ECLI:NL:RBAMS:2000:AA5872
G/SH vonnis 22 mei 2000 DE PRESIDENT VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE AMSTERDAM, RECHTSPREKENDE IN KORT GEDING in de zaak: rolnummer KG 00/1072G van: [eiser], wonende te [woonplaats], en 34 anderen, e i s e r s bij dagvaarding van 4 mei 2000, procureur mr I.M.C.A. Reinders Folmer, advocaat mr B. van der Goen te Soest, t e g e n :
VERLOOP VAN DE PROCEDURE :
Ter terechtzitting van 15 mei 2000 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij hun eis hebben verminderd en aangevuld zoals hierna vermeld.
Gedaagden hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening.
Na verder debat hebben partijen stukken, waaronder van weerszijden producties en pleitnotities, overgelegd voor vonniswijzing.
GRONDEN VAN DE BESLISSING :
In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.
Op 17 maart 2000 heeft World Online, middels zogenaamde underwriters, door middel van een beursintroductie aandelen aangeboden aan particuliere en institutionele beleggers.
Eisers hebben allen aandelen verworven in World Online, hetzij bij uitgifte, hetzij daarna vóór 24 maart 2000. [gedaagde 2] was ten tijde van de beursintroductie bestuurster van World Online.
ABN AMRO trad bij de beursintroductie op als joint global coördinator, joint lead manager en joint book-runner.
De emissiekoers bedroeg 43 euro. Op 17 maart 2000 opent het aandeel World Online op 50,20 euro. Het aandeel sluit op 43.20 euro en is de daaropvolgende dagen aanzienlijk gedaald.
In de voorlopige prospectus van 1 maart 2000 staat onder de kop "Certain transactions" als inleiding het volgende:
Since January 1, 1999 there has not been, nor is there currently proposed, any transaction or series of similar transactions in which we, or any of our subsidiaries, was or is to be a party in which the amount involved exceeded or exceeds $60,000 (E59,582) and in which any supervisory board member, management board member, significant employee, holder of more than 5% of our shares or any member of the immediate family of any of the foregoing persons had or will have a direct or indirect material interest other than compensation agreements and other arrangements that are described where required under "Management" or are described below.
Onder "Transactions Involving Supervisory Board, Management Board, Significant Employees and 5% Shareholders" staat onder meer:
On December 27, 1999, Kalexer II N.V., which is wholly owned by our chairwoman [gedaagde 2], transferred its entire 6.35% shareholding (14,898,500 shares) in World Online to Reggeborgh Participaties B.V. (2,436,465 shares), Mallowdale Corporation N.V. (2,436,465 shares) and Baystar Capital L.P. (10,025,570 shares). Provided certain conditions are met, Kalexer II B.V.is entitled to share the profits made by Baystar on any subsequent resales of the shares. Baystar has not agreed to the lock-up restrictions to which certain other shareholders have agreed. See "Underwriting" and "Offering Circular Summary - Lock-up". [gedaagde 2] heeft op 27 december 1999 2/3 van haar aandelen in World Online verkocht aan de investeringsmaatschappijen Baystar en Reggeborgh en de familie [familienaam] tegen een verkoopprijs van $ 6,04 per aandeel. [gedaagde 2] is op 14 april 2000 afgetreden als bestuurder van World Online.
Eisers hebben bij separate brieven van 6 april 2000 aan World Online en [gedaagde 2] en bij brief 12 april 2000 aan ABN-AMRO om infor-matie verzocht omtrent - kort gezegd - de verkoop van aandelen World Online op 27 december 1999 door [gedaagde 2], de prospectus en diverse overige vragen aangaande de beursintroductie van World Online. Gedaagden hebben geweigerd de verzochte informatie aan eisers te verstrekken.
Eisers vorderen thans gedaagden te veroordelen aan hen informatie te verstrekken, zoals in de dagvaarding is aangegeven, door deze vragen gemotiveerd en waar mogelijk gedocumenteerd te beantwoorden met overlegging van het due diligence rapport, met openbaarmaking van een en ander op de website van World Online dan wel op een hiertoe te openen website op internet, met uitzondering van de reeds beantwoorde vragen q, r en s. Subsidiair inzage te verstrekken in genoemde documenten. Voorts vorderen eisers het internetadres van genoemde website bekend te maken in tenminste twee landelijk te verschijnen dagbladen.
