RECHTBANK ALKMAAR Sector straf Locatie Alkmaar Parketnummer : 14.732703-06 Zaaknummer : 0012 PROCES-VERBAAL van de openbare terechtzitting van de politierechter voor de behandeling van Strafzaken in bovengenoemde rechtbank van 27 april 2007. Tegenwoordig: mr. F.A. Egter van Wissekerke, rechter, mr. L.B. Haneveld, officier van justitie, mr. A.J.W. Lambregts, griffier. De politierechter doet de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE tegen na te noemen verdachte uitroepen. De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn genaamd: [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende [adres]. Als raadsman van de verdachte is op de terechtzitting verschenen mr. R Kiewitt, advocaat te Alkmaar. De voorzitter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mee, dat hij niet tot antwoorden verplicht is. De officier van justitie draagt de zaak voor. De voorzitter deelt mee de korte inhoud van de stukken, waaronder: • een op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 22 maart 2007; • een aanvullend proces-verbaal (met bijlagen) met nummer PL1000/06-167966 gedateerd 9 augustus 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar P.J. Groen, respectievelijk gedateerd 30 mei 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren J. Brandsma en M.B.M. Laan, doorgenummerd p. 1 tot en met 5 (hierna te noemen: het aanvullend proces-verbaal); • een proces-verbaal met dossiernummer PL1000/06-013135 gedateerd 19 mei 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar P.J. Groen, doorgenummerd p. 1 tot en met 45 (hierna te noemen: het hoofd proces-verbaal); • een van het hoofd proces-verbaal deel uitmakend proces-verbaal met nummer PL1000/06-167966 gedateerd 10 mei 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T. Ebbeling. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de verklaring van verdachte (p. 31 e.v.): Ik ben sinds 4 maanden de huurder van het pand waarin de hennepplantage is aangetroffen. Het gaat om [a-straat] nummer 117B te [B]. Alle aangetroffen apparatuur is van mij. De kwekerij is acht weken geleden geïnstalleerd. Ik heb alles alleen gedaan en heb nog niet geoogst. • een van het hoofd proces-verbaal deel uitmakend proces-verbaal met nummer PL1000/06-167966 gedateerd 10 mei 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar P.J. Groen. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het relaas van verbalisant (p. 9 e.v.): Op 10 mei 2006 zag ik dat in het perceel [a-straat] 117 te [B] op de zolderetage een professionele hennepkwekerij was ingericht. In de ruimte stonden 222 hennepplanten. De planten bevonden zich in het middelstadium van de groei en waren ongeveer 4 à 5 weken oud. • een van het hoofd proces-verbaal deel uitmakend proces-verbaal met nummer PL1000/06-167966 gedateerd 10 mei 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar J.M. Ligthart. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als het door verbalisant uitgevoerde onderzoek narcotica (p. 15 e.v.): Op 10 mei 2006 kreeg ik 5 plantentoppen uit het perceel [a-straat]117 te [B] ter onderzoek aangeboden. Gelet op geur en uiterlijk waren alle plantendelen van de soort Cannabis Savita L., ook wel bekend als Hennep. Door mij werd geen zaadvorming geconstateerd. Een test van de narcotica testset leverde de aanwijzing op voor de aanwezigheid van TetraHydroCannabinol, zijnde de werkzame stof in Cannabisplanten. Gezien het vorenstaande concludeer ik dat het onderzochte materiaal hennep is. De verdachte verklaart desgevraagd ten aanzien van het hem ten laste gelegde, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als volgt. A: Ik heb in de periode voorafgaand aan 10 mei 2006 in mijn woning op [a-straat] nummer 117B te [B] opzettelijk ongeveer 220 hennepplanten geteeld. Deze zijn op 10 mei 2006 door de politie aangetroffen. B: Ik heb alles alleen gedaan en heb niet eerder geoogst. Mijn huisnummer was 117B en niet 117. Ik huurde de woning voor 900 euro per maand en betaalde dat van mijn spaargeld. Ik zit slecht in mijn inkomsten. Ik heb geen baan, geen uitkering en geen specifieke opleiding. Ik leef van het geld van mijn ouders. De officier van justitie voert het woord en vordert dat de politierechter de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal veroordelen tot 80 uur werkstraf subsidiair 40 dagen hechtenis. De officier van justitie legt de vordering, na voorlezing, aan de politierechter over. De verdachte en de raadsman voeren het woord ter verdediging. De raadsman overhandigt zijn op schrift gestelde pleidooi en doet daarbij het verzoek