RECHTBANK AMSTERDAM Sector Kanton Locatie Amsterdam Zaak- en rolnummer: 1033718 DX EXPL 09-202 Vonnis van: 17 maart 2010 F.no.: 639 Vonnis van de kantonrechter i n z a k e [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, nader te noemen [eiseres], gemachtigde: mr. A.H.J. Neels, t e g e n de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, nader te noemen Dexia, gemachtigde: Swier & Van der Weijden Gerechtsdeurwaarders. Procedure Het volgende processtuk is ingediend: - de dagvaarding van 16 maart 2009, met producties. Bij rolmededeling van 24 maart 2009 is de zaak aangehouden in afwachting van een arrest van de Hoge Raad. Bij rolmededeling van 22 juli 2009 is de aangehouden zaak verwezen naar de rol van 12 augustus 2009 voor uitlating doorhaling of voortprocederen. Vervolgens zijn ingediend: - de akte uitlaten van [eiseres] en de heer [persoon 1]; - een conclusie van [eiseres] en de heer [persoon 1]; - de conclusie van antwoord tevens houdende nadere conclusie van Dexia, met één productie. Bij tussenvonnis van 19 december 2009 is een comparitie bepaald die heeft plaatsgevonden op 11 februari 2010. [eiseres] is niet verschenen. Verschenen is mr. Neels voornoemd, en namens Dexia [persoon 2] en mr. J.P. van den Berg. Partijen hebben bij deze gelegenheid hun standpunten toegelicht en inlichtingen verstrekt. Van hetgeen besproken is ter comparitie heeft de griffier aantekening gehouden. Voorafgaand aan deze comparitie zijn door [eiseres] een akte verzoek uitlaten met producties en door Dexia per fax van 29 januari 2010 aanvullende stukken ingediend. Deze stukken behoren thans tot de gedingstukken. Daarna is vonnis bepaald op heden. Gronden van de beslissing 1. Feiten Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast: 1.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen. 1.2. De echtgenoot van [eiseres], de heer [persoon 1] (hierna: [persoon 1]), heeft de volgende lease-overeenkomst (hierna: de lease-overeenkomst) ondertekend waarop hij als lessee staat vermeld, met als wederpartij Dexia: Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag 73043493 11-7-1997 WinstVerdubbelaar € 10.054,79 60 maanden € 68,71 1.3. Per 10 juli 2002 heeft Dexia met betrekking tot de lease-overeenkomst een eindafrekening opgesteld volgens welke [persoon 1] nog € 825,96 was verschuldigd. 1.4. [eiseres] heeft [persoon 1], met wie zij ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst al was gehuwd, geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomst. 1.5. Bij brief van 1 september 2005 heeft (de raadsman van) [eiseres] met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomst vernietigd en terugbetaling gevorderd van het totaalbedrag dat [persoon 1] aan Dexia heeft betaald vóór 15 oktober 2005 (hierna: de vernietigingsbrief). 1.6. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij beschikking van 25 januari 2007 (LJN AZ7033) de (gewijzigde) WCAM-overeenkomst van 8 mei 2006 (inclusief haar Bijlage A) (ook wel de “Duisenbergregeling”genoemd) verbindend verklaard voor de in artikel 2 van die overeenkomst gedefinieerde gerechtigden. Het hof heeft voorts bepaald binnen welke termijn de gerechtigden kunnen laten weten niet gebonden te willen zijn aan de verbindendverklaring (de opt-outperiode) zoals bedoeld in artikel 7:908 lid 2 BW. 1.7. Artikel 2 van de WCAM-overeenkomst bepaalt wie tot de kring van gerechtigden van de Duisenberg-regeling horen en daaraan zijn gebonden. Artikel 2 bepaalt, voor zover van belang, dat niet alleen de contractant zelf maar ook zijn eega tot deze kring hoort. 1.8. Artikel 14.1 van de WCAM-beschikking bepaalt als volgt: “14.1 Elke Gerechtigde verleent aan Dexia en aan elke rechtspersonen waarmee Dexia op enig moment in een groep […] verbonden is geweest […] kwijting terzake van alle vorderingen die voortvloeien uit of in verband met de geldigheid, het aangaan en de uitvoering van de Effectenlease-overeenkomsten en de wijze waarop voor dergelijke overeenkomsten reclame is gemaakt of anderszins het aangaan daarvan is bevorderd, zulks met uitzondering van: […].” 2. Vorderingen [eiseres] 2.1. [eiseres] vordert bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de lease-overeenkomst te vernietigen en Dexia te veroordelen om aan [eiseres] te voldoen een bedrag van € 5.893,98, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2005, althans 1 april 2008 en Dexia te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. 3. Standpunten [eiseres] 3.1. [eiseres] stelt, voor zover voor de beoordeling van belang, dat [eiseres] de de lease-overeenkomst bij brief van 1 september 2005 rechtsgeldig heeft vernietigd op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d BW, aangezien het een koop op afbetaling betreft. 4. Standpunten Dexia 4.1. Dexia stelt allereerst dat [persoon 1] geen partij is in de onderhavige procedure, aangezien alleen [eiseres] Dexia heeft gedagvaard, terwijl bij nadere conclusie ten onrechte wordt uitgegaan van [eiseres] en [persoon 1] als eisers in de onderhavige procedure. Voorts heeft Dexia het volgende tot haar verweer aangevoerd. [eiseres] is niet ontvankelijk in haar vorderingen aangezien [eiseres] is aan te merken als gerechtigde bij de WCAM-overeenkomst, nu zij niet valt onder de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 2 van de WCAM-overeenkomst en [eiseres] als echtgenote van een contractant ingevolge artikel 2 als gerechtigde moet worden beschouwd. [eiseres] noch [persoon 1] hebben tijdig een rechtsgeldige opt-outverklaring afgelegd. Zij zijn beiden gebonden aan de Duisenberg-regeling en hebben afstand gedaan van alle rechten uit hoofde van of verband houdend met de lease-overeenkomst, waaronder van het recht om een beroep op vernietiging te doen. 5. Beoordeling 5.1. Aangezien de dagvaarding uitsluitend is uitgebracht namens [eiseres] en niet (mede) namens [persoon 1], kan [persoon 1], ondanks het feit dat zowel [eiseres] als [persoon 1] in de akte uitlaten en een eerdere conclusie van [eiseres] beiden worden aangeduid als eisers, niet worden aangemerkt als procespartij. Niet gebleken is immers van een verzoek tot voeging dan wel tussenkomst van [persoon 1] in de procedure. Voor zover [eiseres] heeft beoogd mede namens [persoon 1] (een) vordering(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.