RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.497.059-2009 RK nummer: 09/862 Datum uitspraak: 25 maart 2009 TUSSEN UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 29 januari 2009 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op 12 januari 2009 door de officier van justitie (Staatsanwältin) verbonden aan het openbaar ministerie (Staatsanwaltschaft) te Hannover (Duitsland). Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Liberia) op [geboortedatum] 1984, alias [opgeëiste persoon] Geboren te [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedatum] 1979, [adres] thans gede¬tineerd in de Penitentiaire Inrichting “Haaglanden” (penitentiair ziekenhuis) te Scheveningen, hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1. Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 11 maart 2009. Daarbij zijn de offi¬cier van justitie en zijn raadsman, mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam gehoord. De opgeëiste persoon is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft een verklaring van 11 maart 2009 van de opgeëiste persoon ontvangen waaruit blijkt dat hij niet wenst te verschijnen ter zitting van 11 maart 2009 en afstand doet van het recht te worden gehoord. Anders dan de raadsman ziet de rechtbank geen aanleiding aan de inhoud van deze verklaring te twijfelen. Weliswaar heeft de rechtbank van de raadsman vernomen dat de opgeëiste persoon zich aanvankelijk op het standpunt heeft gesteld dat hij gebruik wilde maken van het recht te worden gehoord, maar kennelijk heeft hij alsnog afstand gedaan van dit recht. De rechtbank hecht waarde aan de afstandsverklaring omdat deze tot stand is gekomen terwijl de opgeëiste persoon wist dat alles in het werk was gesteld om hem, rekening houdende met zijn gezondheidssituatie, naar de zittingszaal te vervoeren. In dit verband heeft de officier van justitie ter zitting verklaard dat in overleg met onder meer het penitentiair ziekenhuis te Scheveningen was geregeld dat de opgeëiste persoon, die in de ochtend voor de zitting een afspraak had in het AMC te Amsterdam, in een ambulance naar de rechtbank zou worden vervoerd en liggend in een ziekenhuisbed naar de zittingszaal zou worden vervoerd. Verder wist de opgeëiste persoon dat de mogelijkheid bestond dat hij, indien noodzakelijk, rogatoir zou worden gehoord door de rechtbank, nu de raadsman deze mogelijkheid heeft besproken met zijn cliënt, zo heeft de rechtbank van de raadsman begrepen. Gezien het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak aan te houden voor nader onderzoek ten aanzien van de afstandsverklaring van de opgeëiste persoon, zoals verzocht door de raadsman. 2. Grondslag en inhoud van het EAB Aan het EAB ligt een arrestatiebevel van het kantongerecht (Amtsgericht) van Hannover (Duitsland) van 8 januari 2009 ten grondslag. Het EAB houdt het verzoek in om overlevering ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende staat ingesteld strafrechtelijk onderzoek. Dit onderzoek betreft het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schul¬dig heeft gemaakt aan naar het recht van de uitvaardigende lidstaat strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.