deze aan het proces-verbaal ter terechtzitting te hechten. De raadsman voegt aan zijn pleidooi toe de conclusie dat, op basis van de in het schriftelijke pleidooi genoemde gronden, sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs ten gevolge waarvan de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde of ten gevolge waarvan de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging, aldus de verdediging. De officier van justitie voert het woord tot repliek en meent dat er volgens het bevolkingsregister sprake is van één nummer, te weten 117, waarbij de machtiging is gegeven voor het gehele pand van nummer 117. Daarmee is de betreding van het pand door de vreemdelingenpolitie rechtmatig geweest waardoor ook de zolderetage van verdachte in dat pand betreden mochten worden. De verdediging voert het woord tot dupliek en verklaart, toevoegende dat in de hal een afzonderlijke opgang met nummer 117B aanwezig is, te persisteren. Op vragen van de politierechter verklaart verdachte voor zover van belang en zakelijk weergegeven: [a-straat] nummer 117 bestaat niet. Wanneer je bij mijn woning op [a-straat] door de voordeur binnenkomt, sta je in een hal. Links is de deur tot de woning 117A, rechtdoor is de deur tot de woning 117B. Op de bordjes buiten bij de voordeur staat ook 117A en 117B aangegeven. Vanuit 117A kan je niet doorlopen naar 117B; het zijn afzonderlijke appartementen. De Portugese vrouw was in mijn woning. Zij verbleef op dezelfde etage als waar de hennepplantage is aangetroffen. Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken. De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven. De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting. AANTEKENING MONDELING VONNIS 1. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd, dat 1. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 9 mei 2006 in de gemeente [B] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan de [a-straat], nummer 117) (telkens) een (grote) hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; 2. hij op of omstreeks 10 mei 2006 in de gemeente [B] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan gelegen aan de [a-straat], nummer 117) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 222, althans een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; Voor zover in de tenlastelegging taal - en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging. 2. Vrijspraak De politierechter verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. De politierechter overweegt dat verdachte alleen heeft verklaard over het telen van de op 10 mei 2006 aangetroffen partij hennepplanten, terwijl in het dossier geen bewijsmateriaal voorhanden is met betrekking tot eerdere partijen of oogsten. GEVAL VAN BEWEZENVERKLARING 3. Alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring De verklaring van de verdachte voor zover hiervoor weergegeven onder A en de inhoud van de processen-verbaal, voor zover hiervoor weergegeven. Deze bewijsmiddelen leveren op de redengevende feiten en omstandigheden, waarop de beslissing van de politierechter steunt, dat het onder 2 ten laste gelegde en hierna bewezenverklaarde door de verdachte is begaan. 4. Verweer onrechtmatig verkregen bewijs Door de raadsman is verweer gevoerd, waarbij is gesteld dat het politieoptreden onrechtmatig is geweest en het bewijs onrechtmatig is verkregen hetgeen moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging danwel tot vrijspraak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. De raadsman en de verdachte hebben daarbij aangegeven dat de machtiging tot binnentreden is afgegeven voor [a-straat] nummer 117, terwijl volgens hen dit nummer als zodanig niet bestaat en terwijl verdachte woonachtig was op nummer 117B, alwaar de vreemdelingenpolitie derhalve niet had mogen binnentreden. De politierechter overweegt als volgt: Uit de stukken van het geding komt de gang van zaken voorafgaand aan het op heterdaad aantreffen van een hennepplantage in de woning van verdachte -voor zover van belang bij de bepaling van de rechtmatigheid van het politieoptreden- aldus naar voren: Op 9 mei 2006 is in het kader van de Vreemdelingenwet door de hulpofficier van justitie M.C.M. Laan een bijzondere schriftelijke machtiging tot binnentreden van woningen verleend aan opsporingsambtenaar J. Brandsma, met betrekking tot binnentreden “in perceel [a-straat] 117 te [B], bewoner onbekend”, waarbij tevens is bepaald dat “bij dringende noodzakelijkheid ingeval van afwezigheid van de bewoner(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.