vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 413807 / HA ZA 08-3323 Vonnis van 3 februari 2010 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MR. [B] BEHEER B.V., gevestigd te Zuiderwoude, eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer, tegen 1. de naamloze vennootschap DELTA LLOYD LEVENSVERZEKERING N.V., gevestigd te Amsterdam, 2. de naamloze vennootschap DELTA LLOYD N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie, advocaat mr. W.H. van Baren. Eiseressen in conventie zullen hierna gezamenlijk [A] c.s. worden genoemd en afzonderlijk [A] Beheer en [B] Beheer. Gedaagden in conventie zullen hierna gezamenlijk Delta Lloyd worden genoemd en afzonderlijk DL Leven en DL NV. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 21 november 2008, met producties; - de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie, met producties; - het tussenvonnis van 11 februari 2009, waarin de zaak is verwezen naar de rol voor conclusie van repliek in conventie, alsmede antwoord in reconventie; - de conclusie van repliek in conventie/conclusie van antwoord in reconventie, met producties; - de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie, met producties; - de conclusie van dupliek in reconventie; - het proces-verbaal van het op 14 december 2009 gehouden pleidooi en de daarin vermelde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [A] Beheer en [B] Beheer zijn elk (indirect) aandeelhouder (geweest) van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Houdstermaatschappij [A] & [C] B.V. (hierna A&C) en (elk voor 10%) van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] & [C] Bilthoven B.V. (ACB). 2.2. Op 3 april 2000 is tussen A&C en DL Leven een overeenkomst van geldlening (hierna de leningsovereenkomst) gesloten, op grond waarvan DL Leven een lening van EUR 12,5 miljoen aan A&C heeft verstrekt. Tot zekerheid voor de betalingsverplichtingen van A&C uit de leningsovereenkomst hebben haar aandeelhouders, waaronder [A] c.s., een pandrecht verstrekt op 75.000 gewone aandelen in ACB, welk pandrecht bij een op diezelfde dag verleden pandakte is gevestigd. De leningsovereenkomst bepaalt onder het kopje ‘Einde zekerheidstelling’: Uiterlijk op drie april twee duizend vijf zullen alle gestelde zekerheden vervallen. 2.3. A&C is in gebreke gebleven aan haar verplichtingen uit hoofde van de leningsovereenkomst te voldoen. Bij brief van 5 december 2000 en bij exploot van 23 januari 2001 heeft DL Leven de door haar verstrekte lening (tevergeefs) opgeëist. 2.4. In maart 2001 heeft DL Leven de overige aandeelhouders van ACB aangeschreven om, alvorens tot uitwinning van haar pandrecht over te gaan, te inventariseren in hoeverre binnen de kring van de huidige aandeelhouders belangstelling bestond voor de verkrijging van aandelen ACB. Hierop heeft DL geen enkele positieve reactie gekregen. 2.5. Bij verzoekschrift van 3 augustus 2001 heeft DL Leven de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in artikel 3:251 Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht te bepalen dat de verpande aandelen in ACB aan haar als koper zullen verblijven. 2.6. Bij beschikking van 31 oktober 2001 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van DL Leven toegewezen onder de voorwaarde dat DL Leven de in de statuten van ACB opgenomen aanbiedingsregeling zou naleven. 2.7. Bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van 27 november 2001 is ACB ontbonden, met benoeming van de heer [D] (hierna [D]) als vereffenaar. 2.8. Op 22 april 2002 heeft [D] aan alle aandeelhouders van ACB, met uitzondering van [A] c.s., het hun toekomende deel van het liquidatiesaldo betaald. Het aan [A] c.s. toekomende deel van het liquidatiesaldo heeft [D] overgemaakt aan de stichting Stichting Amstel Bewaring Bilthoven (hierna de Stichting) te Laren, bestuurd door [D] en de heer [E] (hierna [E]). 2.9. Bij brief van 29 april 2002 heeft DL NV aan Amstel Capital Management B.V. (hierna Amstel Capital) ter attentie van [E] meegedeeld dat zij gerechtigd was in de baten voortvloeiend uit de liquidatie van ACB en namens DL Leven verzocht om tot uitkering van het liquidatiesaldo aan haar over te gaan. 2.10. Bij brief van 4 juni 2002 heeft Amstel Capital aan [A] Beheer verzocht volmacht te verlenen voor het overdragen aan DL Leven van de vrijgekomen middelen uit de verkoop van het belang in ACB. Bij brief van 6 juni 2002 heeft [A] Beheer aan Amstel Capital doen weten niet aan voormeld verzoek te zullen voldoen. 