← Nederland

ECLI:NL:RBALM:2010:BN5755

RECHTBANK ALMELO Sector strafrecht parketnummer: 08/710388-10 datum vonnis: 1 september 2010 Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen: [verdachte 2], geboren [1989] in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], nu verblijvende in PI Flevoland – HvB Almere Binnen te Almere, Caissonweg 2. 1. Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 augustus 2010. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C. Hofstee en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.M. Maanicus, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht. De slachtoffers waren niet op de zitting aanwezig. 2. De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte behulpzaam is geweest bij het plegen van een overval op een supermarkt door aan een medeverdachte een wapen ter beschikking te stellen. Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat: [verdachte 1] en/of [verdachte 4] op of omstreeks 19 februari 2010, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (kluis van een) supermarkt aan het [adres] heeft weggenomen een geldbedrag (groot euro 19.642,09), in elk geval enig geld, geheel of ten dele toebehorende aan Sanders Supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte 1] en/of die [verdachte 4] en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of een of meer (andere) medewerker(s)/ster(

  1. s)van die supermarkt (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(
  2. s)van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
  3. en)dat die [verdachte 1] en/of die [verdachte 4]: - (ieder) een pistool, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en/of/althans het lichaam van die medewerker(s)/ster(
  4. s)heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of gericht (gehouden), en/of (daarbij/vervolgens) - die medewerker(s)/ster(
  5. s)heeft/hebben (vast) gegrepen/gepakt, en/of - die medwerker(s)/ster(
  6. s)heeft/hebben gedwongen op (de buik) op de grond te gaan liggen, en/of - tegen die medewerker(s)/ster(
  7. s)heeft/hebben gezegd/geroepen: "Als je me voor liegt dan maak ik je dood" en/of "Probeer niets, want dan knallen we jullie neer" en/of "Liggen met het gezicht naar de vloer. Ik heb het magazijn vol en anders schiet ik je dood" en/of althans (telkens) woorden van (be)dreigende aard en/ strekking, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de maand februari 2010 in de gemeente Hengelo (O), en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [verdachte 1] en/of die [verdachte 4] een pistool, althans een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, te geven/leveren/ ter beschikking te stellen; art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat [verdachte 1] en/of [verdachte 4] op of omstreeks 19 februari 2010 in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  8. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of een of meer (andere) medewerker(s)/ster(
  9. s)(genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]) van een supermarkt aan het [adres] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (groot euro 19.642,09), in elk geval van enig geld, geheel of ten dele toebehorende aan Sanders Supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan die [verdachte 1] en/of die [verdachte 4] en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
  10. en)dat die [verdachte 1] en/of die [verdachte 4]: - (ieder) een pistool, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en/of/althans het lichaam van die medewerker(s)/ster(
  11. s)heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of gericht (gehouden), en/of (daarbij/vervolgens) - die medewerker(s)/ster(
  12. s)heeft/hebben (vast) gegrepen/gepakt, en/of - die medwerker(s)/ster(
  13. s)heeft/hebben gedwongen op (de buik) op de grond te gaan liggen, en/of - tegen die medewerker(s)/ster(
  14. s)heeft/hebben gezegd/geroepen: "Als je me voor liegt dan maak ik je dood" en/of "Probeer niets, want dan knallen we jullie neer" en/of "Liggen met het gezicht naar de vloer. Ik heb het magazijn vol en anders schiet ik je dood" en/of althans (telkens) woorden van (be)dreigende aard en/ strekking, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de maand februari 2010 in de gemeente Hengelo (O), en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [verdachte 1] en/of die [verdachte 4] een pistool, althans een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, te geven/leveren/ ter beschikking te stellen; (parketnummer 08/710388-10) art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht 3. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast heeft de officier van justitie toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen gevorderd met oplegging van de Terwee-maatregel. 4. De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 5. De beoordeling van het bewijs De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte op het moment dat hij het wapen aan de medeverdachte ter beschikking stelde wist dat dit wapen gebruikt zou gaan worden bij de overval althans de aanmerkelijke kans voor lief heeft genomen dat het wapen bij die overval gebruikt zou gaan worden. De raadsman heeft aangevoerd dat er bij verdachte geen wetenschap was dat het wapen bij de overval gebruikt zou worden en dat verdachte evenmin de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er met het wapen een overval gepleegd zou worden. Het betrof immers een zogenaamd balletjespistool en verdachte wist niet beter dat het pistool gebruikt zou worden voor een pesterij. 5.1 De bewijsoverwegingen van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is er onvoldoende bewijs dat verdachte wetenschap had van het feit dat het balletjespistool bij de overval op de supermarkt gebruikt zou worden of dat verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het balletjespistool bij de overval gebruikt zou worden. Immers verdachte heeft steeds verklaard, en ter zitting is dit nog eens door verdachte bevestigd, niet beter te weten dan dat het balletjespistool gebruikt zou gaan worden bij een pesterij en niet dat het pistool gebruikt zou worden bij een overval. Ook de medeverdachte heeft, zo blijkt uit de gedingstukken, steeds verklaard dat hij aan verdachte heeft gevraagd hem het pistool te geven omdat hij iemand wilde pesten. Er zijn geen bewijsmiddelen waaruit het tegendeel kan worden afgeleid. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde. 5.2 De conclusie De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 6. De schade van benadeelden [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats], [adres] 3, [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], [adres], [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats] p/a [adres], [slachtoffer 4], wonende te [woonplaats] p/a [adres] 3 en [slachtoffer 5], wonende te [woonplaats], [adres], hebben zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partijen gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partijen vorderen ieder veroordeling van de verdachte tot betaling van in € 1.350,00 (dertienhonderden vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit immateriële schade; [slachtoffer 3] heeft daarnaast nog veroordeling van de verdachten gevorderd tot betaling van € 165,00 (honderdvijfenzestig euro) wegens verlies van het eigen risico. Ook hebben de benadeelde partijen gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen dienen te worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Namens verdachte is aangevoerd dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Nu verdachte wordt vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde worden de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard. 7. De beslissing De rechtbank: vrijspraak/bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; Schadevergoeding bepaalt dat de benadeelde partijen, [slachtoffer 3], [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], voornoemd, niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat de benadeelde partijen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen. Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. G.J. Stoové en mr. M.C. Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.M. Wolbers, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2010.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.