RECHTBANK ALMELO Sector Civiel zaaknummer: 100392 HA ZA 09-242 datum vonnis: 11 mei 2011 Vonnis van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van: inzake: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEIJMANS IBC BOUW ARNHEM B.V., gevestigd te Arnhem, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: Heijmans, procesadvocaat mr. J.A. Holsbrink (voorheen: mr R.Kroon) te Enschede, behandelend advocaat: mr. W.M.J.M. Heijltjes te Nijmegen. en de rechtspersoon naar publiek recht, GEMEENTE ENSCHEDE, gevestigd te Enschede, gedaagde in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: de Gemeente, procesadvocaat: mr. A.E. Broesterhuizen te Enschede. De weergave van het procesverloop In conventie en in reconventie 1.
(5e)bouwvergadering van 16 februari 2006: Heijmans heeft inderdaad de nieuwe gegevensbehoefteschema’s voor zowel de architect als de constructeur ingediend. Deze zijn in de plaats getreden van de betreffende schema’s van oktober 2005. PIE meldt ter vergadering dat grote inspanningen worden geleverd om deze behoefte in te kunnen vullen. Planning: medio maart 2006 vindt planningsoverleg plaats om de precieze opleveringsdatum te bepalen. - De aldus gewijzigde gegevensbehoefteschema’s zijn na 16 februari 2006 nog enkele malen aangepast met als laatste wijzigingsdatum: 28 april 2006 (zie productie 62). Tegen de voorgestelde (deel)aanpassing zijn niet alsnog bezwaren geuit. Deze zijn “gewoon” doorgevoerd, zo moet de rechtbank vaststellen. - Tijdens de 8e bouwvergadering op 11 mei 2006 is vastgelegd dat geen vertragingen op de planning zijn geconstateerd. Dit komt doordat vanaf deze datum de voortgang wordt getoetst aan de nieuwe geactualiseerde planning van 5 mei 2006. Ten opzichte van de “oude” dus niet meer geldende contractsplanning wordt dan circa 8/9 weken achtergelopen; - Bouwvergadering van 8 juni 2006: CBK staat nog steeds ‘op hold’: PIE moet tekeningen verder aanpassen. Kolommen bij de Slinger staan ook ‘op hold’ wegens het uitblijven van gegevens PIE. Watertoren is in de planning naar achteren geschoven omdat anders is uitgevoerd dan in bestek en tekeningen staat vermeld. Details pakloods zijn nog niet door DHV ontvangen. De watertoren is in de planning naar achteren geschoven. DHV constateert vertragingen bij het wapeningvlechten en betonstorten. De oorzaak daarvan wordt niet aangegeven. Voor het overige wordt niets over vertragingen gemeld; - Bouwvergadering van 6 juli 2006: vastgelegd wordt dat de gegevensverstrekking zowel via werk- als bouwvergadering verloopt. Er zijn “al” revisies op definitieve werktekeningen in omloop. Heijmans zal voor elke volgende vergadering een memo met gegevensverstrekking versturen met een kolom waarin de gevolgen voor de planning zichtbaar zijn. De watertoren is instabiel geworden. Er wordt naar een oplossing gezocht. Planning: Toren staat op achterstand vanwege staalwerk en wapeningstekeningen die nog niet van PIE zijn ontvangen, na bouwvak wordt getracht op schema te komen; woningen op schema; Slinger paar dagen achter; CBK nog steeds ‘op hold’; Pakloods bijna op schema ondanks slechte gegevensverstrekking door Opera; - Vanaf begin juli 2006 wordt door Heijmans conform nadere afspraak regelmatig een overzicht van de (vertraagd gebleken) gegevensverstrekking van de adviseurs van de Gemeente aan de bouwdirectie verstrekt. Dit kennelijk met als doel om bouwvertraging wegens te late gegevensverstrekking te signaleren en tegen te gaan. Bij brief van 17 juli 2006 wordt daarop in richting van Heijmans schriftelijk gereageerd door de Gemeente in de persoon van [J], programmamanager. - Bouwvergadering van 31 augustus 2006: CBK nog ‘op hold’. Planning: Toren 6 weken achter, inhalen in bouwvak niet gelukt door problemen met wapenings-vlechter. Gebleken is dat de wapeningsvlechter zelf fouten heeft gemaakt. Aan de andere kant blijkt dat er op basis van faxen wijzigingen worden doorgegeven tot vlak voor de stort van beton. Deze manier van gegevensverstrekking vanuit PIE werkt fouten in de hand en is niet goed voor het halen van een planning. Woning, Pakloods, Slinger 10 dagen achter op planning, ook door ‘hold’ op het CBK. - Bouwvergadering 28 september 2006: brief van Heijmans vanwege onvoldoende gegevens voor bouw van de luchtbrug. Tekeningen vloer pakloods niet gereed (pas in week 40). Meerwerk CBK wordt beoordeeld en moet nog met DHV worden besproken. CBK nog steeds ‘op hold’. Planning: Ateliers 20 dagen achterstand; Woningen 21 dagen achterstand; Toren 30 dagen achterstand; Slinger 18 dagen achterstand als gevolg van achterstand CBK; Pakloods 10 dagen achterstand; - Bouwvergadering van 26 oktober 2006: CBK is van ‘hold’ afgehaald. Planning: Ateliers 20 dagen achterstand; Woningen 21 dagen achterstand (als gevolg late levering geglazuurde stenen); Toren 30 dagen achterstand; Slinger 18 dagen achterstand; Pakloods 10 dagen achterstand. In totaal 24 onwerkbare dagen; - Bouwvergadering van 23 november 2006: stort 4e verdieping toren is ‘op hold’ gezet. Er is een constructiefout ontstaan als gevolg van veranderende uitvoeringswijze. Dit is een fout van DHV (wisseling van hoofduitvoerder en de 3e uitvoerder heeft fouten gemaakt). Dit heeft twee weken vertraging veroorzaakt. Wapeningsproblematiek speelt: een continue stroom faxen van PIE. Over de Staalconstructie van de luchtbrug zijn afspraken tussen PIE en Heijmans gemaakt; wordt op teruggekomen. Dakbedekking Pakloods: Heijmans komt met voorstel hoe om te gaan met ingesloten vocht. Planning: de complete bouw loopt achter; door tijdsdruk komt de kwaliteit onder druk te staan, wat ongewenst is in de ogen van hoofdconstructeur PIE en DHV. Het is aan Heijmans om meer tijd te vragen om de relatie kwaliteit/kwantiteit beter in de hand te houden. De bouwdirectie constateert feitelijk dat de inhaalslagen om de vertragingen in te halen die grotendeels volgen uit vertragingen in de gegevensverstrekking, ten koste gaan van de kwaliteit en daarmee onwenselijk zijn. Heijmans wordt uitgenodigd om meer bouwtijd te vragen; - Bouwvergadering van 22 december 2006: de werktekeningen CBK, aansluitend op Slinger, kloppen niet qua hoogte en maten van de vloeren; de ruwbouw kan doorgaan. Maatvoering brug pakloods is niet correct. Maatvoering staalconstructie achter metselwand in pakloods III is niet correct gegaan bij Opera, PIE en Heijmans: gezamenlijke actie. Werktekeningen staalbrug zijn ingediend bij PIE en Search. Productie kan week 2 aanvangen. Buitenbestrating wijzigt op voorstel Search. Oplevering 4 april 2007, CBK 10 weken later. 