RECHTBANK TE ALKMAAR Sector civiel recht KG nummer: 81051/KG ZA 05-213 datum: 23 augustus 2005 (bij vervroeging) Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding in de zaak van:
(2005)van Quote is onder de kop "ingezonden mededeling" voornoemde rectificatie-tekst afgedrukt. Direct aansluitend is het volgende opgenomen: "Naschrift In ruil voor het plaatsen van deze rectificatie bood [eiser sub 1] ons zijn Maserati aan. Maar gelet op het bouwjaar van zijn 3200 stuurden we hem liever gewoon een rekening. De onbesuisde uitspraak komt [eiser sub 1] derhalve te staan op 1999,99 euro (zie ook Bijzaken, p29)." 2.4 Op pagina 29 van het aprilnummer van Quote is onder meer het volgende opgenomen: "Op last van de rechtbank in Alkmaar mag [eiser sub 1], directeur van internetbedrijf Xeeper, de raad van bestuur van [gedaagde 5]’s kredietconcern DSB geen corrupte boevenbende meer noemen. 'Tot dusver heb ik dat niet aannemelijk kunnen maken, dus heb ik me eerder inderdaad ongelukkig geuit', erkent [eiser sub 1], die gedwongen werd zijn eerdere uitspraak te rectificeren. Maar [eiser sub 1] is vastberaden net zolang door te procederen tot hij zijn stelling wél kan bewijzen. (...) " 2.5 DSB cs hebben executie van de dwangsommen aangezegd. 2.6 In een verklaring van 1 augustus 2005 van [naam], adjunct-hoofdredacteur van Quote, is het volgende opgenomen: "Ondergetekende verklaart dat dhr. [eiser sub 1], wonende te [woonplaats], ons enkele maanden geleden benaderd heeft met het verzoek een kwart pagina advertentieruimte te kopen ten behoeve van de publicatie van een rectificatie. Om ons moverende redenen hebben wij dit verzoek naast ons neer gelegd. Wel hebben wij [eiser sub 1] in de gelegenheid gesteld zijn uitspraak te rectificeren op een redactionele pagina. De tekst onderaan de rectificatie is geplaatst op instigatie van Quote en geheel zonder medeweten van [eiser sub 1]. Mocht [eiser sub 1] ons wederom benaderen met het verzoek advertentieruimte te kopen om eerdergenoemde rectificatie te publiceren, dan zullen wij dit verzoek wederom naast ons neer leggen. Wij stellen ons namelijk op het standpunt dat advertenties bedoeld zijn om producten of diensten aan de man te brengen, en niet om door ons geproduceerde teksten te rectificeren. Wel zijn wij na rijp beraad mogelijk bereid nogmaals op onze redactionele pagina's ruimte voor de rectificatietekst in te ruimen, maar als altijd behouden wij uitdrukkelijk ons recht om daar nog wat tekst bij te plaatsen."
- DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN in conventie 3.1 [eisers] vorderen, samengevat en zakelijk weergegeven, DSB cs te verbieden het kort geding vonnis van 17 februari 2005 ten uitvoer te leggen. 3.2 Volgens [eisers] zijn zij niet in staat of in staat geweest om te handelen volgens de letterlijke tekst van het vonnis. Voorts hebben DSB cs geen belang nu een rectificatie in het aprilnummer van Quote is geplaatst. 3.3 Volgens DSB cs is niet voldaan aan het bij het vonnis gegeven bevel tot rectificatie, nu de rectificatie in het aprilnummer van Quote gevolgd is door relativerende toevoegingen in hetzelfde nummer. Daarnaast klopt het formaat van de rectificatie niet. Ten slotte is er voor [eisers] geen sprake geweest van onmogelijkheid om aan het bevel tot rectificatie te voldoen.
