vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/534828 / HA ZA 13-121 Vonnis van 19 juni 2013 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats], eiser, advocaat mr. G.G.E.A. Frederix, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN (UWV), zetelend te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. B.J.H. Crans. Partijen zullen hierna [eiser] en het UWV genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 21 januari 2013, met producties, de conclusie van antwoord, met productie, het tussenvonnis van 27 maart 2013 waarbij een comparitie van partijen is gelast, het proces-verbaal van de op 8 mei 2013 gehouden comparitie van partijen, met de daarin genoemde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] werkte in 2008 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst van Sportservice Noord-Holland als sportcoördinator bij de Richard Krajicek Foundation. Op 15 september 2008 is eiser uitgevallen met burn out verschijnselen. Op 31 december 2008 is de arbeidsovereenkomst van [eiser] van rechtswege geëindigd. 2.2. Begin januari 2009 heeft [eiser] contact opgenomen met de heer [naam 1] (hierna: [naam 1]) van re-integratiebedrijf Ondernemerskwadrant te Wateringen. Tijdens een intake-gesprek heeft [naam 1] [eiser] gewezen op de mogelijkheid via het UWV een traject te doorlopen om een eigen onderneming te starten met behoud van uitkering. 2.3. Bij brief van 12 januari 2009 heeft [eiser] zich bij het UWV aangemeld voor een uitkering op grond van de Ziektewet en heeft [eiser] aangegeven een afspraak met het UWV te willen maken om zijn situatie te bespreken. 2.4. Op 20 januari 2009 heeft [eiser] na een doorverwijzing van zijn huisarts psychiater dr. [naam 2] (hierna: [naam 2]) bezocht. In het onderzoeksverslag van dit bezoek heeft [naam 2] als diagnose genoteerd “depressie, recidief, ernstig” en als behandelplan het starten met antidepressiva. 2.5. Op 23 februari 2009 heeft [eiser] een gesprek gehad met arbeidsdeskundige [naam 3] (hierna: [naam 3]) van het UWV. In dit gesprek heeft [eiser] aangegeven met kleine stappen weer aan het arbeidsproces te willen gaan deelnemen met het opzetten van een eigen bedrijf in verkoop van tennismaterialen aan tennisparken en tennisleraren. [naam 3] heeft met [eiser] gesproken over de mogelijkheid om dit plan te verwezenlijken in het kader van een zogeheten Individuele Re-integratie Overeenkomst (hierna: IRO). Bij een IRO-traject kiest de betrokkene zelf een re-integratiebedrijf en stelt samen met dat bedrijf een re-integratieplan op. Het UWV betaalt, na goedkeuring van het plan, de kosten van het traject. Gedurende de loop van het traject behoudt de betrokkene zijn recht op uitkering. 2.6. Op 20 maart 2009 is [eiser] op het spreekuur bij verzekeringsarts dr. [naam 4] (hierna: [naam 4]) van het UWV geweest. In het verslag van dit spreekuur valt onder meer het volgende te lezen: “ Anamnese […] Gaat inmiddels beter. […] Het slapen gaat goed, hij is niet meer zo somber. Client heeft geen angst en paniek meer. Concentratie is nog wel erg slecht maar client denkt dat dit altijd al zo geweest is. Het vooruitzicht op een IRO heeft hem op doen bloeien. […] Onderzoek Cliënt is een verzorgde man. Jonger dan kalenderleeftijd. […] Enige grenzeloosheid. De stemming is vrolijk en het affect moduleert adequaat. De concentratie en het geheugen zijn niet gestoord. Het inzicht in eigen kunnen lijkt mij niet geheel adequaat te worden ingeschat. Beschouwing Probleemanalyse […] Uitgevallen met burn-out klachten sept 2008. Therapie heeft plaatsgevonden maar er is een zeer geringe gespreksfrequentie. Momenteel goed reagerend op medicatie. Beperkingen zijn nog aanwezig op het gebied van omgaan met stress, het omgaan met emoties van zichzelf en anderen, conflicthantering en leidinggevende verantwoordelijkheden. Plan van aanpak Met arbeidsdeskundige is gesproken over een reintegratie traject. Tijdens het teamoverleg zal dit worden besproken en aanvankelijk daarvan zal verder beleid worden geformuleerd.” 2.7. [naam 4] heeft de resultaten van zijn onderzoek tevens opgenomen in de schriftelijke “Probleemanalyse” van 20 maart 2009. De voorgedrukte vraag in de probleemanalyse of [eiser] het werk weer spoedig kon hervatten of weer beschikbaar was voor werk, heeft [naam 4] ontkennend beantwoord. Als conclusie heeft [naam 4] aangegeven dat [eiser] re-integratiemogelijkheden heeft. Op basis van deze probleemanalyse heeft [naam 4] op diezelfde datum een “Plan van aanpak” opgesteld. 