← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7172

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.706108-11 RK nummer: 11/873 Datum uitspraak: 1 april 2011 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 4 februari 2011 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op 2 februari 2011 door de onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, België. Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], alias [alias], geboren te [geboorteplaats] (Oekraïne) op [geboortedatum] 1972, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans gede¬tineerd in het Huis van Bewaring “Haarlem” te Haarlem. hierna te noemen de opgeëiste persoon.

  1. Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 maart
  2. Daarbij zijn de offi¬cier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. C.W. Dirkzwager namens mr. M.J. van Essen, advocaat te Amsterdam, gehoord. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk in de Russische taal.
  3. Grondslag en inhoud van het EAB Aan het EAB ligt een aanhoudingsmandaat bij verstek van 2 februari 2011 ten grondslag. Het EAB houdt het verzoek in om overlevering ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek. Dit onderzoek betreft het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schul¬dig heeft gemaakt aan één naar het recht van België strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB, waarvan een door de griffier gewaarmerkte fotokopie als bijlage aan deze uitspraak is gehecht.
  4. Identiteit van de opgeëiste persoon De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij niet de Nederlandse, maar de Oekraïense nationaliteit heeft.
  5. Strafbaarheid Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist Het feit is zowel naar het recht van Belgisch als naar Nederlands recht strafbaar. Op dit feit is in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden gesteld. Het feit levert naar Nederlands recht op: Diefstal door twee of meer verenigde personen.
  6. Samenloop Er is sprake van samenloop van het onderhavige aanhoudingsbevel met een aanhoudingsbevel uit Denemarken uitgevaardigd op 4 februari
  7. In zijn schriftelijke samenvatting overweegt de officier van justitie dat voorrang dient te worden gegeven aan overlevering voor het Europees aanhoudingsbevel afkomstig van de Belgische justitiële autoriteiten. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de opgeëiste persoon op grond van dit EAB is aangehouden en het Deense EAB pas enige tijd later werd ontvangen. Bovendien hebben de Deense autoriteiten te kennen gegeven akkoord te gaan met een onmiddellijke overlevering naar België. De opgeëiste persoon alsmede zijn raadsvrouw hebben te kennen gegeven eveneens de voorkeur te hebben om voorrang te geven aan het Belgische verzoek. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de officier van justitie in redelijkheid tot zijn keuze kunnen komen. De rechtbank bevestigt derhalve het oordeel van de officier van justitie dat aan het onderhavige Belgische EAB voorrang dient te worden gegeven.
  8. Slotsom Nu ten aanzien van het feit waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat aan alle eisen is voldaan die de OLW daaraan stelt, dient de overlevering te worden toegestaan.
  9. Toepasselijke wetsbepalingen Artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht. Artikelen 2, 5, 7 en 26 van de Overleveringswet.
  10. Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Aldus gedaan door mr. J.H.J. Evers, voorzit¬ter, mrs. S.A. Krenning en I.V.Ottens, rech¬ters, in tegenwoordigheid van mr. A.B. Boukema, grif¬fier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 april
  11. Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.