- DE GRONDEN VAN DE BESLISSING in conventie 4.1 Op basis van het vonnis waren [eisers] verplicht het ertoe te leiden, zonodig door het betrekken van advertentieruimte, dat een goed leesbare rectificatie in het aprilnummer van Quote zou verschijnen. 4.2 Als niet betwist staat vast dat Quote niet bereid was voor deze rectificatie advertentieruimte ter beschikking te stellen. Quote heeft er wel mee ingestemd om de rectificatie te plaatsen op een redactionele pagina. 4.3 In beginsel hebben [eisers], door het ertoe te leiden dat de rectificatie in het aprilnummer van Quote is verschenen, zoveel mogelijk uitvoering gegeven aan het vonnis. 4.4 De manier waarop de rectificatie is verschenen is echter strijdig met het vonnis, nu het geheel in een relativerende context is geplaatst. De rectificatie is immers direct gevolgd door het naschrift, zoals weergegeven onder 2.3, en in hetzelfde nummer van Quote is het artikel, zoals weergegeven onder 2.4, verschenen. Derhalve is niet voldaan aan hetgeen bij het vonnis was bepaald, dat enkel de rectificatie-tekst in Quote zou verschijnen. 4.5 De verschijning van de rectificatie heeft plaatsgehad op een redactionele pagina van Quote. Dit redactionele kader - de toevoeging en verwijzing alsook de plaatsing van het artikel verderop in Quote - ligt in beginsel in de invloedssfeer van Quote en niet van [eisers]. 4.6 Dit zou anders zijn indien [eisers] zodanige actie hebben ondernomen dat zij wisten of hadden moeten weten dat de rectificatie op relativerende wijze geplaatst zou worden. 4.7 Vooralsnog is alleen komen vast te staan dat [eiser sub 1] in gesprek is gegaan met de journalist van Quote die ook het eerdere artikel heeft doen verschijnen, naar aanleiding waarvan het vonnis is gewezen. Volgens gedaagden is dat voldoende voor verantwoordelijkheid aan de zijde van [eisers] voor de relativering van de rectificatie. Daar tegenover heeft de advocaat van [eisers] aangevoerd dat het gesprek met de journalist voor de hand lag, nu [eiser sub 1] plaatsing van de rectificatie wilde bewerkstelligen, hetgeen niet mogelijk was door advertentieruimte te betrekken. 4.8 Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is, in het onderhavige geval, waarin rectificatie niet anders dan redactioneel kon worden verkregen, het spreken met genoemde journalist alléén onvoldoende om aan te nemen dat [eisers] de relativerende context van de rectificatie bewerkstelligd hebben. Nader onderzoek naar de feitelijke gang van zaken - waar dit kort geding zich evenwel niet voor leent - kan eventueel een ander licht op de zaak werpen. 4.9 Bij deze stand van zaken dient het ervoor gehouden te worden dat [eisers] in onmogelijkheid verkeerden om in strikte zin te voldoen aan het vonnis. Daarmee staat onvoldoende vast dat de dwangsommen verbeurd zijn, zodat DSB vooralsnog niet tot executie van de dwangsommen over mag gaan. 4.10 In de omstandigheid dat het geschil mogelijk nog wordt voorgelegd aan de bodemrechter ziet de voorzieningenrechter aanleiding de executie van de dwangsommen te schorsen totdat eventueel in het bodemgeding in andersluidende zin zal worden beslist. 4.11 DSB cs zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
- DE BESLISSING De voorzieningenrechter: in conventie - schorst de executie van de bij het vonnis van 17 februari 2005 opgelegde dwangsommen; - veroordeelt DSB cs in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eisers] begroot op Euro 329,60 aan verschotten en Euro 816,00 aan salaris procureur; - verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad; - wijst het meer of anders gevorderde af; in reconventie - houdt de behandeling van de zaak pro forma aan tot 31 augustus
- Gewezen door mr. L.J.L. Koster, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 augustus 2005 in tegenwoordigheid van mr. J.P.C. van Dam van Isselt, griffier.