RECHTBANK ALKMAAR Sector Strafrecht Locatie Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: [parketnummer] Uitspraakdatum: 3 februari 2012 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 juli 2011, 14 december 2011, 21 december 2011, 22 december 2011, 13 januari 2012, 16 januari 2012 en 20 januari 2012 in de zaak tegen: [voornaam] [achternaam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (land) zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, wonende te [plaats] [land], [adres]. 1. Tenlastelegging Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: feit 1 hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2000 tot en met 31 december 2004 in/vanuit Bulgarije en/of Duitsland en/of Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (de, op dat moment, in een zwakke economische en/of financiële en/of psychische en/of sociale positie verkerende) [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en/of [aangeefster 4], met het oogmerk om die [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en/of [aangeefster 4], in een ander land, te weten in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor (een) derde(
- n)tegen betaling, (in Bulgarije) heeft benaderd en/of aangeboden en/of voorgesteld en/of overgehaald, in ieder geval heeft aangeworven, om zich in Nederland beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor (een) derde(
- n)tegen betaling en/of (vervolgens) met dat oogmerk daartoe - die [aangeefster 1] per autobus vanuit Bulgarije (via Duitsland) heeft/hebben medegenomen naar Nederland, en/of - die [aangeefster 2] per autobus vanuit Bulgarije heeft/hebben medegenomen naar Nederland, en/of - die [aangeefster 3] per auto vanuit Bulgarije heeft/hebben medegenomen naar Nederland, en/of - die [aangeefster 4] per vliegtuig vanuit Bulgarije heeft/hebben medegenomen naar Nederland; feit 2 hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2000 tot en met 31 december 2004 in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Alkmaar en/of in de gemeente Deventer en/of in de gemeente Leeuwarden en/of in de gemeente Utrecht, in ieder geval in/vanuit Nederland en/of Bulgarije en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en/of [aangeefster 4], (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft/hebben bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor (een) derde(
- n)tegen betaling en/of onder voornoemde omstandigheid/heden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(
- s)wist/wisten, althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat die [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en/of [aangeefster 4], zich daardoor tot het verrichten van die seksuele handelingen beschikbaar stelde(n); en/of (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de seksuele handelingen van (een) ander(en), genaamd [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en/of [aangeefster 4], met en/of voor (een) derde(
- n)tegen betaling, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)wist/wisten, althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat die [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en/of [aangeefster 4], zich door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)werd(
- en)gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding werd(
- en)bewogen zich beschikaar te stellen tot het plegen van die seksuele handelingen; en/of [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en/of [aangeefster 4], (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)heeft gedwongen dan wel door misbruik vanuit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft/hebben bewogen, hem/hen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en/of [aangeefster 4], met en/of voor (een) derde(
- n)te bevoordelen; terwijl dat feit/die feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft/hebben gehad; immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)I) met betrekking tot die [aangeefster 1] in voornoemde periode: (- in Bulgarije) - terwijl die [aangeefster 1] zich in een zwakke economische en/of financiële en/of psychische en/of sociale positie bevond en/of die in Nederland niet bekend was en/of die onbekend was met de wijze en/of de omstandigheden waaronder er in Nederland (zelfstandig) in de prostitutie gewerkt kan worden en/of de Nederlandse en/of Engelse taal niet of nauwelijks machtig was- * een vertrouwensband met die [aangeefster 1] opgebouwd en/of die [aangeefster 1] ingepalmd en/of die [aangeefster 1] misleid door die [aangeefster 1] werk (als kok) in Duitsland te beloven en/of door die [aangeefster 1] toe te zeggen met betrekking tot dit werk alles voor haar te zullen betalen en/of regelen en/of * die [aangeefster 1] geld gegeven en/of * voor die [aangeefster 1] een paspoort geregeld of laten regelen en/of * die [aangeefster 1] intimiderend een vuurwapen, goud en geld getoond en/of * in aanwezigheid van die [aangeefster 1] (imponerend) met een vuurwapen geschoten en/of * (per autobus) met die [aangeefster 1] een reis gemaakt van Bulgarije naar Duitsland en/of (- in Duitsland) * die [aangeefster 1] zich in een van hem/hen afhankelijke situatie laten bevinden door haar niet te laten beschikken over haar paspoort/identiteitsdocumenten en/of * die [aangeefster 1] voorgehouden dat zij de door hem/hen gemaakte kosten diende terug te betalen en/of * die [aangeefster 1] in de prostitutie laten werken en/of * die [aangeefster 1] gedreigd te vermoorden als ze zou weigeren in de prostitutie te gaan werken en/of * die [aangeefster 1] mishandeld en/of * de bewegingsvrijheid van die [aangeefster 1] in grote mate ingeperkt en/of * die [aangeefster 1] een of meer ke(e)r(
- en)verkracht en/of seksueel misbruikt en/of * klanten voor die [aangeefster 1] geregeld en/of * die [aangeefster 1] van/naar haar werkplek gebracht/opgehaald en/of laten brengen en/of laten ophalen en/of * voor die [aangeefster 1] bepaald welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [aangeefster 1] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [aangeefster 1] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * (per auto) met die [aangeefster 1] een reis gemaakt van Duitsland naar Groningen in Nederland en/of (- in Nederland) * die [aangeefster 1] zich in een van hem/hen afhankelijke situatie laten bevinden door haar niet te laten beschikken over haar paspoort/identiteitsdocumenten en/of * die [aangeefster 1] voorgehouden dat zij de door hem/hen gemaakte kosten diende terug te betalen en/of * die [aangeefster 1] in de prostitutie laten werken en/of * een woonadres en/of een werkplek voor die [aangeefster 1] geregeld en/of laten regelen en/of * die [aangeefster 1] van/naar haar werkplek gebracht/opgehaald en/of laten brengen en/of laten ophalen en/of * voor die [aangeefster 1] bepaald welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [aangeefster 1] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [aangeefster 1] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [aangeefster 1] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitutie en/of * bepaald en/of geregeld en/of laten regelen, dat die [aangeefster 1] (onvrijwillig) een abortus heeft ondergaan en/of * die [aangeefster 1] mishandeld en/of * die [aangeefster 1] bedreigd en/of * die [aangeefster 1] doen geloven, dat zij een deel van de opbrengst van haar prostitutiewerk zou gaan ontvangen en/of * die [aangeefster 1] doen geloven, dat hij, verdachte, geld voor haar in bewaring hield en/of * die [aangeefster 1] voorgewend, dat zij inmiddels genoeg verdiend had om een appartement in Bulgarije te kunnen kopen en/of haar (vervolgens) meegedeeld, dat zij nog een jaar diende te werken om de verbouwing van het (door hem, verdachte, uitgekozen) appartement te kunnen bekostigen (zulks terwijl het feitelijk eigendom van het appartement nimmer aan haar, [aangeefster 1], is overgedragen) en/of * door zijn/hun (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [aangeefster 1] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [aangeefster 1] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat verdachte en/of zijn mededader(
- s)over die [aangeefster 1] had(den), en/of II) met betrekking tot die [aangeefster 2] in voornoemde periode: (- in Bulgarije) - terwijl die [aangeefster 2] zich in een zwakke economische en/of financiële en/of psychische en/of sociale positie bevond en/of die in Nederland niet bekend was en/of die onbekend was met de wijze en/of de omstandigheden waaronder er in Nederland (zelfstandig) in de prostitutie gewerkt kan worden en/of de Nederlandse en/of Engelse taal niet of nauwelijks machtig was - * een vertrouwensband met die [aangeefster 2] opgebouwd en/of die [aangeefster 2] ingepalmd en/of * die [aangeefster 2] geld gegeven en/of * die [aangeefster 2] voorgespiegeld dat ze veel geld in Nederland kon verdienen en/of die [aangeefster 2] een appartement laten zien dat hij, verdachte, voor een meisje had gekocht dat voor hem, verdachte, werkte en/of * voor die [aangeefster 2] een paspoort geregeld en/of laten regelen en/of * die [aangeefster 2] voorgehouden dat zij de door hem, verdachte, gemaakte kosten terug diende te betalen en/of * die [aangeefster 2] angst ingeboesemd door zijn, verdachtes, gedrag en connecties en/of * (per autobus) met die [aangeefster 2] een reis gemaakt van Bulgarije naar Nederland en/of (- in Nederland) * die [aangeefster 2] zich in een van hem/hen afhankelijke situatie laten bevinden door haar niet te laten beschikken over haar paspoort/identiteitsdocumenten en/of * die [aangeefster 2] voorgehouden dat zij de door hem/hen gemaakte kosten diende terug te betalen en/of * die [aangeefster 2] in de prostitutie laten werken en/of * een woonadres en/of een werkplek voor die [aangeefster 2] geregeld en/of laten regelen en/of * die [aangeefster 2] van/naar haar werkplek gebracht/opgehaald en/of laten brengen en/of laten ophalen en/of * voor die [aangeefster 2] bepaald welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [aangeefster 2] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [aangeefster 2] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [aangeefster 2] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitutie en/of * die [aangeefster 2] doen geloven, dat zij een deel van de opbrengst van haar prostitutiewerk zou gaan ontvangen en/of * die [aangeefster 2] doen geloven, dat hij, verdachte, geld voor haar in bewaring hield en/of * die [aangeefster 2] leugens laten vertellen bij haar registratie op het politiebureau en/of * voor die [aangeefster 2] bepaald welke aankopen zij mocht doen en/of * de administratie (met betrekking tot verdiensten en kosten) van die [aangeefster 2] verscheurd en/of * die [aangeefster 2] zodanig geïntimideerd dat zij, toen hem, verdachte, gebleken was, dat zij, [aangeefster 2], (kleine) geldbedragen voor zichzelf achterhield, dit geld toch aan hem, verdachte, heeft afgegeven en/of * die [aangeefster 2] verboden relaties met anderen aan te gaan en/of * die [aangeefster 2] een of meer ke(e)r(
- en)verkracht en/of seksueel misbruikt en/of * die [aangeefster 2] mishandeld en/of * die [aangeefster 2] bedreigd en/of * door zijn, verdachtes, (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [aangeefster 2] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [aangeefster 2] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat verdachte over die [aangeefster 2] had; en/of III) met betrekking tot die [aangeefster 3] in voornoemde periode: (- in Bulgarije) - terwijl die [aangeefster 3] zich in een zwakke economische en/of financiële en/of psychische en/of sociale positie bevond en/of die in Nederland niet bekend was en/of die onbekend was met de wijze en/of de omstandigheden waaronder er in Nederland (zelfstandig) in de prostitutie gewerkt kan worden en/of de Nederlandse en/of Engelse taal niet of nauwelijks machtig was - * een vertrouwensband met die [aangeefster 3] opgebouwd en/of die [aangeefster 3] ingepalmd en/of misleid door die [aangeefster 3] voor te spiegelen, dat zij in Nederland in de prostitutie veel geld kon verdienen en/of met dat verdiende geld dan een appartement in Bulgarije zou kunnen kopen en/of dat ze maar een maand in de prostitutie hoefde te werken om veel geld te verdienen en/of * (per auto) met die [aangeefster 3] een reis gemaakt van Bulgarije naar Nederland en/of * het paspoort van die [aangeefster 3] afgepakt en haar gedwongen naar Nederland te gaan om in de prostitutie te werken en/of (- in Nederland) * die [aangeefster 3] zich in een van hem/hen afhankelijke situatie laten bevinden door haar niet te laten beschikken over haar paspoort/identiteitsdocumenten en/of * die [aangeefster 3] voorgehouden dat zij de door hem/hen gemaakte kosten diende terug te betalen en/of * die [aangeefster 3] in de prostitutie laten werken en/of * een woonadres en/of een werkplek voor die [aangeefster 3] geregeld en/of laten regelen en/of * die [aangeefster 3] van/naar haar werkplek gebracht/opgehaald en/of laten brengen en/of laten ophalen en/of * voor die [aangeefster 3] bepaald welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [aangeefster 3] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [aangeefster 3] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [aangeefster 3] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitutie en/of * die [aangeefster 3] doen geloven, dat zij een deel van de opbrengst van haar prostitutiewerk zou gaan ontvangen en/of * die [aangeefster 3] doen geloven, dat hij, verdachte, geld voor haar in bewaring hield en/of * die [aangeefster 3] onder druk gezet om in de prostitutie te blijven werken door die [aangeefster 3] een deel van de opbrengst toe te zeggen en/of haar familie niet op de hoogte te stellen van haar prostitutiewerkzaamheden in Nederland en/of * een (schijn)huwelijk tussen die [aangeefster 3] en [medeverdachte 4] geregeld en/of laten regelen en/of * een verblijfsvergunning voor die [aangeefster 3] geregeld en/of laten regelen en/of * die [aangeefster 3] aangegeven, dat hij, verdachte, aan [medeverdachte 4] een geldbedrag van 15.000,- Euro moest geven voor het tussen haar en die [medeverdachte 4] afgesloten huwelijk en zij, [aangeefster 3], dit bedrag bij elkaar diende te verdienen en/of * die [aangeefster 3] mishandeld en/of * die [aangeefster 3] bedreigd en/of * een of meer ke(e)r(
- en)intimiderend tegen die [aangeefster 3] geschreeuwd en/of * door zijn, verdachtes, (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [aangeefster 3] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [aangeefster 3] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat verdachte over die [aangeefster 3] had; en/of IV) met betrekking tot die [aangeefster 4] in voornoemde periode: (- in Bulgarije) - terwijl die [aangeefster 4] zich in een zwakke economische en/of financiële en/of psychische en/of sociale positie bevond en/of die in Nederland niet bekend was en/of die onbekend was met de wijze en/of de omstandigheden waaronder er in Nederland (zelfstandig) in de prostitutie gewerkt kan worden en/of de Nederlandse en/of Engelse taal niet of nauwelijks machtig was - * een vertrouwensband met die [aangeefster 4] opgebouwd en/of die [aangeefster 4] ingepalmd en/of die [aangeefster 4] misleid, door die [aangeefster 4] voor te spiegelen, dat zij in Nederland in de prostitutie veel geld kon verdienen en/of door haar toe te zeggen behulpzaam te zijn bij het vinden van werk in de prostitutie in Nederland en/of * een paspoort voor die [aangeefster 4] geregeld en/of laten regelen en/of * die [aangeefster 4] (intimiderend) een vuurwapen getoond en/of * die [aangeefster 4] een of meer kee(e)r(
- en)verkracht en/of seksueel misbruikt en/of * (per vliegtuig) met die [aangeefster 4] een reis gemaakt van Bulgarije naar Nederland en/of (- in Nederland) * die [aangeefster 4] zich in een van hem/hen afhankelijke situatie laten bevinden door haar niet te laten beschikken over haar paspoort/identiteitsdocumenten en/of * die [aangeefster 4] voorgehouden dat zij de door hem/hen gemaakte kosten diende terug te betalen en/of * die [aangeefster 4] in de prostitutie laten werken en/of * een woonadres en/of een werkplek voor die [aangeefster 4] geregeld en/of laten regelen en/of * die [aangeefster 4] van/naar haar werkplek gebracht/opgehaald en/of laten brengen en/of laten ophalen en/of * voor die [aangeefster 4] bepaald welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [aangeefster 4] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [aangeefster 4] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [aangeefster 4] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitutie en/of * die [aangeefster 4] doen geloven, dat zij een deel van de opbrengst van haar prostitutiewerk zou gaan ontvangen en/of * die [aangeefster 4] doen geloven, dat hij, verdachte, geld voor haar in bewaring hield en/of * die [aangeefster 4] mishandeld en/of * die [aangeefster 4] bedreigd en/of * die [aangeefster 4] een of meer ke(e)r(
- en)verkracht en/of seksueel misbruikt en/of * door zijn/hun (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [aangeefster 4] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [aangeefster 4] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat verdachte en/of zijn mededader(
- s)over die [aangeefster 4] had(den); feit 3 hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 14 juni 2007 in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Amsterdam in ieder geval in/vanuit Nederland en/of Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven en/of ontvangen van betalingen en/of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft, heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven en/of ontvangen van betalingen en/of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft, heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten (van seksuele aard), dan wel door voornoemde middelen enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), wist(
- en)en/of redelijkerwijze moest(
- en)vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten; en/of (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7]; en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven en/of ontvangen van betalingen en/of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft, heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(
- en)van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7]; immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)I) met betrekking tot die [slachtoffer 1] (in genoemde periode): * die [slachtoffer 1] in de prostitutie laten werken en/of * voor die [slachtoffer 1] bepaald en/of laten bepalen welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of welke werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [slachtoffer 1] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [slachtoffer 1] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitie en/of * die [slachtoffer 1] bedreigd en/of * een (schijn)huwelijk tussen die [slachtoffer 1] en [medeverdachte 4] geregeld en/of laten regelen en/of * een verblijfsvergunning voor die [slachtoffer 1] geregeld en/of laten regelen en/of * door zijn/hun (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [slachtoffer 1] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [slachtoffer 1] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat verdachte en/of zijn mededader(
- s)over die [slachtoffer 1] had(den); II) met betrekking tot die [slachtoffer 2] (in genoemde periode): * die [slachtoffer 2] in de prostitutie laten werken en/of * voor die [slachtoffer 2] bepaald en/of laten bepalen welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of welke werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [slachtoffer 2] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [slachtoffer 2] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitie en/of * die [slachtoffer 2] bedreigd en/of * door zijn/hun (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [slachtoffer 2] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [slachtoffer 2] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat verdachte en/of zijn mededader(
- s)over die [slachtoffer 2] had(den); III) met betrekking tot die [slachtoffer 3] (in genoemde periode): * die [slachtoffer 3] in de prostitutie laten werken en/of * voor die [slachtoffer 3] bepaald en/of laten bepalen welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of welke werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [slachtoffer 3] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [slachtoffer 3] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [slachtoffer 3] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitie en/of * die [slachtoffer 3] bedreigd en/of * door zijn/hun (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [slachtoffer 3] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [slachtoffer 3] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat verdachte en/of zijn mededader(
- s)over die [slachtoffer 3] had(den); IV) met betrekking tot die [slachtoffer 4] (in genoemde periode): * die [slachtoffer 4] in de prostitutie laten werken en/of * voor die [slachtoffer 4] bepaald en/of laten bepalen welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of welke werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [slachtoffer 4] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [slachtoffer 4] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [slachtoffer 4] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitie en/of * die [slachtoffer 4] bedreigd en/of * door zijn/hun (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [slachtoffer 4] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [slachtoffer 4] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat verdachte en/of zijn mededader(
- s)over die [slachtoffer 4] had(den); V) met betrekking tot die [slachtoffer 5] (in genoemde periode): * die [slachtoffer 5] in de prostitutie laten werken en/of * voor die [slachtoffer 5] bepaald en/of laten bepalen welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of welke werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [slachtoffer 5] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [slachtoffer 5] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [slachtoffer 5] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitie en/of * die [slachtoffer 5] bedreigd en/of * (onder valse voorwendselen) die [slachtoffer 5] in de prostitutie gehouden door die [slachtoffer 5] voor te houden dat zij moet doorwerken om een appartement in Bulgarije te kunnen betalen, terwijl de kosten voor het appartement lager zijn dan verteld en die [slachtoffer 5] reeds voldoende heeft verdiend om het appartement te kunnen betalen en/of * door zijn/hun (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [slachtoffer 5] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [slachtoffer 5] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat verdachte en/of zijn mededader(
- s)over die [slachtoffer 5] had(den); VI) met betrekking tot die [slachtoffer 6] (in genoemde periode): * die [slachtoffer 6] in de prostitutie laten werken en/of * voor die [slachtoffer 6] bepaald en/of laten bepalen welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of welke werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [slachtoffer 6] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [slachtoffer 6] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [slachtoffer 6] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitie en/of * die [slachtoffer 6] bedreigd en/of * (onder valse voorwendselen) die [slachtoffer 6] in de prostitutie gehouden door die [slachtoffer 6] voor te houden dat zij moet doorwerken om een appartement in Bulgarije te kunnen betalen, terwijl de kosten voor het appartement lager zijn dan verteld en die [slachtoffer 6] reeds voldoende heeft verdiend om het appartement te kunnen betalen en/of * door zijn/hun (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [slachtoffer 6] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [slachtoffer 6] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat verdachte en/of zijn mededader(
- s)over die [slachtoffer 6] had(den); VII) met betrekking tot die [slachtoffer 7] (in genoemde periode): * die [slachtoffer 7] in de prostitutie laten werken en/of * voor die [slachtoffer 7] bepaald en/of laten bepalen welke handelingen zij diende te verrichten en/of welk tarief en/of welke werktijden zij diende te hanteren en/of * het door die [slachtoffer 7] in de prostitutie verdiende geld van haar afgenomen en/of laten afnemen en/of doen afstaan en/of * die [slachtoffer 7] (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht gehouden en/of doen geloven dat ze (nagenoeg) voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of * die [slachtoffer 7] gedwongen, althans bewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitie en/of * die [slachtoffer 7] bedreigd en/of * door zijn/hun (intimiderende) gedrag en (voortdurende) controle die [slachtoffer 7] grote angst ingeboesemd met betrekking tot het welzijn van die [slachtoffer 7] en/of haar familie en/of * (aldus) op enigerlei (andere) wijze, misbruik gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat verdachte en/of zijn mededader(
- s)over die [slachtoffer 7] had(den); feit 4 hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 14 juni 2007 in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Alkmaar en/of in de gemeente Deventer en/of in de gemeente Leeuwarden en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Amsterdam, in elk geval op een of meer plaatsen in Nederland, en/of in Bulgarije en/of in Duitsland heeft deelgenomen aan een organisatie, onder meer bestaande uit verdachte en/of een of meer van de volgende perso(o)n(
- en)[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer ander(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (telkens) plegen van: * mensenhandel, als bedoeld in artikel 250a Wetboek van Strafrecht (oud) en/of 273a Wetboek van Strafrecht (oud) en/of 273f van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die mensenhandel onder ander bestond uit het seksueel uitbuiten van vrouwen (prostituees); * (zware) mishandeling (met voorbedachte rade), als bedoeld in artikel 300 en/of 303 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die zware mishandeling met voorbedachte rade uit een gedwongen abortus bij een prostituee bestond en/of die mishandeling onder andere bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen van (meerdere) personen (prostituees); * verkrachting als bedoeld in artikel 242 Wetboek van Strafrecht, waarbij die verkrachting ondermeer bestond uit het tegen de wil van de prostituee(
