens zien zoals altijd", " [benadeelde] de goede vriendin samen met haar vriendin." En "Snitch van [plaats] ". Nadat ik de mail had gezien heb ik weer contact opgenomen met de wijkagent. De wijkagent heeft op 4 oktober een bericht naar [verdachte] gestuurd, dat hij mij met rust moest laten. Ik heb voor u een aantal whatsappberichten, e-mails, sms berichten en messenger berichten voor bij de aangifte uitgedraaid. Ik heb mij erg rot gevoeld en nog steeds. Ik was bang om naar mijn, mail, whatsapp en facebook te kijken, omdat ik dan weer berichten van [verdachte] tegen zou komen. Ik voelde mij opgejaagd, ik was bang dat hij naar mijn woning zou komen. Ik keek altijd achterom omdat ik dacht dat hij mij in de gaten hield. (…) 8. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 maart 2020 van de politie eenheid Den Haag met nr. PL1500-2019277360-37. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz.. 102 e.v.): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar: Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan naar een bij [verdachte] in beslag genomen laptop. De uitkomst van dit onderzoek staat vastgelegd in de aan dit proces-verbaal gevoegde bijlage. User-account Tijdens het onderzoek is naar voren gekomen dat de laptop staat geregistreerd onder de User Name (naam) : [verdachte] , met als Full Name: [A] . Hiermee kan worden vastgesteld dat deze laptop, die in de slaapkamer van de verdachte is aangetroffen van hem is, of door hem werd gebruikt. Plaatsen van content op sekssites De aangeefster heeft in haar aangifte verklaard dat haar foto, alsmede haar persoonsgegevens op sekssites waren geplaatst. Hier heeft zij ernstige hinder aan ervaren. Één van de websites waar haar gegevens op zouden zijn geplaatst, was de website: [internetsite] . Deze website betreft een website met pornografische content. De browser – geschiedenis op de laptop is onderzocht. Hierbij is in de browser – geschiedenis van de browser Google Chrome het navolgende ontdekt: Op 29 november 2019 en 30 november 2019 is de [internetsite] bezocht. De informatie die de browser hier bij heeft gezet is: Video Uploaden en Foto's 14 uploaden. Hierbij kan worden aangenomen dat er vanaf deze laptop een video en foto’s zijn ge-upload op de [internetsite] . Zoeken op Google Uit de browsergeschiedenis van de browser Google Chrome is gebleken dat er vanaf deze laptop veelvuldig is gezocht op de naam van de aangeefster. De zoektermen zijn ingevoerd in een periode van 22 oktober 2018 tot en met 13 januari 2020. (…) Zoektermen op Facebook In de browsergeschiedenis is na onderzoek te zien dat er vanaf deze laptop in de periode van 3 november 2018 tot en met 28 januari 2020 de Facebookpagina van de [benadeelde] is bezocht. (…) Gmail account [betrokkene 1] In de aangifte van 4 oktober 2019, gedaan door [benadeelde] verklaarde zij veelvuldig te worden lastig gevallen via de e-mail. Een aantal van deze e-mails waren afkomstig van ene " [betrokkene 1] ". Uit onderzoek in de browsergeschiedenis is gebleken dat de verdachte in dezelfde maand als wanneer de e-mails naar de aangeefster zijn verstuurd ingelogd is geweest op het e-mail account [e-mailadres] . (…)” Het verweer van de verdediging 6. De raadsvrouw heeft blijkens de door haar overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnotities ten overstaan van het hof (onder meer) het volgende aangevoerd (met weglating van de voetnoten): “Screenshots van aangeefster 2.2 De berichten die als bewijs hebben gediend voor de belaging zijn door aangeefster overgelegd aan de politie in een door haar samengesteld document van screenshots. Aangeefster heeft zelf kunnen bepalen welke berichten zij wel of niet aan de politie liet lezen. Het zijn telkens geen complete gesprekken, maar enkel onderdelen van gesprekken. 2.3 De genoemde berichten zijn niet door verbalisanten zelf gelezen of aangetroffen in gegevensdragers van cliënt en/of aangeefster. Hoewel onder cliënt diverse telefoons en laptops in beslag zijn genomen, volgt uit het dossier enkel aangetroffen bewijs met betrekking tot één laptop. Opmerkelijk is dat in het dossier niets is opgenomen met betrekking tot onderzoek aan de telefoons. Het blijft onduidelijk of er geen onderzoek naar de telefoons is verricht, of dat er wel onderzoek is verricht maar dat er geen bewijs uit de telefoons naar voren is gekomen. Hoe dan ook is duidelijk dat de telefoons geen belastende informatie jegens cliënt hebben opgeleverd. 