RECHTBANK ALMELO Sector civiel recht zaaknummer: 114781 / HA ZA 10-993 datum vonnis: 26 oktober 2011 Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kosh Power Europe B.V., gevestigd te Enschede, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het bevoegdheidsincident en het incident tot tussenkomst, verder te noemen: Kosh, advocaat: mr. J.C. Wery te Enschede. tegen de rechtspersoon naar vreemd recht Cashmaster International Limited, gevestigd te Rosyth, Fife (Verenigd Koninkrijk), gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het bevoegdheidsincident en verweerster in het incident tot tussenkomst, verder te noemen: Cashmaster, procesadvocaat: mr. J.A. Holsbrink te Enschede, behandelend advocaat: mr. M.J. Dezentjé te Amersfoort, en 1. STML Holding B.V., gevestigd te Enschede, verder te noemen: STML, 2. [X], wonende te [woonplaats], verder te noemen: [X], eiseressen in het incident tot tussenkomst, advocaat: mr. J.C. Wery te Enschede, Het procesverloop In de hoofdzaak Op 15 december 2009 heeft de rechtbank Almelo, nevenzittingsplaats rechtbank ’s Gravenhage, een betalingsbevel afgegeven. Cashmaster heeft op 16 augustus 2010 een verweerschrift ingediend. Bij beschikking van 28 september 2010 heeft de rechtbank Almelo, nevenzittingsplaats ’s Gravenhage bevolen dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt, wordt voortgezet volgens het gewone burgerlijk procesrecht, alsmede dat de zaak naar de rolzitting van de rechtbank Almelo van 24 november 2010 wordt verwezen. Op 19 januari 2011 heeft Kosh haar conclusie van eis houdende vermeerdering van eis ingediend. In het bevoegdheidsincident Op 13 april 2011 heeft Cashmaster bij incidentele conclusie de onbevoegdheid van de rechtbank ingeroepen. Kosh heeft op 11 mei 2011 geconcludeerd voor antwoord in het bevoegdheidsincident. Op 8 juni 2011 heeft Cashmaster een akte uitlating producties in het incident genomen. Kosh heeft op 6 juli 2011 een akte overlegging producties genomen. Vervolgens heeft Cashmaster een akte tot rectificatie tevens houdende overlegging producties genomen. Op 3 augustus 2011 en 31 augustus 2011 hebben Kosh respectievelijk Cashmaster een antwoordakte genomen. Partijen hebben vonnis verzocht in het incident. In het incident tot tussenkomst STML en [X] hebben op 11 mei 2011 een incidentele conclusie tot tussenkomst genomen. Op 8 juni 2011 heeft Cashmaster geconcludeerd voor antwoord in het incident tot tussenkomst. Partijen hebben vonnis verzocht in het incident. De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing In de hoofdzaak 1.1 Bij dagvaarding vordert Kosh dat Cashmaster bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen een bedrag van € 83.305,40, te vermeerderen met de contractuele rente over dit bedrag ad 1% op maandbasis, althans de contractuele rente ad 5% boven de basisrente op jaarbasis van de ABN AMRO, althans de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW, alle vanaf 30 dagen na de respectievelijke factuurdata tot de dag der algehele voldoening. Tevens vordert Kosh betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 1.788,- en de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten van de voorafgaande Europese betalingsbevel procedure en de kosten van de vertaling van de oproeping ad € 841,34. 1.2 Kosh stelt daartoe - kort weergegeven - dat zij meerdere malen aan Cashmaster elektronica heeft verkocht en geleverd. Tevens heeft zij die elektronica voor haar opgeslagen. Op de tussen partijen gesloten overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden van Kosh van toepassing, hetgeen blijkt uit een e-mailbericht van 11 januari 2007. Kosh heeft Cashmaster terzake van voornoemde leveringen een zestal facturen d.d. 19 maart 2009, 23 april 2009, 11 mei 2009 (tweemaal), 14 mei 2009 en 16 september 2009 doen toekomen ten bedrage van in totaal € 83.305,40. In dat bedrag is tevens een bedrag aan contractuele boetes opgenomen. Deze facturen zijn ondanks sommaties onbetaald gebleven. Kosh stelt dat Cashmaster niet tijdig verweer heeft gevoerd tegen het Europese betalingsbevel. Reeds om die reden ligt volgens Kosh de onderhavige vordering voor toewijzing gereed. 