vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 428695 / HA ZA 09-1659 Vonnis in incident van 3 maart 2010 in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat mr. P.D. Olden, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CYRTE INVESTMENTS B.V., gevestigd te Naarden, 2. [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats], 3. de naamloze vennootschap DELTA LLOYD N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het incident, advocaat mr. E.E.U. Vroom. Eiser zal hierna [eiser] worden genoemd en gedaagden gezamenlijk Cyrte c.s. en afzonderlijk Cyrte, Delta Lloyd en [gedaagde sub 2]. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaardingen in de hoofdzaak van 8 mei 2009, met producties, - de incidentele conclusie ex artikel 843a Rv, met producties, - de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 843a Rv, met producties, - de akte houdende wijziging van eis incidentele vordering ex artikel 843a Rv, met producties, - de rolbeslissing van 28 oktober 2009, inhoudende dat het verzoek van Cyrte c.s. om pleidooi is toegewezen, - het verkorte proces-verbaal van het op 2 februari 2010 gehouden pleidooi en de daarin genoemde processtukken en proceshandelingen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2. Het geschil in de hoofdzaak 2.1. [eiser] vordert in de hoofdzaak, samengevat, hoofdelijke veroordeling van Cyrte en Delta Lloyd tot betaling van primair EUR 60.005.760,- en subsidiair EUR 54.778.758,58, vermeerderd met rente, tegen gelijktijdige overdracht van de hierna onder 2.2. te noemen aandelen aan Cyrte, alsmede voorwaardelijke veroordeling van [gedaagde sub 2] en Delta Lloyd tot betaling van voornoemde bedragen, een en ander met veroordeling van Cyrte c.s. in de proceskosten. 2.2. Aan zijn vordering legt [eiser] het volgende ten grondslag. [eiser] is ondernemer en investeerder. Cyrte is een investeringsmaatschappij waarvan de aandelen volgens de geconsolideerde jaarrekening van Delta Lloyd over het boekjaar 2008 direct of indirect voor 85 procent worden gehouden door Delta Lloyd. [gedaagde sub 2] is bestuurder van Cyrte en bevoegd haar zelfstandig te vertegenwoordigen. [gedaagde sub 2] heeft [eiser] verzocht een aandelenbelang te nemen in de Telegraaf Media Groep N.V. (hierna TMG), teneinde samen met andere aandeelhouders in TMG (waaronder Cyrte en Delta Lloyd) het beleid en de strategie van TMG te kunnen beïnvloeden. [gedaagde sub 2] heeft [eiser], die terughoudend was om aan het verzoek te voldoen, de uitdrukkelijke toezegging gedaan dat Cyrte de aandelen in het kapitaal van TMG die [eiser] zou verwerven desgevraagd tegen kostprijs van hem zou kopen (deze toezegging zal hierna in navolging van [eiser] ‘de putoptie’ worden genoemd). [eiser] heeft in de periode tussen 28 maart en 28 mei 2008 in totaal 2.500.240 aandelen TMG (hierna ‘de aandelen’) gekocht voor een gemiddelde aankoopprijs van EUR 21,91 en op 28 mei 2008 aan de AFM het bereiken van de 5% drempel gemeld. [eiser] houdt ook nu nog de aandelen, via zijn houdstervennootschap Ramphastos Investments N.V. (hierna Ramphastos). Op 10 september 2008 heeft [gedaagde sub 2] de prijs die Cyrte bij de uitoefening van de putoptie zou betalen verhoogd naar EUR 24,- per aandeel. [eiser] heeft op 17 november 2008 de putoptie ingeroepen, maar [gedaagde sub 2] bleek niet bereid om zijn toezegging na te komen. Cyrte is gehouden de aandelen van [eiser] af te nemen tegen betaling van een koopprijs van EUR 60.005.760,- (gebaseerd op een prijs van EUR 24,- per