vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 380498 / HA ZA 07-2674 Vonnis van 27 augustus 2008 in de zaak van MR. HARM REINDERT QUINT, kantoorhoudende te Zwolle, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid ROYAL SLEEPTREND B.V. EN SOLATIDO B.V., eiser, procureur mr. F.B. Falkena, tegen de naamloze vennootschap ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, procureur mr. W.M.A. Malcontent. Partijen zullen hierna de curator en ING genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 19 september 2007, met bewijsstukken, - de conclusie van antwoord, met bewijsstukken, - het tussenvonnis van 16 april 2008, - het proces-verbaal van comparitie van 27 juni 2008, met de daaraan gehechte aantekeningen van mr. Malcontent. 1.2. De enkelvoudige kamer van deze rechtbank heeft de zaak verwezen naar de meervoudige kamer. Vervolgens is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. De zustervennootschappen Royal Sleeptrend B.V. (hierna: Royal Sleeptrend) en Solatido B.V. (hierna: Solatido) hielden zich bezig met de import en export, groothandel en kleinhandel in alle voorkomende goederen op het gebied van slaapkamerinrichtingen. 2.2. Royal Sleeptrend en Solatido hebben onder meer hun bedrijfsuitrusting, voorraden en vorderingen aan ING verpand. Het betrof een bezitloos pandrecht. 2.3. Op 13 december 2006 zijn Royal Sleeptrend en Solatido door de rechtbank Zwolle-Lelystad in staat van faillissement verklaard met benoeming van H.R. Quint tot curator. Op dat moment beschikten Royal Sleeptrend en Solatido over respectievelijk 20 winkels en 4 winkels. Daarnaast deelden zij een magazijn en een hoofdkantoor in Deventer. 2.4. De Belastingdienst heeft een vordering van in totaal EUR 1.179.709,73 aan omzetbelasting en loonbelasting in het faillissement van Royal Sleeptrend en een vordering van in totaal EUR 173.287,- aan omzetbelasting en loonbelasting in het faillissement van Solatido ingediend. 2.5. Op 19 januari 2007 heeft de curator een overeenkomst met de besloten vennootschap naar Belgisch recht Belgium Bedding Factory bvba (hierna: Belgium Bedding) gesloten, waarbij de activa van Royal Sleeptrend en Solatido aan Belgium Bedding zijn verkocht en overgedragen. De koopprijs bedroeg in totaal EUR 508.000,-, waarvan een bedrag van EUR 415.000,- was bestemd voor de voorraden. 2.6. Bij brief van 19 januari 2007 heeft A, namens de curator, onder meer het volgende aan ING geschreven: ‘(…) Graag bevestig ik hierbij de afspraken die de curator met de ING Bank N.V. (‘ING’) heeft gemaakt in het kader van de overname door Belgium Bedding Factory bvba van de bedrijfsactiviteiten van de gefailleerde vennootschappen. (…) Met betrekking tot de opbrengst van de voorraden ad EUR 415.000,- (…), geldt het volgende. (…) Tussen ING en de boedel (namens de fiscus) bestaat discussie of de showroommodellen die in de beddenwinkels staan dienen te worden aangemerkt als ‘stoffering’ zoals bedoeld in artikel 22 lid 3 Iw. In een eerder stadium hebben wij (dat wil zeggen: ING, curator en fiscus) afgesproken dat de waarde van de ‘discussievoorraden’ vastgesteld wordt op 80 % van de vastgestelde koopsom voor de voorraden van alle winkels. Uit het overzicht van Troostwijk Waarderingen en Advies B.V. d.d. 10 januari 2007, blijkt dat de verhouding van de onderhandse verkoopwaarde van de voorraden in het magazijn en in de winkels ten opzichte van de totale onderhandse verkoopwaarde respectievelijk 30 % en 70 % is. Dit betekent dat van de koopsom ad EUR 415.000,- een bedrag ad EUR 290.500,- moet worden toegerekend aan de winkels (70% totale koopsom). De waarde van de discussievoorraad is daarmee gelijk aan EUR 290.500,- x 80 % is EUR 232.400,-. (…) Waarschijnlijk zal de boedel, namens de fiscus, aanspraak maken op betaling door ING van het bedrag ad EUR 232.400,-, omdat volgens boedel en fiscus de discussievoorraden bodemzaken zijn. ING verklaart dat zij het bedrag ad EUR 232.400,-, zonder enige verrekening uit welke hoofde dan ook, integraal op de faillissementsrekening met nummer (…) zal betalen, indien de uitkomst van de (gerechtelijke) discussie is dat de ‘discussievoorraden’ bodemzaken zijn in de zin van artikel 22 lid 3 Iw. Daarbij spreken curator, ING en fiscus af dat de mogelijk te voeren discussie zich zal beperken tot de vraag of de discussievoorraden moeten worden aangemerkt als bodemzaken. Uitkomst van die discussie heeft geen invloed op de overeenstemming die partijen hebben over de waarde van de discussievoorraden, te weten EUR 232.400,-. (…)’ Deze brief is namens ING door B en C ondertekend. 2.7. Bij brief van 22 februari 2007 heeft A, namens de curator, ING verzocht, en voor zover nodig gesommeerd, het totaalbedrag van EUR 232.400,- binnen 14 dagen te voldoen. Daarbij is er tevens op gewezen dat de boedel bij niet tijdige betaling tevens aanspraak zal maken op betaling van de rente over eerdergenoemd bedrag, te rekenen vanaf de dag waarop dit bedrag door Belgium Bedding aan ING is betaald. 3. Het geschil 3.1. De curator vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ING te veroordelen tot betaling van een bedrag van EUR 232.400,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek vanaf de datum van betaling door Belgium Bedding, met veroordeling van ING in de kosten van het geding. 3.2. Aan zijn vordering legt de curator - kort weergegeven - ten grondslag dat de Ontvanger een fiscaal voorrecht heeft op de opbrengst van de showroommodellen die in de winkels stonden, waarvan de waarde in onderling overleg is vastgesteld op EUR 232.400,-. Aangezien de curator gehouden is mede de belangen te behartigen van de schuldeisers die in rang gaan boven de pand- en hypotheekhouders, moet de curator de opbrengst van de bezitloos verpande bodemzaken ten behoeve van de Ontvanger opeisen. Om die reden maakt de curator aanspraak op betaling van eerdergenoemd bedrag door ING. Daarnaast wordt aanspraak gemaakt op wettelijke rente. 3.3. ING voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Ter beoordeling ligt voor of de Ontvanger het bodemvoorrecht (artikel 21 van de Invorderingswet 1990) kan uitoefenen op de showroommodellen die in de winkels stonden (hierna: de showroommodellen). Niet in geschil is dat de showroommodellen door Royal Sleeptrend en Solatido aan ING waren verpand. Partijen twisten enkel over de vraag of de showroommodellen dienden tot ‘stoffering’ als bedoeld in artikel 22 lid 3 van de Invorderingswet 1990. Het wordt er dan ook voor gehouden dat aan de overige vereisten voor de uitoefening van het bodemvoorrecht is voldaan. 4.2. ING stelt zich primair op het standpunt dat de curator niet aan de op hem rustende stelplicht en bewijslast heeft voldaan, nu dat de curator niet heeft gesteld en bewezen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.