- s)afdingen van seksueel contact; * oplichting als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht (onder andere door het regelen van schijnhuwelijken voor het verkrijgen van verblijfsvergunningen voor prostituees); * bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht/bedreiging met zware mishandeling als bedoeld in artikel 285 Wetboek van Strafrecht (onder andere het bedreigen van prostituees en/of hun familieleden); * handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie (onder andere het voorhanden hebben/tonen van (een) vuurwapen(s)), terwijl hij, verdachte, daaraan (mede) leiding heeft gegeven. 2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie De verdediging heeft een groot aantal gronden aangedragen, die hetzij op zichzelf, maar zeker in samenhang bezien de conclusie zouden rechtvaardigen dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in haar vervolging. De rechtbank overweegt reeds hier dat ze de verdediging in dit standpunt niet volgt en overweegt daaromtrent het volgende. Internationale rechtshulp De verdediging heeft betoogd dat het openbaar ministerie ter zake van de verstrekking van informatie aan en de verkrijging van informatie van de Bulgaarse autoriteiten de wet- en regelgeving met betrekking tot de internationale rechtshulp heeft geschonden. Met verwijzing naar de Hoge Raad stelt de rechtbank het volgende voorop. De aard en omvang van de rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van onderzoekshandelingen die hebben plaatsgevonden in het buitenland, verschillen naar gelang deze onderzoekshandelingen zijn uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten dan wel onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten. Ten aanzien van de onderzoekshandelingen waarvan de uitvoering plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten van een andere tot het EVRM toegetreden staat, is de taak van de Nederlandse strafrechter ertoe beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten van dit onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid EVRM. Het behoort niet tot de taak van de Nederlandse rechter om te toetsen of de wijze waarop dit onderzoek is uitgevoerd, strookt met de dienaangaande in het desbetreffende buitenland geldende rechtsregels. Het vertrouwen dat de tot het EVRM toegetreden Staat de bepalingen van dat verdrag eerbiedigt en dat de verdachte in geval van schending van enig ander recht dan zijn recht op een eerlijk proces, het recht heeft op een daadwerkelijk rechtsmiddel als bedoeld in artikel 13 EVRM voor een instantie van die staat, brengt voorts mee dat niet ten toets staat van de Nederlandse strafrechter of in het recht van het desbetreffende buitenland al dan niet een toereikende grondslag bestond voor de verrichte onderzoekshandelingen, eventueel inbreuk is gemaakt op het recht van de verdachte op respect op zijn privéleven, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid EVRM en of die inbreuk geacht kan worden noodzakelijk te zijn, zoals bedoeld in het tweede lid van die bepaling. De rechtbank overweegt dat in het onderhavige geval van belang is dat Bulgarije onder de werking valt van het EVRM en voorts dat de informatie in Bulgarije is verkregen onder verantwoordelijkheid van de Bulgaarse autoriteiten. Daarnaast geldt dat Bulgarije als soevereine staat zelf bepaalt wat de grenzen zijn van de rechtshulp die zij wil verlenen. De grenzen worden bepaald door haar eigen wet- en regelgeving. Voor zover de door Bulgarije toegetreden verdragen bepalingen bevatten met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder een lidstaat moet meewerken aan rechtshulp, zal zij zich op grond van verdragsverplichtingen daaraan niet kunnen onttrekken. Dit laat evenwel onverlet dat dergelijke bepalingen de bevoegdheid van de aangezochte staat om ruimer te zijn met haar medewerking aan rechtshulp niet aantasten, dan wel dat zij bevoegd is geen consequenties te verbinden aan niet naleving van formaliteiten door de verzoekende staat. Naar het oordeel van de rechtbank staat buiten twijfel dat de Bulgaarse autoriteiten instemden met de verrichte opsporingshandelingen en met de verdere rechtshulpverlening zoals die is gerealiseerd. Centraal staat thans de vraag of er bij de wederzijdse rechtshulp schendingen hebben plaats gevonden, waardoor gezegd moet worden dat de verdachte zijn recht op een eerlijk proces is ontnomen. Hieromtrent wordt het volgende overwogen. De Nederlandse politie heeft contact gezocht met de Bulgaarse autoriteiten en verzocht om bijstand te verlenen. Artikel 39, lid 1 Schengenuitvoeringsovereenkomst (SUO), biedt hiervoor de basis. De verdediging heeft betoogd dat aangenomen moet worden dat voor verworven informatie zonder machtiging dwangmiddelen zijn toegepast en gewezen op het verkrijgen van de naam van de gebruiker van een telefoon op de naam van het bedrijf [bedrijf 1]. Hieruit zou volgens de verdediging volgen dat de Bulgaarse politie zonder machtiging een telefoon heeft afgetapt. Derhalve is door de Bulgaarse autoriteiten artikel 39 SUO overtreden, waardoor het recht op privacy als bedoeld in artikel 8 EVRM is geschonden, aldus nog steeds de verdediging. De rechtbank is echter allereerst van oordeel dat de verdediging met dit voorbeeld allerminst aannemelijk heeft gemaakt dat dwangmiddelen zijn toegepast, omdat het zeer goed voorstelbar is dat deze informatie afkomstig is uit een in Bulgarije openbare bron. De rechtbank acht hierdoor dan ook niet aannemelijk (gemaakt) dat de Bulgaarse politie zonder machtiging dwangmiddelen heeft toegepast. Daarnaast geldt overigens, zoals ook eerder is overwogen, dat een soevereine staat niet het recht kan worden ontzegd met betrekking tot verlening van rechtshulp een ruimer beleid te voeren dan haar op grond van verdragsbepalingen kan worden afgedwongen. Bovendien mag Nederland er op vertrouwen dat Bulgarije haar eigen wetgeving naleeft. Hetgeen de verdediging op dit onderdeel dan ook aan grieven aanvoert wordt door de rechtbank verworpen. In de stelling van de verdediging dat de opsporingsfunctionarissen niet bevoegd waren om gegevens met betrekking tot telefoongebruik te vragen anders dan na machtiging door de officier van justitie wordt miskend dat artikel 126na Wetboek van strafvordering (Sv) de opsporingsambtenaar een eigen bevoegdheid geeft om een vordering te doen gegevens te verstrekken ter zake van naam, adres, postcode, woonplaats en nummer. Bovengenoemde uitgangspunten in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat Bulgarije informatie aan de Nederlandse autoriteiten heeft verstrekt waarvan gezegd moet worden dat aan de verwerving of de verstrekking daarvan gebreken kleven. De Bulgaarse autoriteiten hebben expliciet bepaald dat door de Nederlandse autoriteiten ten behoeve van het bewijs in de onderhavige zaak van die informatie gebruik mag worden gemaakt. Van schending van artikel 39, lid 2 SUO is dan ook geen sprake. Vermelding verdient in dit verband dat [naam Bulgaarse officier van justitie], Bulgaarse officier van justitie en Hoofd Unit Internationale rechtshulp bij het Hoog Parket van Cassatie, bij de rechtshulpverlening volledig betrokken was. De verdediging vindt de gevolgde werkwijze, waarbij de Nederlandse opsporingsfunctionarissen informatie uit Bulgarije hebben ontvangen en gebruikt, waarna die informatie pas later is geformaliseerd, ontoelaatbaar. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Niet alleen bestaat er geen wettelijke bepaling die zich daartegen verzet, bovendien hebben de Bulgaarse autoriteiten laten blijken daar geen bezwaar tegen te hebben door achteraf toestemming te verlenen voor het gebruik van die informatie. De rechtbank laat verder onbesproken of aan de liaison officer [naam liasion officer] richtlijnen zijn verstrekt nu hiervoor geen wettelijke verplichting bestaat, nog daargelaten de vraag of een overschrijding van dergelijke richtlijnen de door de verdediging genoemde consequentie zou moeten hebben. De verdediging heeft voorts veel aandacht besteed aan de omstandigheid dat in het dossier een rechtshulpverzoek is aangetroffen waarop vóór “juni 2007” met pen “5” is geschreven en tevens in het dossier hetzelfde rechtshulpverzoek heeft aangetroffen waarop de datum “6 juni 2007” volledig geprint is. Volgens de verdediging is er sprake van bewust antedateren door de politie. De verbalisant [verbalisant 1] heeft bij de rechter-commissaris hierover een verklaring afgelegd waarin hij aangeeft hoe dat mogelijk is ontstaan. In haar requisitoir is het openbaar ministerie hierop ook ingegaan. Daarbij is aangegeven dat 5 juni 2007 de datum is waarop het document aan de vertaler is aangeboden en dat het vertaalde verzoek op 6 juni 2007 officieel via het IRC is verstuurd. [verbalisant 1] heeft het verzoek bovendien spoedheidshalve zelf meegenomen naar Bulgarije om het aan [naam Bulgaarse officier van justitie] te overhandigen. De verwarring omtrent de data is volgens het openbaar ministerie hierdoor ontstaan. De rechtbank acht deze verklaring niet onaannemelijk. De verdediging heeft bovendien nagelaten toe te lichten welk belang de politie zou hebben gehad bij het gestelde opzettelijke antedateren en evenmin heeft zij gemotiveerd kunnen betogen welk belang van verdachten hierdoor zou zijn geschonden. Hetgeen met betrekking tot de datering van dit rechtshulpverzoek is gebeurd, wordt door de rechtbank dan ook niet aangemerkt als een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. De aanhouding van [verdachte 1] is in de visie van de verdediging onrechtmatig geweest. Dit verweer verwerpt de rechtbank. Via een rechtshulpverzoek heeft de officier van justitie de Bulgaarse autoriteiten verzocht om aanhouding van [verdachte 1] ter overlevering. Op 27 juni 2007 heeft de regionale rechtbank te Burgas de arrestatie op grond van het Europees arrestatiebevel van 8 mei 2007 rechtmatig geacht , welk vonnis in hoger beroep door het hof is bevestigd. Voorts heeft de verdediging de doorzoeking op het adres [adres 5] met betrekking tot [medeverdachte 1] als onrechtmatig bestempeld. Deze doorzoeking is kennelijk uitgevoerd omdat naast het aanvankelijk genoemde adres, [adres 6] waarvoor zowel de Nederlandse rechter-commissaris als de Bulgaarse autoriteiten toestemming had gegeven, een tweede adres is opgedoemd waar [medeverdachte 1] mogelijk zou verblijven. Met toestemming van de Bulgaarse onderzoeksrechter en op verzoek van de Bulgaarse officier van justitie is toen ook op dit tweede adres een doorzoeking geweest. De rechtbank is het met de verdediging eens dat de toestemming van de Nederlandse rechter-commissaris vooraf niet dit tweede adres bevatte. De rechter-commissaris verklaarde in zijn besluit van 13 juni 2007, waarin hij toestemming gaf om in de zaken van [verdachte 1], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] vijf adressen te doorzoeken evenwel ook “dat naar Nederlandse juridische maatstaven doorzoekingen in de woon- en verblijfplaatsen van genoemde verdachten gerechtvaardigd zijn”. Alle hiervoor beschreven omstandigheden in aanmerking genomen, waarbij vooral van belang is de gegeven toestemming van de Bulgaarse rechter, is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat aan die doorzoeking op het laatstgenoemde adres het rechtmatig karakter moet worden ontzegd. De verdediging heeft betoogd dat door de Nederlandse autoriteiten in het kader van de rechtshulp aan de Bulgaarse autoriteiten persoonlijke gegevens zijn verstrekt en daardoor het (inmiddels vervallen) Besluit Politieregisters is geschonden. Het openbaar ministerie heeft dit bestreden en heeft naar voren gebracht dat artikel 13 van dat besluit wel degelijk daarvoor een wettelijke basis geeft. Artikel 13, lid 1 van genoemd besluit luidt voor zover van belang als volgt: • 1. Uit een politieregister kunnen gegevens worden verstrekt aan politie-autoriteiten in een ander land indien dit noodzakelijk is: o a. voor de goede uitvoering van de politietaak in Nederland of voor de uitvoering van opdrachten voortvloeiende uit de signalering van personen door Nederlandse autoriteiten; o …….. De aan de Bulgaarse autoriteiten verstrekte informatie is onmiskenbaar verbonden aan het in Nederland uitgevoerde opsporingsonderzoek en aldus noodzakelijk voor de politietaak in Nederland. Niet valt in te zien in welk opzicht de overige door de verdediging genoemde artikelen van het besluit een belemmering vormen om de informatie te verstrekken, die voor de Bulgaarse autoriteiten onmisbaar was om tot de verzochte rechtshulp over te kunnen gaan. Ook in dit geval was derhalve naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een vormverzuim. De verdediging heeft gesteld dat de verbaliseerplicht is geschonden nu twee dienstreizen naar Bulgarije zijn gemaakt zonder dat daarvan proces-verbaal is gemaakt. Hieromtrent wordt als volgt overwogen. Aan beide dienstreizen ging een reisopdracht vooraf van de hoofdofficier van justitie te Haarlem en hij had aangegeven geen prijs te stellen op het verslag daarvan. Op 16 november 2008 is hierover op verzoek van de rechtbank een proces-verbaal opgemaakt. Op verzoek van de advocaat-generaal van het parket Amsterdam is op 13 januari 2010 door verbalisant [verbalisant 1] alsnog van de reizen (en de rechtshulpverzoeken) een proces-verbaal opgemaakt. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat van de dienstreizen een proces-verbaal had moeten worden opgemaakt. Nu de hoofdofficier van justitie kennelijk had aangegeven dat er geen prijs werd gesteld op een dergelijk proces-verbaal, is het niet onbegrijpelijk dat het opmaken daarvan achterwege is gebleven. In ieder geval kan gelet hierop niet gezegd worden dat gesproken kan worden van het bewust achterhouden van informatie. Doordat de dienstreizen alsnog geverbaliseerd zijn acht de rechtbank dit verzuim hersteld en is er geen aanleiding aan de oorspronkelijke omissie consequenties te verbinden. Een volgende schending van de verbaliseerplicht ziet de verdediging in het ontbreken van een door verbalisant [verbalisant 1] opgemaakt proces-verbaal met betrekking tot de doorzoeking in Bulgarije. [verbalisant 1] heeft verklaard slechts bij één doorzoeking aanwezig te zijn geweest – die van [verdachte 1] - en dat hij daarbij slechts heeft geadviseerd over in beslagname. Dit is ook in overeenstemming met de toestemming die [naam Bulgaarse officier van justitie]geeft, te weten: toestemming om de opsporingshandelingen “bij te wonen”. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat [verbalisant 1] bij de doorzoekingen geen opsporingshandelingen heeft verricht - hij was immers niet degene die formeel de beslissing nam om goederen al dan niet in beslag te nemen - en er geen noodzaak was om zelf een proces-verbaal op te maken. De wijze waarop de verbalisanten informatie aan de Bulgaarse autoriteiten hebben gevraagd had naar het oordeel van de verdediging ook geverbaliseerd moeten worden. De rechtbank merkt allereerst op dat ze de correspondentie tussen het opsporingsteam en [naam liaison officer] zoals die in map 57 is na te lezen, als interne communicatie aanmerkt waarvan gezegd kan worden dat het op zich al ongebruikelijk is om die aan het procesdossier toe te voegen. De rechtbank is van oordeel dat de verbalisanten door middel van de inhoud van de rechtshulpverzoeken voldoende verantwoording hebben afgelegd over hun bevragingen aan de Bulgaarse autoriteiten. Hiermee is inzichtelijk geworden welke informatie het opsporingsteam van de Bulgaarse autoriteiten heeft ontvangen. Zelfs al zou moeten worden aangenomen dat er een discrepantie bestaan tussen de interne communicatie en de inhoud van de rechtshulpverzoeken, dan nog geldt dat verdachten daar geen nadeel van hebben ondervonden omdat niet is in te zien hoe die informatie dan gebruikt zou kunnen zijn. Dat de verbalisanten met opzet stukken hebben willen achterhouden is door de verdediging niet aannemelijk gemaakt. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van is dat bij de wederzijdse rechtshulp schendingen hebben plaats gevonden, waardoor gezegd moet worden dat de verdachte zijn recht op een eerlijk proces is ontnomen. Regiefunctie van het openbaar ministerie De verdediging heeft uitgebreid verweer gevoerd op het ontbreken van regie door het openbaar ministerie, en wel concreet in de periode tot de rechtbank op 16 november 2009 vonnis heeft gewezen. Ze wijst onder meer op de gebrekkige en late aanlevering van stukken, het achterhouden van stukken en het onvoldoende oog hebben voor naleving van de verbaliseerplicht. Dit culmineerde volgens de verdediging in de weigering op de zitting van de rechtbank van 3, 4 en 5 november 2009 om gevolg te geven aan het bevel van de rechtbank om drie mappen over te leggen, waarin de rechtbank aanleiding zag het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Inderdaad is de beslissing van de rechtbank Alkmaar van 16 november 2009 tot het niet- ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie, gelet op de processen-verbaal en de vonnissen van dat proces, met name ingegeven door het feit dat de officier van justitie ter zitting niet heeft voldaan aan voornoemd bevel van de rechtbank. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 24 oktober 2010 de betreffende vonnissen evenwel vernietigd en de zaken terugverwezen voor behandeling, er rekening mee houdend dat inmiddels was gebleken dat de bewuste drie mappen stukken bevatten (tapgesprekken) die al in het procesdossier waren opgenomen. Van laatstgenoemd oordeel dient de rechtbank thans dan ook uit te gaan. Het openbaar ministerie heeft aanleiding gezien mr. D.W. Steenhuis rapport te laten uitbrengen (“Alles is niets”) over de lessen die uit de gang van zaken voor het openbaar ministerie zijn te trekken en onder meer is de rapporteur ingegaan op de mate van sturing van het onderzoek door de officieren van justitie. Op de vraag hoe de sturing/samenwerking van het openbaar ministerie aan/met het onderzoeksteam verliep luidde de kritische conclusie van Steenhuis: “De sturing/samenwerking van het openbaar ministerie met het onderzoeksteam is in eerste instantie goed verlopen. Men was één van zin, er werd regelmatig overlegd over de gang van zaken en de politie voelde zich in zijn waarde gelaten. Langzamerhand echter is de sturing van de (eerste) officier van justitie minder geworden, omdat ze met een steeds grotere case-load te maken kreeg. Daardoor is er, later in het traject, mogelijk teveel aan de politie overgelaten, bijvoorbeeld bij de samenstelling van het procesdossier en de rechtshulp. Toen de eerste officier van justitie ziek werd, is er een periode geweest, maar het onderzoek was toen formeel al afgelopen, waarin er nauwelijks contact was tussen het parket en het team. Dat zegt zich daarover herhaald te hebben beklaagd. Toen tenslotte, eind augustus 2008, de derde officier van justitie op de zaak werd gezet, bleven de contacten, op één uitzondering na, beperkt tot de mail en de telefoon”. Het openbaar ministerie heeft in zijn repliek op 16 januari 2012 te kennen gegeven zich in de kritiek van het rapport Steenhuis te kunnen vinden. De rechtbank is van oordeel dat door de verdediging terecht is aangevoerd dat het openbaar ministerie tot de zitting in november 2009 in onvoldoende mate de regie heeft gevoerd over het onderzoek. Anders dan de verdediging is de rechtbank evenwel niet gebleken dat bewust is geprobeerd om de verdediging stukken te onthouden of anderszins te benadelen. Wel is gebleken dat de stukken niet altijd onmiddellijk ter beschikking zijn gesteld, maar die zijn later wel toegevoegd aan het procesdossier. Verder ziet de verdediging over het hoofd dat wanneer door het onderzoeksteam stukken worden aangeleverd, het openbaar ministerie ook gelegenheid moet hebben deze te beoordelen en verwerken. De veronderstelling dat wanneer de officier van justitie een pakket stukken van het onderzoeksteam krijgt aangeleverd hij meteen aan het kopiëren moet (laten) slaan en die blindelings moet verspreiden geeft blijk van het stellen van onredelijke en onrealistische eisen aan het openbaar ministerie. Ook doet de verdediging onrecht aan de omstandigheid dat het hier gaat om een grote en ingewikkelde zaak, waarin het onderzoek na de aanhoudingen nog geruime tijd heeft voortgeduurd. De rechtbank acht het wel aannemelijk dat bij een grotere sturing een minder tumultueuze afwikkeling van de zaak had kunnen plaats vinden. Bovendien moet worden aangenomen dat het ontbreken van regie ook tot vertraging heeft geleid. Een en ander leidt de rechtbank tot het oordeel dat het voor een groot deel aan het openbaar ministerie moet worden toegerekend dat het proces onnodig lang heeft geduurd en dat daardoor de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank zal hieraan daarom - beperkte - consequenties verbinden bij de strafoplegging, zoals hieronder nog nader zal worden uitgewerkt. Het verweer dat deze omstandigheden zouden moeten leiden tot niet ontvankelijkheid wordt echter verworpen, reeds omdat op geen enkele wijze is gebleken dat de verdachte in zijn rechten zodanig te kort is gedaan dat niet meer gesproken kan worden van een eerlijk proces. Tunnelvisie De verdediging heeft betoogd dat artikel 6 EVRM, inhoudende het recht op een fair trial voor verdachten, ook als volgt is geschonden. De politie is dermate vooringenomen geweest bij de uitvoering van het onderzoek, dat sprake is van een zogenaamde tunnelvisie. Het onderzoek van de politie is namelijk uitsluitend gericht geweest op het vergaren van zo veel mogelijk belastend materiaal. Ter adstructie van dit standpunt heeft de verdediging, samengevat, gewezen op de volgende aspecten. De politie is klakkeloos uitgegaan van de juistheid van de vier aangiftes, zonder de betrouwbaarheid daarvan deugdelijk te onderzoeken. Er was echter alle aanleiding daarnaar wel nader onderzoek te doen, alleen al omdat de verklaringen van de aangeefsters niet consistent zijn en innerlijk tegenstrijdig. Zo had het bijvoorbeeld op de weg van de politie gelegen onderzoek te doen naar de financiële positie van die aangeefsters in Bulgarije. Nota bene is inmiddels uit een verhoor van de aangeefster [aangeefster 3] bij de rechter-commissaris gebleken dat deze ondanks haar eerdere ontkenning wel degelijk beschikte over onroerend goed in Bulgarije. Evenmin is onderzoek gedaan naar de melding van die aangeefsters bij het politieteam dat zij tijdens het onderzoek ernstig werden bedreigd. Voorts is ten onrechte niet geverbaliseerd dat in 2006 nog door de politie is geconstateerd dat [aangeefster 3] toen werkzaam was als prostituee. Ook bij de aanpak van de zeven vrouwen die later in beeld kwamen, is de politie zeer vooringenomen te werk gegaan, door hen van meet af aan te beschouwen als slachtoffer en hen onder druk te zetten om een verklaring tegen de verdachten af te leggen. Ondanks aanwijzingen van het tegendeel is de politie niet van dit uitgangspunt afgeweken, zelfs niet in het geval van de getuige [slachtoffer 3], waarvan de politie ook zelf dacht dat deze naast slachtoffer ook dader was. De politie heeft bovendien vergaande invloed uitgeoefend op het werk van de tolken door hen een lijstje te geven met instructies, die er op neerkwamen dat uitsluitend belastende gesprekken moesten worden uitgewerkt. Voorts heeft de politie het in strijd met de geldende aanwijzingen aan de tolken overgelaten of gesprekken wel of niet zouden worden uitgewerkt. Voor ontlastend materiaal heeft de politie geen enkel oog gehad. Door opzettelijk alleen belastend materiaal in ogenschouw te nemen en niet te zoeken naar ontlastend materiaal of dat al dan niet bewust te negeren, hebben politie en openbaar ministerie blijk gegeven van een ernstige vorm van tunnelvisie, aldus nog steeds de verdediging. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat bij de uitvoering van het strafrechtelijk onderzoek door de politie en het openbaar ministerie sprake is geweest van een algehele vooringenomenheid dan wel tunnelvisie. De politie beschikte bij aanvang van het onderzoek over vier aangiftes die dateerden van verschillende data en waarvan (behoudens wat betreft de aangiftes van [aangeefster 1] en [aangeefster 3], van wie bekend is dat zij een vriendschappelijke verhouding met elkaar hadden) zonder meer kon worden aangenomen dat deze onafhankelijk van elkaar waren gedaan. Op grond van deze aangiftes kon de politie terecht als hypothese aannemen dat sprake was van mensenhandel, gepaard gaand met uitbuiting en onderdrukking. In het daarop gevolgde onderzoek zijn telefoongesprekken getapt, die aanwijzingen opleverden voor de veronderstelling dat de aan die gesprekken deelnemende prostituees (deels) door dezelfde personen en op dezelfde wijze als aangeefsters werden blootgesteld aan mensenhandel. Terecht heeft het openbaar ministerie er in haar repliek op gewezen dat de wijze waarop het onderzoek is verricht geplaatst moet worden in de context van de complexe aard van de zaak. De politie heeft daarbij niet alleen de taak strafbare feiten op te sporen, maar dient ook bescherming te bieden aan eventuele slachtoffers van mensenhandel. De rechtbank acht de wijze waarop de politie heeft gehandeld ten opzichte van de zeven vrouwen die geen aangifte hebben gedaan, gelet hierop, gerechtvaardigd. Voor zover het verwijt aan het openbaar ministerie zo moet worden begrepen dat ze in weerwil van de verklaringen van het zevental prostituees vast bleef houden aan haar hypothese dat deze vrouwen slachtoffer waren, overweegt de rechtbank dat de reacties van deze Bulgaarse vrouwen op de hen voorgehouden tapgesprekken in het algemeen onmogelijk te rijmen zijn met de inhoud van de afgeluisterde gesprekken, waardoor ernstig afbreuk wordt gedaan aan de geloofwaardigheid van hun verklaringen. Ook dit verwijt acht de rechtbank daarom ongegrond. Anders dan de verdediging stelt, heeft de politie de verklaringen van de vier aangeefsters die elkaar in hoofdlijnen bevestigden - op enkele punten wel nader onderzocht. Zo is bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de door [aangeefster 1] gestelde abortus en het door [aangeefster 3] gestelde (schijn)huwelijk. Voorts is onderzoek gedaan naar hun inschrijvingen in de Kamer van Koophandel. De aangifte van [aangeefster 2] werd bovendien deels bevestigd door de verklaring van getuige [getuige 1]. Ook is naar aanleiding van het verhaal over de bedreigingen door een zekere [betrokkene 1], enig onderzoek gedaan naar deze [betrokkene 1] (waarop diens telefoonnummer in de telefoon van [medeverdachte 2] is teruggevonden). De verdediging verwijt de politie kennelijk dat zij niet “alles” heeft onderzocht. De rechtbank overweegt hieromtrent dat bij een dergelijk groot onderzoek dat binnen een bepaalde tijd dient te worden verricht door een beperkt aantal politie ambtenaren, het onvermijdelijk is dat keuzes worden gemaakt ten aanzien van de inzet van opsporingsmiddelen. De door de politie in het onderzoek Sierra te dien aanzien gemaakte keuzes acht de rechtbank niet onbegrijpelijk en niet getuigen van een tunnelvisie. Dit oordeel had mogelijk anders geluid, indien de verdachten de politie aanknopingspunten hadden gegeven voor nader (ontlastend) onderzoek en de politie daar desalniettemin aan voorbij was gegaan. De verdachten hebben echter geen enkele verklaring afgelegd die enig grond bood voor verder onderzoek. Integendeel, door hun (voornamelijke) zwijgen hebben zij tal van vragen onbeantwoord gelaten. Dit kan de politie echter niet worden verweten. Ten slotte kan ook de wijze waarop de tapgesprekken zijn verwerkt niet leiden tot het oordeel dat sprake is geweest van tunnelvisie. Vooropgesteld wordt dat bij opname van een zo groot aantal gesprekken als in dit geval, het praktisch ondoenlijk is alle gesprekken woordelijk uit te werken. De beslissing om in het onderzoek Sierra alleen relevante gesprekken uit te werken is daarom te billijken. Uit het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 2] van 13 januari 2010 en uit de getuigenverhoren van de betrokken verbalisanten blijkt dat de werkwijze in grote lijnen als volgt is geweest. De gesprekken in de Bulgaarse taal werden uitgeluisterd door tolken. Deze tolken beluisterden deze gesprekken op verzoek van de politie aan de hand van een aan hen verstrekte lijst met gegevens zoals “namen, nummers, classificaties, financiën, mensenhandel”. Vervolgens werd door de betreffende tolk aan een rechercheur verteld waarover de gesprekken gingen en werd geadviseerd om zo’n gesprek – gelet op genoemde lijst - samen te vatten dan wel uit te werken. Het moge zo zijn dat door deze werkwijze gesprekken soms de facto op aanwijzing van de tolk werden uitgewerkt of samengevat, dit betekent nog niet dat daardoor is verzuimd “ontlastende” gesprekken uit te werken. Ook gesprekken die voldoen aan de criteria in de genoemde lijst en dus werden aangemerkt als “relevant” en om die reden zijn uitgewerkt, kunnen immers ontlastend zijn. De verdediging heeft in de verschillende pleidooien dan ook tal van uitgewerkte gesprekken aangehaald die in de visie van de verdediging ontlastend zijn. Alleen al hierom kan niet worden aangenomen dat genoemde werkwijze is ingegeven door of heeft geleid tot een tunnelvisie. Bovendien geven de samenvattingen van de gesprekken die niet zijn uitgewerkt geen aanleiding om te veronderstellen dat ontlastende gesprekken zijn “vergeten”. Indien de verdediging desalniettemin meent dat dit het geval is geweest dan had het op haar weg gelegen dit in ieder geval ten aanzien van een of meer gesprekken feitelijk te onderbouwen. Dit heeft zij echter nagelaten. Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank van oordeel is dat de hiervoor geschetste werkwijze ten aanzien van de tapgesprekken in het Sierra onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest. Overschrijding redelijke termijn De verdediging heeft een beroep gedaan op overschrijding van de redelijke termijn en daarbij betoogd dat wegens de overschrijding op zich, maar ook in combinatie met de andere gebreken het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voor de beoordeling of de redelijke termijn is overschreden zijn de volgende data van belang. Op 14 juni 2007 is verdachte aangehouden en is hij van zijn vrijheid beroofd. Op 27 november 2007 wordt de voorlopige hechtenis opgeheven. Op 16 november 2009 wijst de rechtbank vonnis: niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Na ingesteld appel doet het gerechtshof Amsterdam op 25 oktober 2010 uitspraak, waarbij het vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling. Op 7 juli 2011 vindt de regiezitting plaats, op 14 december 2011 volgt de inhoudelijke behandeling en de rechtbank doet op 3 februari 2012 uitspraak. De totale duur van de behandeling van de zaak duurde derhalve ruim 4 jaar en 7 maanden. Het betreft een ingewikkelde zaak met internationale aspecten en met veel slachtoffers. Een deel van de vertraging in de behandeling is - zoals hiervoor reeds overwogen - niet los te zien van onvoldoende regievoering door het openbaar ministerie. Daartegenover staat dat ook vele verzoeken van de verdediging de nodige tijd hebben gevraagd. Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat de redelijke termijn inderdaad is overschreden. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank, noch in de overschrijding op zich, noch in samenhang met andere omstandigheden aanleiding om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, nu het maatschappelijk belang bij de vervolging van deze ten laste gelegde feiten nog onverminderd aanwezig is. Hierna, onder 7, zal nog worden overwogen welk gevolg er naar het oordeel van de rechtbank wel dient te worden verbonden aan de overschrijding van de redelijke termijn. Onrechtmatig tappen In de periode van 26 april 2007 tot en met 15 juni 2007 zijn telefoonnummers getapt welke in gebruik waren bij [slachtoffer 6], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4]. De raadsvrouw van [verdachte 1] heeft aangevoerd dat op het moment van de aanvang van het tappen onvoldoende verdenking jegens [verdachte 1] bestond. Het enkele feit dat hij de woning aan de [adres 2] betreedt is niet voldoende voor het ontstaan van een verdenking, aldus de raadsvrouwe. De rechtbank overweegt het volgende. Op 19 december 2000, 25 juli 2003 en 20 november 2006 is aangifte gedaan door drie verschillende Bulgaarse vrouwen tegen [verdachte 1] en [medeverdachte 1]. Naar aanleiding van deze aangiften is op 1 maart 2007 een strafrechtelijk onderzoek gestart. Hierbij is onder meer het pand aan [adres 2] enige tijd geobserveerd. Op 2 april 2007 is daarbij gezien dat [verdachte 1] - die werd herkend van een foto die eerder door aangeefster [aangeefster 1] ter beschikking was gesteld - met een sleutel de voordeur van het huis opende en naar binnen ging. Vervolgens is onderzocht welke personen er stonden ingeschreven op het adres [adres 2]. Dit onderzoek wees uit dat onder andere de vrouwen [slachtoffer 6], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] op dit adres stonden ingeschreven. Dit waren vrouwen van Bulgaarse afkomst. Voorts bleek uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel dat voornoemde vrouwen ingeschreven stonden als eenmanszaak met als bedrijfsomschrijving het geven van erotische shows. Gelet op het vorenstaande moet het verweer van de raadsvrouw van [verdachte 1] worden verworpen nu er wel degelijk een verdenking tegen [verdachte 1] bestond op het moment dat het tappen is gestart, immers er was al aangifte tegen hem gedaan door drie verschillende vrouwen en op het adres [adres 2], waar [verdachte 1] naar binnen ging, bleken drie Bulgaarse vrouwen te wonen die werkzaam waren in de prostitutie. Onrechtmatige observaties De verdediging heeft aangevoerd dat gesteld moet worden dat bij de vrouwen die geobserveerd zijn, inbreuk is gemaakt op hun privacy. Zij voert daartoe aan – kort samengevat - dat er door de politie op grond van artikel 2 Politiewet camera’s zijn geplaatst op de voordeur van [adres 2] in de periode van 24 mei 2007 tot en met donderdag 14 juni 2007 en op de voordeur van [adres 4] gedurende de periode 10 mei tot en met 14 mei 2007. Nu voornoemde observaties stelselmatig zijn en er geen bevel van de officier van justitie is op grond van artikel 126g Sv zijn voornoemde observaties onrechtmatig, aldus de verdediging. De rechtbank overweegt dat beoordeeld dient te worden of door de observaties een meer dan beperkte inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de vrouwen, in welk geval zou moeten worden aangenomen dat de observaties niet meer zijn gedekt door artikel 2 van de Politiewet. Om te beoordelen of er sprake is van stelselmatige observatie, moet gekeken worden of door de betreffende observaties een min of meer volledig beeld kan worden verkregen van bepaalde aspecten van iemands leven. Hoewel er gedurende een langere periode een camera is geplaatst op de voordeur van de respectieve adressen, kunnen de onderhavige observaties naar het oordeel van de rechtbank desalniettemin niet als stelselmatig worden aangemerkt. Bij de genoemde panden werd namelijk slechts vanuit de openbare ruimte waargenomen wie vanaf die openbare ruimte het pand binnenging en wie vanuit het pand de openbare ruimte betrad. Aldus was geen sprake van een situatie waarin de geobserveerde personen zich onbespied mochten wanen en waarbij een volledig beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het privéleven van de geobserveerde personen. De inbreuk op de privélevens van de vrouwen was derhalve van beperkte omvang. De rechtbank is van oordeel dat - nu er geen sprake is van een stelselmatige observatie - hiervoor geen toestemming van de officier van justitie nodig was. De observaties zijn dan ook niet onrechtmatig geschied. De slotconclusie van de rechtbank ter zake van het verzoek van de verdediging om over te gaan tot niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie, luidt dat zij onvoldoende gronden heeft gevonden om daartoe te besluiten. De rechtbank heeft overigens ook vastgesteld dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten. De officier van justitie heeft voorts de gevangenneming van verdachte gevorderd. Ten aanzien van het in beslag genomen geld heeft de officier van justitie verbeurdverklaring gevorderd. De officier van justitie heeft tevens hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van benadeelde partijen [aangeefster 1], [aangeefster 2], [aangeefster 3] en [aangeefster 4] gevorderd, met toewijzing van de immateriële schadevergoeding als voorschot, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 4. Bewijs 4.1. Redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de navolgende bewijsmiddelen. Aanleiding en start van het onderzoek Op 1 maart 2007 is een strafrechtelijk onderzoek gestart naar aanleiding van een melding bij het Mensenhandel Interventieteam van de regiopolitie Groningen. Het onderzoek kreeg de naam ‘Sierra’. Door het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel is onderzoek verricht met betrekking tot mensenhandel. Door drie Bulgaarse vrouwen, die in de prostitutie werkten en daartoe waren gedwongen en/of daarin werden uitgebuit, was aangifte gedaan tegen Bulgaarse mannen. Uit nader onderzoek bleek dat een zevental Bulgaarse vrouwen die zich in Nederland bevonden direct of indirect te linken waren aan omstandigheden die zagen op mensenhandel. Tijdens het vervolgonderzoek is door nog een Bulgaarse vrouw aangifte gedaan ter zake van mensenhandel. Het onderzoek resulteerde uiteindelijk in de aanhouding op 14 juni 2007 van verdachten [verdachte 1], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in Bulgarije. Verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] werden beiden in Nederland aangehouden op respectievelijk 14 juni 2007 en 27 augustus 2007. Bijnamen van de verdachten in het onderzoek Sierra Uit de diverse verklaringen volgt dat met [bijnaam 1 verdachte 1] , [bijnaam 2 verdachte 1] , [bijnaam 3 verdachte 1] , [bijnaam 4 verdachte 1], [bijnaam 5 verdachte 1] [verdachte 1] wordt bedoeld; met [bijnaam 1 medeverdachte 1] wordt [medeverdachte 1] bedoeld; met [bijnaam 1 medeverdachte 3] , [bijnaam 2 medeverdachte 3]/[bijnaam 2 medeverdachte 3] wordt verdachte [medeverdachte 3] bedoeld en met [bijnaam 1 medeverdachte 2] , [bijnaam 2 medeverdachte 2] wordt verdachte [medeverdachte 2] bedoeld. De rechtbank zal bij de navolgende bespreking van de redengevende feiten en omstandigheden ervan uitgaan dat met die bijnamen genoemde personen worden bedoeld. Ten aanzien van feit 1 [aangeefster 1] Op 25 juli 2003 heeft [aangeefster 1] (hierna te noemen: [aangeefster 1]), geboren op [datum] te [plaats], Bulgarije aangifte gedaan van onder meer mensenhandel. In haar aangifte heeft zij verklaard dat zij via haar vriendin [naam vriendin] kort na haar 18e verjaardag een man heeft ontmoet, genaamd [verdachte 1]. Haar vriendin [naam vriendin] zat met [verdachte 1] te praten in de school waar ze beiden op zaten. [aangeefster 1] volgde daar een opleiding tot kok. [naam vriendin] stelde [verdachte 1] aan [aangeefster 1] voor als haar neef. Later vertelde [naam vriendin] haar dat [verdachte 1] [aangeefster 1] wel kon helpen want hij reisde door heel Europa en hij zat in de handel. [naam vriendin] was op de hoogte van de (financiële) problemen van [aangeefster 1], haar moeder en zusje. Drie dagen na de ontmoeting van [verdachte 1] ging [aangeefster 1] samen met [naam vriendin] naar een feestje waar ze [medeverdachte 1] ontmoette. [aangeefster 1] noemde hem [bijnaam 1 medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] bleek de beste vriend van [verdachte 1] te zijn. Na die eerste ontmoeting raakten [aangeefster 1] en [medeverdachte 1] aan de praat en toen [medeverdachte 1] van de geldproblemen van [aangeefster 1] hoorde, gaf hij haar 10 euro om haar en haar moeder te helpen. Na ongeveer een week ontmoetten [verdachte 1] en [medeverdachte 1], beiden van Bulgaarse afkomst, elkaar in het bijzijn van [aangeefster 1]. Zij stelden [aangeefster 1] voor om met hen naar Duitsland te gaan. [aangeefster 1] dacht dat zij in de keuken zou gaan werken. [aangeefster 1] heeft toen gezegd dat zij geen geld had en niet zo maar naar Duitsland kon gaan; zij wist ook niet hoe ze dat allemaal zou moeten regelen. [verdachte 1] heeft toen voorgesteld dat hij alles zou betalen en regelen. [aangeefster 1] wist niet hoeveel geld ze zou gaan verdienen, maar wel dat het genoeg zou zijn. [aangeefster 1] heeft toen ingestemd, omdat zij en haar familie in geldnood zaten en het door haar te verdienen geld goed konden gebruiken. Nadat [aangeefster 1] aan [verdachte 1] haar naam, een pasfoto en haar geboortebewijs had gegeven, heeft hij voor haar in Sofia haar paspoort opgehaald. Vervolgens is [aangeefster 1] met [verdachte 1], [medeverdachte 1] en [betrokkene 4] in april 2001 vanuit Sofia per bus naar Duitsland vertrokken. Eenmaal in Duitsland, Hamburg, aangekomen, heeft [medeverdachte 1] aan [aangeefster 1] gezegd dat zij in de prostitutie zou gaan werken. Toen [aangeefster 1] zei dat dit niet de afspraak was, heeft [medeverdachte 1] haar gezegd dat ze niet veel anders kon doen omdat zij geen papieren, geen geld en geen paspoort had. [medeverdachte 1] heeft ook tegen haar gezegd dat hij haar anders zou vermoorden. Vervolgens is [aangeefster 1] drie dagen opgesloten in een huis. In Duitsland heeft [aangeefster 1] ongeveer een maand in de escortservice gewerkt. Het geld dat zij verdiende, moest ze afstaan aan [verdachte 1] en [medeverdachte 1]. Na die maand is zij samen met [verdachte 1], [medeverdachte 1] en [bijnaam 1 aangeefster 1] – in de auto, model Jeep, type Pajero van [verdachte 1] - naar Groningen gegaan. Toen [aangeefster 1] vroeg wat ze in Nederland gingen doen, hebben ze tegen haar gezegd dat ze achter het raam zou gaan werken. [aangeefster 1] wist niet wat dit betekende. De eerste keer dat ze moest gaan werken, moest ze met een Russisch meisje mee. [aangeefster 1] heeft van haar klanten geleerd wat ze moest doen. In het begin verdiende zij ongeveer 1200 gulden per dag en al het geld moest zij afdragen aan [medeverdachte 1] die het op zijn beurt weer aan [verdachte 1] gaf. Uit het register van de Kamer van Koophandel te Groningen blijkt dat [aangeefster 1] per 14 juni 2001 aldaar staat ingeschreven met als handelsnaam ‘[aangeefster 1]‘ met als bedrijfsomschrijving ‘het verrichten van prostitutiewerkzaamheden’. [aangeefster 2] [aangeefster 2] (hierna te noemen: [aangeefster 2]), geboren op[datum] te [plaats], Bulgarije heeft op 19 december 2000 aangifte gedaan van gedwongen prostitutie. [aangeefster 2] heeft verklaard dat zij [verdachte 1] (later geïdentificeerd als [verdachte 1]) leerde kennen toen zij in Sofia in een