vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 484236 / HA ZA 11-678 Vonnis van 1 februari 2012 in de zaak van [A], wonende te --, eiser, advocaat mr. M.A.M. Lem te Breda, tegen de naamloze vennootschap DAS NEDERLANDSE RECHTSBIJSTAND VERZEKERINGSMIJ NV, gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam. Partijen zullen hierna [A] en DAS genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties, - de conclusie van antwoord, met producties - het tussenvonnis van 29 juni 2011, waarin een comparitie van partijen is bevolen, - het proces-verbaal van comparitie van 9 november 2011, met de daarin genoemde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [A] heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij ASR fortis. De desbetreffende polisvoorwaarden luiden – voor zover hier relevant – als volgt: Algemeen Voor het verlenen van de rechtsbijstand hebben wij een overeenkomst gesloten met de schaderegelaar (DAS). (…) Artikel 4 Verlening van de rechtsbijstand 1. de deskundigen die bij de schaderegelaar in loondienst zijn verlenen de rechtsbijstand, behalve als de schaderegelaar besluit de verlening van de rechtsbijstand of een deel daarvan over te dragen aan een externe deskundige. (…) 2. De schaderegelaar vergoedt de in artikel 5.1.b genoemde externe kosten die uit de rechtsbijstand voortvloeien tot maximaal € 12.500,00 per geschil. (…) 3. (…) 4. (…) 5. (…) 6. Als de schaderegelaar een opdracht geeft aan een advocaat om de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratie procedure te behartigen, volgt de schaderegelaar de keuze van de verzekerde. Als de zaak in Nederland dient, komen alleen advocaten die in Nederland zijn ingeschreven of kantoor houden in aanmerking. (…) Artikel 12 Verplichtingen van de verzekerde 1. Als de verzekerde een beroep op deze rechtsbijstanddekking doet, moet hij: a. zijn verzoek zo spoedig mogelijk na het ontstaan van de gebeurtenis bij de schaderegelaar melden; b. alle medewerking verlenen die de schaderegelaar en/of de deskundigen die door de schaderegelaar zijn ingeschakeld van hem vragen; c. zo spoedig mogelijk alle originele bewijsstukken, gegevens en documenten die op de zaak betrekking hebben (…) aan de schaderegelaar verstrekken; (…) 2.2. [A] heeft op 27 maart 2009 en op 15 maart 2010 twee arbeidsrechterlijke geschillen aangemeld bij DAS. De behandeling daarvan is door DAS uitbesteed aan mr. Lem. 2.3. Op 17 december 2010 ontving [A] een beschikking van het UWV, waaruit bleek dat [A] geen WIA uitkering zal worden verstrekt. 2.4. Op 24 januari 2011 schreef mr. Lem aan DAS het volgende: Inzake [A] (…) Voor de heer [A] heb ik een tweetal arbeidsrechtelijke kwesties met zijn werkgever afgehandeld. Thans heeft hij een UWV beslissing ontvangen waarbij hem is meegedeeld dat hij geen aanspraak kan maken op een WIA-uitkering. [A] kan zich niet verenigen met de inhoud van dat besluit (…). Ik acht zijn standpunt zeer verdedigbaar (…). Om de termijn veilig te stellen heb ik namens de heer [A] alvast pro forma bezwaar gemaakt bij het UWV. Kopie daarvan treft u bij deze brief aan. Mijn kantoor heeft echter noch met [de tussenpersoon, rechtbank] noch met DAS Rechtsbijstand een contract ter zake de juridische belangenbehartiging met betrekking tot sociale verzekeringszaken. (…) De heer [A] wenst in dezen echter wel door mij te worden blijven bijgestaan. Ik ben bereid de zaak van de heer [A] in behandeling te nemen maar dan dient DAS Rechtsbijstand wel het door mij in deze gehanteerde uurtarief ad EUR 190,- ex 5% kantoorkosten, ex BTW te voldoen. (…) Indien DAS Rechtsbijstand derhalve niet akkoord kan gaan met de belangen¬behartiging door mij in dezen tegen het door mij gehanteerde uurtarief dan zal ik een en ander in opdracht van de heer [A] voorleggen aan de bevoegde rechter. 2.5. Op 3 februari 2011 schreef DAS terug: Voor DAS is het van belang om te bepalen of deze nieuwe kwestie – zoals de polisvoorwaarden verlangen – direct na het ontstaan van het geschil bij DAS is aangemeld. Graag verzoek ik u daarom mij verder middels kopieën van relevante stukken over die kwestie te informeren. (…) Zoals u bekend zal zijn, is het uitgangspunt in de polisvoorwaarden dat de rechtsbijstand wordt verleend door juristen in loondienst van DAS, tenzij DAS besluit de rechtsbijstandverlening over te dragen aan een advocaat. Daarbij is voorts bepaald dat als DAS een opdracht geeft aan een advocaat om de belangen van een verzekerde te behartigen in een gerechtelijke of administratieve procedure, DAS de advocaatkeuze van de verzekerde volgt. (…) Anders dan u kennelijk veronderstelt, bestaat er voor DAS geen verplichting tot overdracht van een zaak aan de advocatuur. In het door u vermelde UWV-geschil zie ik daarom – voorzover er al of nog sprake is van polisdekking (…) – voorshands geen grond om de zaaksbehandeling aan u over te dragen. 3. Het geschil 3.1. [A] vordert – samengevat – bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - een verklaring voor recht dat zijn geschil met het UWV onder de dekking van zijn rechtsbijstandverzekering valt; - een verklaring voor recht dat hij recht heeft op vrije advocaatkeuze en dat terecht een beroep op de nietigheid van desbetreffende bepalingen in de overeenkomst is gedaan; - veroordeling van DAS in de buitengerechtelijke kosten; - veroordeling van DAS om aan [A] de gemaakte en nog te maken kosten van rechtsbijstand door mr. Lem in zijn geschil met het UWV vanaf 13 januari 2011 te vergoeden; met veroordeling van DAS in de kosten van het geding. 3.2. [A] stelt daartoe dat op grond van de toepasselijke Europese regelgeving en de omzetting daarvan in de Nederlandse wet hem een recht op vrije advocaatkeuze toekomt. Het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen heeft bepaald dat dat recht niet beperkt kan worden door de verzekeraar. De desbetreffende polisbepalingen zijn derhalve nietig. Nu er sprake is van een procedure tussen hem en het UWV staat het [A] derhalve vrij om mr. Lem te vragen zijn belangen te behartigen en dient DAS de kosten daarvan te vergoeden. Aldus – steeds – [A]. 3.3. DAS voert verweer. [A] heeft DAS niet voldoende en niet tijdig geïnformeerd over zijn geschil met het UWV, zodat er om die reden geen aanspraak op dekking onder de verzekering bestaat. Van een ongeclausuleerd recht op vrije advocaatkeuze is – in het geval van een natura-verzekering als de onderhavige – geen sprake. Pas als er sprake is van een gerechtelijke procedure en DAS de zaak niet laat behandelen door haar eigen medewerkers, maar een externe advocaat wordt ingeschakeld, staat het [A] vrij een advocaat aan te wijzen, daarbij geldt ook een maximumbedrag. De polisbepalingen zijn in overeenstemming met de regelgeving en de vordering van [A] moet derhalve worden afgewezen. Aldus – steeds – DAS. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Bij dagvaarding heeft [A] zich beroepen op de DAS rechtsbijstandverzekering met polisnummer 586474. De stellingen van DAS dat die verzekering is opgezegd tegen 20 april 2009 en dat [A] per die datum een rechtsbijstandverzekering heeft afgesloten bij ASR (die wordt uitgevoerd door DAS) zijn door [A] niet gemotiveerd weersproken, zodat de rechtbank DAS daarin zal volgen. De relevante bepalingen van de polissen wijken overigens inhoudelijk niet van elkaar af. 4.2. Artikel 4:67 Wet financieel toezicht (hierna: Wft) luidt: 1.Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking uitdrukkelijk wordt bepaald dat het de verzekerde vrij staat een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige te kiezen indien: a. een advocaat of andere rechtens bevoegde deskundige wordt verzocht de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen; of b. zich een belangenconflict voordoet. 4.3. Artikelen 3 en 4 van de Richtlijn 87/344 van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering (hierna: de richtlijn) luiden: Artikel 3 (…) 2. Elke Lid-Staat doet het nodige om ervoor te zorgen dat de op zijn grondgebied gevestigde ondernemingen, overeenkomstig de door de Lid-Staat gemaakte keuze, of naar eigen keuze indien de Lid-Staat zulks toestaat, ten minste een van de volgende alternatieve oplossingen aannemen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.