31 dagen onwerkbaar (+5); - Bouwvergadering 18 januari 2007. ‘Hold’ met betrekking tot de staalbrug is vervallen (8 weken vertraging). Maatvoering staalconstructie achter metselwerk pakloods 3 (Opera) is opgelost (4 weken). Planning: oplevering verschuift naar medio mei 2007; verstoorde productie brug als hoofdoorzaak; PIE is het hiermee niet eens. 32 onwerkbare dagen (+1); - Bouwvergadering 15 februari 2007: Oplossing dakbedekking loods (vochtprobleem) vergt meer tijd en een afzonderlijke planning. Heijmans moet nog steeds een werkplan invoering CBK alsmede een afbouwplanning verstrekken. Werktekeningen pakloods worden aangepast als gevolg van hoogteverschillen ten opzichte van bestekuitgangspunten, Heijmans geeft aan dat er spoed bij is. Voegwerk ateliers, woningen en slinger moet opnieuw. Buitenmuur CBK moet worden gesloopt en met oude stenen opnieuw opgemetseld. Planning: de toren, woningen en pakloods hebben achterstand als gevolg van werkvolgorde Heijmans. Unica geeft aan niet te kunnen volgen als gevolg van verschuiven van afspraken of niet op tijd zijn; - Bouwvergadering van 15 maart 2007: werkplan invoering CBK is verstrekt door Heijmans, maar is onvoldoende bevonden. Opmerkingen van DHV en een van de opzichters moeten daar nog in worden verwerkt. Detail buitenmuur CBK wordt door Search in week 12 aangeleverd. Lijst met gegevensbehoefte en openstaande acties is verstrekt en zal door Heijmans telkens bijgewerkt worden; aan PIE en Search om acties op te volgen. Werkplan dakbedekking atelier, grondgebonden woningen en appartementen moet door DHV worden aangeleverd. Planning (inmiddels wekelijks overleg hierover): Heijmans meldt dat nog veel informatie moet worden aangeleverd door DHV en PIE en Search en dat dit wringt met de tijdige oplevering. Pakloods moet eind mei klaar zijn, inspecties worden ingepland. CBK afbouwplanning wordt week 12 aangeleverd. Planning toren loopt achter als gevolg van onvolkomenheden in de uitvoering. - Bouwvergadering van 12 april 2007: werkplan dakbedekking pakloods is er en moet getoetst worden. Planning: gevel toren op planning. Ateliers, lopen enkele dagen achter. Woonslinger Metsel- en voegwerk en dakbedekking loopt achter. Woningen lopen twee weken achter in verband met levering kranen e.d. Deuren worden pas in week 21, 22 verwacht wat een probleem is. Conclusie planning: aantal achterstanden (welke is niet duidelijk) zijn kritisch; - Bouwvergadering van 10 mei 2007: verhelpen bouwfouten in de toren, enkel scheuren in de kolommen onder dak: verkeerde uitvoering Heijmans. Gevel CBK: besproken wordt hoe om te gaan met gescheurde en losliggende gevels van het CBK. Geveldragers Slinger zijn nog niet opgelost door PIE. Er wordt een opleveringsprocedure door DHV opgesteld: de opdrachtgever overweegt om deelopleveringen toe te staan. Door DHV is een nieuwe overallplanning opgesteld: de opleverdata gelden als uiterste data. Toren is nog niet wind- en waterdicht wat gevolgen heeft voor de afbouw: actie Heijmans; - Bouwvergadering 7 juni 2007: dak pakloods wordt doorgeblazen. Toren met noodlaag vastgezet. Metaalfouten in kolommen toren geconstateerd; onderzoek is gaande. Het aanbrengen van de dakbedekking pakloods is een drama, aldus Heijmans. Planning: Toren loopt 2 weken achter als gevolg van uitvoeringsfouten. CBK loopt 3 weken achter op schema als gevolg van fouten in de maatvoering op tekening adviseurs. Ateliers zijn klaar behoudens restpunten en wensen. Bij woningen zullen op 29 juni 2007 de neggen en Franse balkons nog niet geïnstalleerd zijn. Actie DHV met betrekking tot het aanreiken van een opleveringsprocedure met deelopleveringen blijft staan; - Bouwvergadering van 5 juli 2007: koepel is beschadigd waarmee levering is uitgesteld. Heijmans zorgt voor tijdelijke afdichting. Deel van metaalfouten in de toren wordt weggezaagd en vervangen door nieuw staal. Planning: ateliers hebben nog geen stroom; de grondgebonden woningen worden opgeleverd; tijdens de bouwvak wordt doorgewerkt; aanbrengen van Bolidt vloer voor de zomer zal moeilijk zijn; oplevering bouwkundige pakloodsen is akkoord; oplevering CBK eind week 45 wordt spannend; - Bouwvergadering van 16 augustus 2007: Unica heeft het tijdens de bouwvak laten afweten. Pakloods 1 kan daarom niet op tijd worden opgeleverd. Afbouwplanning CBK is afgegeven. Oplevering pakloods 1,2,3 en open depotwand is op 23 augustus 2007. Voortgang Twentinox (gaasgordijn) toren is nog niet bekend. Planning staat onder grote druk, dak van de toren moet nog dicht; - Bouwvergadering van 13 september 2007: 1 december 2007 wordt als ultieme opleverdatum vastgelegd. Opdrachtgever vraagt partijen om zich daartoe tot het uiterste in te spannen. Cultuurcluster Roombeek moet dan in gebruik worden genomen, er kunnen dan nog restpunten open staan. Rapport metaalfouten is aan PIE verstrekt. Oplevering op 1 december 2007, oplevering toren wordt in week 47 verwacht en de woonslinger, CBK in week 48; - Bouwvergadering van 11 oktober 2007: De aannemer ontvangt van de opdrachtgever tegenstrijdige signalen in de discussie over de beschadigde bakstenen. Planning: geen mededelingen; - Bouwvergadering van 8 november 2007: Nader onderzoek naar metaalfouten in de toren moet worden uitgevoerd. De toegankelijkheid sterrenwacht moet nog op tekening worden gezet, Heijmans kan niet verder. Herstel gevelmetselwerk CBK/de slinger zal door Search worden aangegeven. Planning: geen mededelingen; - Bouwvergadering van 6 december 2007: Herstelwerk metselwerk CBK is op foto en tekening aangeleverd en kan worden uitgevoerd. Toren, slinger en CBK worden in week 49/50 opgenomen voor oplevering. Oplevering kan op 24 december 2007 plaatsvinden afhankelijk van de uitkomst van het gesprek tussen de