Rechtbank Almelo – ECLI:NL:RBALM:2011:BR2174
RECHTBANK ALMELO Sector civiel recht zaaknummer: 121294 / KG ZA 11-127 datum vonnis: 13 juli 2011 (gc) Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van: de stichting Woningstichting De Woonplaats, gevestigd te Enschede, eiseres, advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede, tegen 1. [gedaagde 1], 2. [gedaagde 2], beiden wonende te [plaats], hierna te noemen [gedaagde 1 en 2], en 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beschermingsbewind Oost Nederland B.V., gevestigd te Almelo, gedaagden, advocaat: mr. B. Bentem te Enschede.
Het procesverloop In de hoofdzaak en in het incident Eiseres heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben bij incidentele conclusie geconcludeerd tot oproeping in vrijwaring van [X] De zaak is behandeld ter terechtzitting van 11 juli 2011. Ter zitting zijn verschenen: mevrouw [Y] en mevrouw [Z], beiden werkzaam bij eiseres, vergezeld door mr. Leijssen en de heer [gedaagde 1] en mevrouw [gedaagde 2] vergezeld door mr. Bentem. De standpunten zijn toegelicht.
Het vonnis is bepaald op vandaag.
De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing In de hoofzaak 1. In deze zaak staat het navolgende vast.
Van eiseres kan niet worden gevergd dat zij genoegen neemt met het nagenoeg voortdurend ontstaan van huurschuld. Die herhaalde wanprestatie levert op zich voldoende grond op de huurovereenkomst te ontbinden. Ingevolge artikel 6:265 lid 1 BW geeft elke tekortkoming de wederpartij immers recht op ontbinding van de overeenkomst. Bovendien is het evident, dat gezien de herhaalde wanprestatie in een bodemprocedure ontbinding en ontruiming zeker zal plaatsvinden. Daar komt nog eens bij dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geregeld overlast veroorzaken aan omwonenden, onder meer doordat zij diverse buren ernstig hebben bedreigd. Ook hierdoor gedragen zij zich niet als goed huurder en ook dat levert voldoende grond op de huurovereenkomst te ontbinden.
Subsidiair stellen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat de gevorderde voorziening dient te worden afgewezen. Eiseres vordert kaal de ontruiming van de woning. Dit is echter in strijd met de huurovereenkomst, welke overeenkomst met zich meebrengt dat de huur wordt betaald en eiseres dient in ruil daarvoor het huurgenot te verschaffen. De bewindvoerder zorgt inmiddels voor de betaling van de huur en om die reden is de gevorderde ontruiming in strijd met de huurovereenkomst alsook in strijd met de wet en het recht. Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] poogt eiseres door in kort geding de ontruiming te vorderen, de vrijwaringsactie te ontwijken. Eiseres is ervan op de hoogte dat de betalingsproblemen in juni 2010 zijn ontstaan door toedoen/nalaten van de voormalig bewindvoerder. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben zich onder bewind laten stellen om te garanderen dat de huurpenningen werden voldaan. Als de aangestelde bewindvoerder echter zijn werk niet doet, ontstaan er huurachterstanden. Het is dan ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid dat het nalaten van de bewindvoerder wordt toegerekend aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. Eiseres zou de voormalige bewindvoerder aan moeten spreken op betaling.
Indien de voorzieningenrechter ondanks de stellingen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] toch overweegt de vorderingen van eiseres toe te wijzen, dan verzoeken zij het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren om hen de gelegenheid te geven spoedappèl in te stellen.
In het incident:
De beslissing In het incident 6. De door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verzochte oproeping in vrijwaring heeft kennelijk slechts tot doel de voormalig bewindvoerder, de heer [X]. aansprakelijk te stellen voor het niet betalen van de huur. In de onderhavige procedure wordt echter niet de betaling van een geldsom gevorderd, maar ontruiming. Het in vrijwaring oproepen van de bewindvoerder heeft dan ook geen nut. Gelet daarop zal de verzochte oproep in vrijwaring worden afgewezen.
In de hoofdzaak 7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de spoedeisendheid van de vordering voldoende vast komen te staan. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben een aanzienlijke huurachterstand laten ontstaan en hebben nimmer een aanbod tot betaling van die huurschuld gedaan of een betalingsregeling voorgesteld. Het bestaan van die huurvordering is niet door hen betwist. De hiervoor geschetste omstandigheden zullen in een bodemprocedure zonder enige twijfel leiden de ontbinding van de huurovereenkomst en vooruitlopend daarop kan de ontruiming worden gevorderd. Van eiseres kan echter niet worden verlangd dat zij een dergelijke (bodem)procedure start om betaling te verkrijgen. Eiseres kan aanspraak maken op directe betaling en de spoedeisendheid is dan ook gegeven. Bovendien is sprake van herhaald veroorzaakte overlast en aan die situatie dient een eind te komen. Daarmee komt de voorzieningenrechter tot aan de inhoudelijke beoordeling van de hoofdzaak.
Eiseres zal die bewindvoerder aan moeten spreken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter mist die stelling wettelijke grondslag. De huurovereenkomst is gesloten tussen eiseres en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en zij zijn dan ook gehouden de huur te betalen. Dat zij onder bewind zijn gesteld en met de bewindvoerder zouden hebben afgesproken dat hij zorg zou dragen voor betaling van de huur raakt eiseres niet. Van enige aanspraak van eiseres op de voormalig bewindvoerder is dan ook geen sprake. Zij kan alleen maar betaling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verlangen. Bovendien komt daarbij dat eiseres ter zitting heeft gesteld dat zij juist van de voormalig bewindvoerder heeft vernomen, dat hij met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] heeft afgesproken dat zij zelf voor betaling van de huur zorg zouden dragen en die stelling is ter zitting niet weersproken.
Het herhaaldelijk niet betalen van de huur, waardoor een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan, is een ernstige wanprestatie en dit zal in een bodemprocedure zonder enige twijfel leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst en vooruitlopend daarop kan de ontruiming worden gevorderd. Bovendien hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ter zitting geen enkel voorstel gedaan om tot betaling van de huurachterstand te komen. Voorts heeft eiseres gesteld dat overlast zou zijn veroorzaakt. Dat is niet door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] weersproken, maar die gedragingen zouden gedateerd zijn. Gelet op de door eiseres ter zitting overgelegde door de politie opgemaakte dagrapporten ligt dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter toch iets genuanceerder.
Eiseres heeft de gestelde overlast gedocumenteerd met diverse dagrapporten van de politie terzake door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroorzaakte overlast, waaruit blijkt dat zij tot in ieder geval begin maart 2011 herhaaldelijk onacceptabele overlast hebben veroorzaakt, onder meer bestaande uit het bedreigen van buren. Ook die overlast geeft aanleiding de huurovereenkomst te ontbinden en om vooruitlopend daarop de ontruiming te vorderen. De vorderingen van eiseres zijn dan ook voor toewijzing vatbaar.
De voorzieningenrechter:
In het incident I. Wijst af de gevorderde oproeping in vrijwaring van [X] In de hoofdzaak II. Veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen en te verlaten met al het hunne en de hunnen.
III. Veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van eiseres begroot op € 675,45 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.
IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
V. Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.