beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Sector Kanton Locatie AMSTERDAM EA 10-1884 Beschikking van 12 mei 2011 11 BESCHIKKING Op 8 november 2010 is een verzoekschrift ingekomen ter griffie van: De Bewonerscommissie [verzoekster] p/a mevrouw [naam] te Amsterdam, verzoekster tegen [verweerster] gevestigd te Amsterdam verweerster HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE Na de beschikking van 1 februari 2011 zijn de volgende stukken ingekomen: -een akte uitlating van [verweerster] met bijlagen; -een reactie van de Bewonerscommissie met bijlagen. GRONDEN VAN DE BESLISSING
- Partijen zijn het er over eens dat de Bewonerscommissie geïnformeerd diende te worden over het voornemen van [verweerster] om over te gaan tot 100% verkoop in haar complexen van sociale huurwoningen. Bespreking van dit voornemen bij gelegenheid van een door [verweerster] georganiseerde workshop bewonerscommissies in een vve kan niet alszodanig worden aangemerkt evenmin als het meedelen van dit voornemen bij gelegenheid van het voorjaarsoverleg van [verweerster] met de Bewonerscommissie (prod.2 akte uitlaten [verweerster]). Door de brief van 10 juni 2010 (prod.9 verzoekschrift) is de Bewonerscommissie echter wel geïnformeerd over bedoeld voornemen hoewel deze brief door [verweerster] niet eigener beweging aan de Bewonerscommissie is geschreven. Dat in de brief van [verweerster] de gevolgen van haar voornemen niet zijn genoemd, anders dan in de Overlegwet voorgeschreven, rechtvaardigt geen opschorting van dat voornemen nu de Bewonerscommissie geen feiten en/of omstandigheden heeft gesteld die tot het oordeel kunnen leiden dat zij door dat nalaten is benadeeld.
- De Bewonerscommissie verzoekt om te mogen adviseren over het onder
- genoemde voornemen van [verweerster]. Zij baseert dat verzoek op artikel 5 van de Overlegwet. Anders dan in artikel 4 van die wet staat daar niet ‘’de betrokken huurdersorganisatie en de betrokken bewonerscommissie’’ maar ‘’de huurdersorganisatie of de bewonerscommissie’’. Uit de memorie van antwoord van de Overlegwet (onder 3.3) blijkt voldoende waarom bij de advisering (artikel 5 van de wet) ‘’of’’ staat (huurdersorganisatie of bewonerscommissie), anders dan bij de informatievoorziening (artikel 4 van de wet) waar ‘’en’’ staat (huurdersorganisatie en bewonerscommssie). Over algemene beleidsvoornemens behoeft de verhuurder alleen advisering te vragen aan een overkoepelende huurdersorganisatie. Teneinde te waarborgen dat deze huurdersorganisatie voldoende op de hoogte is van de belangen van de verschillende huurders- en bewonerscommissies in het gebied dient de informatie over beleidsvoornemens door de verhuurder aan (alle) huurders- en bewonerscommissies te worden verstrekt. Zodra het beleidsvoornemen de belangen van huurders van bepaalde woningen rechtstreeks raakt overlegt en adviseert de huurdersorganisatie en/of bewonerscommissie op complexniveau.
- In dit geval betekent dat dat [verweerster] (nog) niet om advies hoefde te vragen aan de bewonerscommissie. Het gaat nog slechts om een algemeen beleidsvoornemen hetgeen op huurdersorganisatieniveau wordt behandeld. Dat de huurdersorganisatie niet functioneert, zoals de Bewonerscommissie heeft gesteld, brengt niet met zich dat [verweerster] om die reden met de verschillende Bewonerscommissies moet overleggen dan wel hen om advisering moet vragen.
- De verzoeken worden afgewezen. BESLISSING De kantonrechter: -wijst de verzoeken af. Aldus gegeven te Amsterdam en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2011 door mr. C. von Meyenfeldt, kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier. De griffier de kantonrechter ?