aandeel), althans tegen betaling van EUR 54.778.758,58 (gebaseerd op een prijs van EUR 21,91 per aandeel). [eiser] gaat ervan uit dat Delta Lloyd op de voet van artikel 2:403 lid 1 sub f BW aansprakelijkheid heeft erkend voor de rechtshandelingen van Cyrte en spreekt daarom naast Cyrte ook Delta Loyd aan tot nakoming van de putoptie. Indien Cyrte en Delta Lloyd de putoptie niet nakomen, zal [eiser] de putoptie buitengerechtelijk ontbinden. In dat geval houdt hij [gedaagde sub 2] en Delta Lloyd aansprakelijk voor de door hem geleden schade op grond van onrechtmatige daad. 2.3. [eiser] heeft zijn vordering in de hoofdzaak doen steunen op ten overstaan van de notaris, onder ede afgelegde, schriftelijke verklaringen van [persoon 1] (hierna [persoon 1]), [persoon 2] (hierna [persoon 2]), [persoon 3] (hierna [persoon 3]) en van hemzelf. Volgens [eiser] blijkt uit hun verklaringen dat [gedaagde sub 2] de putoptie heeft verleend. Genoemde personen zijn op 5 november 2009 in het kader van een op verzoek van Cyrte c.s. gehouden voorlopig getuigenverhoor door deze rechtbank als getuigen gehoord. 3. De vordering in het incident 3.1. Cyrte c.s. vordert in het incident, na wijziging van eis, [eiser], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis, althans binnen een door de rechtbank te bepalen termijn, afschrift te verschaffen van de volgende bescheiden: (A) bankafschriften van onderscheidenlijk [eiser] en Ramphastos uit de periode tussen 28 maart en 28 mei 2008 waaruit de diverse transacties ter verwerving van de aandelen (ad ruim EUR 50 miljoen) in het kapitaal van TMG blijken (hierna de bankafschriften); (B) agenda’s van onderscheidenlijk [eiser], [persoon 1], [persoon 2] en [persoon 3], wat betreft data waarop (telefoon-)gesprekken en bijeenkomsten hebben plaatsgevonden met of in aanwezigheid van (medewerkers van) [gedaagde sub 2] (hierna de agenda’s), tezamen met een opgave van eventuele andere tijdstippen waarop zij met [gedaagde sub 2] of anderen in deze zaak (al dan niet telefonisch) contact hebben gehad; (C) gespecificeerde telefoonnota’s van [eiser] waaruit blijkt op welke tijdstippen [eiser] telefonisch contact heeft gehad met [gedaagde sub 2] (hierna de telefoonnota’s); (D) statuten of andere documenten ter zake de inrichting van Ramphastos (hierna de statuten); (E) aan de ‘achterban’ van [eiser] verleende winstrechten in Ramphastos ten aanzien van de investering in TMG en alle aanvullende overeenkomsten en correspondentie hieromtrent; (F) correspondentie alsmede geschriften waaruit volgt wie op welke wijze en in welke mate met [eiser] hebben geïnvesteerd in TMG; alles met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure in het incident. 3.2. Daartoe stelt Cyrte c.s. dat [eiser] zich in de hoofdzaak beroept op een mondelinge afspraak (de putoptie) die nooit schriftelijk is vastgelegd. Ter ondersteuning van zijn standpunt dat deze afspraak is gemaakt beroept hij zich op de verklaringen van [persoon 1], [persoon 2], [persoon 3] en hemzelf. Om de stellingen van [eiser] te kunnen toetsen en weerleggen heeft Cyrte c.s. bepaalde bescheiden nodig die zij niet in haar bezit heeft. 