pizzeria werkte. Op een gegeven moment belde hij haar wel twee of drie keer per dag. In een gesprek gaf [verdachte 1] aan dat hij wel werk voor haar kon regelen in het buitenland. Hij gaf haar toen ook 200 leva. Hij zei tegen haar dat ze wel 700 à 800 per dag kon verdienen. [verdachte 1] heeft toen voor haar een visum geregeld. [aangeefster 2] had in Bulgarije niet de mogelijkheid om zoveel geld te verdienen. [verdachte 1] vertelde aan [aangeefster 2] dat zij in de prostitutie zou moeten gaan werken en dat hij meisjes voor hem aan het werk had. [aangeefster 2] dacht dat hij een belangrijke positie in Bulgarije had en zij kende verhalen van meisjes die werden gedwongen in de prostitutie te werken. [verdachte 1] wist waar de familie van [aangeefster 2] woonde en zij was bang dat hij haar familie wat aan kon doen; zij wist dat hij veel connecties had. Op 27 oktober 2000 is [aangeefster 2] met [verdachte 1] met de bus uit Sofia vertrokken en via Duitsland naar Nederland, Groningen gegaan. Daar moest ze in de raamprostitutie werken. [aangeefster 3] [aangeefster 3] (hierna te noemen: [aangeefster 3]), geboren op [datum] te [plaats], Bulgarije heeft op 20 november 2006 aangifte gedaan van mensenhandel. In deze aangifte heeft zij onder meer verklaard dat zij in maart 2001 [verdachte 1] (later geïdentificeerd als [verdachte 1]) heeft ontmoet. Hij vertelde haar dat meisjes in Nederland veel geld verdienen in de prostitutie. [aangeefster 3] heeft hem toen verteld dat zij daarin niet was geïnteresseerd. Daarna bleef [verdachte 1] haar bellen en probeerde haar over te halen om in Nederland in de prostitutie te gaan werken. Hij zei steeds dat ze maar een maand hoefde te werken om veel geld te verdienen om kleding en spullen te kunnen kopen. [aangeefster 3] heeft toen uiteindelijk besloten – omdat ze weinig geld had – een maand in de prostitutie te gaan werken. Zij is samen met [verdachte 1] en nog een man naar Nederland gereisd waar ze in mei 2001 aankwamen. Later verklaarde [aangeefster 3] dat haar zus [naam zus] ook mee is gereisd en in de prostitutie heeft gewerkt. Zij had dat eerder niet verteld omdat haar zus getrouwd was en zij haar erbuiten wilde houden. Ze zijn eerst naar Alkmaar gegaan en de volgende dag naar Groningen gereisd. [aangeefster 4] [aangeefster 4] (hierna te noemen: [aangeefster 4]), geboren op [datum] te [plaats], Bulgarije heeft op 24 juni 2005 aangifte gedaan van gedwongen prostitutie. Zij werkte in Sofia als serveerster. In 2002 ontmoette zij een man genaamd [betrokkene 5]. Met deze man verhuisde ze naar [plaats] waar ze in contact kwam met [verdachte 1] (later geïdentificeerd als [verdachte 1]) die haar behulpzaam wilde zijn met het vinden van werk in Nederland, maar dat dit werk wel in de prostitutie was. Omdat [aangeefster 4] erg arm was en wat geld wilde verdienen is zij met [verdachte 1] naar Nederland gevlogen. Ten aanzien van feit 2 [aangeefster 1] [aangeefster 1] heeft verklaard dat [verdachte 1] haar – voordat ze vanuit Bulgarije naar Duitsland vertrokken – goud, geld en een pistool heeft laten zien waarbij hij zei dat het een echt pistool was met echte kogels. Waar [aangeefster 1] bij was, heeft [verdachte 1] met het pistool geschoten. Ook [aangeefster 4] heeft verklaard dat [verdachte 1] in het bezit is van een zwart pistool. Op een foto die is aangetroffen in de woning van [medeverdachte 4] aan [adres] staan [medeverdachte 4] en [verdachte 1] afgebeeld met een vuurwapen, welk vuurwapen volgens [medeverdachte 4] van [verdachte 1] was. Eenmaal in Duitsland werd [aangeefster 1] opgesloten in een huis waar nog een man aanwezig was. Zij heeft aan de deur gevoeld maar die was op slot. Ze kon ook niet via een raam ontsnappen omdat zij op drie hoog verbleef. Toen zij in Duitsland in de escortservice moest werken, heeft zij een mobiele telefoon van [verdachte 1] en [medeverdachte 1] gekregen waar de klanten haar op belden. Zij had van [verdachte 1] en [medeverdachte 1] begrepen dat zij de klant 150 euro (300 DM) moest vragen voor één uur. Ze heeft wel eens geprobeerd de taxi ergens anders naartoe te laten rijden, maar ze werd steeds door [verdachte 1] en [medeverdachte 1] gebeld met de vraag waar ze was en dat ze terug moest komen. [aangeefster 1] verklaarde dat zij bang was en dat zij zich opgesloten voelde. Ze kon nergens naartoe omdat ze geen papieren en geen geld had. [aangeefster 1] ging na een maand werken in Duitsland met [verdachte 1] en [medeverdachte 1] per auto naar Nederland, Groningen. Onderweg, toen ze naar het toilet moest, ging [medeverdachte 1] met haar mee. Zij verklaarde dat ze geen moment alleen was. Toen zij aan het werk was in Groningen, waar ze per taxi naartoe ging, waren er altijd mensen bij om haar in de gaten te houden, zogenaamde ‘dogs’. Ook [aangeefster 4] heeft verklaard dat [verdachte 1] zijn ‘hondjes’ had, waarmee ze doelde op [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. [aangeefster 1] werkte zeven dagen in de week, vijftien uur per dag. Ook als ze ongesteld was werkte ze door en gebruikte dan een sponsje. Al het verdiende geld moest zij afgeven. [aangeefster 2] heeft ook verklaard dat zij met een sponsje in door moest werken als ze ongesteld was en dat ze al haar geld aan aan [verdachte 1] moest geven. [verdachte 1] ging op een gegeven moment terug naar Bulgarije en kwam eens per maand geld halen bij [medeverdachte 1]. [aangeefster 1] heeft in Groningen ongeveer 200.000 gulden verdiend waar zij zelf helemaal niets van heeft gezien. [aangeefster 3] heeft in haar aangifte verklaard dat toen zij door [verdachte 1] naar een appartement in Groningen werd gebracht daar een meisje werkte dat [bijnaam 1 aangeefster 1] (geïdentificeerd als [aangeefster 1]) heette en dat dit meisje later is gevlucht en met [bijnaam 1 betrokkene 6] is getrouwd. [bijnaam 1 aangeefster 1] werkte voor [medeverdachte 1] en nog twee andere meisjes, genaamd [betrokkene 3] en [betrokkene 2] werkte voor [medeverdachte 2]. Al die meisjes gaven hun geld aan [medeverdachte 1], respectievelijk [medeverdachte 2]. Als zij eens per maand of eens per drie maanden haar moeder telefonisch sprak, vertelde haar moeder dat [verdachte 1] af en toe langs kwam en haar geld gaf. Hij vertelde haar dan dat het goed ging met [aangeefster 1] maar dat zij hard moest werken in het restaurant. In totaal heeft de moeder van [aangeefster 1] ongeveer 1000 euro gekregen. Toen [aangeefster 1] en andere Bulgaarse meisjes niet meer in Groningen mochten werken, heeft [aangeefster 1] een maand niet gewerkt. Daarna is zij in een andere straat in Groningen gaan werken, maar daar verdiende zij niet veel omdat ze door het slaan van [medeverdachte 1] blauwe ogen had. Zij werd bijna iedere dag door [medeverdachte 1] geslagen omdat ze niet meer dan 500 gulden per dag verdiende. Tijdens het werk werd zij voortdurend door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de gaten gehouden. Ze liepen dan in de straat of dronken op de hoek koffie. Na elke klant moest ze [medeverdachte 1] bellen en het verdiende bedrag doorgeven. Ze kreeg een hoop geschreeuw te horen als ze twee uur geen klant had gehad. Als [medeverdachte 2] iets zag, belde hij direct met [medeverdachte 1] of [verdachte 1] die [aangeefster 1] vervolgens dan weer belde. [aangeefster 1] heeft in juli 2002 nog korte tijd in Nice, Frankrijk, op straat moeten werken. Zij was daar samen met [medeverdachte 1] naartoe gereden in een Mercedes S200. Daarna kwam ze terecht in Alkmaar. Zij verbleef daar met [verdachte 1] in een appartement op [adres]. Zij moest aan het werk op de Achterdam. [verdachte 1] had [medeverdachte 1] naar Bulgarije gestuurd. [aangeefster 1] heeft toen geprobeerd het met [verdachte 1] op een akkoordje te gooien. Zij wilde proberen een deel van het door haar verdiende geld te krijgen. [aangeefster 1] bleef echter haar geld afdragen aan [verdachte 1] en zij verkeerde in de veronderstelling dat [verdachte 1] het geld voor haar bewaarde. Toen zij op een gegeven moment naar haar geld vroeg, heeft [verdachte 1] tegen haar gezegd dat ze daar niet naar moest vragen. In september 2002 is [aangeefster 1] tien dagen naar Bulgarije geweest. Na terugkomst is zij opnieuw gaan werken op de Achterdam. In januari 2003 is [verdachte 1] naar Bulgarije gegaan en toen hij half februari 2003 terugkwam, vertelde hij [aangeefster 1] dat hij haar vertrouwde en dat ze partners waren. [aangeefster 1] kwam erachter dat [verdachte 1] meer meisjes voor zich liet werken. Eén meisje in Leeuwarden heeft [verdachte 1] in maart 2003 bericht dat de politie kennelijk naar hem op zoek was, omdat de politie haar een foto van hem had getoond. Daarna is [verdachte 1] naar Bulgarije gegaan en is [aangeefster 1] voor zich zelf gaan werken. In juni 2001 – toen [aangeefster 1] in Groningen werkte – werd zij zwanger. [aangeefster 1] had de stellige overtuiging dat zij van [medeverdachte 1] zwanger was. [medeverdachte 1] heeft tegen haar gezegd dat zij abortus moest laten plegen. [medeverdachte 1] heeft toen [verdachte 1] gebeld omdat [verdachte 1] altijd op de hoogte gehouden moest worden en gezegd dat ze zwanger was van een klant. Een paar dagen later was de abortus geregeld. [medeverdachte 1] heeft [aangeefster 1] lopend naar een privékliniek in [plaats] gebracht. Hij is niet mee naar binnengegaan maar heeft in een café zitten wachten. Deze kliniek was in het centrum van [plaats], vlakbij de [straat] en het politiebureau. Naar later bleek was dit op het adres [adres] te [plaats] waar op 15 april 2002 een vrouw, genaamd [aangeefster 1] een abortus heeft ondergaan van een 8,5 week oude vrucht. [aangeefster 1] zelf hoorde pas diezelfde dag dat ze geaborteerd zou worden. Van [verdachte 1] moest zij de dag na de abortus weer werken om het geld van de verloren dag, dus de dag dat [aangeefster 1] werd geaborteerd en niet kon werken, terug te verdienen. Zij moest elke dag 1000 euro verdienen. De dag na de abortus heeft [aangeefster 1] vijftien uur gewerkt. Zij heeft tevens verklaard dat zij de abortus op bevel heeft ondergaan en dat zij zich in haar eerdere verklaring in de maand en het jaar heeft vergist omdat alles heel snel was gegaan. [verdachte 1] heeft [aangeefster 1] na verloop van tijd gezegd dat zij een appartement had verdiend. [aangeefster 1] dacht toen dat zij een cadeau van hem kreeg. Toen zij die tien dagen in Bulgarije was is zij met [medeverdachte 1] en [verdachte 1] naar een appartement gaan kijken. Het was oud en moest nog helemaal worden verbouwd en het kostte 15.000 euro toen. Volgens [verdachte 1] moest [aangeefster 1] dan nog een jaar werken om het appartement te laten verbouwen. Het was ook mogelijk dat zij een appartement zou krijgen in een hotel aan de [plaats]. [verdachte 1] was daar bezig een hotel te bouwen. [aangeefster 1] is met [verdachte 1] in Bulgarije, [plaats], naar een notaris geweest. Daar heeft ze een papier ondertekend en de notaris heeft ook getekend. Na de ondertekening, toen [verdachte 1] en [aangeefster 1] naar de auto liepen, vroeg [verdachte 1] haar hem de papieren te geven omdat hij bang was dat zij ze zou verliezen. Zij moest ook haar gouden ketting en armband aan hem geven. Dit goud had zij van hem als cadeau gekregen en hij zou het voor haar bewaren. Toen [aangeefster 1] vanuit Duitsland naar [plaats] ging, had [verdachte 1] verteld dat in [plaats] andere mensen voor hem werkten en dat zij bij hen gingen logeren en werken. [medeverdachte 2] werkte daar als bewaker. Op de aan [aangeefster 1] getoonde foto herkent zij [medeverdachte 2], ook genoemd [bijnaam 2 medeverdachte 2]. [bijnaam 2 medeverdachte 2] zag eruit als een junkie met donkerblond haar tot op zijn schouders, net als een meisje. Hij had in het begin helemaal niets en hij moest eerst voor zijn schulden bij [verdachte 1] werken. [bijnaam 2 medeverdachte 2] betaalde de huur en de andere onkosten en hij gaf al het geld aan [verdachte 1]. Toen de meisjes voor hem begonnen te werken en geld te verdienen, werd hij dikker. Toen de twee straten in [plaats] dicht gingen, is [aangeefster 1] met [medeverdachte 1] naar Frankrijk gestuurd en [bijnaam 2 medeverdachte 2] is samen met [betrokkene 2] en [betrokkene 3] naar Duitsland gegaan. [aangeefster 1] heeft op haar getoonde foto’s [verdachte 1] en [medeverdachte 1] herkend. Aangeefster [aangeefster 1] heeft tijdens haar verhoor op 29 oktober 2003 een schema getekend van mensen die betrokken (zouden) zijn bij mensenhandel. In dit schema geeft zij de positie van de diverse personen aan, waarmee zij heeft willen aangeven dat [verdachte 1] de baas was over [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. [aangeefster 2] In [plaats] moest [aangeefster 2] zich bij de politie laten registreren. [betrokkene 8] is toen met haar meegegaan naar het politiebureau en heeft haar van te voren gezegd wat ze tegen de politie moest zeggen. [betrokkene 6] heeft haar ook uitleg gegeven over het werk en wat de prijzen waren en [verdachte 1] heeft haar verteld dat hij verwachtte dat zij 800 tot 1000 gulden per dag zou verdienen. De werktijden werden door [verdachte 1] bepaald. Toen [aangeefster 2] haar eigen ‘vitrine’ had, werkte zij van 16.00 of 18.00 uur tot 06.00 uur in de ochtend. Op vrijdag en zaterdag moest zij tot 07.00 of 08.00 uur werken. Op 3 november 2000 heeft op de [straat] te [plaats] een prostitutiecontrole plaatsgevonden. Hierbij is [aangeefster 2], geboren op [datum] te [plaats], gecontroleerd. Zij was in het bezit van een geldig paspoort en was aangemeld bij de vreemdelingendienst. [aangeefster 2] moest al haar verdiende geld aan [verdachte 1] geven, al of niet via [betrokkene 8]. Als [aangeefster 2] geld nodig had voor eten of drinken of benodigdheden voor haar werk, vroeg zij dat aan [verdachte 1]. Dan kreeg ze 25 of 50 gulden. Als ze kleding of verzorgingsartikelen nodig had moest ze dat een dag van te voren aan hem vragen. Soms vond hij het niet het goede moment en