vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht, voorzieningenrechter zaaknummer / rolnummer: 488932 / KG ZA 11-661 MvW/BB Vonnis in kort geding van 24 juni 2011 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAAS INTERNATIONAL B.V., gevestigd te Veldhoven, eiseres bij dagvaarding van 2 mei 2011, advocaat mr. G.L. van 't Hoff te Den Haag, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN, zetelende te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam, alsmede de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOUWE EGBERTS COFFEE SYSTEMS NEDERLAND B.V., gevestigd te Utrecht, tussenkomende partij, advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Amsterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAAS INTERNATIONAL B.V., gevestigd te Veldhoven, advocaat mr. G.L. van 't Hoff te Den Haag, 2. de publiekrechtelijke rechtspersoon UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN, zetelende te Amsterdam, advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam. Partijen zullen hierna worden aangeduid als Maas, UWV en DECS. 1. De procedure 1.1. Ter terechtzitting van 9 juni 2011 heeft DECS bij incidentele conclusie primair verzocht te mogen tussenkomen en subsidiair verzocht zich aan de zijde van UWV te mogen voegen in de procedure tussen Maas en UWV. UWV heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit verzoek. Maas heeft bezwaar gemaakt tegen de verzochte tussenkomst dan wel voeging voor zover dat met zich zou brengen dat ter zitting tevens de bezwaren van DECS tegen de toepassing van de gunningscriteria door UWV zouden worden behandeld. Nu niet is gebleken dat een behandeling van de wijze van toepassing van de gunningscriteria aan een goede procesorde in de weg staat en DECS daarnaast voldoende belang bij de uitkomst van deze procedure heeft is het primaire verzoek tot tussenkomst toegestaan. 1.2. Vervolgens heeft Maas in de hoofdzaak gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar vordering heeft gewijzigd conform hetgeen staat weergegeven onder 3.1. UWV heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. DECS heeft daarnaast als tussenkomende partij een vordering ingesteld zoals hierna onder 3.4 staat vermeld. Alle partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Ter zitting waren aanwezig: Aan de zijde van Maas: [persoon 1] en [persoon 2] met mr. Van ’t Hoff. Aan de zijde van UWV: [persoon 3] en [persoon 4] met mr. Nouhuys. Aan de zijde van DECS: [persoon 5] met mr. Stellingwerff Beintema. 2. De feiten In de hoofdzaak en de zaak tot tussenkomst 2.1. UWV is een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart voor de opdracht met de volgende omschrijving: ‘de full operating van de Automatenservice (warme dranken, frisdrank- en warenautomaten) ten behoeve van circa 135 locaties van UWV. Het totaal aantal consumpties is, gebaseerd op aantallen van het jaar 2009, geschat op circa 23.000.000.’(hierna: de opdracht). Op deze aanbesteding is het Besluit Aanbestedingsregels voor Overheidsopdrachten (BAO) van toepassing. Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving. UWV beoogt met de onderneming die de opdracht gegund krijgt een raamovereenkomst te sluiten voor de duur van vijf jaar. 2.2. In het Programma van Eisen is onder meer het volgende opgenomen: ‘Inschrijver geeft aan, door akkoord te gaan met dit Programma van Eisen, te voldoen aan alle eisen uit dit PvE. Een eis is een criterium waaraan Inschrijver onvoorwaardelijk dient te voldoen. Niet volledig voldoen aan een eis leidt tot uitsluiting. (…)’ 2.3. In hoofdstuk 2.6 van het Programma van Eisen zijn de duurzaamheideisen opgenomen. De eisen zijn aangeduid als d-e-1 tot en met d-e-9. De duurzaamheideis met betrekking tot de te leveren koffie en thee is opgenomen onder d-e-3. Deze eis is geherformuleerd bij Nota van Inlichtingen onder vraag 68 en luidt: ‘De aanbestedende dienst hanteert de volgende omschrijving voor de door haar te hanteren duurzaamheidcriteria voor de full operating van haar warme dranken automaten: ‘Onder duurzaam worden in deze aanbesteding alle producten en ingrediënten bedoeld die bij productie en verwerking voldoen aan bovenwettelijke normen, anders dan biologisch, waardoor er sprake is van verbetering van milieu- en/of sociale omstandigheden. In ieder geval voldoen merken met een UTZ-certificering, Max Havelaar en Rainforest Alliance aan dit criterium.’’ 2.4. Maas en DECS hebben beiden een inschrijving ingediend. 2.5. Onderdeel van de aanbesteding betrof een smaaktest. In de verstrekte informatie over deze smaaktest staat onder meer: ‘De automaten dienen gevuld te worden vanuit originele gesloten verpakkingen.’ 