3.3. Meer specifiek stelt Cyrte c.s. ten aanzien van de verschillende vorderingen het volgende. Aangezien [eiser] inmiddels heeft voldaan aan de vordering als vermeld onder A wordt deze niet langer gehandhaafd. Inzage in de agenda’s als vermeld onder B en de telefoonnota’s als vermeld onder C is voor het door Cyrte c.s. te voeren verweer noodzakelijk om duidelijkheid te verkrijgen over de juistheid van de afgelegde verklaringen. Cyrte c.s. heeft daar dan ook een rechtmatig belang bij. De onder D, E en F gevorderde bescheiden dienen ter vaststelling van het door leden van de achterban van [eiser] in TMG geïnvesteerde bedrag, welke vaststelling van belang is voor de vraag of en zo ja, tot welke bedrag, [eiser] schade zou kunnen hebben geleden. Uit de door [eiser] overgelegde bankafschriften (zie onder A) blijkt immers dat Ramphastos en niet hijzelf de aandelen heeft verworven. [eiser] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor op 5 november 2009 verklaard dat hij aan de leden van zijn achterban een winstrecht heeft verleend. [persoon 2] heeft hierover verklaard dat statutair bij Ramphastos is vastgelegd dat winstbewijzen kunnen worden uitgedeeld. Om duidelijkheid te krijgen over de winstbewijzen heeft Cyrte c.s. belang bij inzage in de statuten van Ramphastos of andere documenten die betrekking hebben op de inrichting van Ramphastos zoals vermeld onder D. Cyrte c.s. heeft voor het voeren van verweer tegen de vordering in de hoofdzaak ook belang bij inzicht (als bedoeld onder E) in de percentages waarvoor de achterban van [eiser] heeft geïnvesteerd in TMG. Het ligt voor de hand dat de afspraken die zijn gemaakt tussen [eiser] en zijn mede-investeerders schriftelijk zijn vastgelegd. [eiser] is gehouden de bescheiden die hierop betrekking hebben, bijvoorbeeld akten van uitgifte van certificaten, of overeenkomsten of correspondentie over te leggen, te meer nu hij als getuige heeft geweigerd hierover een verklaring af te leggen. Tenslotte heeft Cyrte c.s. belang bij alle schriftelijke informatie over de vraag (als bedoeld onder F) welke personen, op welke wijze en in welke mate met [eiser] hebben geïnvesteerd in TMG. De vordering voldoet aan alle vereisten van artikel 843a Rv en er is geen sprake van uitzonderingen als bedoeld in dat artikel. 3.4. [eiser] heeft betwist dat de vordering voldoet aan de voorwaarden van artikel 843a Rv. Voor zover de vordering daar wel aan voldoet, geldt dat er gewichtige redenen zijn als bedoeld in het vierde lid van dat artikel die aan toewijzing in de weg staan. De beoordeling in het incident 3.5. [eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen wat hij noemt de wijziging van de grondslag van de vordering in het incident. Los van de vraag of van een wijziging van de grondslag van de vordering sprake is - Cyrte c.s. betwist dit - , geldt dat uitgangspunt is dat, zolang nog geen eindvonnis in een zaak is gewezen, de eiser bevoegd is zijn eis of de gronden daarvan schriftelijk te wijzigen. De gedaagde is bevoegd hiertegen bezwaar te maken op de grond dat deze wijziging in strijd is met de eisen van een goede procesorde (zie artikel 130 Rv). Van strijd met een goede procesorde is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Het bezwaar dat [eiser] tegen de volgens hem gewijzigde grondslag van de vordering heeft is inhoudelijk van aard en komt er op neer dat de vordering ziet op meer dan op grond van artikel 843a Rv mogelijk is. Dit bezwaar zal bij de beoordeling van de vordering worden meegewogen, maar brengt nog niet met zich dat sprake is van strijd met eisen van een goede procesorde. Aan het bezwaar van [eiser] wordt dan ook voorbij gegaan. 3.6. Wil een op artikel 843a Rv gegronde vordering kunnen worden toegewezen, moet in de eerste plaats aan alle drie van de in lid 1 van dit artikel gestelde voorwaarden zijn voldaan: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.