Gemeente en Heijmans; - De eerst geplande opname op 24 december 2007 is - naar de rechtbank begrijpt - niet doorgegaan om reden dat er nog tal van gebreken en onvolkomenheden zijn, zodat na die datum nog tenminste 3 maanden langer gewerkt zal moeten worden om alle werkzaamheden die staan vermeld op de opnamelijsten af te ronden. Bij brief van 20 december 2007 (productie 47 bij antwoord in conventie) wordt door de Gemeente in de persoon van de heer [J], programmamanager, bij Heijmans aangedrongen op oplevering en ingebruikname van het cultuurcluster in januari 2008. - Bouwvergadering van 10 januari 2008: geen bijzonderheden; - Bouwvergadering van 7 februari 2008: Er zijn (opnieuw) problemen met het dak van de pakloods: lekkages als gevolg van uitvoeringsfouten. Heijmans herstelt de lekkages en het dak wordt opnieuw gedroogd. De constructie van de toren moet worden getest op voldoende sterkte. Trap slinger moet worden aangepast omdat deze niet voldoet aan het bouwbesluit. Dit is eerder geconstateerd maar nog niet opgelost. Heijmans komt met een alternatieve oplossing. Er wordt een vloer verhoogd. Een aantal opleverpunten staat nog open. Het is nog niet duidelijk wanneer opgeleverd kan gaan worden vanwege alle schade die nog hersteld moet worden. Bureau Nieman is door Heijmans ingeschakeld voor het afwikkelen van het project en het bewaken van de kwaliteit volgens bestek; - De (hier vereiste bouwkundige) opleveringen van de grondgebonden woningen, de Woningen Slinger, van het Atelier Oud + Nieuw, van Beek Knoop, terrein beplanting, Pakloods 1, 2, en 3 (exclusief Café), Pakloods 1 Café – keuken, en van CBK en Slinger hebben allemaal plaatsgevonden op 2 april 2008 4.3.4 De beoordeling van de voortgang van de bouw en de in rechte daaruit te trekken consequenties. Vooropgesteld moet worden dat het hier een bouwtechnisch gecompliceerd bouwtraject betreft. Dit allereerst omdat bestaande en beschadigde oud-bouw moest worden opgenomen in deze nieuwbouw, maar ook omdat het een omvangrijk project betrof met tal van technische problemen waarvan een deel tijdens de bouw eerst duidelijk werd en alsnog overwonnen moesten worden. Meer- en minderwerk discussies zijn inherent aan een risicovolle bouw, zoals hier heeft plaatsgevonden. Partijen zijn een klassieke aannemingsovereenkomst aangegaan. De rechtbank bedoelt daarmee te zeggen, dat Heijmans in hoofdzaak bouwwerkzaamheden had te doen - uiteraard binnen de kaders van het overeengekomen bestek - op basis van wat door de door de Gemeente ingeschakelde architect en constructeur werd aangeleverd aan detailtekeningen, berekeningen en andere aanduidingen van hoe het gebouwde moest worden gemaakt. Zonder die (detail)informatie was de aannemer dus niet in staat om de door haar overeengekomen bouwwerkzaamheden te doen. De aannemer was bij de planning en de uitvoering van diens werkzaamheden dus in hoge mate afhankelijk van wat door de architect en de constructeur tijdig werd afgeleverd. Het was dus niet aan de aannemer om zelfstandig (detail)tekeningen te laten maken. Heijmans was en bleef hier dus geheel afhankelijk van wat haar tijdig werd aangereikt. Voor zich spreekt dat de keuze voor een dergelijke aanpak een stevige verantwoordelijkheid legt op de schouders van de opdrachtgever/bouwdirectie. Immers deze is en blijft ook verantwoordelijk voor het tijdig “voeden” van de aannemer met bouwtechnische informatie. Bij stagnatie daarvan kan de aannemer niet verder c.q. niet efficiënt werken. Daarnaast rust op de opdrachtgever ook de eigen verantwoordelijkheid voor de juistheid van de aan de aannemer verschafte informatie. Het tegenovergestelde van deze aanpak is de zogenaamde “Turn-key” overeenkomst, waarbij de aannemer – kort gezegd – verantwoordelijk is voor alles, en de opdrachtgever vooraf alleen maar een programma van eisen hoeft te produceren. Voor deze laatstgenoemde aanpak is hier dus niet gekozen. Vervolgens komt het aan op een waardering van de hier relevante feiten en omstandigheden, welke hierboven reeds door de rechtbank zijn vastgesteld. Bij de vaststelling van die feiten dient naar het oordeel van de rechtbank voorop te staan dat bij een aanpak zoals hiervoor is aangeduid, de bouwvergaderingen waarbij steeds de aannemer, de opdrachtgever/bouwdirectie en de architect en de constructeur aanwezig zijn geweest, erg belangrijk zijn. Immers in hoofdzaak kunnen alleen daar nadere afspraken worden gemaakt over de voortgang van de bouw en over hoe de voortgang bedreigende omstandigheden tijdig het hoofd kunnen worden geboden door het maken van concrete nadere afspraken. Juist de maandelijkse gehouden bouwvergaderingen zijn daarvoor het aangewezen gremium. De rechtbank heeft moeten constateren dat niet de verslagen van alle bouwvergaderingen in het geding zijn gebracht. Daar waar van bouwvergaderingen geen verslagen aanwezig zijn heeft de rechtbank over wat daar besproken is, wel het nodige kunnen vaststellen uit hetgeen in de gedingstukken wordt verklaard over wat besproken is, uiteraard voor zover niet weersproken. In het bijzonder ook uit het rapport van Royal Haskoning is niet gemotiveerd weersproken informatie vergaard over wat tijdens de diverse bouwvergadering over vertraging en voortgang is besproken. De rechtbank heeft verder moeten constateren dat van veel zogenaamde werkoverleggen de verslagen ontbreken. Die werkoverleggen oordeelt de rechtbank hier bij deze beoordeling in zekere zin veel minder relevant; belangrijke, de voortgang betreffende, afspraken moesten c.q. hadden immers op het hoogste niveau van de bouwvergadering aan de orde moeten worden gesteld teneinde daarover te beslissen. Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom nauwelijks verslagen van werkvergaderingen in het geding zijn gebracht. Verder heeft er over de voortgang en de planning ook rechtstreeks contact tussen partijen plaatsgevonden buiten de bouwvergaderingen om. Voor zover relevant, is dat ook hierboven vermeld. In het rapport van Royal Haskoning wordt op basis van bestudering van de werkverslagen geconstateerd dat ook daar op basis van de geactualiseerde planning van 5 mei 2006 wordt gewerkt. De inhoud van die verslagen loopt synchroon met wat in de bouwvergaderingen wordt besproken. Geconcludeerd wordt in dat rapport dat in de opeenvolgende verslagen van de werkoverleggen is te zien dat de achterstand op de planning groeit en dat het aantal wijzigingen en zaken die opnieuw gemaakt moeten worden, ook groeit. Het is de rapporteur moeilijk gebleken “om uit de verslagen te destilleren wat nu de oorzaak van alle vertragingen per bouwdeel is.”. Op basis van de aldus door de rechtbank vastgestelde feiten en omstandigheden wordt door de rechtbank allereerst de conclusie getrokken dat de Gemeente- en daarmee haar architect en de constructeur PIE – uitdrukkelijk heeft ingestemd met het voorstel van Heijmans om de planning en de vereiste voortgang in januari 2006 ingrijpend te wijzigen, en wel door min of meer tegelijkertijd te beginnen met de werkzaamheden aan alle te bouwen objecten. Deze ingrijpende wijziging van de oorspronkelijke aanpak bracht mee dat van zowel de constructeur als de architect meteen in de volle breedte van het project enorme inspanningen werden gevergd om de benodigde bouwtekeningen, wapeningsconstructies e.d. aan te reiken opdat overal kon worden begonnen met de overeengekomen werkzaamheden. In de bouwverslagen van die begintijd is te lezen dat door de architect en de constructeur werd gezucht onder dit juk, maar ook dat naar verwachting (toch) tijdig kon worden voldaan aan het daartoe door de aannemer geproduceerde schema van gegevensbehoefte. De rechtbank moet hier vaststellen dat door de Gemeente onvoorwaardelijk akkoord is gegaan met deze ingrijpende wijziging van de bouwplanning en het daarmee samenhangende gevolg dat het project in totaal later dan eerst was gepland, zou worden opgeleverd. Voorts moet de conclusie uit de vastgestelde gang van zaken zijn dat tal van omstandigheden een negatief effect hebben gehad op de voortgang van dit bouwproject. Een en ander zoals ook blijkt uit het verloop van de feiten zoals dat hiervoor in rechtsoverweging 4.3.3 is vastgesteld. Te noemen zijn in algemene zin: - het feit dat de constructeur en de architect herhaald en door tal van omstandigheden toch niet is staat zijn gebleken om (tijdig) te voldoen aan het door Heijmans (herhaald) opgestelde en ook in de bouwvergadering (steeds) vastgestelde gegevensbehoefteschema, dat ook steeds werd geactualiseerd; - onvolkomenheden en fouten in de uitvoering van de bouw die voor rekening en risico van Heijmans moeten blijven en die moesten worden hersteld tijdens de bouw met het daarbij behorend vertragende effect; - onvolkomenheden en fouten die hun oorzaak vinden in de door de Gemeente ingeschakelde PIE en de architect; - omstandigheden in meer algemene zin zoals de aanwezigheid van toch nogal wat niet werkbare dagen en ook gewoon werkzaamheden die tegen bleken te zitten, deels ook vanwege de complexiteit van de bouw en in het bijzonder ook het samenbrengen van oud- en nieuwbouw, met de daarbij nu eenmaal behorende onvoorziene extra werkzaamheden, onder meer wegens diverse tegenvallers; - het vele opgedragen – en deels ook onvoorziene - meerwerk wat nu eenmaal tot gevolg heeft dat de uitvoering daarvan tijd kost en wat op zich dus weer ten koste gaat van de voortgang van het project als geheel. Over het meerwerk is in dit kader voorts te zeggen dat de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat door Heijmans op enig moment melding is gemaakt van gevolgen van het opdragen daarvan voor de planning. Door Heijmans is zulks ook niet adequaat gesteld. Hierbij speelt mee dat in de praktijk meerwerk veelal pleegt te worden opgedragen indien tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden is gebleken dat andere of betere technische oplossingen (sterk) de voorkeur genieten. Vaak is het kiezen voor meerwerk een alternatief voor een in het bestek vastgelegde aanpak die niet deugdelijk (meer) blijkt te zijn. Ook hier is dat herhaald zichtbaar gebleken, immers ook besproken tijdens bouw-vergaderingen. Door Royal Haskoning is hierover gerapporteerd dat juist op dit punt is gebleken dat herhaald vertraging is vastgesteld nadat door de aannemer was geconstateerd dat uitvoering conform bestek technisch niet kon. Er was daarna steeds tijd nodig om een alternatief te ontwerpen en te tekenen, waarna de gevonden oplossing ook nog moest worden voorzien van een meer-/minderprijs alvorens tot uitvoering kon worden besloten. Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet genoegzaam komen vast te staan dat juist het vele opgedragen meerwerk een belangrijke oorzaak van vertraging is geweest. Uit de feiten zoals die hiervoor zijn vastgesteld, is die conclusie in elk geval niet te trekken. De rechtbank onderschrijft het concluderende standpunt van rapporteur Royal Haskoning op pagina 5 van haar rapport dat de verslagen van de bouwvergaderingen toch in feite (
- te)weinig informatie verschaffen over de werkelijke stand van zaken met betrekking tot het halen van de planning. Te weinig zaken worden voldoende concreet geduid en het nodige wordt kennelijk onbenoemd en onbesproken gelaten. De verslagen van de werkvergaderingen zijn kennelijk wat harder van toon geweest en benoemen duidelijker de problematiek van de vertraging en de diverse oorzaken daarvan. Van die stevigheid is – zoals gezegd – minder terug te vinden in de verslagen van de bouwvergaderingen en in nadere hier relevante overleggen van partijen. De reden daarvoor is evident gelegen in het feit dat partijen er kennelijk veel aan gelegen was om ten behoeve van het bereiken van het eindresultaat, de stemming in de bouwvergaderingen goed en constructief te houden, en wel door bij voortduring de nadruk niet te veel te leggen op de (verantwoordelijkheid) voor de diverse vertragingen. Er is geen reden om aan te nemen dat partijen tijdens de bouwvergaderingen geen weet hadden van wat daarvoor in de werkoverleggen kennelijk veel duidelijker en harder was besproken. Duidelijk is geworden dat die stevigheid niet in voldoende mate is betracht in de diverse bouwvergaderingen, terwijl dat nu juist bij voortduring het gremium was en bleef om de vertragingsproblematiek met nadere