ECLI:NL:PHR:2026:243
PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 25/00789 Zitting 24 maart 2026 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, hierna: de verdachte.
1Het cassatieberoep 1.1 Het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-001997-23) heeft bij arrest van 28 februari 2025 het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 juli 2023 bevestigd, behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de motivering daarvan en de verdachte wegens 1. “het meermalen een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt” en 2. “een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren onder bijzondere voorwaarden, een en ander als nader bepaald in het arrest.
1.2 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. P.L.G. Rens, advocaat in 's‑Gravenhage, heeft twee cassatiemiddelen voorgesteld.
2Overlijden van de verdachte 2.1 Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [...] gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 19 november 2025 overleden.
2.2 Daarom is volgens art. 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
2.3 Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.
3Slotsom Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 juli 2023 en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG