RECHTBANK ALKMAAR Sector Kanton Locatie Alkmaar Zaaknr/rolnr.: 264501 \ CV EXPL 08-2094 (FZM) Uitspraakdatum: 5 november 2008 Vonnis in de[huurder]k van: 1. [huurder] beiden wonende te Alkmaar aan de [adres] eisende partij verder ook te noemen: [huurder] gemachtigde: mr. A.J.M. van Kooten, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer tegen stichting Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland, gevestigd en kantoorhoudende te Alkmaar gedaagde partij verder ook te noemen: Woonwaard gemachtigde: mr. K. van der Meij, advocaat te Alkmaar. Het procesverloop [huurder] heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 10 april 2008. Woonwaard heeft bij antwoord verweer gevoerd. Vervolgens is gediend van repliek en dupliek. De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast. Ten slotte is heden uitspraak bepaald. De vaststaande feiten 1. [huurder] huurt sinds 13 december 2005 krachtens een schriftelijke huurovereenkomst van Woonwaard de woning aan de [adres] te Alkmaar tegen een huurprijs van laatstelijk € 341,14 per maand. 2. Artikel 9.1 van de op de huurovereenkomst toepasselijke algemene voorwaarden luidt: “Het is huurder toegestaan veranderingen en toevoegingen die zonder noemenswaardige kosten weer ongedaan kunnen worden gemaakt aan de binnenzijde van het gehuurde aan te brengen, behalve indien het gaat om veranderingen die gevaar, overlast of hinder voor verhuurder of derden kunnen opleveren. Voor overige veranderingen en toevoegingen heeft huurder steeds vóóraf schriftelijk toestemming van verhuurder nodig.” 3. Per e-mail d.d. 2 september 2007 heeft [huurder] toestemming gevraagd aan Woonwaard voor het plaatsen van een schotelantenne aan het dak aan de achterzijde van de woning. Bij brief d.d. 11 september 2007 geeft Woonwaard aan dat zij geen toestemming verleent in verband met landelijke beleidswijzigingen omtrent schotelantennes. Het geschil 4. [huurder] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat de kantonrechter zal gelasten, dat Woonwaard binnen 14 dagen na het in deze te betekenen vonnis aan [huurder] schriftelijke toestemming verleent voor het aanbrengen van een schotelantenne op de in de dagvaarding omschreven wijze op de woning aan de [adres] te Alkmaar, op straffe van een dwangsom van € 100,-- per dag dat Woonwaard daartoe in gebreke blijft met een maximum van € 10.000,--, kosten rechtens. 5 [huurder] stelt hiertoe, zakelijk samengevat, dat hij op grond van artikel 10 EVRM in de zin van artikel 7:215 lid 1 jº 7:215 lid 6 BW de vrijheid heeft om inlichtingen en denkbeelden te ontvangen naar zijn keuze. De weigering om toestemming te verlenen tot het plaatsen van een schotelantenne die Woonwaard op een door haar gehanteerde beleidswijziging baseert is volgens [huurder] onvoldoende om deze weigering te rechtvaardigen. Voorts wijst [huurder] erop dat na afweging van de wederzijdse belangen het Woonwaard niet vrij staat haar toestemming te weigeren. 6. Woonwaard heeft verweer gevoerd. Zij stelt dat zij een nieuw “schotelantennebeleid” heeft ontwikkeld waarbij ernaar wordt gestreefd een einde te maken aan het gebruik van schotelantennes door haar huurders. De combinatie van het ontsierend effect, de soms optredende schade en de mogelijkheid om op een andere wijze de beschikking te krijgen over de gewenste inlichtingen en denkbeelden heeft tot deze beleidswijziging geleid. Daarnaast wijst Woonwaard op de mogelijkheid van precedentwerking indien kort na aanvang van het nieuwe beleid er alweer uitzonderingen worden gemaakt. Gelet op de alternatieven die [huurder] heeft om informatie te vergaren weegt het belang van Woonwaard om de toestemming te weigeren zwaarder dan die van [huurder]. De beoordeling 7. [huurder] heeft met een beroep op artikel 10 lid 1 EVRM, waaruit volgt dat een ieder recht heeft op vrije nieuwsgaring, betoogd dat het Woonwaard niet geoorloofd is de door [huurder] gevraagde toestemming te weigeren. Lid 2 van voornoemd artikel bepaalt dat een inbreuk op het recht van vrije nieuwsgaring slechts toelaatbaar is indien deze bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is, onder meer in het belang van de nationale of openbare veiligheid, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, of de rechten van anderen. In dat kader dient er telkenmale een belangenafweging plaats te vinden tussen enerzijds het belang van de huurder en anderzijds het belang van de verhuurder. 8. Ten eerste beroept Woonwaard zich op haar (nieuwe) beleid omtrent schotelantennes, inhoudende dat in verband met landelijke beleidswijzigingen in geen enkel geval meer toestemming wordt verleend voor het plaatsen van een schotelantenne. De kantonrechter is van oordeel dat in het midden kan blijven de discussie tussen partijen over (de totstandkoming en de kenbaarheid van) dit beleid. Immers, gelet op hetgeen onder 7 is overwogen dient iedere aanvraag voor het plaatsen van een schotelantenne opnieuw door Woonwaard te worden beoordeeld, waarbij Woonwaard de wederzijdse (specifieke) belangen van partijen tegen elkaar moet af te wegen. Een beleid dat kennelijk ziet op een algeheel verbod op het plaatsen van schotelantennes kan deze belangenafweging niet opzij zetten. Derhalve slaagt dit verweer niet. 9. Voorts stelt Woonwaard met het oog op de belangenafweging dat haar belangen om geen toestemming te verlenen drieërlei zijn: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.