afspraken het hoofd te bieden. Er is bij de bouwvergadering evident gekozen voor de toepassing van het zogenaamde “poldermodel” met als doel dat de beoogde eindstreep hoe dan ook en zonder tussentijdse kleerscheuren toch nog zo snel mogelijk zou worden behaald. De conclusie die de rechtbank hieruit trekt is dat partijen door aldus met elkaar om te gaan en te blijven omgaan, de vertragingen ongeacht aan wie van partijen de oorzaak daarvan kan worden toegerekend, voor lief hebben genomen. Een flink aantal ook in de bouwvergaderingen besproken vertragingen zijn evident toe te rekenen aan bouwfouten waarvoor Heijmans verantwoordelijk is. Hiervoor bij de weergave van de vaststaande feiten blijkt genoegzaam welke fouten dit betreft. Duidelijk is ook dat voor risico van de Gemeente moet komen de omstandigheid dat het vaak heeft geschort aan een tijdige en adequate gegevensverstrekking, waardoor Heijmans klem kwam te zitten bij de uitvoering van het werk en waardoor ook fouten zijn gemaakt. Het gaat de rechtbank in het licht van het hiervoor overwogene te ver om aan te nemen dat partijen tijdens de bouw over en weer ten opzichte van elkaar toerekenbaar zijn tekortgeschoten. Aanmaningen en ingebrekestellingen hebben immers ook niet plaatsgevonden; de vertragingsproblemen zijn in onderling overleg het hoofd geboden of geaccepteerd, waarbij uiteindelijk de vertraagde oplevering geen verrassing meer was. Het gaat in deze situatie niet aan dat de ene partij jegens de ander contractuele vertragingsboetes en/of stagnatieschade kan afdwingen, omdat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van toerekenbare tekortkoming. Partijen hebben dit resultaat te wijten aan hun eigen hiervoor aangeduide aanpak. 4.3.5 De slotsom De slotsom uit het hiervoor overwogene moet dan ook allereerst zijn dat het door Heijmans uit hoofde van notitie 3 (bouwtijd/stagnaties/kosten) in conventie gevorderde bedrag van € 1.863.699,-- zich niet leent voor toewijzing, omdat - kort weergegeven - niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van de Gemeente. Daarnaast moet eveneens de conclusie zijn dat de door de Gemeente in reconventie gevorderde contractuele boete, ten bedrage van € 2.030.000,-- niet kan worden toegewezen, hetgeen ook geldt voor de door haar gevorderde vervolgschade, ten bedrage van € 402.374,-- 4.4 C. de (eind) afrekening van het meer- en minderwerk 4.4.1 In vervolg op rechtsoverweging 3.8.1 geeft de rechtbank hierna een eerste en voorlopige (en dus onder voorbehoud van heroverweging gegeven) analyse omtrent de stellingen van partijen naar aanleiding van notitie 2 (afgewezen meer- en minderwerk). 1. Meerkosten dak pakloods (€ 120.000,-) Dit betreft bij nader inzien noodzakelijke vervanging van het bestaande dak van de pakloods dat in deplorabele toestand verkeerde. Volgens Heijmans heeft het veel te lang geduurd voor de architect met de nodige tekeningen en dergelijke doorkwam, kon eerst in juli 2006 begonnen worden en moest het dak eind september 2006 (volgens de gemeente begin oktober 2006) dicht zijn. Een aparte tijdelijke overkapping van 3.000 m2 zou te veel tijd hebben genomen (tot half september 2006) en zou € 250.000,-- à € 300.000,-- duurder zijn geweest. Heijmans heeft vanwege de tijdsdruk voor een open werkwijze gekozen, het regende echter heel hard in augustus 2006 en met dekzeilen bleek dat onvoldoende af te dekken. De gevorderde kosten betreffen het weer droog zien te krijgen van de nat geregende constructie. Het tijdsprobleem/druk is wel duidelijk, niet of Heijmans op de risico’s voor de open werkwijze heeft gewezen en de tijdrovende en duurdere tijdelijke overkapping achterwege heeft mogen laten. 2. Staalwerk loopbrug (€ 124.500,-) De stelpost van € 75.000,- in de begroting constructiewijze en detaillering ontbreekt op dat moment. Pas heel veel later in de werkfase komt een gedetailleerde veel ingewikkelder en duurdere constructie van de architect. Deze gevorderde kosten betreffen de meerkosten van die uitvoering door overigens een bedrijf uit Tubbergen in onderaanneming voor de somma van € 195.000,--. Deze vordering betreft dus het verschil, hetgeenop het eerste gezicht redelijk lijkt en ook geen echt meerwerk doch veeleer een duurdere uitvoering ten opzichte van een stelpost betreft. 3. Aansluiting slinger aan sheddak Toren (€ 5.176,-) Er schijnt een maatverschil in een tweetal tekeningen (metselwerk respectievelijk staalwerk) gezeten te hebben. Toen dat in het werk bleek, moesten er extra kosten worden gemaakt. De Gemeente stelt dat Heijmans die tekeningen maar beter had moeten vergelijken alvorens te metselen, Heijmans het omgekeerde. 4. Vloertechnische ruimte gewijzigd (€ 9.755,-) Dit meerwerk als zodanig is geen probleem, volgens Heijmans waren de kosten aanvankelijk € 26.984,65, welk bedrag naar aanleiding van opmerkingen is teruggebracht tot € 24.755,43. De Gemeente vindt echter dat € 15.000,- wel genoeg is. Dat laatste bedrag is als erkend meerwerk inmiddels gefactureerd, het meerdere staat volgens Heijmans nog steeds ter discussie. 5. Kunststof dakbedekking Sarnafil (€ 59.933,-) Dit betreft het toepassen van een andere dakbedekking. Sarnafil was voorgeschreven. Heijmans wilde liever Rhenofol, dat was goedkoper en daarmee onderdeel van de eerder in dit vonnis genoemde compensatievoorstellen. Heijmans stelt dat de Gemeente toepassing van het goedkopere product geaccordeerd heeft. 6. Wijzigen en aanpassen beplanting (€ 5.027,-) Volgens de Gemeente zou deze post vanwege meer- en minderwerk afgemaakt zijn op 0, hetgeen Heijmans ten stelligste ontkent. 7. Plenumbetimmering in kelder pakloods II (€ 7.535,-) Dit betreft meerwerk, waaromtrent de Gemeente stelt dat de heren [V] en [H] begin mei 2008 overeenstemming hebben bereikt op € 0,-. 8. Schilderwerk loopbrug pakloods (€ 10.136,-) In april 2006 geoffreerd voor € 29.136,17 en vervolgens uitgevoerd. Op 13 december 2007 vindt de gemeente dat het (maar) € 15.000,- moet worden, zulks ongemotiveerd. Heijmans is het hiermede niet eens. De Gemeente stelt vervolgens dat in mei 2008 overeenstemming is bereikt over voornoemd bedrag. 