uitspraak 23 mei 2002 PHL VONNIS VAN DE RECHTBANK TE ALKMAAR MEERVOUDIGE KAMER voor de behandeling van burgerlijke zaken In de zaak met zaak- en rolnummer 47781 / HA ZA 00 - 643 van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ELISABETH CHRISTINA VIS B.V., gevestigd te Oudeschild, gemeente Texel, EISERES IN CONVENTIE bij dagvaarding van 3 maart 2000, VERWEERSTER IN RECONVENTIE, procureur mr. H.R.M. Jenné, advocaat mr. J.F. van der Stelt te Rotterdam, tegen: de rechtspersoon naar vreemd recht GLEFI SHIPPING XXI CO. LTD, gevestigd te Monrovia, Liberia, GEDAAGDE IN CONVENTIE, EISERES IN RECONVENTIE, procureur mr. H.B. de Regt, advocaat mr. E.A. Bik te Rotterdam, Partijen zullen verder worden genoemd EC respectievelijk Glefi Shipping. HET PROCESVERLOOP In conventie en in reconventie EC heeft bij conclusie van eis gevorderd overeenkomstig de dagvaarding. Glefi Shipping heeft bij conclusie van antwoord, onder overlegging van een productie en onder aanbieding van bewijs, de vordering bestreden en een tegenvordering ingesteld. Vervolgens heeft EC haar eis gewijzigd bij conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie, waarbij zij elf producties in het geding heeft gebracht en bewijs van haar stellingen heeft aangeboden. Hierop heeft Glefi Shipping een conclusie van dupliek in conventie/repliek in reconventie genomen, bij welke gelegenheid zij vier producties met diverse bijlagen heeft overgelegd en bewijs door middel van getuigen en/of deskundigen heeft aangeboden. Nadat EC bij akte harerzijds een productie overgelegd had, heeft zij vervolgens een akte uitlating producties in conventie tevens conclusie van dupliek in reconventie genomen. Vervolgens hebben partijen hun zaak doen bepleiten ter terechtzitting van 5 april 2002, ieder door hun raadslieden aan de hand van pleitnotities. Glefi Shipping heeft bij deze gelegenheid 13 bescheiden in het geding gebracht. EC heeft met instemming van de wederpartij in afschrift overgelegd 'dossier 14852' van de Raad voor de Scheepvaart. Tenslotte hebben partijen vonnis gevraagd. De inhoud van al deze stukken geldt als hier ingelast. DE BEHANDELING VAN DE ZAAK In conventie en in reconventie 1. Glefi Shipping is een rechtspersoon naar vreemd recht, gevestigd in Liberia. De procedures hebben daarom een internationaal karakter, zodat allereerst de rechtsmacht en het toepasselijk recht moeten worden onderzocht. Gelet op de in de aanhef van dit vonnis vermelde woonplaatsen van partijen, mede in aanmerking nemend dat niet is gesteld of gebleken dat Glefi Shipping mede verblijf in Nederland heeft, komt deze rechtbank rechtsmacht toe op grond van artikel 126 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering zoals dat gold tot 1 januari 2002, wat betreft de zaak in conventie op grond van het derde lid en wat betreft de reconventionele zaak op grond van het eerste lid van genoemd artikel. Op grond van artikel 7 lid 2 van de Wet bepalingen van internationaal privaatrecht met betrekking tot zeerecht en binnenvaartrecht dient Nederlands recht op de zaken te worden toegepast, nu de in geschil zijnde aanvaring in volle zee heeft plaats gevonden en de vorderingen tot schadevergoeding bij deze rechtbank aanhangig zijn. 2. Tussen partijen staat het volgende vast: a. EC is eigenares van het onder Nederlandse vlag varende zeevissersvaartuig "Elisabeth Christina", ingeschreven onder het visserijnummer TX 19. Dit vissersschip, met een lengte van omstreeks 37 meter, zal hierna worden aangeduid als de TX 19. b. Glefi Shipping is eigenares van een onder Liberiaanse vlag varende motortanker genaamd "Tromsø Relinance". Deze omstreeks 275 meter lange tanker zal hierna worden aangeduid als de TR. c. Op 25 februari 2000 heeft omstreeks 9.10 uur plaatselijke tijd tussen beide schepen een aanvaring plaats gevonden op de Noordzee in het Verkeersscheidingsstelsel West-Friesland, in een positie afgerond 53° 22' noorderbreedte en 003° 31' oosterlengte, nabij "tea kettle hole". Hierbij kwam de boeg van de TX19 in aanraking met de stuurboordachtersteven van de TR, met schade aan beide schepen als gevolg. Ten tijde van de aanvaring was het zicht helder bij een onbewolkte hemel; de windkracht 4 á 5 Bft. d. De TX19 was voordien op weg van de visgronden nabij de "Zwarte Bank" op de Noordzee naar de haven van Den Helder. Het schip voer, bezuiden de groep booreilanden aan de Noordwestzijde van het "Ketelgat", op de automatische piloot met een voorliggende koers van 120° naar het "Molengat" en kruiste het Verkeersscheidingsstelsel West-Friesland. Op de brug werd wacht gelopen door schipper F.Krijnen, hierna ook te noemen de schipper. Een VHF stond ingeschakeld op kanaal 16. e. In de zuidgaande diepwaterroute van meergenoemd stelsel was de TR met een lading ruwe olie onderweg naar Rotterdam. Het schip stuurde op de automatische piloot met een voorliggende koers van 197° en een snelheid van 13,8 knopen. Op de brug bevonden zich tenminste twee bemanningsleden, kapitein [kapitein], hierna ook te noemen de kapitein, en derde stuurman [stuurman], hierna ook te noemen de stuurman. f. De stuurman van de TR heeft de TX19 zowel met het blote oog als met de radar voor het eerst waargenomen op een afstand van omstreeks 8 mijl. Hij maakte vervolgens gebruik van de zogenaamde Arpa (Automatic Radar Plotting Aid). De kapitein heeft voor het eerst op een afstand van omstreeks vier mijl via kanaal 16 van de VHF contact gezocht met het andere schip, eerst tweemaal met de oproep "South East...dry cargo vessel" en nadien meermalen met de oproep "TX 19". Op een afstand van omstreeks 1,5 mijl is de automatische piloot uitgeschakeld. Toen de afstand tot de TX19 was gekrompen tot een halve mijl heeft de kapitein opdracht gegeven tot een koerswijziging hard bakboord. g. De schipper van de TX19 heeft het andere schip eerst waargenomen op een afstand van 2,8 mijl. De schipper gebruikte de Arpa-functie van de radar niet, maar plotte de TR door middel van de peilstreep en de variabele afstandsring. De schipper heeft voor de aanvaring geen contact gezocht via de VHF. Op een afstand van omstreeks 1,5 mijl is de automatische piloot uitgeschakeld. Zeer kort voor de aanvaring heeft de schipper de schroef van de motor ontkoppeld. h. Behoudens de vruchteloze pogingen tot contact via kanaal 16 was tussen de schepen geen mobiloonfooncontact en zijn evenmin geluids- of optische signalen gewisseld. i. Op verzoek van (een commissie uit) de Raad voor de Scheepvaart is een voorlopig onderzoek gedaan door de Scheepvaartinspectie te Rotterdam. Hierbij is de schipper op 28 februari 2000 gehoord door een ambtenaar van deze inspectie. Het advies van het hoofd van de Scheepvaartinspectie van 17 oktober 2000 met als bijlagen de stukken van het voorlopig onderzoek maakt deel uit van de processtukken. Het hierop volgend onderzoek heeft geleid tot een uitspraak van de Raad voornoemd ter zitting van 7 juni 2001, onder meer inhoudende een beslissing tot berisping van de schipper van de TX19. j. De groep Den Helder, afdeling IJmond, van het Korps Landelijke Politiediensten, hierna kortweg aangeduid als de waterpolitie, heeft een onderzoek ingesteld naar mogelijke overtredingen door zowel de schipper als de kapitein. In het op ambtseed te Den Helder op 11 september 2000 opgemaakte proces-verbaal wordt onder meer het volgende gerelateerd: Naar aanleiding van het vorenstaande is door ons verbalisanten op het kustwachtcentrum in IJmuiden een opname van de gesprekken op VHF kanaal 16 van 25 februari 2000 omstreeks 09.00 uur beluisterd. In die gesprekken hoorden wij dat in de engelse taal vanaf de "Tromsø Reliance" tweemaal op kanaal 16 een vanaf stuurboord inkomend "dry cargo ship" wordt opgeroepen op de tijdstippen 09 uur 1 minuut en 26 seconden en om 09 uur 2 minuten en 21 seconden. Tussen 09 uur 8 minuten en 34 seconden en 11 minuten 54 seconden ... is in de engelse taal 8 keer geroepen naar de TX19 op een voor ons verbalisanten duidelijk verstaanbare manier. De schipper is op 25 februari 2000 door de waterpolitie gehoord. Op 26 februari 2000 zijn de kapitein en de stuurman gehoord door de rivierpolitie van de politie Rotterdam-Rijnmond. 3. Voorts staat tussen partijen vast, dat op deze aanvaring van toepassing is het Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, Trb 1976/126, hierna aangeduid als het Aanvaringsreglement. Enkele tussen partijen in geschil zijnde bepalingen luiden als volgt. Voorschrift 15. Koers kruisen Wanneer de koersen van twee werktuiglijk voortbewogen schepen elkaar kruisen, zodanig dat zulks gevaar voor aanvaring medebrengt, dient het schip dat het andere aan stuurboordszijde van zich heeft, uit te wijken en, wanneer de omstandigheden het toelaten, te vermijden vóór het andere over te lopen. Voorschrift 16. Maatregelen van het schip dat moet uitwijken Elk schip dat verplicht is uit te wijken voor een ander schip dient, voorzover dit mogelijk is, bijtijds ruim voldoende maatregelen te nemen om goed vrij te blijven. Voorschrift 17. Maatregelen van het schip dat koers en vaart moet houden (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.