RECHTBANK ALMELO Sector civiel recht zaaknummer: 106079 / FA RK 09-1279 (N) beschikking van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 28 april 2010 inzake [Verzoekster] wonende te [adres], advocaat: mr. M.M. Volwerk te Leiden. Als belanghebbenden zijn aangemerkt: 1. Stichting NIDOS, gevestigd te 7411 LR Deventer, verder te noemen: NIDOS 2. [belanghebbende 2] geboren 1992 te [geboorteplaats], Angola, wonende te [adres], verder te noemen: [belanghebbende 2] Het procesverloop Op 8 oktober 2009 is een verzoekschrift tot adoptie ter griffie ingekomen. Op 10 november 2009, 15 december 2009 en 9 april 2010 heeft verzoekster aanvullende stukken in het geding gebracht. Aan de Raad voor de Kinderbescherming is op 29 januari 2010 een afschrift van het verzoekschrift gestuurd. De zaak is behandeld ter zitting van 9 april 2010. Voorafgaand aan de zitting heeft de rechtbank [belanghebbende 2], in het bijzijn van mr. Volwerk, gehoord. Ter zitting zijn verschenen: - verzoekster vergezeld van mr. Volwerk; - [belanghebbende 2]; - namens NIDOS mevrouw C. Garcia Ortega; - namens de Raad voor de Kinderbescherming, de heer A.A.H. Pots; - mr. A.H.J.M. Damen, Officier van Justitie. De rechtbank heeft aan de overige aanwezigen, twee dochters van verzoekster en een schoonzoon, bijzondere toegang verleend. De standpunten zijn toegelicht. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt. De beschikking is bepaald op heden. De vaststaande feiten Op [1992] is te [geboorteplaats] geboren: [belanghebbende 2], kind van [naam vader] en [naam moeder]. De minderjarige [belangehebbende 2] bezit de Angolese nationaliteit. [Belanghebbende 2] is in december 2001 samen met zijn broer [naam], geboren 1988 te [geboorteplaats], naar Nederland gereisd. Bij beschikking van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch, sector kanton te Eindhoven, van 7 februari 2002 is NIDOS, gevestigd te Utrecht, benoemd tot voogdes over [belanghebbende 2]. Na aankomst in Nederland is [belanghebbende 2] geplaatst in een opvangcentrum voor asielzoekers en vervolgens in een AMA-huis in Vriezenveen, welk verblijf kort werd onderbroken door een verblijf samen met zijn broer en twee andere jongeren in Almelo. Sinds 29 oktober 2004 verblijft [belanghebbende 2] in het gezin van verzoekster. Op 1 maart 2002 heeft [belanghebbende 2] een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij beschikking van 19 juli 2002 van de Staatssecretaris van Justitie is de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen op grond van artikel 31 lid 1 Vreemdelingenwet. Ambtshalve is aan [belanghebbende 2] een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 14 lid 1 aanhef en onder e Vreemdelingenwet onder de beperking verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling. Bij beschikking van 8 oktober 2004 van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie is de aan [belanghebbende 2] verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken. Bepaald is dat [belanghebbende 2] Nederland uit eigener beweging dient te verlaten voor het einde van de termijn waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt, bij gebreke waarvan hij kan worden uitgezet. De door [belanghebbende 2] (en zijn broer) ingediende bezwaren en beroepen zijn nadien ongegrond verklaard. Bij beschikking van 2 december 2009 heeft de Minister van Justitie het verzoek tot toestemming voor de adoptie van [belanghebbende 2] afgewezen, omdat er geen sprake is van interlandelijke adoptie. De standpunten van partijen Verzoekster heeft verzocht de adoptie van [belanghebbende 2] door verzoekster uit te spreken, te bepalen dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en te bepalen dat [belanghebbende 2] mede de geslachtsnaam van verzoekster zal dragen [naam]). Daartoe heeft verzoekster onder meer gesteld dat zij een nauwe band heeft ontwikkeld met [belanghebbende 2]. Zij beschouwt [belanghebbende 2] als haar zoon, terwijl [belanghebbende 2] verzoekster als zijn moeder beschouwt. Een nauwe band bestaat ook met de andere kinderen van verzoekster. Door uitzetting zouden deze familiebanden worden verbroken, hetgeen uiterst schadelijk zou zijn voor [belanghebbende 2]. [Belanghebbende 2] heeft een belangrijk deel van zijn ontwikkeling hier doorgemaakt en heeft zich gehecht. De adoptiewens bestond al voordat het beroep ongegrond werd verklaard. Adoptie door verzoekster is dan ook in het kennelijk belang van [belanghebbende 2]. Verzoekster stelt dat de biologische ouders