2.4 Het door aangeefster aangeleverde document bevat enkel screenshots afkomstig van aangeefster die zij zelf heeft gebundeld. Dat maakt dat veel cruciale informatie ontbreekt. Bij een groot deel van de berichten is de datum er met pen bijgeschreven, vermoedelijk door aangeefster zelf. Voor de data bestaat daarom geen enkel bewijs. Daarnaast zijn bij de e-mailberichten vaak alleen namen weergegeven van waaruit deze zijn verzonden: e-mailadressen zijn niet te zien. Het is ook duidelijk dat bepaalde berichten geknipt en geplakt zijn. Als voorbeeld wordt genoemd e-mailconversatie tussen aangeefster en het e-mailadres van [A] op dossierpagina 23. Het zijn geen volledige mailberichten: ertussen zijn lijnen te zien waardoor niet alles te lezen is. Het lijkt erop dat bepaalde dingen onder elkaar zijn geplakt. Vermoedelijk is dat door aangeefster zelf gebeurd. De context van de berichten verdwijnt daarmee. 2.5 Een ander voorbeeld zijn de mailberichten op dossierpagina 25. [e-mailadres] mailt een link van YouTube naar aangeefster. Daarop staat met pen geschreven 'hoort hierbij' en een pijl naar een YouTube pagina met daarop een video met een richting aangeefster beledigende titel. Deze wijze van documenteren maakt het lastig, zo niet onmogelijk, om de authenticiteit en de volledigheid van TW deze screenshots te controleren. We kunnen niet nagaan of die link inderdaad haar die betreffende video verwees. 2.6 Met deze gang van zaken ontbreekt alle context van de gestuurde en ontvangen berichten door en van aangeefster. Als belastende zaken zouden zijn verstuurd vanuit aangeefster, heeft zij vanzelfsprekend alle reden deze berichten aan het zicht van het onderzoeksteam te onttrekken en dus weg te houden uit het door haar gefabriceerde document met bewijsstukken. Nu de originele berichten nimmer in handen van de politie zijn geweest, en daarover dus ook niet geverbaliseerd is, is het risico levensgroot om enkel te vertrouwen op de berichten die door aangeefster zijn overgelegd. (…) Context, betrouwbaarheid aangeefster 2.10 Voor de vraag of sprake is geweest van belaging door cliënt is de context van belang. Zoals gezegd is praktisch de volledige verdenking jegens cliënt, en ook de bewezenverklaring, gebaseerd op stellingen van aangeefster en bewijsstukken die door aangeefster zijn aangeleverd. 2.11 Echter, op grond van het dossier kan ook komen vast te staan dat aangeefster niet betrouwbaar is in haar verklaringen. Van belang is bijvoorbeeld dat op basis van het dossier kan komen vast te staan dat aangeefster van begin af aan informatie heeft achtergehouden. In haar aangifte stelt zij bijvoorbeeld dat nooit sprake is geweest van een relatie tussen cliënt en aangeefster. Na rijlessen of wanneer beiden niets te doen hadden spraken zij wel eens af. Zij zouden ook wel eens samen uit eten gaan. Later is aangeefster aanvullend gehoord. Desgevraagd verklaart zij dan dat zij wel hebben gezoend. Pas bij haar getuigenverhoor bij de rechter-commissaris heeft zij – na confrontatie met de verklaringen van cliënt daaromtrent – eerlijk verklaard dat er wel meer speelde tussen beiden. Er was sprake van een seksuele relatie. Dat laat zien dat aangeefster, al of niet bewust, van meet af aan belangrijke informatie over de aard van de relatie tussen aangeefster en cliënt heeft achtergehouden, terwijl dat voor de context van bijvoorbeeld de gestuurde berichten nu juist van essentieel belang is. 2.12 Daarnaast heeft aangeefster tegenover de politie nooit verklaard dat zij ten tijde van het contact met cliënt zelf een vriend had. Uit een aantal screenshots van Whatsapp-contact tussen cliënt en aangeefster, die hij nog heeft kunnen achterhalen, volgt dat aangeefster verwijst naar haar ‘vriend’. Uit de context van de appjes valt ook af te leiden dat zij wellicht achter diens rug om contact met cliënt had. Ook dat is van belang voor de context en de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster. Om die reden zijn een aantal screenshots overgelegd als bijlage 1 bij deze pleitnota. Tevens blijkt uit het contact dat cliënt vraagt om de beschikbaarheid van aangeefster om een examen in te plannen. Dat stemt niet overeen met de verklaring van aangeefster dat cliënt haar juist zou tegenhouden om af te rijden. 