RECHTBANK ALMELO Parketnummer: 08/770147-08 STRAFVONNIS Uitspraak: 9 september 2008 De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1988], wonende te [adres], terechtstaande terzake dat: hij op of omstreeks 14 maart 2008, te omstreeks 21.14 uur, terwijl het buiten donker was, in de gemeente Haaksbergen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Wiedenbroeksingel, gelegen binnen de bebouwde kom, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij, verdachte, hoogst, althans aanmerkelijk roekeloos en/of zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, met een snelheid van ongeveer 79 kilometer per uur, althans met een aanzienlijk, althans aanmerkelijk, hogere snelheid dan de ter plaatse wettelijk toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, althans met een (veel) te hoge snelheid voor een veilige verkeersafwikkeling ter plaatse, met die door hem bestuurde personenauto over de Wiedenbroeksingel gereden en gekomen nabij de kruising of splitsing van die weg en de voor het openbaar verkeer openstaande wegen, de Trompstraat en de Wagnerstraat, niet in staat is geweest dat motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was immers is hij met die (veel) te hoge snelheid die kruising of splitsing opgereden en/of is gaan oprijden (juist) op het moment dat een bestuurster van een fiets bezig was vanaf -gezien zijn rijrichtin- links, vanaf de Trompstraat, genoemde Wiedenbroeksingel over te steken, althans zich op genoemde Wiedenbroeksingel bevond, tengevolge waarvan er een aanrijding of botsing is ontstaan tussen dat door verdachte bestuurde motorrijtuig en de bestuurster van die fiets en of haar fiets, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) werd gedood; ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op of omstreeks 14 maart 2008, te omstreeks 21.14 uur, terwijl het buiten donker was, in de gemeente Haaksbergen, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Wiedenbroeksingel, gelegen binnen de bebouwde kom met een snelheid van ongeveer 79 kilometer per uur, althans met een snelheid welke veel te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse en gekomen nabij de kruising of splitsing van die weg en de voor het openbaar verkeer openstaande wegen, de Trompstraat en de Wagnerstraat, niet in staat is geweest dat motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij tegen een -gezien zijn rijrichting- van links vanaf die Trompstraat komende fietsster, welke bezig was genoemde Wiedenbroeksingel over te steken, althans zich op genoemde Wiedenbroeksingel bevond, aangereden of gebotst, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; Gezien de stukken; Gelet op het onderzoek ter terechtzitting op 26 augustus 2008; Gehoord de vordering van de officier van justitie; Gelet op de verdediging door verdachte gevoerd; De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad. De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen – die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen – waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 14 maart 2008, omstreeks 21.14 uur, terwijl het buiten donker was, in de gemeente Haaksbergen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Wiedenbroeksingel, gelegen binnen de bebouwde kom, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij, verdachte, zeer onvoorzichtig met een snelheid van ongeveer 79 kilometer per uur met die door hem bestuurde personenauto over de Wiedenbroeksingel gereden en is hij gekomen nabij de kruising van die weg en de voor het openbaar verkeer openstaande wegen, de Trompstraat en de Wagnerstraat, niet in staat is geweest dat motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was immers is hij met die (veel) te hoge snelheid die kruising opgereden (juist) op het moment dat een bestuurster van een fiets bezig was vanaf -gezien zijn rijrichting- links, vanaf de Trompstraat, genoemde Wiedenbroeksingel over te steken, tengevolge waarvan er een aanrijding is ontstaan tussen dat door verdachte bestuurde motorrijtuig en de bestuurster van die fiets en haar fiets, waardoor [slachotffer] werd gedood. Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde levert op: het misdrijf: “Overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood”, strafbaar gesteld bij artikel 175, lid 1, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.