van [belanghebbende 2] beiden zijn overleden en dat [belanghebbende 2] en [naam broer] dat sinds hun aankomst in Nederland ook hebben verklaard. Cabinda is een Angolese exclave, waar een onafhankelijkheidstrijd plaatsvindt. De Cabindese regering in ballingschap heeft verklaringen opgesteld waarin de dood van de biologische ouders van [belanghebbende 2] wordt bevestigd. De Angolese autoriteiten zullen die verklaringen niet legaliseren, nu dat een erkenning van de regering in ballingschap zou betekenen. Aangezien [belanghebbende 2] sinds 2001 geen contact meer heeft gehad met familieleden uit Angola dient te worden geconstateerd dat in de toekomst ook niets meer te verwachten valt. [Belanghebbende 2] ondersteunt het verzoek van verzoekster. NIDOS staat positief tegenover het verzoek en acht het in het belang van [belanghebbende 2] dat hij door verzoekster geadopteerd wordt. NIDOS werkt bij plaatsing van een vreemdeling in een pleeggezin niet toe naar hechting. In het onderhavige geval is er toch sprake van een voltooide hechting. De Officier van Justitie heeft geconcludeerd dat het verzoek tot adoptie weliswaar in het belang van [belanghebbende 2] is, maar dat niet wordt voldaan aan het vereiste dat op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat het kind niets meer van de biologische ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft en verder - indien aan de orde bij in leven zijn van de ouder(s)- dat niet nadrukkelijk blijkt dat de biologische ouders instemmen met het verzoek. Daartoe heeft de Officier van Justitie overwogen dat de door verzoekster ingediende documenten afkomstig zijn van een regering in ballingschap en dus niet van de Angolese autoriteiten, alsmede dat die documenten niet gelegaliseerd zijn. Uitsluitend op basis van die documenten kan het overlijden van de biologische ouders niet worden aangenomen. De Raad voor de Kinderbescherming is van mening dat het belang van de minderjarige dient te prevaleren. [Belanghebbende 2] is hier gehecht en de Raad voor de Kinderbescherming staat zodoende achter het verzoek tot adoptie. De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing De minderjarige is niet naar Nederland gekomen met het oog op adoptie, maar als asielzoeker. De wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) is derhalve niet van toepassing, hetgeen overigens ook reeds door de Minister van Justitie is geconcludeerd in zijn beschikking van 2 december 2009. Het verzoek dient te worden beoordeeld aan de hand van de wet van 3 juli 2003, houdende regeling van het conflictenrecht inzake adoptie en de erkenning van buitenlandse adopties (Wet Conflictenrecht Adoptie). Krachtens artikel 3 lid 1 van de Wet Conflictenrecht Adoptie is op een in Nederland uit te spreken adoptie het Nederlandse recht van toepassing, behoudens het volgende. Op de toestemming dan wel de raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind of van andere personen of instellingen is het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit toepasselijk. Ingevolge artikel 1:227 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) kan het verzoek tot adoptie enkel worden toegewezen, indien: - de adoptie in het kennelijk belang van het kind is; - op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en: - aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, wordt voldaan. Kennelijk belang Naar het oordeel van de rechtbank is de adoptie in het kennelijk belang van [belanghebbende 2]. Door adoptie ontstaat een formele familierechtelijke betrekking. [Belanghebbende 2] maakt sinds 2004 deel uit van het gezin van verzoekster en heeft zich inmiddels, zonder hulp van NIDOS, gehecht. Gezien het verleden van [belanghebbende 2] is het bijzonder dat er zo´n natuurlijke hechting heeft plaats kunnen vinden. [Belanghebbende 2] beheerst de Nederlandse taal, heeft zijn sociale contacten in Twente, gaat hier naar school en heeft ook al toekomstplannen gemaakt gericht op zijn verblijf in het gezin van verzoekster. Nu ook door NIDOS positief wordt geadviseerd over het verzoek tot adoptie, hetgeen NIDOS naar eigen zeggen enkel in uitzonderingsgevallen doet, is de rechtbank van oordeel dat het in het kennelijk belang van [belanghebbende 2] is dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke, de ontstane familieband tussen [belanghebbende 2] en verzoekster, en dat het in zijn belang is dat hij door verzoekster wordt geadopteerd. Niets meer van ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.