2. Ten aanzien van de stelling van Kosh dat Cashmaster niet tijdig verweer heeft gevoerd tegen het Europese betalingsbevel en dat om die reden de vordering van Kosh reeds dient te worden toegewezen, overweegt de rechtbank als volgt. Bij beschikking van 28 september 2010 heeft de rechtbank Almelo, nevenzittingsplaats ’s Gravenhage de zaak naar de onderhavige procedure verwezen overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 lid 1 van de Verordering (EG) nr. 1896/2006 van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevel procedure (hierna: EEB-Vo), nu verweerder op 16 augustus 2010 een verweerschrift heeft ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank is dit een bindende beslissing, waarop in de lopende instantie enkel mag worden teruggekomen indien is gebleken van een beslissing die berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Daarvan is niet gebleken. Weliswaar heeft Kosh gesteld dat zij in het bezit is van ‘een bewijs van ontvangst’ van 23 december 2009, maar op grond van artikel 16 lid 2 EEB-Vo kon Cashmaster in ieder geval een verweerschrift indienen binnen 30 dagen na betekening van het betalingsbevel. Cashmaster stelt dat de betekening plaats heeft gevonden op 6 juli 2010, onder verwijzing naar een brief van de rechtbank ’s Gravenhage van 15 september 2010, overgelegd als productie 10. In die brief wordt verwezen naar een brief van deurwaarder van 5 augustus 2010, waarin de deurwaarder het volgende verklaart: “Op 06-07-2010 zijn de stukken voor de vierde maal aangeboden aan de ontvangende instantie te Schotland, inclusief de blanco formulieren in het Engels. De stukken zijn betekend op 26-07-2010.” Hieruit volgt dat de stukken in ieder geval op 26 juli 2010 zijn betekend aan Cashmaster, zoals Cashmaster ook zelf aangeeft in de bijlage bij haar verweerschrift d.d. 16 augustus 2010. Het verweerschrift is derhalve binnen 30 dagen na de betekeningsdatum ingediend, zodat de beslissing dat het verweerschrift tijdig is ingediend en dat op grond van artikel 17 EEB-Vo de procedure volgens het gewone burgerlijke procesrecht dient te worden voortgezet, niet berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. In het bevoegdheidsincident 3. De exceptie van onbevoegdheid is tijdig en op de juiste wijze voorgesteld. 4.1 Cashmaster stelt zich op het standpunt dat de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren om van de jegens Cashmaster ingestelde vorderingen kennis te nemen, althans Kosh in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, met veroordeling van Kosh in de kosten van deze procedure. 4.2 Daartoe stelt Cashmaster dat op grond van artikel 2 van de Verordening (EG) 44/2001 van 22 november 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX) de Schotse rechter bevoegd is om van de onderhavige vordering kennis te nemen. Cashmaster betwist de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Kosh en daarmee de primaire grondslag van Kosh voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Zij heeft het door Kosh genoemde e mailbericht van 11 januari 2007 met de algemene voorwaarden van Kosh niet ontvangen en zij betwist de authenticiteit van het bericht. Bovendien deden Cashmaster en Kosh op of rond januari 2007 geen zaken met elkaar en was Kosh (en moedervennootschap STML) nog niet opgericht. Voorts betwist Cashmaster de door Kosh genoemde subsidiaire grondslag voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van artikel 5 lid 1 sub b EEX, nu de leveringen van de goederen van Kosh in het verleden altijd plaatsvonden in Schotland. Dit zijn niet de leveringen waarop de in het geding zijnde facturen op zien. Cashmaster betwist het bestaan van die leveringen. Artikel 5 lid 1 sub b EEX dient restrictief te worden uitgelegd. 5. Kosh brengt hier tegen in dat in artikel 14 van de Engelse versie van de algemene voorwaarden een forumkeuze is gemaakt voor de Nederlandse rechter. Uit de Nederlandse versie blijkt dat het gaat om de rechtbank te Almelo, nu dit de rechter is van de vestigingsplaats van de gebruiker. Conform artikel 23 EEX is de rechtbank te Almelo volgens Kosh derhalve bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen. De algemene voorwaarden zijn van toepassing op de overeenkomsten tussen partijen, nu bij aanvang van de handelsrelatie blijkens het e mailbericht van 11 januari 2007 naar de bijgevoegde algemene voorwaarden van Kosh is verwezen. Deze algemene voorwaarden zijn ook nadien per gewone post tegelijk met de facturen aan Cashmaster gezonden en in die facturen wordt naar de algemene voorwaarden verwezen. Subsidiair voert Kosh aan dat de rechtbank bevoegd is op grond van artikel 5 EEX. Voor de koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken is dit de plaats waar de goederen volgens de overeenkomst geleverd moeten worden. De levering vond ‘af bedrijf’ in Enschede plaats. 6. De rechtbank overweegt als volgt. Het geding spitst zich allereerst toe op de vraag of sprake is van (een) overeenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.