vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 234352 / HA ZA 01-3368 Vonnis van 2 december 2009 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V., gevestigd te Hillegom, 2. [B], wonende te --, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] & ZN B.V., gevestigd te De Zilk, 4. [D], wonende te --, 5. de vennootschap onder firma FIRMA [E] EN ZN, gevestigd te Vogelenzang, waarvan de vennoten zijn: 1. [F], wonende te --, 2. [G], wonende te --, 6. de vennootschap onder firma FIRMA [H] EN ZN, gevestigd te De Zilk, waarvan de vennoten zijn: l. [H], wonende te --, 2. [I], wonende te --, 3. [J], wonende te --, 7. de vennootschap onder firma FIRMA [K] EN ZONEN, gevestigd te Hillegom, waarvan de vennoten zijn: 1. [L], wonende te --, 2. [M], wonende te --, 8. de vennootschap onder firma FIRMA [N] & ZONEN, gevestigd te Hillegom, waarvan de vennoten zijn: 1. [N], wonende te --, 2. [O], wonende te --, 9. de vennootschap onder firma FIRMA [P] EN ZONEN, gevestigd te Hillegom, waarvan de vennoten zijn: 1. [Q], wonende te --, 2. [R], wonende te --, 10. de vennootschap onder firma FIRMA [S] EN ZN, gevestigd te Hillegom, waarvan de vennoten zijn: 1. [T], wonende te --, 2. [U], wonende te --, 3. [V], wonende te --, 11. de vennootschap onder firma FIRMA [W] EN ZN, gevestigd te Hillegom, 12. [X], wonende te --, 13. de maatschap [Y], gevestigd te De Zilk, 14. de vennootschap onder firma FIRMA [Z] EN ZONEN, gevestigd te De Zilk, waarvan de vennoten zijn: 1. [AA], wonende te --, 2. [BB], wonende de --, 3. [CC], wonende te --, 4. [DD], wonende te --, 15. de vennootschap onder firma FIRMA [EE] & ZONEN, gevestigd te De Zilk, 16. [FF], wonende te --, 17. de vennootschap onder firma FIRMA [GG] EN ZN, gevestigd te Hillegom, waarvan de vennoten zijn: 1. [HH], wonende te --, 2. [II], wonende te --, 18. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [JJ] & ZONEN B.V., gevestigd te Hillegom, 19. de vennootschap onder firma FIRMA [KK] & ZN, gevestigd te Noordwijk (ZH), waarvan de vennoten zijn: 1. [KK], wonende te --, 2. [LL], wonende te --, 3. [MM], wonende te --, 20. [NN], wonende te --, 21. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [OO] B.V., gevestigd te Hillegom, 22. de vennootschap onder firma FIRMA [PP] EN ZN, gevestigd te Hillegom, waarvan de vennoten zijn: 1. [QQ], wonende te --, 2. [RR], wonende te --, 23. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [SS] & ZN B.V., gevestigd te Hillegom, 24. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [TT] BEHEER EN [UU] EN ZONEN B.V., beide gevestigd te Noordwijkerhout, 25. de vennootschap onder firma FIRMA [VV] EN ZOON, gevestigd te Noordwijkerhout, waarvan de vennoten zijn: 1. [VV] Beheer B.V., gevestigd te Noordwijkerhout, 2. [WW] Beheer B.V., gevestigd te Noordwijkerhout, 26. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEBR. [XX] B.V., gevestigd te Noordwijkerhout, 27. de vennootschap onder firma FIRMA [YY] & ZN, gevestigd te De Zilk, waarvan de vennoten zijn: 1. [ZZ], wonende te --, 2. [AAA], wonende te --, 3. [BBB], wonende te --, 28. de vennootschap onder firma FIRMA [CCC], gevestigd te Noordwijk aan Zee, 29. de vennootschap onder firma FIRMA [DDD] EN ZN, gevestigd te De Zilk, waarvan de vennoten zijn: l. [EEE], wonende te --, 2. [FFF], wonende te --, 30. de vennootschap onder firma FIRMA [GGG] & ZN, gevestigd te Hillegom, 31. de maatschap [HHH], gevestigd te Warmond, 32. de vennootschap onder firma FIRMA [III], gevestigd te Lisse, 33. [JJJ], wonende te --, 34. de vennootschap onder firma FIRMA [KKK], gevestigd te Voorhout, 35. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [LLL] B.V., gevestigd te Voorhout, 36. de vennootschap onder firma FIRMA [MMM] BLOEMBOLLENBEDRIJF, gevestigd te Voorhout, 37. de vennootschap onder firma FIRMA [NNN], gevestigd te Voorhout, 38. [OOO], wonende te --, 39. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [PPP] EN ZN B.V., gevestigd te Noordwijkerhout, 40. de maatschap MAATSCHAP [QQQ], gevestigd te Noordwijkerhout, 41. [RRR], wonende te --, 42. [SSS], wonende te --, 43. [TTT], wonende te --, 44. de commanditaire vennootschap REMARKABLE C.V., gevestigd te Lisse, 45. [UUU], wonende te --, 46. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [VVV] B.V., gevestigd te Lisse, 47. de vennootschap onder firma FIRMA [WWW] EN ZONEN, gevestigd te Noordwijk (ZH), waarvan de vennoten zijn: 1. [XXX], wonende te --, 2. [YYY], wonende te --, 3. [ZZZ], wonende te --, eisers, advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, tegen DE GEMEENTE AMSTERDAM, zetelend te Amsterdam, advocaat voorheen mr. W.D.T.D. Wiarda, vervolgens mr. E.A. Minderhoud, thans mr. P.L. Loeb. Partijen zullen hierna eisers en de gemeente genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 21 februari 2007 - het proces-verbaal van de op 11 maart 2008 gehouden comparitie, met de daarin vermelde processtukken - het deskundigenbericht van prof. dr. J.J. de Vries d.d. 30 juni 2008 - de conclusie na deskundigenbericht van eisers, met bewijsstukken - de conclusie na deskundigenbericht van de gemeente met een bewijsstuk - de akte van eisers, met een productie - de akte van de gemeente. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De verdere beoordeling 2.1. Bij voormeld tussenvonnis heeft de rechtbank prof. dr. J.J. de Vries (hierna De Vries) tot deskundige benoemd en hem de volgende vragen voorgelegd: 1. Bestaat er een causaal verband tussen de schade in 1997 en de hydrologische wijzigingen gebaseerd op de verleende vergunningen van 18 februari 1992 en 6 juni 1995? Kunt u bij de beantwoording van deze vraag zoveel mogelijk en voor zover nodig onderscheid maken naar de individuele percelen van eisers? 2. Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend luidt, zijn er daarnaast nog andere oorzaken aan te wijzen die relevant zijn voor de schade? Kunt u hierbij in het bijzonder betrekken de door de gemeente genoemde ijslenstheorie? 3. a. Indien meer oorzaken relevant zijn, wat is dan hun relatieve bijdrage aan de schade? b. In hoeverre is daarbij de afstand tot de getroffen percelen en het Oosterkanaal van belang en van invloed? 4. Hebt u nog andere opmerkingen die voor de beslissing van het geschil van belang kunnen zijn? 2.2. In oktober 2007 heeft de rechtbank een concept-rapport, met bijlagen, van De Vries ontvangen, waarop eisers schriftelijk voorlopig commentaar hebben geleverd. Nadat hierop reacties van De Vries en de gemeente zijn ontvangen, heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast. Op de op 11 maart 2008 gehouden comparitie heeft De Vries zijn concept-rapport nader toegelicht en zijn partijen, met behulp van een aantal van de door hen eerder geraadpleegde deskundigen, in de gelegenheid gesteld hun standpunt nader toe te lichten. Vervolgens heeft De Vries, nadat partijen (tevergeefs) de mogelijkheid van een minnelijke regeling hadden onderzocht, op 30 juni 2008 zijn definitieve rapport uitgebracht. Over dit rapport hebben partijen zich tot slot nog in hun hiervoor vermelde conclusies en akten uitgelaten. 2.3. Onder het kopje ‘Samenvatting en beantwoording van de vragen van de rechtbank’ komt De Vries in zijn eindrapport, voor zover hier van belang, tot de volgende conclusies. 1. Noch uit de waarnemingen, noch uit theoretische berekeningen blijkt een direct causaal verband tussen de in 1997 geconstateerde waterschade aan de bloembollen en de veranderingen die medio 1996 zijn doorgevoerd in de grondwateronttrekking rond het Oosterkanaal. Volgens de waarnemingen bleef gedurende het seizoen 1996/1997 de grondwaterstand ruim beneden de plantdiepte van de bollen en van enige verhoging van de grondwaterstand in vergelijking met voorafgaande jaren was geen sprake. (…) 2. De enige plausibele verklaring voor het optreden van een zuurstofloze, met water verzadigde zone boven de grondwaterspiegel, is de vorming van schijn grondwaterspiegels als gevolg van stagnerend regen en smeltwater op ijslenzen. Een dergelijke uitzonderlijke situatie laat zich verklaren als gevolg van de langdurige vorstperiode van december 1996 tot februari 1997, en de direct daarop volgende periode van snelle dooi onder boven-gemiddelde temperaturen en boven-gemidelde regenval. (…) 3. Harde bewijzen via directe waarnemingen voor de aanwezigheid van ijslenzen en schijn grondwaterspiegels zijn er niet, maar de bodem-fysische en meteorologische voorwaarden voor hun vorming waren aanwezig, en geen van de fysische omstandigheden en waargenomen verschijnselen, weerleggen deze hypothese. 4. (…) Een hogere grondwaterspiegel door een geringere drooglegging en/of door een verandering in grondwaterwinning zal in meer of mindere mate bijgedragen hebben aan een versterking van het proces van ijslensvorming. 5. Gesteld kan dus worden dat een schade, die in de eerste plaats was ontstaan als gevolg van een meteorologische situatie, door een naar boven afwijkende grondwaterspiegel waarschijnlijk is vergroot. (…) 6. Er is geen relatie gevonden tussen de mate van drooglegging (…) en de geconstateerde totale schade. Dit wijst erop dat de invloed van de afwijking van de grondwaterstand op de schade door verwijtbare en vermijdbare oorzaken gering was en niet eenduidig. Om toch enig gewicht toe te kennen aan de invloed van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.