← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2010:BZ3648

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AWB 09/2480 WMO uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], wonende te [plaats], eiseres, gemachtigde mr. M.F. Vermaat, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigde mr. J.C. Smit. Procesverloop Bij besluit van 7 oktober 2008 heeft verweerder eiseres’ verzoek om een gesloten buitenwagen afgewezen. Bij besluit van 27 mei 2009 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 7 oktober 2008 ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 april

  1. Eiseres is vertegenwoordigd door mr. M.F. Vermaat. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. J.C. Smit. Overwegingen
  2. Feiten en omstandigheden 1 . 1 . Eiseres heeft op 10juni 2008 een aanvraag gedaan om een vervoersvoorziening, zijnde een gesloten buitenwagen. Ter beoordeling van deze aanvraag heeft verweerder het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: CIZ) verzocht om advies. Het CIZ heeft, blijkens de adviesrapportage van 21 augustus 2008, na medisch onderzoek op 1 juli 2008 door medisch adviseur [A] vastgesteld dat eiseres als gevolg van een pulmonale aandoening langdurig beperkt is in haar mobiliteit en energetisch vermogen, waarbij haar loopafstand praktisch kleiner is dan 100 meter. Op grond van de adviesrapportage is eiseres in staat om gebruik te maken van een scootmobiel en in aanvulling daarop van het aanvullend openbaar vervoer (AOV) deur tot deur plus. Voor beiden heeft het CIZ een indicatie gegeven. Het CIZ heeft géén indicatie gegeven voor een gesloten buitenwagen. 1.
  3. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit waarbij haar aanvraag om een gesloten buitenwagen is afgewezen. Daarbij is ter ondersteuning een brief gedateerd 10 december 2008 van haar longarts [B] overgelegd. 1.
  4. Deze brief van de longarts is voor verweerder aanleiding geweest een nieuw onderzoek te doen naar de medische beperkingen van eiseres. Aangezien medisch adviseur [C] zich niet kon vinden in de opmerkingen van de longarts, heeft [C] bij brief van 17 februari 2009 aanvullende vragen gesteld aan de longarts. Op deze brief is — ook na tweemaal rappelleren — niet gereageerd. De medisch adviseur heeft de brief van 10 december 2008 van de longarts daarom niet meegewogen in zijn medisch advies. De medisch adviseur heeft vervolgens het primaire advies gehandhaafd, waarin de eerdere verklaringen van de longarts van 6 juni 2008 en 14 augustus 2008 al waren verwerkt. 1.
  5. In beroep heeft eiseres een reactie van de longarts van 7 juli 2009 op de brief van de medisch adviseur van 17 februari 2009 overgelegd. Verweerder heeft deze brief voorgelegd aan de medisch adviseur. De medisch adviseur komt in zijn aanvullende, niet gedateerde, advies tot de conclusie dat er geen verschil van mening bestaat over de aard en ernst van de aandoeningen. Verder is de medisch adviseur van oordeel dat de bezwaren van de longarts tegen de open buitenwagen en het openbaar vervoer al waren ondervangen door de toekenning van AOV, variant deur tot deur plus, en de scootmobiel.
  6. Wettelijk kader 2.1 Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) treft het college van burgemeester en wethouders, ter compensatie van de beperkingen die een persoon als bedoeld in artikel 1 , eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6, ondervindt in zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie, voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die hem in staat stellen: a. een huishouden te voeren; b. zich te verplaatsen in en om de woning; c. zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel; d. medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. 2.
  7. Ingevolge artikel 4, tweede lid, van de Wmo houdt het college van burgemeester en wethouders bij het bepalen van de voorzieningen rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien. 2.
  8. Ingevolge artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Amsterdam (de Verordening) wordt een algemene of individuele voorziening slechts toegekend voor zover deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt 2.
  9. Ingevolge artikel 30, tweede lid, aanhef en onder a, van de Verordening bestaat de door het college te verstrekken individuele voorziening in ieder geval uit een al dan niet aangepaste voorziening in natura in de vorm van een bruikleenauto, een gesloten buitenwagen, een open elektrische buitenwagen of een ander verplaatsingsmiddel. 2.5 Op grond van de Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Amsterdam (de Beleidsregels) worden als voorwaarden voor het verstrekken van een gesloten buitenwagen gesteld dat de persoon met beperkingen objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en loopfunctie heeft en ten gevolge hiervan problemen ondervindt bij het zich verplaatsen buitenshuis, zowel op korte als op langere afstanden. Een gesloten buitenwagen kan alleen worden toegekend wanneer het openbaar vervoer, collectief vervoer en/of andere verplaatsingsmiddelen en een vervoerskostenvergoeding op medische gronden niet in aanmerking komen.
  10. Inhoudelijke beoordeling 3.1 Tussen partijen is in geschil of verweerder de aanvraag van eiseres om een gesloten buitenwagen heeft kunnen afwijzen. Verweerder heeft deze afwijzing gebaseerd op het advies van het CIZ. 3.
  11. De rechtbank stelt vast dat medisch adviseur [A] eiseres zelf heeft onderzocht op het spreekuur op 1 juli
  12. Bovendien heeft de longarts informatie verstrekt bij brieven van 6juni 2008 en 14 augustus
  13. 3.
  14. Vervolgens heeft verweerder in de bezwaarfase naar aanleiding van een brief van de longarts van 10 december 2008, waarin deze aangeeft dat naar zijn inschatting als longarts van eiseres een duidelijke medische indicatie bestaat voor een gesloten buitenwagen, een nieuw onderzoek ingesteld. [C] heeft vervolgens het eerdere advies van 21 augustus 2008 gehandhaafd. 3.
  15. Eiseres heeft in beroep een brief van haar longarts van 7 juli 2009 overgelegd. De medisch adviseur heeft echter in zijn reactie hierop onderbouwd geconcludeerd dat uit deze brief niet blijkt van medische gronden op grond waarvan de andere vormen van vervoer, zoals de scootmobiel in combinatie met AOV, variant deur tot deur plus, niet in aanmerking komen. 3.
  16. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de adviezen van het CIZ en de in beroep overgelegde reactie van medisch adviseur [C] op objectieve wijze, inzichtelijk en zorgvuldig opgesteld. De rechtbank stelt vast dat de adviezen concludent en begrijpelijk zijn en geen onjuiste feiten bevatten. Ook anderszins geven de adviezen door de wijze waarop zij zijn opgesteld geen aanleiding te twijfelen over de juistheid van de conclusie. [C] heeft verder gemotiveerd besproken waarom ook de eerst in beroep overgelegde opmerkingen van de longarts geen reden vormen het oorspronkelijke advies te herzien. Verweerder heeft zich daarom bij de beoordeling van de aanvraag op de adviezen van het CIZ mogen baseren. 3.
  17. Op grond van het advies van het CJZ komt eiseres in aanmerking voor andere vormen van vervoer, te weten een scootmobiel in combinatie met AOV, variant deur tot deur plus. Uit dit advies volgt verder dat eiseres niet op grond van medische en functionele beperkingen op een gesloten buitenwagen is aangewezen. Op grond van de Beleidsregels komt eiseres dan ook niet in aanmerking voor een gesloten buitenwagen, omdat zij met de geïndiceerde vervoersvoorziening voldoende wordt gecompenseerd. 3.
  18. Ook voor het overige heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat verweerder het verzoek van eiseres om een gesloten buitenwagen niet had mogen afwijzen. 3.
  19. Voor zover eiseres verzoekt om vergoeding van de schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM overweegt de rechtbank dat tussen het indienen van het bezwaarschrift op 28 oktober 2008 en de datum van deze uitspraak nog geen twee jaren zijn verstreken, zodat volgens vaste jurisprudentie van een overschrijding van die redelijke termijn geen sprake is. Het verzoek om schadevergoeding zal daarom worden afgewezen. 3.
  20. Het beroep van eiseres slaagt niet. De rechtbank zal dit beroep daarom ongegrond verklaren. 3.
  21. Voor een veroordeling in de proceskosten of een vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank - verklaart het beroep ongegrond. - Wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. Th. van der Windt, rechter, in aanwezigheid van mr. P.H. Broier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juni
  22. de griffier de rechter Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Afschrift verzonden op: 8 juni 2010 D: C SB

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.