2.8. [eiser] en [naam 1] hebben op 31 maart 2009 een “Aanvraag individuele re-integratieovereenkomst” ingediend bij het UWV. Bij deze aanvraag is een door [eiser] en [naam 1] ondertekend re-integratieplan gevoegd. In dit re-integratieplan is onder meer het volgende opgenomen: “ Welke mogelijkheden heeft de klant op de arbeidsmarkt? Belanghebbende is eind vorig jaar uitgevallen in zijn baan als sportcoordinator. Een compleet nieuwe start lijkt raadzaam. Belanghebbende heeft ervaring met het helpen in een tennisshop en heeft hier veel plezier in. Dit verder uitbouwen kan een succesvol eigen bedrijf opleveren. M.i. een prima alternatief omdat belanghebbende ook zijn eigen tijd, werk en tempo kan indelen. Welke kansen en belemmeringen wat werk betreft zien u en de klant? […] Beperkingen zijn aanwezig op het gebied van omgaan met stress, met emoties van zichzelf en anderen, conflicthantering en leidinggevende verantwoordelijkheid. Heeft de klant mogelijkheden om als zelfstandige te werken? Ja. Belanghebbende is jong en enthousiast. Ziet zeer veel mogelijkheden. Pakt zaken direct op. Echter focus en keuzes maken is nu de next step. En leren ‘nee’ te zeggen. Welke concrete afspraken heeft u met de klant gemaakt om weer aan het werk te kunnen gaan? Met ondersteuning van dhr. [naam 1] gaat dhr. [eiser] zelf het ondernemingsplan in praktijk brengen. Dhr. [naam 1] zal dit via coaching on the job ondersteunen.” 2.9. Op 8 april 2009 heeft [naam 3] het re-integratieplan voor akkoord ondertekend. Op diezelfde datum heeft [naam 3] een schriftelijke “Bijstelling op het Plan van aanpak” opgesteld. In dit document staat, voor zover hier van belang, het volgende: “ Reden bijstelling: In het Plan van Aanpak van de verzekeringsarts dd. 20/03/09 is aangegeven dat hierover met de arbeidsdeskundige overleg is gevoerd en na overleg in het team wordt verder beleid geformuleerd. Overleg in team geweest en evt. IRO-traject via Ondernemerskwadrant (OK). Beschrijf de bijstelling per onderwerp zo concreet mogelijk: In 1e aanleg geen mogelijkheden m.b.t. reintegratie. Nu wel en client heeft, zoals afgesproken, een IRO aangevraagd. Akkoord dat hij, onder begeleiding van dhr. [naam 1] […] werkt aan terugkeer en als zelfstandige een zelfstandige onderneming in tennisartikelen (Racketsport Westland) wil opzetten. Zie ook opgesteld reintegratieplan dd. 31/03/09” 2.10. [eiser] is onder begeleiding van [naam 1] aan de slag gegaan met het opzetten van zijn onderneming. In de zogeheten “3 Maandsrapportage IRO” heeft [naam 1] aan het UWV verslag gedaan van de voortgang van het traject in de maanden maart tot en met mei 2009. In deze rapportage is, voor zover hier van belang, het volgende te lezen: “ Wat gaat goed? [eiser] heeft de ondernemerstest ingevuld. […] Het resultaat ziet er redelijk uit! […] [eiser] heeft zijn intrek genomen in het kantoor van Ondernemerskwadrant te Wateringen. Hij is op een rij aan het zetten wat de mogelijkheden zijn van onderneming. Wat kan beter? Het aanbrengen van focus is voor [eiser] in eerste instantie lastig. Zoals ook uit de ondernemerstest blijkt heeft hij zeer veel ideeën (is hij creatief). Het kiezen van een bepaalde koers is de next step. [eiser] is een enthousiaste en leergierige jongeman. Daarnaast heeft hij ADHD en slikt hij ook medicijnen hiervoor. Het gevaar van overspannenheid ligt op de loer. Ik ben me hier bewust van en zal hem ook op aanspreken. Koers Rustig de ingeslagen weg vervolgen. […]” De rapportage is op 5 augustus 2009 gezien en akkoord bevonden door arbeidsdeskundige [naam 5] (hierna: [naam 5]) van het UWV. 2.11. In de “6 Maandsrapportage IRO” over de periode juni tot en met augustus 2009 heeft [naam 1] het volgende geschreven: “ Wat kan beter? Het stellen van zeer korte deadlines is iets wat [eiser] vaak doet. Hij geeft aan dat hij dat leuk vindt. Een consequentie is overigens wel dat hij zo de druk opvoert voor zichzelf en zijn omgeving. Dit levert hem van alles op en kost hem ook wat. Ik spreek hem hier regelmatig over aan en we bespreken dit. […] Koers [eiser] heeft het plan opgevat om in de toekomst direct te gaan verkopen aan de consumenten in de regio westland. We hebben samen al volop gewerkt aan dat plan. Er bestaan nu ook plannen om dit vanuit winkelpand te doen in een gemeente in het Westland. We werken verder aan de haalbaarheid van dit plan.” 2.12. Op 22 oktober 2010 heeft een evaluatiegesprek plaatsgevonden tussen [naam 1], [eiser] en [naam 5]. In het verslag van deze evaluatie staat onder meer het volgende: “ - op zich gaat het goed: er is een kleine winkel in het pand van ondernemerskwadrant te Wateringen. Bedoeling is eind voorjaar/zomer 2010 in een eigen winkelpand voldoende omzet te kunnen genereren […] is nu zo’n 25-30 uur per week actief in zijn onderneming, fulltime zou nu te belastend zijn belanghebbende gebruikt medicatie waar hij goed resultaat van ervaart, verder 1 maal per 6-8 weken contact met arts […] - zowel begeleider [naam 1] als belanghebbende ervaren dat zij op het goed pad zitten (er is meer overzicht, vanuit mogelijkheden ipv problemen denken en hoger energieniveau). Aandachtspunt blijf focus houden> belanghebbende maakt als hulpmiddel gebruik van actielijstjes […] Conclusie: Afspraak: continueren traject” 2.13. In de “9 Maandsrapportage IRO” over de periode september tot en met november 2009 heeft [naam 1] het volgende geschreven: “ Wat gaat goed? [eiser] is volop in actie. Met regelmaat van de klok staat er weer een koerier aan de deur met een bestelling voor Racketsport Westland. […] Wat kan beter? […] [eiser] maakt zich wel zorgen over de financiële consequenties van het opzetten van zijn eigen bedrijf. Het financieren van de eerste grote voorraad en de winkelinrichting is niet eenvoudig. [eiser] heeft gesproken met inkooporganisaties en banken. Hij geeft aan hier wel druk van te voelen. Met ‘zijn ADHD’ gaat het goed. Hij geeft aan tevreden te zijn met de medicijnen en met zijn manier van hier mee omgaan in relatie tot zijn eigen bedrijf. In zijn planning voor 2010 hebben we dit onderwerp ook besproken. Koers De ingeslagen weg verder vervolgen dus vooral doorgaan.” [naam 5] heeft deze rapportage op 26 november 2009 gezien en akkoord bevonden. 2.14. Uit latere medische informatie van [naam 2] blijkt dat [eiser] rond oktober 2009 een forse terugval heeft gehad in klachten en stemming, welke met behulp van medicatie in december 2009 grotendeels onder controle was. In januari 2010 bleek [eiser] ondanks de medicatie fors gewichtsverlies te hebben. 2.15. Op 15 maart 2010 heeft [eiser] zijn eigen winkel in tennisartikelen geopend. De geplande feestelijkheden rond de opening heeft [eiser] afgezegd door de druk en spanning die hij inmiddels ervoer. 2.16. Op 22 maart 2010 heeft een bespreking van het “Plan van aanpak” tussen het UWV en [eiser] plaatsgevonden. In het verslag van deze bespreking staat opgenomen dat er geen reden is om het einddoel of de aanpak van de re-integratie bij te stellen. 2.17. In de “eindrapportage IRO”, gedateerd op 1 april 2010 maar voordien al opgesteld en ondertekend, heeft [naam 1] geschreven dat [eiser] gemiddeld 22 uur per week werkt en dat er zijns inziens sprake is van een succesvolle plaatsing. 2.18. Achter de toonbank ervoer [eiser] echter een steeds grotere druk en ontwikkelden zich ook angstklachten. [eiser] kon onder deze omstandigheden uiteindelijk niet meer functioneren. Op 26 maart 2010 heeft [eiser] voor het laatst in zijn winkel gewerkt. Een vriend van [eiser] is de winkel vanaf 29 maart 2010 gaan bemannen. Op advies van zijn huisarts en psychiater heeft [eiser] op 8 april 2010 zijn winkel definitief gesloten. 2.19. Bij brief van 2 februari 2012 van zijn advocaat heeft [eiser] het UWV aansprakelijk gesteld voor de schade die [eiser] heeft geleden als gevolg van de beëindiging van zijn onderneming. Bij brief van 4 oktober 2012 heeft het UWV aansprakelijkheid afgewezen. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad I. verklaring voor recht dat het UWV aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade; II. veroordeling van het UWV tot betaling van een bedrag van € 51.500,66, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2013; III. veroordeling van het UWV tot betaling van een bedrag van € 4.145,89 althans een bedrag van € 1.788 aan buitengerechtelijke kosten; IV. veroordeling van het UWV in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente. 3.2. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat het UWV de bijzondere zorgplicht die het jegens [eiser] had heeft geschonden door (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.