Rechtbank Almelo – ECLI:NL:RBALM:2007:BB3310
RECHTBANK ALMELO Sector Civiel zaaknummer: 75307 ha za 05-1218 datum vonnis: 5 september 2007 (pl) Vonnis van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van: [Eiser], wonende te Huissen, eiser, hierna te noemen [Eiser], procureur: mr. S.J.P. Kukolja, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OAD Reizen B.V., gevestigd te Holten, gedaagde, hierna te noemen OAD, procureur: mr. P.B. Bodamèr.
Gehoord partijen.
Gezien de stukken, waaronder een in dit geding tussen partijen op 6 september 2006 gewezen tussenvonnis.
Overweegt:
Over het procesverloop:
Ten aanzien van het geschil 1. De rechtbank neemt hier over hetgeen dienaangaande in voormeld tussenvonnis is overwogen.
Ingevolge dat vonnis was [Eiser] opgedragen tegenbewijs te leveren tegen het rechterlijk vermoeden dat de algemene voorwaarden van de ANVR aan [Eiser] ter hand zijn gesteld en dat die derhalve van toepassing zijn op de met OAD gesloten reisovereenkomst.
Zij heeft als getuige verklaard dat alle medewerkers, ook baliemedewerkers een training krijgen en de instructie altijd de ANVR-voorwaarden mee te geven aan de klant. Op balies van de D-Reizen vakantiewinkels staan displays met de ANVR-reisvoorwaarden.
De administratieve afhandeling die sedert 1998 niet meer is veranderd, beschrijft dat het boekingsformulier dat naar de klant wordt verstuurd, onder andere, de ANVR-reisvoorwaarden ingesloten heeft. c. De rechtbank leest uit de print “administratieve afhandeling” dat het boekingsformulier altijd naar de klant dient te worden verstuurd, ook al komt de bevestiging niet meer voor vertrek bij de klant aan.
Uit de tekst van artikel 17 van de ANVR-voorwaarden blijkt dat de consument de keuze heeft om al dan niet naar de geschillencommissie te gaan. Als de consument niet naar de geschillencommissie wenst te gaan, dient hij binnen één jaar na afloop van de reis naar de burgerlijke rechter te stappen.
Volgens [Eiser] ziet deze bepaling niet op gevallen dat de consument geen keuze heeft, namelijk ingeval van ziekte of letsel. En in dat geval kan de consument zich alleen tot de rechter wenden. Naar de mening van [Eiser] ziet artikel 17 van de voorwaarden niet op gevallen van ziekte of letsel, omdat in dat geval de consument door de niet voor stuiting vatbare vervaltermijn onevenredig in zijn rechten wordt getroffen. Om die reden is in artikel 7:17 BW ook gekozen voor verjaringstermijnen in plaats van vervaltermijnen.
Bovendien beroept [Eiser] zich op artikel 7:508 BW waarin uitsluiting of beperking van aansprakelijkheid door de reisorganisator niet is toegestaan. De vervaltermijn van artikel 17 van de ANVR-voorwaarden betekent een feitelijke beperking van de aansprakelijkheid.
Er is geen uitsluiting of beperking van de aansprakelijkheid van de reisorganisator. Er is slechts sprake van een vervaltermijn.
De beperking van de geldelijke aansprakelijkheid van driemaal de reissom, waarvan artikel 14 van de ANVR-voorwaarden spreekt, is hier niet aan de orde, omdat die beperking niet geldt voor schade veroorzaakt door dood of letsel van de reiziger (artikel 14, lid 3 ANVR-voorwaarden). De vervaltermijn van artikel 17 van de ANVR-voorwaarden sluit aansprakelijkheid dus niet uit.
Als verliezende partij zal hij in de kosten van deze procedure veroordeeld worden.
De beslissing De rechtbank:
I. Wijst de vordering af.
II. Veroordeelt [Eiser] in de kosten van deze procedure aan de zijde van OAD begroot op € 1.826,- (te weten € 244,- voor griffierecht en voor salaris 3,5 punten à € 452,-).
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mrs. August de Meijer, Zweers en Koopmans en op woensdag 5 september 2007 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.