Voorts hebben eisers gevorderd, bij wijziging van eis ter zitting, voor het geval de president mocht menen dat in verband met het te verwachten verweer vertrouwelijke informatie niet bekend gemaakt zal kunnen worden, een nadere standpuntbepaling van gedaagden ten aanzien van de modaliteiten van een toewijzing van de vordering waartoe behandeling van het kort geding pro forma aangehouden zou kunnen worden.
3.2. Zij stellen dat de door World Online aan eisers verstrekte prospectus onjuiste en/of onvolledige informatie bevatte. Zij verwijzen in dat verband naar de passages in de voorlopige prospectus, genoemd onder 1f., waarin door het verhullende ge-bruik van het woord "transferred" de indruk wordt gewekt dat sprake is van overheveling van aandelen van de ene naar de andere vennootschap, terwijl het om niets anders gaat dan een verkoop waarbij:
Volgens eisers is de transactie van [gedaagde 2], genoemd onder 1g., zo niet in strijd met de letter dan toch in ieder geval met de geest van de Wet Toezicht Effectenverkeer 1995 en genoemd Fondsenreglement. De transactie diende openlijk met inbegrip van de verkoopprijs van $ 6,04 te worden vermeld, aldus eisers.
Voorts stellen eisers dat de betrokkenheid van [gedaagde 2] bij een aantal faillissementen/vereffeningen ten onrechte niet in de prospectus staat vermeld.
Tevens hebben eisers gesteld dat door World Online gevoerde reclame, publicaties en geplaatste advertenties eveneens onjuiste of onvolledige informatie bevatten. Ten onrechte is de indruk gewekt dat abonnees van World Online bij uitgifte aandelen zouden kunnen verwerven voor een bedrag van 35 euro, hetgeen onjuist is gebleken.
Een en ander is onrechtmatig jegens eisers op grond van artikel 6:162 BW, alsmede op grond van artikel 6:194 en 195 BW, aldus eisers.
Gedaagden hebben de vorderingen bestreden. Hun verweer wordt in het hierna volgende besproken.
6 Deze stellingname is onvoldoende. De kort geding rechter is wel degelijk gebonden aan de wettelijke regelingen met betrekking tot het gedwongen verschaffen van informatie en documenten aan een wederpartij daar waar tussen partijen (nog) geen procedure aanhangig is. Een discretionaire bevoegdheid om hier op basis van een belangenafweging regelend op te treden komt hem niet toe. Alleen daar waar voor een der betrokken partijen een rechtsplicht bestaat tot het verschaffen van informatie of het openbaar maken van stukken, is er een rol voor de kort geding rechter weggelegd bij gebreke van een andere passende rechtsgang.
Anders dan eisers betogen geeft de rechtspraak geen aanknopingspunt voor een ander oordeel. Het genoemde arrest van de Hoge Raad van 2 december 1988, NJ 89/752 gaat langs deze zaak heen, omdat het handelt over een persoon die inzage verlangde in het met betrekking tot hemzelf door de Gemeenschappelijke Medische Dienst bijgehouden dossier. De hier aan de orde zijnde rechtsbetrekking tussen partijen vertoont geen relevante overeenkomst met de thans aan de orde zijnde situatie. Verwijzing naar het angelsaksische recht heeft geen zin nu deze rechtsstelsels ten onzent niet van kracht zijn en ook overigens hier niet bij wijze van analogie kunnen worden toegepast.
De vragen rond de beschikbaarheid van de prospectus zijn overigens inmiddels, en vóór het uitbrengen van de kort geding dagvaarding, door de bank beantwoord.
De door eisers aangevoerde belangen zijn niet zodanig spoedeisend dat deze hiertoe geëigende procedure die voortvarend gevoerd kan worden, niet zou kunnen worden benut.
B E S L I S S I N G :
Gewezen door mr R.C. Gisolf, president der Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 22 mei 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.
Coll.: