← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8486

RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beschikking op het op 5 juli 2011 ingekomen en onder rekestnummer HA RK 220.2011 ingeschreven verzoek van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker. Het verzoek strekt tot wraking van mrs. [rechter 1], [rechter 2] en [rechter 3], leden van de wrakingskamer, belast met de behandeling van een tweede door verzoeker ingediend verzoek tot wraking in dezelfde zaak gericht tegen [rechter 4], kantonrechter te Amsterdam (hierna: de rechter).

  1. De procedure Verzoeker is gedaagde partij in een bij de rechter aanhangige zaak onder nummer 1232991 CV EXPL 11-8520 (Stichting woningstichting Eigen Haard tegen verzoeker). Op 4 april 2011 heeft verzoeker een tot de rechter gericht verzoek tot wraking gedaan. Bij beslissing van 1 juni 2011 is dit verzoek door een wrakingskamer afgewezen. Bij brief van 18 juni 2011 heeft verzoeker opnieuw wraking van de rechter verzocht. Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 30 juni 2011 in aanwezigheid van verzoeker en de gemachtigde van de eisende partij in de hoofdzaak. Bij brief van 5 juli 2011 heeft verzoeker een verzoek tot wraking van de leden van de wrakingskamer gedaan.
  2. Het verzoek en de gronden daarvan Het verzoek tot wraking berust op de grond dat tijdens de behandeling van het verzoek tot wraking de gemachtigde van de wederpartij aanwezig was. Verzoeker is van mening dat de gemachtigde niet aanwezig mocht zijn, hij is immers geen rechter. Bovendien bleek de gemachtigde van de wederpartij in het bezit van het verzoek tot wraking. Door het toelaten van de gemachtigde is het duidelijk dat de leden van de wrakingskamer vooringenomen en partijdig zijn, aldus verzoeker
  3. De gronden van de beslissing 3.1 Op grond van artikel 10.3 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Amsterdam worden wrakingsverzoeken die zijn gericht tegen (leden van) de wrakingskamer niet in behandeling genomen, indien zij kennelijk niet voldoen aan de in paragraaf 4 vermelde eisen. Artikel 4.1 stelt aan een wrakingsverzoek onder meer als eis dat het gemotiveerd dient te zijn ten aanzien van iedere rechter op wie het betrekking heeft. 3.2 Het verzoek van 5 juli 2011 is niet gemotiveerd ten aanzien van iedere rechter op wie het betrekking heeft. Wat door verzoeker is aangevoerd ter onderbouwing van zijn verzoek heeft betrekking op de aanwezigheid van de wederpartij van verzoeker tijdens de behandeling van zijn wrakingsverzoek. Het verzoek voldoet daarom niet aan de daaraan te stellen eisen. De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek daarom buiten behandeling dient te worden gelaten. 3.3 Verzoeker kan daarom in het door hem ingediende verzoek niet worden ontvangen. Het bepaalde in artikel 39, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt buiten toepassing gelaten. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor een debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de rechtbank niet toe omdat het verzoek aanstonds niet-ontvankelijk wordt verklaard. 3.4 Het heeft er alle schijn van, dat verzoeker met zijn wrakingsverzoek slechts heeft beoogd de rechtsgang te vertragen of te hinderen. Het met dat doel aanwenden van een rechtsmiddel is misbruik in de zin van artikel 39, vierde lid, Rv. De wrakingskamer ziet daarom aanleiding te bepalen dat verdere wrakingsverzoeken van verzoeker, voor zover die verzoeken zich richten tot de leden van de wrakingskamer belast met de behandeling van het tweede door verzoeker ingediende verzoek tot wraking, niet in behandeling zullen worden genomen.
  4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING: De rechtbank: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek; - bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van de wrakingskamer niet in behandeling zal worden genomen. Aldus gegeven door mrs. J.A.J. Peeters, N.C.H. Blankevoort en M.M. van der Nat, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2011 in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, vijfde lid, Rv, geen voorziening open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.