2.13 Het is ook duidelijk dat aangeefster tijdens de bewezenverklaarde periode nog zeer regelmatig contact heeft gezocht met cliënt. Aangeefster zelf verklaart daar in eerste instantie niets over. Wederom wordt dit pas duidelijk nadat zij hierover bevraagd wordt bij de rechter-commissaris. Zij geeft dan onder meer aan dat zij eind 2019 naar het huis van cliënt is gegaan omdat zij zo boos was. Zij heeft aangebeld, maar er werd niet opengedaan. Dat laat zich niet rijmen met haar eerdere stellingen dat zij geen contact wilde met cliënt/dat zij wilde dat het stopte en hem overal had geblokkeerd, en dat zij bang of angstig was voor hem. 2.14 Ook de vriend van aangeefster heeft eind 2019 contact gezocht met cliënt. Hij heeft bedreigingen geuit naar cliënt met de telefoon van aangeefster. Een screenshot van dat bericht wordt bijgevoegd als bijlage 2. Tot slot is de vriend van aangeefster na de bewezenverklaarde periode nog tweemaal bij cliënt aan de deur geweest. Dat was eind oktober 2020. De moeder en de zus van cliënt hebben in een mail aan de advocaat van cliënt in eerste aanleg (mr. Berghout) aangegeven dat dit plaatsvond en hoe zij zich daarbij voelden. Dat getuigt van een heel andere lezing dan die van aangeefster bij de rechter-commissaris. Deze mailberichten zijn bijgevoegd als bijlage 3. 2.15 Hoewel voor de beoordeling van de vraag of sprake is geweest van belaging niet van doorslaggevend belang is of het contact wederkerig was en/of aangeefster op enig moment zelf contact geïnitieerd heeft, meent de verdediging dat het bovenstaande wel degelijk een rol speelt bij de vraag of de tenlastegelegde belaging kan worden bewezen. 2.16 Essentieel is dat de bewezenverklaring gebaseerd is op de verklaring van aangeefster, in combinatie met de stukken die door aangeefster zijn verstrekt. Er heeft geen enkele controle plaatsgevonden van die stukken. Hoewel alle mobiele telefoons van cliënt in beslag zijn genomen, is daar klaarblijkelijk niets op gevonden waaruit volgt dat de gesprekken met aangeefster daadwerkelijk hebben plaatsgehad. Op dit moment wordt volledig vertrouwd op een document dat door aangeefster bij elkaar verzameld is. Duidelijk wordt dat zij enkel berichten heeft overgelegd die door cliënt gestuurd zijn, maar alle berichten die zij zelf gestuurd heeft in de tussentijd heeft zij weggelaten. Niet alleen wordt daarmee een vertekend beeld geschetst van de gesprekken die plaatsvonden, maar bovendien kan daarmee geen beoordeling plaatsvinden of daadwerkelijk sprake is geweest van belaging zijdens cliënt of niet. 2.17 Gelet op het bovenstaande bevat het dossier onvoldoende betrouwbaar bewijs om aan te nemen dat sprake is geweest van belaging van aangeefster door cliënt. Dat maakt dat hij dient te worden vrijgesproken van feit 1.” 7. Het hof heeft zijn bewezenverklaring als volgt nader gemotiveerd (onderstrepingen mijnerzijds): “Het hof ziet geen aanleiding om de authenticiteit van de door aangeefster aan de politie verstrekte berichten in twijfel te trekken. De berichten zijn tevens, gelet op de inhoud van het dossier, voldoende in tijd te plaatsen. Uit de aard van de berichten blijkt voorts, conform de verklaring van aangeefster, dat zij meermalen heeft aangegeven geen berichten van de verdachte te willen ontvangen. Gelet verder op hetgeen de verdachte in dit verband (deels) heeft erkend, alsmede het resultaat van het technisch onderzoek naar de laptop van de verdachte, acht het hof – alles in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 is tenlastegelegd. De daaromtrent door de verdediging gevoerde verweren worden verworpen.” Een nadere omschrijving van het eerste middel en het tweede middel 8. In de toelichting op het eerste middel wordt aangevoerd dat het hof zonder opgave van redenen voorbij is gegaan aan argumenten voor het standpunt dat de door de aangeefster overgelegde stukken – te weten de screenshots van berichten – onvoldoende betrouwbaar zijn om tot het bewijs te kunnen dienen. De stellers van het middel achten het oordeel dat de door de aangeefster overgelegde stukken betrouwbaar, authentiek en bruikbaar zijn voor het bewijs, mede in het licht van het op dit punt gevoerde verweer, onbegrijpelijk. 9. Daarnaast wordt, in de toelichting op het tweede middel, geklaagd dat het hof in het geheel niet is ingegaan op de betrouwbaarheid van (de verklaring van) de aangeefster. Door de betrouwbaarheid van de aangeefster zelf in het midden te laten, en haar verklaringen toch tot het bewijs te bezigen, is het hof ongemotiveerd afgeweken van het (ook) in dat kader ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging. Het voorgaande brengt met zich dat het bestreden arrest niet in stand kan blijven, aldus de stellers van het middel. De beoordeling van het eerste middel en het tweede middel 10. Uit de hierboven onder randnummer 7 aangehaalde bewijsoverweging valt op te maken dat het hof hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht met betrekking tot de betrouwbaarheid van de door de aangeefster overgelegde screenshots van berichten (randnummers 2.2-2.6 van de overgelegde pleitnota) en de door haar afgelegde verklaringen (randnummers 2.10-2.17 van de overgelegde pleitnota) heeft aangemerkt als (een) uitdrukkelijk onderbouwd(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.