PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 25/02620 B Zitting 3 februari 2026 CONCLUSIE M.E. van Wees In de zaak [klaagster] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, hierna: de klaagster. 1Inleiding 1.1 De rechtbank Rotterdam (RK 25/004672), heeft bij beschikking van 26 mei 2025 het klaagschrift ex art. 552a Sv van de klaagster strekkende tot opheffing van het beslag op een personenauto van het merk Honda Civic met [kenteken] , met last tot teruggave aan klaagster, niet-ontvankelijk verklaard. 1.2 Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster en R. Moghni, advocaat in Rotterdam , heeft één middel van cassatie voorgesteld. 2Het middel 2.1 In het middel wordt geklaagd dat het oordeel van de rechtbank dat klaagster niet-ontvankelijk moet worden verklaard blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans onvoldoende met redenen is omkleed, nu in een geval waarin de beklagrechter constateert dat sinds de indiening van het klaagschrift ex art. 552a Sv het voorwerp inmiddels bij onherroepelijke beslissing verbeurd is verklaard of is onttrokken aan het verkeer, het klaagschrift dient te worden opgevat als een klaagschrift ex art. 552b Sv. 2.2 De bestreden beschikking houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: “Procedure Op 14 februari 2025 is op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) een klaagschrift ingediend. Het klaagschrift is op 26 mei 2025 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie mr. [Officier van Justitie] , de klaagster en de raadsman, mr. R. Moghni. zijn gehoord. Feiten Op 27 mei 2023 is te [plaats] onder een ander dan de klager, te weten [betrokkene 1] , beslag gelegd op het volgende voorwerp: - Personenauto van het merk Honda Civic met [kenteken] . Het beslag is gelegd op grond van artikel 94 Sv. Dit beslag is gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek ter zake van rijden zonder rijbewijs. Standpunt klaagster Het klaagschrift strekt tot teruggave aan de klaagster van de personenauto. Aangevoerd is dat de klaagster de rechtmatige eigenaar is van de auto en dat er sprake is van disproportionaliteit tussen de belangen die worden gediend met de inbeslagname en de belangen van de klaagster. De personenauto heeft een grote sentimentele waarde voor haar. Het feit dat de auto reeds verbeurd is verklaard in de inhoudelijke zaak van de beslagene doet hier niet aan af. De klaagster is geen verdachte geweest en heeft wel baat bij een gegrondverklaring. Op die manier kan zij een schadevergoeding vorderen. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beklag. Ontvankelijkheid Bij vonnis van 1 april 2025 is in de strafzaak tegen een ander dan de klaagster, te weten [betrokkene 1] . met betrekking tot de inbeslaggenomen personenauto beslist dat deze verbeurd verklaard dient te worden. De rechtbank kan daarom geen beslissing meer nemen over het inbeslaggenomen voorwerp. De aard van de beklagprocedure, die ziet op een voorlopig rechterlijk oordeel over het beslag, brengt immers met zich mee dat op het klaagschrift geen (andersluidend) oordeel meer kan volgen. Daartoe is niet van belang of de beslissing al dan niet onherroepelijk is. De klaagster zal om die reden niet ontvankelijk worden verklaard. Beslissing De rechtbank: - verklaart de klaagster niet ontvankelijk in het beklag.” 2.3 Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 26 mei 2025 vermeldt verder het volgende: “De rechter stelt: U heeft een klaagschrift ingediend dat ziet op het beslag op uw auto. De auto heeft een getaxeerde waarde van € 5.000.-. In de stukken zie ik dat u al eerder bij de rechtbank Den Haag bent geweest. Is deze rechtbank volgens u bevoegd? De raadsman stelt: Voor zover ik weet is destijds beslag gelegd in [plaats] , maar kan op basis van het domicilie adres ook een klaagschrift worden ingediend. Daarom hebben we het klaagschrift in [plaats] ingediend. De officier van justitie heeft niets opgemerkt over de bevoegdheid. De rechter vraagt: Klopt het dat de rechtbank Den Haag een beslissing heeft genomen omtrent onderhavig beslag? De raadsman stelt: Dat klopt. Ik meen echter dat er toch nog een bevoegdheid is om te beslissen door tijdsverloop. Er is toen geen inhoudelijke beslissing genomen. Het beklag is niet- ontvankelijk verklaard op 9 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.