2.11. Bij brief van 17 december 2002 heeft de Stichting aan DL NV als volgt bericht: [A] & [C] Bilthoven B.V. is per 21.12.2002 opgeheven. De financiële afwikkeling heeft plaatsgevonden behalve 6 participaties van de vroegere firmanten van [A] & [C] B.V., waarvan u denkt recht te hebben. Van andere zijde is daartegen bezwaar gemaakt. Wij hebben het geld overgeboekt naar Stichting Amstel Bewaring Bilthoven te Laren, zodat het te uwer beschikking blijft. Zodra wij onomstotelijk het bewijs hebben ontvangen dat u rechthebbende bent, zullen wij het geld overmaken.(…) 2.12. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister is de vereffening van ACB op 21 december 2002 voltooid. 2.13. Eind 2003 zijn (onder meer) Delta Lloyd en [A] c.s. in een complex van procedures met elkaar verwikkeld geraakt, met – kort gezegd – als inzet over en weer verweten onrechtmatig handelen. In de loop van deze procedures heeft Delta Lloyd getracht om het liquidatiesaldo als schade op [A] c.s. te verhalen. 2.14. DL Leven heeft op 20 april 2004 haar vordering uit hoofde van de leningsovereenkomst gecedeerd aan DL NV, van welke cessie zij mededeling heeft gedaan aan [A] c.s. 2.15. Bij vonnis van deze rechtbank van 14 november 2007 zijn alle vorderingen in conventie en in reconventie in de onder 2.13 vermelde procedures afgewezen en heeft de rechtbank ten aanzien van de vraag wie rechthebbende was op het onderhavige liquidatiesaldo geoordeeld dat deze niet in dat vonnis behoefde te worden beantwoord. 3. Het geschil in conventie 3.1. [A] c.s. vordert - samengevat - te verklaren voor recht dat het ten behoeve van DL Leven gevestigde pandrecht teniet is gegaan en dat [A] c.s. gerechtigd is tot het liquidatiesaldo, vermeerderd met (na)kosten en rente daarover. 3.2. Delta Lloyd voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.3. Delta Lloyd heeft kort voor het op 14 december 2009 gehouden pleidooi aan de rechtbank en [A] c.s. een akte houdende wijziging van eis in reconventie doen toekomen, welke akte zij op genoemde datum ook heeft genomen. Naar aanleiding van het door [A] c.s. tegen deze wijziging van eis gemaakte bezwaar wordt het volgende overwogen. 3.4. Uitgangspunt is dat, zolang nog geen eindvonnis in een zaak is gewezen, de eiser bevoegd is zijn eis of de gronden daarvan schriftelijk te wijzigen. De gedaagde is bevoegd hiertegen bezwaar te maken op de grond dat deze wijziging in strijd is met de eisen van een goede procesorde (zie artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Van strijd met een goede procesorde is in dit geval, anders dan [A] c.s. stelt, echter geen sprake. De bezwaren die [A] c.s. ter onderbouwing van deze stelling aanvoert zijn inhoudelijk van aard en komen er op neer dat met toewijzing van de gewijzigde vordering als hierna in rechtsoverweging 3.5 onder III vermeld de procedure voor onbepaalde tijd wordt aangehouden. Deze bezwaren dienen, indien toewijzing van bedoelde vordering zou worden overwogen, alsdan te worden meegewogen, maar brengen nog niet met zich dat de akte tot eiswijziging dient te worden geweigerd in verband met de eisen van een goede procesorde. Van onredelijke vertraging van het geding als gevolg van de eiswijziging zelf of van een bemoeilijking van de verdediging door de eiswijziging is immers geen sprake. Tot slot geldt dat de stelling van [A] c.s. dat Delta Lloyd geen belang heeft bij het door haar op 7 december 2009 ingediende verzoek tot heropening van de vereffening van ACB, op welk verzoek zij haar vordering onder III grondt, - wat daar ook van zij - geen aanleiding vormt om de eiswijziging niet toe te staan. Het bezwaar van [A] c.s. wordt dan ook verworpen. 3.5. Delta Lloyd vordert na wijziging van eis, samengevat: I primair, te verklaren voor recht dat het op rekening van de Stichting gestorte liquidatiesaldo, vermeerderd met rente, aan Delta Loyd toekomt als eigenaar van de aandelen in ACB; secundair, te verklaren voor recht dat Delta Lloyd als pandhouder inningbevoegd is, en op die grond rechthebbende is ten aanzien van het op rekening van de Stichting gestorte liquidatiesaldo, vermeerderd met rente; II [A] c.s. te veroordelen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.