9. Schilderwerk loopbrug pakloods buiten (€ 22.365,-) Een merkwaardige discussie: de Gemeente stelt dat volgens bestek een blanke loopbrug zou moeten worden geleverd. Die is van staal en gaat dus ter plekke roesten. Heijmans zegt een gemeniede brug te hebben aangeleverd die vervolgens – als meerwerk – rood is geschilderd, de discussie is dus wat er in het bestek staat. Bij dupliek voert de Gemeente – plotseling – ook nog aan dat deze post te laat zou zijn opgevoerd. 10. Wijziging metselwerkondersteuning (€ 4.188,-) Tijdens de bouw moesten tekeningen worden aangepast, eerder vervaardigde geveldragers bleken niet meer te passen en moesten opnieuw worden geproduceerd. In feite erkent de Gemeente de post, maar zegt dat tijdens de bespreking begin mei 2008 deze meerwerkclaim door Heijmans zou zijn ingetrokken. 11. Klimaatplafonds (€ 10.586,-) Een zwarte pietendiscussie wie te laat was. Het klimaatplafond is vochtgevoelig en kan pas aangebracht worden als het gebouw dicht is. Volgens Heijmans was de Gemeente niet in week 10 maar eerst in week 29 met de koepel op de bouw aanwezig. Het meerwerkbedrag ziet op de opslagkosten van het plafond, dat zolang moest wachten. NB. De kostenopgave van Heijmans dateert van 17 juli 2007 (kosten opslag week 4 t/m 27) en eerst bij e-mail van 13 december 2007 wijst de gemeente deze meerwerkkosten af. 12. Wijzigen vitrinekast (€ 48.620,-) Nadat elders een drietal vitrinekasten in overleg met architect Opera en onderaannemer [B] waren gerealiseerd, is tijdens het werk een vierde voorgeschreven. Weliswaar was daar een kast in de begroting voor opgenomen doch slechts voor een bedrag van € 23.000,--. Deze vierde kast kostte € 67.200,- zodat het verschil eigenlijk niet eens meerwerk, maar een duurder uitgevallen stelpost is. 13. Extra werkzaamheden CCR (€ 7.890,-) Deze post gaat om het afdekken van de vloer van de pakloods. Volgens Heijmans wil de Gemeente daarvan slechts de helft (dus de andere € 7.890,-) betalen. Volgens de gemeente is op 20 juni 2008 overeenstemming bereikt over de hoogte van de gehele meerwerkpost dus inclusief de post afdekken vloeren voor een bedrag van € 17.000,-. 14. Schilderwerk aan koven en staal (€ 15.434,-) De rechtbank acht dit voorshands een plausibel verhaal van Heijmans: het gaat om schilderwerkzaamheden aan meerwerk dus dat is op zich ook meerwerk. Daarnaast is sprake van een complicatie omdat door de latere c.q. te late kleurkeuze van de architect de primer niet de goede ondergrondkleur had en de bestaande stalen kolommen daarom een tweede keer moesten worden geschilderd om de zaak dekkend te krijgen. De Gemeente zegt dat volgens het bestek het schilderwerk aan de vereiste kwaliteit moet voldoen en zij er verder niets mee te maken wil hebben als dat duurder uitvalt. 15. Wijzigen toegangsdeur pakloods II (€ 3.525,-) Besteksmaten voor de liftdeuren blijken in praktijk niet te kloppen. Dit betreft de kosten van het aanpassen daarvan. De Gemeente verwijt Heijmans het niet-nameten in het werk, maar weerspreekt niet de stelling van Heijmans dat op het moment dat het nameten nog kon, sprake was van een leeg fabrieksgebouw waarbinnen toen nog niets na te meten viel. 16. Meerwerk loopbrug montage in delen (€ 26.297,-) De oorspronkelijke gedachte van Heijmans was de loopbrug in één keer te laten aanbrengen door onderaannemer Koninklijke Niestern Sander te Delfzijl. Weliswaar bestond de brug uit drie delen maar die zouden achter elkaar gemonteerd worden. Omdat de architect in later stadium nog een aantal wijzigingen wilde doorvoeren en die constructief-technisch ook nog verwerkt moesten worden, ging veel tijd verloren en heeft Heijmans de onderaannemer gevraagd de brug in drie aparte delen aan te gaan brengen met navenant meer kosten. Kennelijk is het wel keurig gemeld bij de Gemeente als meerwerk. De Gemeente stelt dat het bestek niet bindend het aanbrengen in één gang voorschrijft of mogelijk maakt en het overigens een coördinatieprobleem betreft, waarbinnen Heijmans heeft gekozen. 17. Aanpassen bestrating (€ 9.947,-) In het kader van verdere wijzigingen van de bestrating is rechtstreeks door de Gemeente gevraagd het betrokken natuursteen te leggen met een speciale voeg en nog wat andere afwerkingen waarop prijsopgave is gedaan van € 15.931,48 hetgeen gedeeltelijk is geaccepteerd, doch voor het restant niet. De Gemeente stelt – uitsluitend – dat tijdens een bespreking begin mei 2008 is overeengekomen dat dit genoemde gedeelte van deze meerwerkpost door de Gemeente niet behoeft te worden gehonoreerd. 18. Bartels second opinion dak pakloods en toren (€ 5.055,-) Het betreft een tweeledig probleem: De bestaande staalconstructie van het dak van de pakloods baarde Heijmans toch wat zorgen. Volgens bestek moest dat gewoon gerepareerd worden, maar Heijmans heeft bureau Bartels erbij gehaald; inderdaad staat in een verslag van de bouwvergadering van 13 april 2007 dat Heijmans dat op eigen kosten zou doen. Het andere probleem is de ondersteuningskoker voor de glazen wasbordessen. [T] heeft die kokers geleverd. In één daarvan zat een scheur en PIE weigerde die aflevering. Bartels heeft ook daar gekeken en geconcludeerd dat het allemaal wel kon. De gemeente wenst hiervoor niet te betalen. 19. Vluchtluik pakloods I en II (€ 3.676,-) Deze post betreft op zich erkend meerwerk. Er is een prijsopgave zijdens Heijmans gedaan in november 2007 voor € 6.676,41. De bouwdirectie heeft € 3.001,- erkend en de rest vond zij te duur. De Gemeente stelt daaromtrent een overeenkomst met Heijmans. 20. Aanpassing sheddaken (€ 22.143,-) Deze sheddaken waren ingewikkeld wegens de zeer afwijkende vorm met niet mathematisch te herleiden rondingen. De architect kon dit niet goed op uitwerkingsniveau op tekening krijgen. Heijmans heeft daarmede navenant moeite en extra-kosten gehad. De Gemeente zegt dat het primair de taak van Heijmans was om de werktekeningen te maken, de complexiteit was op zich voorzienbaar en derhalve was geen sprake van meerwerk. 