2.6. Bij brief van 27 januari 2011 heeft UWV aan Maas medegedeeld voornemens te zijn de opdracht aan haar te gunnen. DECS heeft tegen dit voornemen bezwaar gemaakt en heeft een kort geding procedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank. Voordat dit kort geding ter zitting werd behandeld is UWV op haar voornemen de opdracht aan Maas te gunnen terug gekomen. Bij brief van 5 april 2011 heeft UWV Maas hiervan in kennis gesteld. Zij heeft onder meer het volgende geschreven: ‘De reden hiervoor is, dat uw inschrijving door UWV alsnog als ongeldig is aangemerkt en terzijde is gelegd. Naar nu blijkt voldoet de door uw organisatie aangeboden en bij de smaaktest gebruikte koffie niet aan de duurzaamheideisen zoals gesteld in de programma van eisen en wensen. Aangezien sprake is van een minimumeis en in het bestek is opgenomen, dat een inschrijving dient te voldoen aan alle eisen die zijn gesteld in het programma van eisen en wensen, is UWV derhalve gehouden uw inschrijving uit te sluiten.’ UWV heeft in deze brief tevens kenbaar gemaakt dat zij voornemens is om de opdracht aan DECS te gunnen. 2.7. Bij brief van 11 april 2011 van mr. Van ’t Hoff heeft Maas bezwaar gemaakt tegen het door UWV gewijzigde gunningsvoornemen. UWV heeft geen aanleiding gezien om op haar besluit terug te komen. 3. Het geschil In de hoofdzaak 3.1. Maas vordert -na eiswijziging- primair om UWV te verbieden de in het kader van de aanbesteding EA Automatenservice aanbestede Raamovereenkomst aan DECS te gunnen en, indien UWV nog tot gunning wil overgaan, haar te gelasten die Raamovereenkomst aan Maas te gunnen en daartoe binnen 48 uur na vonnisdatum een gunningsbesluit te nemen en dit besluit aan Maas ter kennis te brengen. Subsidiair vordert Maas om een voorziening te treffen die de voorzieningenrechter juist acht. Uiterst subsidiair vordert Maas UWV te verbieden tot gunning van de opdracht over te gaan en, indien UWV nog tot gunning wil overgaan, te gelasten deze opdracht opnieuw aan te besteden. Ten slotte vordert Maas om UWV in de proceskosten te veroordelen, vermeerderd met de wettelijke rente. 3.2. Maas heeft daartoe gesteld, kort gezegd, dat haar inschrijving ten onrechte ongeldig is verklaard. Zij betwist dat zij niet heeft voldaan aan de in de aanbestedingsdocumenten opgenomen duurzaamheidvereisten. In dit verband heeft Maas verklaard dat zij speciaal voor deze aanbesteding in samenwerking met haar brander E.P. Leidsche een blend heeft geproduceerd waarbij rekening is gehouden met de eis dat de geleverde koffie duurzaam geproduceerd moet zijn. Voor de te leveren koffie heeft Beijers Koffie, waarvan E.P. Leidsche een dochtermaatschappij is, inmiddels ook een ‘Chain of Custody’ certificaat verkregen. Daarnaast heeft Beijers Koffie een ‘Approval of Utz Certified logo on Mi Coffee packaging’ verkregen. Maas is dan ook in staat om de aangeboden koffie te leveren onder het Utz-certificaat. UWV is echter zonder dat daarvoor grondslag is te vinden in de aanbestedingsdocumenten achteraf de eis gaan stellen dat de in de smaaktest gebruikte koffie als zodanig reeds gecertificeerd moest zijn. Dat het, zoals UWV stelt, om een minimumeis gaat blijkt volgens Maas nergens uit. Maas heeft in dit verband verwezen naar de in de aanbesteding gehanteerde beoordelingssystematiek, die er volgens haar kort gezegd op neer komt dat de inschrijver met betrekking tot het overgrote deel van de eisen gesteld in het Programma van Eisen kan volstaan met een akkoordverklaring en de inschrijver slechts met betrekking tot enkele eisen daadwerkelijk dient aan te tonen dat zij eraan voldoet. Ten aanzien van deze laatste groep eisen zijn in het Programma van Eisen en de daarbij gevoegde vragenlijst zogenoemde Verificatievragen gesteld. Volgens Maas kan uit de omstandigheid dat met betrekking tot de eis d-e-3 (de duurzaamheideis met betrekking tot de te leveren koffie en thee) geen verificatievraag is gesteld worden opgemaakt dat zij ten aanzien van deze eis kon volstaan met een akkoordverklaring dat zij bij de uitvoering aan dit vereiste zal voldoen. UWV heeft in het kader van de gunning kennelijk uitsluitend de smaak van de geoffreerde koffie willen beoordelen. Dat is volgens Maas ook niet vreemd omdat de kwaliteit en de duurzaamheid twee van elkaar onafhankelijke eigenschappen zijn van de toekomstige koffieleverantie. Naar de mening van Maas is het ook niet logisch om aan de bij de smaaktest gebruikte koffie al de eis van duurzaamheid te stellen omdat het gebruik van duurzame koffie bij de smaaktest nog niets zegt over de duurzaamheid van de uiteindelijk geleverde koffie. In dit verband heeft zij erop gewezen dat de inschrijver zich alleen kan verplichten om koffie te leveren met eenzelfde smaakprofiel als bij de smaaktest. Het is volgens Maas onhaalbaar dat daarbij steeds gebruik wordt gemaakt van dezelfde koffiesoorten met dezelfde sociale criteria. 3.3. UWV heeft verweer gevoerd dat, voor zover van belang, hierna onder de beoordeling aan de orde zal komen. In de zaak tot tussenkomst 3.4. DECS vordert -samengevat- de vorderingen van Maas in de hoofdzaak af te wijzen en UWV primair te veroordelen om de opdracht aan DECS te gunnen en subsidiair om een voorziening te treffen die de voorzieningenrechter juist acht en recht doet aan de belangen van DECS, met veroordeling van Maas of UWV in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente. 3.5. DECS heeft daartoe gesteld, kort gezegd, dat Maas ongeldig heeft ingeschreven omdat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.