soms kreeg ze geld zodat ze de dag erna met [betrokkene 8] of [betrokkene 7] kon gaan winkelen. Er is vaag gesproken over een fifty fifty verdeling van het verdiende geld, maar [aangeefster 2] moest van haar deel eerst de huisvesting, reis, visum en hotelkosten betalen en daarna zou ze pas op basis fifty fifty werken. Toen zij voor zich zelf een administratie bij had gehouden van haar verdiensten, heeft [verdachte 1] – toen hij hier achter kwam - die administratie verscheurd. Ze werd ook gecontroleerd. Dit uitte zich in corrigerende telefoontjes van [verdachte 1] als zij bijvoorbeeld ging zitten in de vitrine of de gordijnen te lang dicht had. Ook belde hij haar kort nadat zij tegen een klant had gezegd dat ze wel voor 50 gulden wilde werken in plaats van voor 60 gulden. Dit laatste deed ze omdat er te weinig klanten waren, waardoor zij haar omzet van 800 gulden niet kon halen. [verdachte 1] gaf haar toen toestemming om voor 50 gulden te werken. Ook [aangeefster 3] heeft verklaard dat zij steeds door [verdachte 1] werd gecontroleerd. Elke dag als [aangeefster 2] begon met werken vertelde [bijnaam 3 verdachte 1] haar dat ze voorzichtig moest zijn met geld, met papieren en dat ze niet verliefd mocht worden. Als ze zich niet aan de regels hield, moest hij haar slaan. [aangeefster 2] heeft geprobeerd geld te sparen van hetgeen ze heeft verdiend, maar daar kwam [bijnaam 3 verdachte 1] achter. Hij werd toen heel boos en heeft gezegd dat hij haar niet in elkaar zou slaan omdat ze nog nieuw was. Als [aangeefster 2] ongesteld was, moest ze werken met een sponsje en deze moest ze elke 10 minuten schoonmaken. Bij het contact met de klant bewoog het sponsje steeds en kreeg ze pijn in haar buik. Zij mocht echter niet gaan zitten, alleen als het echt helemaal niet meer kon. De seks die zij met [verdachte 1] heeft gehad, was niet op vrijwillige basis. Uiteindelijk is [aangeefster 2] de prostitutie ontvlucht en heeft daarbij hulp gehad van [getuige 1]. Deze laatste heeft verklaard dat hij begin november 2000 door de [straat] te [plaats] liep en een meisje achter het raam zag die zijn aandacht trok, omdat ze erg somber keek en geen uitstraling had die je van een prostituee mag verwachten. Hij probeerde met haar in contact te komen en heeft haar een paar keer een roos gegeven. Hij kwam erachter dat zij [bijnaam aangeefster 2] heette en samen met [betrokkene 8] een kamer deelde. [getuige 1] bemerkte dat zij niet vrij was om te praten. Uiteindelijk is het hen gelukt een plan te maken die haar in staat stelde te vluchten. Hij heeft er bij haar op aangedrongen om aangifte bij de politie te doen. [aangeefster 3] [verdachte 1] bracht [aangeefster 3] bij een appartement in [plaats] waar nog zeven vrouwen en vier of vijf jongens waren. Eén van de meisjes heette [bijnaam 1 aangeefster 1] ([aangeefster 1]). Zij is later van [verdachte 1] gevlucht en getrouwd met [bijnaam betrokkene 6] (naar de rechtbank begrijpt: [betrokkene 6]. [bijnaam 1 aangeefster 1] werkte voor [bijnaam 1 medeverdachte 1] (later geïdentificeerd als [medeverdachte 1]). Na één nacht in Groningen is [aangeefster 3] met [verdachte 1] terug naar Alkmaar gegaan waar [verdachte 1] haar heeft uitgelegd wat ze moest doen. Hij heeft toen geregeld dat [aangeefster 3] de eerste week een kamer van een ander meisje kon gebruiken en daarna zou ze een eigen kamer krijgen. Ze moest minimaal van 15.00 tot 03.00 uur werken en minimaal twaalf uur per dag. [verdachte 1] vertelde haar ook welke bedragen ze moest vragen voor welke verleende diensten. Als ze ’s nachts stopte met werken, stond [verdachte 1] in de straat en dan moest ze het verdiende geld aan hem geven. [aangeefster 3] heeft tegen [verdachte 1] gezegd dat ze 50% van het door haar verdiende geld wilde hebben en hij heeft toen tegen haar gezegd dat ze dat zouden regelen als ze weer in Bulgarije zouden zijn. Hij schreeuwde iedere avond dat ze 1000 gulden moest verdienen. Zij werkte zeven dagen per week. Ook als ze ongesteld was moest ze doorwerken. Ze gebruikte dan speciale tampons. Op een papiertje had ze bijgehouden wat ze had verdiend, ongeveer 20.000 gulden. Toen [verdachte 1] dat papiertje vond, heeft hij het weggegooid. [verdachte 1] had gezegd dat zij in het nieuwe jaar weer voor hem moest gaan werken omdat hij alles voor haar had betaald. [aangeefster 3] is toen weer gaan werken in [plaats]. Na een paar dagen heeft [verdachte 1] gezegd dat hij iemand voor een huwelijk had gevonden en dat deze man [medeverdachte 4] heette. Op 4 februari 2002 zijn ze gedrieën naar Bulgarije gevlogen , alwaar zij – door [verdachte 1] gedwongen - op 5 februari 2002 met [medeverdachte 4] is getrouwd. De volgende dag is [aangeefster 3] teruggevlogen naar Nederland en meteen gaan werken tot juli 2002. Van juli 2002 tot december 2002 heeft [aangeefster 3] in Bulgarije verbleven. Omdat ze in afwachting was van haar verblijfsvergunning heeft zij vervolgens tot augustus 2003 niet gewerkt. Toen ze in augustus 2003 haar verblijfskaart had, welke [medeverdachte 4] in Bulgarije is komen brengen , en weer naar Nederland ging, is ze eerst een paar dagen in [plaats] gaan werken en vervolgens in [plaats]. Ze hoorde van [verdachte 1] dat hij aan [medeverdachte 4] 15.000 euro voor het huwelijk moest betalen en dat zij dat moest gaan verdienen. Ze woonde in de [straat] te [plaats], maar [medeverdachte 4] en zij woonden officieel in [plaats] aan de [straat]. [verdachte 1] bracht haar met de auto elke dag naar [plaats]; ze werkte non stop. Ze werd door Bulgaarse mannen in de gaten gehouden. Als [aangeeftster 3] een poosje op een stoel ging zitten, werd ze even later door [verdachte 1] gebeld. Hij zei dan tegen haar dat ze moest staan en werken, niet zitten. [verdachte 1] wist ook wanneer zij met andere meisjes belde. [aangeefster 2] heeft ook verklaard dat zij werd gecontroleerd door [verdachte 1]. Begin november 2004 heeft [aangeefster 3] tegen [verdachte 1] gezegd dat het jaar voorbij was en dat zij niet langer voor hem wilde werken. Hij heeft toen gezegd dat hij nu een verblijfspas voor haar had en dat ze daarmee vijf jaar in Nederland kon blijven werken. Soms schreeuwde [verdachte 1] tegen haar als hij bijvoorbeeld vond dat ze te weinig verdiend had. Hij heeft haar over de hele periode dat ze voor hem werkte meerdere keren geslagen. [aangeefster 3] is naar Bulgarije gevlogen waar ze op het vliegveld heeft gezien dat [verdachte 1] geld aan de politie gaf. Vervolgens heeft hij haar paspoort afgepakt en haar naar haar familie gebracht waar hij haar twee dagen later weer ophaalde om naar Nederland te vliegen. [aangeefster 3] is 27 november 2004 weer naar Bulgarije gevlogen, heeft haar telefoonnummer veranderd en is gestopt met het werken in de prostitutie voor [verdachte 1]. [aangeefster 4] In eerste instantie heeft [aangeefster 4] in [plaats] gewerkt achter het raam. Het geld dat zij daarmee verdiende, gaf zij aan [verdachte 1]. Hij zou dat geld voor haar bewaren. Daarna is zij in [plaats] gaan werken en verbleef zij in een pand waar nog meer Bulgaarse meisjes woonden die ook in de prostitutie werkten. [aangeefster 4] heeft zich op 21 december 2001 laten inschrijven als eigenaresse van een eenmanszaak onder de handelsnaam ‘[bijnaam aangeefster 4]’ met als bedrijfsomschrijving ‘psychologische seksuele dienstverlening’ en gevestigd te Deventer. Van 1 januari 2002 tot de opheffing op 4 februari 2003 heeft het bedrijf zich gevestigd in [plaats] met als bedrijfsomschrijving ‘het verrichten van prostitutiewerkzaamheden’. Na een incident heeft [verdachte 1] haar geslagen omdat ze volgens hem had gelogen. [verdachte 1] had haar Bulgaarse identiteitsbewijs afgenomen en heeft haar verplicht om achter het raam te werken. In gesprekken met de andere meisjes hoorde [aangeefster 4] dat niet alleen zij, maar ook de andere meisjes hun geld aan [verdachte 1] moesten afstaan. Zij kreeg per dag ongeveer 15 euro voor drinken en sigaretten en de rest van het geld moest zij aan [verdachte 1] afstaan. Toen na ongeveer een half jaar de raamprostitutie in [plaats] werd stopgezet, werd [aangeefster 4] met een ander meisje naar [plaats] overgebracht. Via een vriend, genaamd [naam vriend], is [aangeefster 4] later in een club in [plaats] terecht gekomen. Daar is ze toen opgepakt door de politie en is zij met haar eigen paspoort teruggestuurd naar Bulgarije. In Bulgarije heeft zij [verdachte 1] opnieuw ontmoet nadat haar familie werd bedreigd. [verdachte 1] heeft toen een Grieks paspoort voor haar geregeld zodat ze weer in Nederland kon gaan werken. Onder druk is zij opnieuw in Nederland in de prostitutie gaan werken waarbij zij wederom haar verdiende geld aan [verdachte 1] moest afstaan. [aangeefster 4] bleef hem betalen omdat haar was beloofd dat hij bij terugkomst in Bulgarije zou helpen een woning voor haar te zoeken en hij zou een auto voor haar kopen. Toen [aangeefster 4] in [plaats] werkte, waren twee mannen werkzaam voor [verdachte 1]. De ene heette [medeverdachte 1] en de ander heette [medeverdachte 2]. De eerste keer dat [aangeefster 4] voor [verdachte 1] is gaan werken was voor nieuwjaar van het jaar 2002. Voordat zij aan het werk ging, heeft [verdachte 1] tegen haar gezegd dat hij haar wilde uitproberen en moest zij hem pijpen. Het is nog een keer voorgekomen dat [aangeefster 4] onvrijwillig seks met hem heeft gehad. De reis naar Nederland heeft hij voor haar betaald en hij had ook haar paspoort geregeld. Hierdoor had zij een schuld bij hem welke moest worden afbetaald. Zij wist ook dat [verdachte 1] in het bezit was van een pistool, omdat zij dit gezien had toen ze nog in Bulgarije was. Op een foto die is aangetroffen in de woning van [medeverdachte 4] aan de [straat] te [plaats] staan [medeverdachte 4] en [verdachte 1] afgebeeld met een vuurwapen, welk vuurwapen volgens [medeverdachte 4] van [verdachte 1] was. Toen [aangeefster 4] begon met werken in de prostitutie heeft zij van [verdachte 1] een telefoon gekregen zodat hij haar kon bereiken. [verdachte 1] heeft haar verteld wat ze moest doen en ze kon het ook aan de andere meisjes vragen. Ze mocht van [verdachte 1] tegen niemand zeggen dat ze een pooier had, ze mocht geen vriendinnen maken en ze mocht niemand vertrouwen. Het geld dat [aangeefster 4] verdiende, bewaarde ze onder het bed en moest ze later afstaan aan [verdachte 1]. [verdachte 1] wist precies hoeveel mensen er langs waren gekomen. [medeverdachte 1] schreef in een boekje wat de meisjes verdienden en gaf het verdiende geld aan [verdachte 1]. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] moesten op de meisjes letten. [aangeefster 4] werkte elke dag, vanaf ongeveer 10.00 uur tot ’s avonds 19.00 uur of 23.00 uur. Zij werkte niet ’s nachts. [aangeefster 4] kon haar werk niet zelf bepalen. Wanneer het huis met de vitrines open was, ging zij werken. Zij moest van [medeverdachte 1] werken. Als zij niet werkte, had zij een probleem. [betrokkene 2] en [betrokkene 3] werkte voor [medeverdachte 2]. [betrokkene 2] was zijn vriendin en [betrokkene 3] was het nichtje van [betrokkene 2]. Er was ook een meisje dat [bijnaam 2 aangeefster 1] heette; [aangeefster 4] sliep met haar op één kamer. [bijnaam 2 aangeefster 1] was de vriendin van [medeverdachte 1]. [aangeefster 4] weet dat [bijnaam 2 aangeefster 1] een keer naar het ziekenhuis moest omdat een condoom was geknapt. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren de hondjes van [verdachte 1]; zij moesten doen wat hij zei. [aangeefster 4] moest haar geld aan [medeverdachte 1] afgeven en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] moesten hun geld aan [medeverdachte 2] geven. [verdachte 1] kwam om het geld te halen. Een maand later kwam hij weer en was het geld weer weg. Hij bleef altijd een paar uurtjes. Uit de haar getoonde foto’s herkende [aangeefster 4] [medeverdachte 1] als [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] als verdachte [medeverdachte 2], [bijnaam verdachte 1] als [verdachte 1] en [bijnaam 1 aangeefster 1] als medeslachtoffer [aangeefster 1] en vriendin van [medeverdachte 1]. Hoewel [aangeefster 4] niet met zoveel woorden heeft verklaard dat zij tijdens ziekte en/of ongesteldheid moest doorwerken – zij is daar niet over bevraagd - acht de rechtbank dit wel bewezen. De rechtbank leidt dit af uit het feit dat zij heeft verklaard dat zij niet zelf kon bepalen wanneer zij werkte alsmede uit het gegeven dat de aangeefsters [aangeefster 1], [aangeefster 3] en [aangeefster 2], die werden uitgebuit door dezelfde criminele organisatie en derhalve in hetzelfde schuitje zaten als [aangeefster 4], hebben verklaard dat zij gedwongen werden ook bij ziekte en ongesteldheid te werken. Nu [aangeefster 4] heeft verklaard elke dag te moeten werken, kan het niet anders dan dat daar ook een periode bij zit dat zij ziek en/of ongesteld was. Verdachte [verdachte 1] heeft verklaard dat hij geen vragen aangaande de beschuldiging wil beantwoorden zonder tussenkomst van zijn advocaat en dat de tijd nog niet rijp is om een uitgebreide verklaring af te leggen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [bijnaam 1 aangeefster 1] (de rechtbank begrijpt: [aangeefster 1]) in 2001 en 2002 zijn vriendin is geweest. Hij weet niet hoe haar achternaam luidde. Hij is samen met haar met de bus vanuit Bulgarije naar Duitsland, [plaats], is gereisd. Daar zijn ze ongeveer tien dagen gebleven. Vervolgens zijn ze per bus naar Nederland gereisd. [medeverdachte 1] heeft voorts verklaard dat ze alle twee op zoek waren naar werk en dat hij niet weet of [bijnaam 1 aangeefster 1] werk heeft gevonden in de tijd dat ze samen waren. Hij verklaarde verder dat [bijnaam 1 aangeefster 1] wat geld bij zich had en dat hij de reis, eten en drinken betaalde. Hij kent [verdachte 1] al jaren, sinds [verdachte 1] een relatie met zijn halfzus heeft. Hij kan zich niet herinneren dat [verdachte 1] samen met hen per bus naar Duitsland is gereisd. Hij kan zich niet herinneren of [verdachte 1] in dezelfde tijd in [plaats] en [plaats] heeft verbleven. Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij niets kan zeggen over het feit dat [bijnaam 1 aangeefster 1] in de prostitutie heeft gewerkt; hij heeft nooit van haar geprofiteerd en hij heeft haar nooit geslagen. [bijnaam 1 aangeefster 1] had veel vrije tijd en wat ze in die tijd deed wist hij niet. Hij kent [medeverdachte 2], dat is de buurjongen van zijn oma. [medeverdachte 2] heeft zich voornamelijk op zijn zwijgrecht beroepen. Bij het tonen van een foto van [aangeefster 1] heeft hij gezegd dat die vrouw niets met hem te maken heeft en hij niets met haar te maken heeft. Uit onderzoek is gebleken dat een persoon genaamd [medeverdachte 2], geboren op [datum], een persoon genaamd [medeverdachte 2], geboren op [datum] en een persoon genaamd [medeverdachte 1], geboren op [datum] op [datum] in hotel [naam hotel] in [plaats] hebben verbleven. Bewijsoverweging aangaande de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefsters Door de verdediging is betoogd dat de verklaringen van de vier aangeefsters niet betrouwbaar zijn, aangezien hun verklaringen innerlijk tegenstrijdig zijn en bovendien op essentiële punten zouden afwijken. De verdediging acht de betreffende verklaringen zo onbetrouwbaar dat deze in hun visie zouden moeten worden uitgesloten van het bewijs. De rechtbank verwerpt dit standpunt. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van de aangeefsters, hoewel op onderdelen wisselend en niet volledig met elkaar in overeenstemming, op hoofdlijnen voldoende consequent en consistent zijn en daarnaast vele, overtuigende details bevatten, zodat zij voldoende overtuigend en betrouwbaar zijn om tot bewijs te dienen. Gelet op de traumatische ervaringen die de aangeefsters hebben meegemaakt, het feit dat sommige van de politieverklaringen zijn afgelegd zonder een tolk in de Bulgaarse taal en het geruime tijdsverloop tussen de verschillende verklaringen bij de politie en de verhoren bij de rechter-commissaris, acht de rechtbank de inconsistenties verklaarbaar en geen afbreuk doen aan de betrouwbaarheid van die verklaringen. Het feit dat er aangeefsters zijn die bij de rechter-commissaris deels zijn teruggekomen op hun eerdere verklaringen, maakt dit oordeel niet anders. Hun verklaringen omtrent de reden waarom zij eerder anders hebben verklaard, acht de rechtbank aannemelijk. Bij dit oordeel omtrent de betrouwbaarheid van de aangeefsters neemt de rechtbank in aanmerking dat deze verklaringen op relevante hoofdlijnen met elkaar overeen komen. Zo hebben alle aangeefsters verklaard dat zij uit Bulgarije komen en daar in contact zijn gekomen met [verdachte 1]. Voorts verklaarden zij dat [verdachte 1] hen voorhield dat hij hen behulpzaam kon zijn bij het vinden van werk in het buitenland, dat zij met hem naar Nederland zijn gereisd en vervolgens door hem zijn verplicht om in de prostitutie te gaan werken, waarbij zij vele uren moesten werken en de verdiensten moesten inleveren bij [verdachte 1], [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]. Volgens aangeefsters moesten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de door hen in ontvangst genomen gelden afstaan aan [verdachte 1]. Aangeefsters werd door [verdachte 1] voorgehouden dat zij opgebouwde schulden aan hem dienden terug te betalen. Voorts hebben zij alle vier verklaard dat zij door verdachten seksueel misbruikt zijn, dat zij intensief gecontroleerd werden, dat van hen verlangd werd dat zij een bepaalde omzet behaalden en dat zij zo nodig werden aangespoord om harder of langer te werken als de omzet tegen viel. Er werd volgens aangeefsters geweld gebruikt, druk uitgeoefend en gedreigd aan de familie in Bulgarije te openbaren dat ze als prostituee werkzaam waren. Voorts verklaarden zij dat zij bij ziekte en ongesteldheid moesten doorwerken. De verklaringen van aangeefsters worden bovendien deels bevestigd door andere bewijsmiddelen waaronder de getuigenverklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Het patroon dat door aangeefsters is geschetst, vindt bovendien bevestiging in de inhoud van de begin 2007 getapte telefoongesprekken. De rechtbank gaat dan ook - gelet op hetgeen hiervoor is overwogen - voorbij aan de verklaringen van de getuigen [getuige 3] en [getuige 4], die samengevat, hebben verklaard dat zij samen met [aangeefster 1] in [plaats] hebben gewoond, dat er niets klopt van wat zij heeft verklaard en - meer in het algemeen - dat [aangeefster 1] een onbetrouwbaar persoon is. De rechtbank acht het voorts niet aannemelijk dat de aangeefsters leugenachtig zouden hebben verklaard met het enkele doel om in aanmerking te komen voor de zogenaamde B-9 status of teneinde een hoge schadevergoeding te kunnen verkrijgen. De rechtbank ziet dan ook geen reden voor bewijsuitsluiting van de verklaringen van de vier aangeefsters en heeft deze gebezigd voor het bewijs tegen verdachten voor zover zij worden bevestigd door overige bewijsmiddelen. Voor alle vier de aangeefsters De rechtbank is op grond van bovenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte [verdachte 1] de slachtoffers [aangeefster 1], [aangeefster 2], [aangeefster 3] en [aangeefster 4] heeft aangeworven teneinde hen in een ander land tot prostitutie te brengen. Voor het slachtoffer [aangeefster 1] geldt dat verdachte dit verwerven samen met [medeverdachte 1] heeft gedaan. Tevens acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van een uitbuitingssituatie ten aanzien van genoemde vier personen. Deze uitbuitingssituatie, dan wel het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bestond er uit dat genoemde personen in een situatie verkeerden die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin mondige prostituees in Nederland plegen te verkeren, waarbij zij door verdachten onder grote druk zijn gezet. Zij moesten immers hun zogenaamde schulden afbetalen die waren ontstaan door hun reis naar Nederland, het huren van kamers, het regelen van paspoorten en visa. Ook konden zij niet over hun eigen verdiensten beschikken, hadden zij veelal geen identiteitspapieren ter beschikking en spraken zij geen Nederlands op het moment dat zij hier aankwamen. Door dit alles bevonden zij zich in een sterk afhankelijke positie waardoor zij zich gedwongen zagen zich te prostitueren en hun inkomsten af te staan. Dat de vier aangeefsters daadwerkelijk onder grote druk zijn gezet en zich met recht bedreigd voelden, wordt nog bevestigd door het feit dat zij na de aanhouding van verdachten op verschillende wijze zijn benaderd door personen met het dringende verzoek hun aangifte in te trekken of zelfs met rechtstreekse bedreigingen, hetgeen hen wederom angst heeft ingeboezemd. [aangeefster 1] heeft daarover verklaard dat zij op 19 juni 2007 is gebeld door ene [betrokkene 1] die vertelde een bekende van [verdachte 1] te zijn. Deze [betrokkene 1], die belde met een Bulgaars nummer, vroeg haar de aangifte een beetje te veranderen. Hij zei dat [bijnaam 7 verdachte 1] een beetje verkeerd had gedaan en vervolgens zei hij dat zij, [aangeefster 1], toch gelukkig was met haar kind en man. Volgens deze man was [verdachte 1] zo’n aardige jongen en was het haar schuld dat hij in de gevangenis was beland. [aangeefster 1] verklaarde dat zij heel boos werd en dat zij hierna [bijnaam 3 aangeefster 3] (naar de rechtbank begrijpt: [aangeefster 3]) heeft gebeld die haar vertelde dat zij ook telefoon had gehad maar er niets mee gedaan had. Nadat [aangeefster 2] - naar aanleiding van haar aangifte in december 2000 - op uitnodiging van de politie op 3 juli 2007 met haar partner op het politiebureau verscheen, gaf zij te kennen geen aanvullende verklaring meer af te willen leggen, hoewel zij eerder nog had gezegd daartoe wel bereid te zijn. Op de vraag waarom zij dit niet wilde doen, antwoordde zij dat ze sms-berichten had ontvangen en ook een Bulgaars sprekende man aan de telefoon had gehad die haar had gevraagd de aangifte in te trekken. [aangeefster 2] gaf verbalisanten te kennen dat zij bang is voor haar kinderen en voor haar moeder die alleen in Bulgarije woont. Uit onderzoek is gebleken dat zowel [aangeefster 1] als [aangeefster 2] eind juni-begin juli 2007 zijn gebeld door telefoonnummer [nummer] en dat hetzelfde telefoonnummer was terug te vinden in de telefoon van verdachte [medeverdachte 2] onder de naam [betrokkene 1] . In een later verhoor bij de rechter-commissaris op 21 oktober 2008 heeft [aangeefster 2] verklaard dat zij nog vaak is benaderd door Bulgaarse mannen en dat zij telefoontjes kreeg van vrienden van [verdachte 1]. Die telefoontjes bezorgden haar stress. Die vrienden vertelden haar dat zij met de advocaat van [verdachte 1], [advocaat verdachte 1] moest bellen. Volgens die vrienden kon [advocaat verdachte 1] haar uitleggen dat zij de aangifte moest intrekken. [aangeefster 2] vond dat te ver gaan. Zij heeft [advocaat verdachte 1] gebeld en gevraagd om kort uit te leggen waarom zij haar telefoonnummer had gekregen. [advocaat verdachte 1] zei dat ze ook niet wist wie [aangeefster 2] belde of smste. Na het telefoongesprek met [advocaat verdachte 1] heeft ze geen telefoontjes of smsjes meer gehad. [aangeefster 4] heeft tijdens haar verhoor op 14 januari 2008 bij verbalisanten aangegeven dat zij bang was voor de verdachten die inmiddels op vrije voeten waren. Zij was bang dat haar ouders in Bulgarije opgezocht zouden worden of dat zijzelf opgezocht zou worden. Haar ouders waren namelijk eerder in Bulgarije opgezocht om achter de verblijfplaats van [aangeefster 4] te komen. [aangeefster 4] gaf vervolgens te kennen geen vragen meer te willen beantwoorden omdat ze het niet erger wilde maken. De Bulgaarse raadsvrouw van [aangeefster 3] heeft naar aanleiding van een oproep aan haar om als getuige te verschijnen, op 16 april 2008 aan de rechter-commissaris te Sofia medegedeeld dat de getuige niet zou verschijnen omdat zij psychisch op instorten staat. Zij zou tien dagen daarvoor en ook al eerder, bedreigd zijn door de persoon tegen wie zij aangifte had gedaan. Ter adstructie hiervan heeft de raadsvrouw toen een medische verklaring overgelegd. Later heeft het verhoor alsnog plaatsgevonden voor de Nederlandse rechter-commissaris (12 september 2008) en toen heeft [aangeefster 3] verteld dat er kort voor het in Sofia geplande verhoor een bom was ontploft bij het huis van haar zwager. Daarna zeiden kennissen van [verdachte 1] uit [plaats] dat wat er nu gebeurd was, niets was vergeleken bij wat er zou gebeuren. Ten aanzien van feit 3 Ten aanzien van [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) is geboren op [datum] te [plaats] (Bulgarije). Na het voltooien van haar middelbare schoolopleiding moest zij door de slechte financiële situatie in Bulgarije gaan werken. Zij kon kiezen om te werken als serveerster of als prostituee. Zij is terecht gekomen in de prostitutie nadat zij in een discotheek aan de [plaats] in contact was gekomen met Bulgaarse meisjes die in België in de prostitutie werkzaam waren. Op negentienjarige leeftijd is zij naar België gegaan. Nadat zij ongeveer een jaar als prostituee in België had gewerkt is zij in 2005 naar [plaats] gekomen. Sinds 3 oktober 2005 staat zij ingeschreven op het adres [adres 1]. Zij woont daar samen met [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3]) en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]). [slachtoffer 1] was werkzaam als prostituee. Op 21 december 2005 heeft [slachtoffer 1] zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als eenmanszaak met bedrijfsomschrijving “prostitutiebedrijf”. [slachtoffer 1] heeft gebruik gemaakt van de telefoonnummers [nummer] en [nummer]. Sinds begin 2006 heeft [slachtoffer 1] een kamer gehuurd in het Wallengebied te [plaats]. Op 21 augustus 2005 is [slachtoffer 1] per vliegtuig vanuit Nederland naar Bulgarije teruggereisd. Daar is zij twee dagen later op 23 augustus 2005 getrouwd met de in Nederland woonachtige Spanjaard [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]). [slachtoffer 1] was toen 20 jaar oud. [medeverdachte 4] is op 20 augustus 2005 per vliegtuig naar Bulgarije gereisd. [medeverdachte 4] heeft Bulgarije vervolgens op 24 augustus 2005 verlaten. [slachtoffer 1] is niet met hem teruggereisd. Zij heeft Bulgarije enkele dagen later, op 29 augustus 2005, verlaten. Eerder had [medeverdachte 4] een schijnhuwelijk gesloten met [aangeefster 3]. Dat huwelijk, ook gesloten in Bulgarije, vond plaats op aandrang van [verdachte 1] (hierna: [verdachte 1]) en was bedoeld om er voor te zorgen dat [aangeefster 3] legaal in Nederland kon verblijven en werken. Het huwelijk tussen [aangeefster 3] en [medeverdachte 4] heeft geduurd van 5 februari 2002 tot en met 17 maart 2005. [aangeefster 1] heeft verklaard dat [medeverdachte 4] nadat hij gescheiden was van [aangeefster 3] is getrouwd met een ander meisje van [verdachte 1]. [verdachte 1] was getuige bij zowel het huwelijk van [medeverdachte 4] met [aangeefster 3] als dat met [slachtoffer 1]. Tijdens een doorzoeking van de woning van [verdachte 1] in Bulgarije zijn de huwelijksakte van het huwelijk tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer 1] en andere stukken die betrekken hadden op dat huwelijk, aangetroffen. [medeverdachte 4] had sinds ongeveer september 2004 een lat-relatie met [getuige 5] (hierna: [getuige 5]). Tijdens die relatie woonde [medeverdachte 4] op het adres [straat] te [plaats]. [medeverdachte 4] was vanaf 20 november 2005 huurder van dit adres. Op 2 mei 2006 is door de politie geconstateerd dat op dat nummer een naambordje hing met daarop de namen van [medeverdachte 4] en [getuige 5]. [getuige 5] was niet op de hoogte van de huwelijken tussen [medeverdachte 4] en [aangeefster 3] dan wel [slachtoffer 1]. In februari 2007 zijn [medeverdachte 4] en [getuige 5] samen op kosten van [verdachte 1] op een winter