21. Beplating loopbrug (€ 18.837,-) Dit betreft een op zich erkende wijziging van het bestek betreffende beplating loopbrug. Heijmans heeft offerte uitgebracht voor € 37.836,59, echter de Gemeente wil maar € 19.000,- betalen; ook het restant wordt thans als meerwerk geclaimd. De Gemeente stelt ter zake een overeenkomst op 20 juni 2008 met Heijmans te hebben gesloten en deze post voor € 19.000,- te hebben afgemaakt. 22. Röntgenopnamen maken ter plaatse van gestorte wanden (€ 2.973,-) Omdat Heijmans de wapening van het te storten beton niet had laten goedkeuren alvorens te storten, heeft de Gemeente gestaan op een röntgenonderzoek achteraf. Heijmans was ingevolge bestek tot een dergelijke preventieve controle verplicht en weerspreekt dit punt niet. De röntgencontrole is echter mede aangewend om in de reeds gestorte wanden sparingen aan te brengen voor de luchtkanalen. De tekeningen hiervoor werden eerst na het storten van de betonbanden aan Heijmans verstrekt. Dit wordt door de gemeente weer niet weersproken. 23. Bouwkundige voorzieningen ten behoeve van installaties (€ 228.633,-) In het oorspronkelijk bestek was hier een voorziening van € 36.512,-. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is gebleken dat de hoeveelheid opgenomen sparingen echter onvoldoende was. Een drietal onderaannemers hebben een totale hoeveelheid boor-, zaag- en sleuf-werkzaamheden verricht uitkomend op een bedrag van € 247.974,-. Heijmans acht zulks meerwerk. De Gemeente voert verweer dat daartoe geen opdracht is gegeven en voorts dat deze kosten bij die (andere) onderaannemers voor wie sparingen zijn gemaakt, in rekening hadden moeten worden gebracht. 24. Wijziging LTF liften (€ 5.443,-) De gemeente betwist dat hier eigenlijk meerwerk aan de orde is. De specificatie is eerst in deze procedure ontvangen. Heijmans zal deze post moeten gaan bewijzen. 25. Terrein vlak maken ten behoeve van monteren zonwering (€ 1.466,-) Teneinde een zeer grote zonweringsinstallatie op te (kunnen) hangen, moest dat geschieden met behulp van een rolsteiger en een hoogwerker. Het terrein was daar niet toe geschikt en hier betreft het de kosten om met een shovel daartoe de grond te egaliseren. De gemeente bestrijdt niet de kosten als zodanig maar stelt dat die het gevolg zijn van het feit dat Heijmans eerst later dan voorzien de betrokken zonwering is gaan aanbrengen. 26. Stalen steunen ten behoeve van façade-puien begane grond (€ 2.130,-) Volgens Heijmans is hier een bestekswijziging aan de orde, maar geeft toe deze -qua meerwerk- niet te hebben gemeld. De Gemeente stelt dat het gewoon uitvoering van het bestek was. 27. Uitwerken begane grond (€ 1.027,-) Partijen zijn het erover eens dat dit een bestekswijziging betreft. De Gemeente beroept zich op het veel te laat melden: een jaar later te weten eerst in december 2007 terwijl de extra tekenwerkzaamheden eind 2006 zijn verricht. 28. Aanpassen kalkzandsteenwand ter plaatse van het nieuwe trappenhuis (€ 2.937,-) Na het aanbrengen van een kalkzandsteenwand in het nieuwe trappenhuis heeft de architect een wijziging voorgeschreven die Heijmans heeft uitgevoerd. De Gemeente zegt van niets te weten, althans dat de architect daartoe niet bevoegd was. Heijmans stelt een en ander in een bouwvergadering vooraf mondeling aan de bouwdirectie gemeld te hebben. Zo zulks het geval blijkt te zijn geweest, moet de relevantie van de opdracht van de architect worden bezien. 29. Cementvloeren voorzien van vloerbedekking (€ 6.469,-) Een aantal van de cementen dekvloeren was niet optimaal. Daar is ook Heijmans het mee eens. Omdat de uiteindelijke gebruiker toch vloerbedekking zou willen hebben, is die er overheen gelegd waardoor dat allemaal niet zo’n probleem (meer) was en heeft de Gemeente de helft van de kosten voor haar rekening genomen, stellende met Heijmans te hebben afgesproken dat die de andere helft voor haar rekening zou nemen. 30. Stucen en sausen trappenhuis (€ 21.320,-) Heijmans had de betrokken wanden als (schoon)beton op te leveren, doch daaraan voldeed het niet en is uiteindelijk gekozen voor het stucen en sausen, hetgeen volgens de gemeente geen meerwerk(kosten) betreft. 31. Stuc- en sauswerk in onderdoorgang (€ 7.806,-) Hetzelfde (schoon)beton verhaal als hiervoor. 32. Wit sausen alle grijze/groene gipswanden (€ 13.137,-) Volgens de Gemeente heeft Heijmans de groene gipsplaten op eigen initiatief wit gesausd en betwist zij daartoe opdracht te hebben gegeven. Er is wel sprake van overleg met opzichter [B], deze is echter niet bevoegd om een meerwerkopdracht te geven. Het lijkt erop dat Heijmans deze post in ieder geval niet als meerwerk heeft gemeld. 33. Aanbrengen en leveren plinten in appartementen (€ 19.292,-) In de woningen stonden aluminiumplinten voorgeschreven, alleen in de appartementen Slinger niet, wederom opzichter [B] vond dat toch veel mooier en heeft opdracht gegeven ook in de Slinger aluminium plinten aan te brengen. De Gemeente beroept zich op gebrek aan opdracht, [B] was daartoe volgens de gemeente niet bevoegd. Ook hier lijkt niet de meerwerkprocedure door Heijmans te zijn gevolgd, in die zin dat tijdig is gemeld. 34. Plaatsen steiger aan beide kopgevels van de pakloods (€ 9.019,-) Volgens Heijmans moesten er in één keer extra steigers geplaatst worden vanwege wisselende instructies van de architect. De Gemeente erkent dat weliswaar een wisselende opdracht door de architect is gegeven, maar stelt dat toen de steigers er nog stonden. Eerst in tweede instantie stelt de Gemeente bovendien dat de betrokken melding te laat door Heijmans zou zijn geschied. 4.5 De vervolgbeoordeling en recapitulatie in conventie 4.5.1 Zoals is overwogen in de rechtsoverwegingen 3.2, 3.3 en 3.4 van dit vonnis, stelt Heijmans in totaal van de Gemeente te vorderen te hebben een bedrag van € 5.148.761,82. 4.5.2 De Gemeente heeft erkend uit hoofde van de in rechtsoverweging 3.2 onder A. genoemde post (openstaande facturen) aan Heijmans een bedrag van € 1.356.494,09 inclusief BTW verschuldigd te zijn, waarbij zij evenwel een beroep doet op verrekening ex artikel 6:127 BW met hetgeen de Gemeente (in reconventie) van Heijmans te vorderen heeft. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de vraag aan welke partij de in de oplevering ontstane vertraging (hoofdzakelijk) is te wijten en het in rechtsoverweging 4.3.4, laatste alinea gegeven oordeel van de rechtbank dat het in deze situatie niet aangaat dat de ene partij jegens de ander contractuele vertragingsboetes en/of stagnatieschade kan afdwingen, zal de rechtbank het door de Gemeente gedane beroep op verrekening passeren. In conventie is daarmee het eerder genoemde bedrag van € 1.356.494,09 inclusief BTW toewijsbaar. 4.5.3 Door de Gemeente is de verschuldigdheid van de facturen 238138 “De Bleek” ten bedrage van € 346.216,22 en 237561 “Boete rente” ten bedrage van € 46.792,60 betwist. Met betrekking tot factuurnummer 238138 heeft de Gemeente gesteld dat een correcte financiële onderbouwing van Heijmans voor de nacalculatie ontbreekt en dat zij, zonder onderbouwing en bewijsstukken waaruit blijkt dat de door Heijmans geclaimde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, de verschuldigdheid van het gefactureerde bedrag betwist. Met betrekking tot factuurnummer 237561 heeft de Gemeente gesteld dat deze factuur nooit door Heijmans is ingediend en haar dus onbekend is. Het is de Gemeente niet duidelijk waarop met de term “boeterente” wordt gedoeld. Zij stelt in dat kader niets aan Heijmans verschuldigd te zijn. Over deze twee door de Gemeente betwiste facturen wenst de rechtbank nader met partijen van gedachten te wisselen tijdens een te houden comparitie van partijen, ten overstaan van de meervoudige kamer van deze rechtbank. 4.5.4 Met betrekking tot het door Heijmans uit hoofde van de notities 1 tot en met 4 gevorderde bedrag ad in totaal € 3.666.728,81 overweegt de rechtbank als volgt. 4.5.5 Het door Heijmans uit hoofde van notitie 3 (bouwtijd/stagnaties/kosten) gevorderde bedrag van € 1.863.699,-- zal ingevolge hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 4.3, met als conclusie 4.3.5 van dit vonnis niet worden toegewezen, omdat -verkort weergegeven- niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van een tekortkoming van de zijde van de Gemeente. 4.5.6 Het door Heijmans uit hoofde van notitie 1 (afgewezen compensatieposten) gevorderde bedrag van € 235.819,--, zal, gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor in rechtsoverweging 4.2 met als conclusie 4.2.8 heeft overwogen met betrekking tot de ‘vaststellingsovereenkomst’ van 24 november 2005 (productie 3 bij conclusie van antwoord in conventie) evenmin worden toegewezen. 4.5.7 De rechtbank ziet het hiervoor overwogene inzake notitie 2 (afgewezen meer- en minderwerk) en het uit dien hoofde gevorderde bedrag van € 862.281,--, als een eerste aanzet in de discussie omtrent de verdere afhandeling van dit gedeelte van de zaak middels bewijsopdrachten/getuigenverhoren, deskundigenonderzoek, dan wel afsplitsing naar (deel-)arbitrage, met de intentie daaromtrent ter comparitie met partijen verder te overleggen. 4.5.8 Ter comparitie wenst de rechtbank ten slotte met partijen van gedachten te wisselen over de door Heijmans gevorderde posten uit hoofde van BTW en rente, alsmede over de door Heijmans uit hoofde van de facturen Bureau Nieman en Royal Haskoning gevorderde bedragen. 4.5.9 De rechtbank ziet aanleiding hiervan een meervoudige comparitie te maken. 4.6. De vervolgbeoordeling en recapitulatie in (gedeeltelijk voorwaardelijke) reconventie 4.6.1 Zoals is overwogen in rechtsoverweging 3.17 en 3.19 van dit vonnis stelt de Gemeente in totaal van Heijmans te vorderen te hebben een bedrag van € 2.444.172,85. 4.6.2 Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen in de rechtsoverwegingen 4.3 met als conclusie 4.3.5 overweegt de rechtbank dat de door de Gemeente gevorderde contractuele boete, ten bedrage van € 2.030.000,-- niet zal worden toegewezen, hetgeen eveneens geldt voor de door haar gevorderde vervolgschade, ten bedrage van € 402.374,--. 4.6.3 Met betrekking tot het door de Gemeente gevorderde bedrag uit hoofde van restpunten/garantiepunten/verborgen gebreken ad € 11.798,85 en de gevorderde veroordeling van Heijmans tot herstel van de gebreken vermeld op de restpuntenlijst van 2 april 2008, subsidiair schadeloosstelling en de gevorderde vergoeding van schade van de Gemeente in verband met de gebreken “lekkages vliesgevels Toren”, “lekkages in (glazenwas)balkons Toren” en “lekkages woningen tengevolge van gebreken aan Sarnafildakbedekking” acht de rechtbank het gewenst zich te doen voorlichten door een deskundige. Ook hier wenst de rechtbank ter comparitie met partijen van gedachten te wisselen over het aantal te benoemen deskundigen, de perso(o)n(
- en)van de te benoemen deskundige(n), de aan deze(
- n)te stellen vragen en het voorschot op de kosten van de deskundige(
- n)en wenst de rechtbank met partijen van gedachten te wisselen over de alternatieve mogelijkheid dit onderdeel van het geschil af te splitsen van de onderhavige procedure en voor te leggen aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw, of aan andere ter zake deskundige (bouw-)arbiters. 4.6.4 De rechtbank trekt voor de te houden comparitie één dagdeel uit. Naast het verkrijgen van inlichtingen zal ter comparitie worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook aan de orde komen of een schikking (al dan niet op onderdelen) mogelijk is. 4.6.5 In afwachting van de te houden comparitie zal de rechtbank alle (verdere) beslissingen in deze zaak aanhouden. De beslissing De rechtbank I. Beveelt een verschijning van partijen, deugdelijk vertegenwoordigd door iemand die volledig van de zaak op de hoogte is en bovendien gemachtigd is om rechtshandelingen te verrichten, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank, bestaande uit mrs. Koopmans, Van der Veer en Lorist in het gerechtsgebouw te Almelo aan de E. Gorterstraat 5 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd. II. Verwijst de zaak naar de civiele rolzitting van woensdag 25 mei 2011 voor dagbepaling comparitie en draagt Heijmans op om ervoor zorg te dragen dat uiterlijk de vrijdag voordien schriftelijk bericht ter griffie is ontvangen betreffende de verhinderdata van beide partijen. III. Houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mrs. Koopmans, Van der Veer en Lorist en is in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 11 mei 2011.