vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/474301 / HA ZA 10-3512 Vonnis van 12 juni 2013 in de zaak van de rechtspersoon naar het recht van Engeland CAMPBELL BLACK LIMITED, gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk), eiseres, advocaat mr. L. Koning te Haarlem, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZWARTBOEK PRODUCTIE B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. I. Wassenaar te Amsterdam. Partijen zullen hierna Campbell en Zwartboek genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in gevoegde zaken van 25 januari 2012, de akte na tussenvonnis (tevens wijziging van eis) van Campbell van 30 mei 2012, met producties, de akte houdende verzoek tot definitieve beëindiging van de procedure tevens houdende onderbouwing volledige proceskostenveroordeling van Zwartboek van 9 januari 2013, met producties, de antwoordakte op “akte verzoek tot definitieve beëindiging en volledige proceskostenveroordeling” van Campbell van 6 februari 2013, met een productie, de akte houdende uitlating productie van Zwartboek van 20 februari 2013. 1.2. Ten slotte is wederom vonnis bepaald. 2De vaststaande feiten 2.1. In het vonnis in incident van 29 april 2009 is overwogen dat het in artikel 20.3 van de tussen partijen gesloten CPA opgenomen arbitragebeding zich ook uitstrekt over het in de hoofdzaak tussen partijen met betrekking tot bepaalde betalingen aanhangige geschil (r.o. 2.6). Vervolgens is in dat vonnis overwogen: in de hoofdzaak 2.8. Uit hetgeen hiervoor in het incident is overwogen volgt dat partijen met betrekking tot het in de hoofdzaak aanhangige geschil arbitrage zijn overeengekomen. De rechtbank zal zich om die reden in de hoofdzaak onbevoegd verklaren. 2.9. Black Book (Campbell, rechtbank) zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de hoofdzaak worden veroordeeld, aan de zijde van Zwartboek begroot op € 4.732,00 aan vastrecht. In het dictum heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen en Campbell veroordeeld in de kosten in het incident (€ 904,00), en in de kosten in de hoofdzaak. 2.2. Campbell is tegen dat vonnis in appel gekomen bij het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: het hof). Het hof heeft tegen Zwartboek verstek verleend en vervolgens arrest gewezen op 12 oktober 2010. Het dictum van dat verstekarrest luidt – voor zover van belang: (…) wijst de incidentele vordering van Zwartboek af en verstaat dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is om van de vorderingen van (…) Campbell tegen Zwartboek kennis te nemen; verwijst de zaak naar de genoemde rechtbank om op de hoofdzaak te worden beslist; (…) verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad. (…) 2.3. Zwartboek is in verzet gekomen van het verstekarrest. Tevens is – op initiatief van Campbell die de zaak op 3 november 2010 weer liet opbrengen – naar aanleiding van het verstekarrest voor deze rechtbank voortgeprocedeerd. 2.4. Bij arrest 20 september 2011 heeft het hof (kort gezegd) de verstekverlening bekrachtigd en de zaak naar de rol verwezen om verder te procederen. Het hof heeft tussentijds cassatieberoep tegen dit arrest opengesteld, van welke mogelijkheid partijen geen gebruik hebben gemaakt. In dit arrest heeft het hof voor zover van belang overwogen: 2.8. Aangezien (…) niet ter discussie staat dat Zwartboek op 23 februari 2010, de datum van het exploot waarbij Campbell de rechtsdag vervroegde, (nog) stond ingeschreven op het adres waarop zij is gedagvaard, heeft de rolraadsheer terecht tegen Zwartboek verstek verleend. Dat Campbell er mogelijk van op de hoogte was dat Zwartboek was verhuisd (Campbell betwist dat) doet daaraan niet af, reeds omdat niet is gesteld of gebleken dat Campbell ten tijde van het litigieuze exploot van het nieuwe adres op de hoogte was, bijvoorbeeld doordat Zwartboek haar nieuwe adres aan Campbell had meegedeeld. 2.5. Zwartboek heeft (meermaals) verzocht de procedure voor de rechtbank aan te houden, aangezien het door haar ingestelde verzet tegen het verstekarrest nog aanhangig was. De rechtbank heeft daarover in het tussenvonnis van 25 januari 2012 als volgt geoordeeld: 5.1. (…) Het arrest van 12 oktober 2010 is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat brengt mee dat Campbell de executie daarvan kan voortzetten, ook al heeft Zwartboek een rechtsmiddel tegen het arrest ingesteld. In zoverre hoeft de uitkomst van het verzet dus niet te worden afgewacht, terwijl aanhouding van de zaak ingevolge de eisen van een goede procesorde tot een onaanvaardbare vertraging van de procedure zou leiden. Het aanhoudingsverzoek van Zwartboek wordt derhalve afgewezen. Zolang het arrest niet is vernietigd of de uitvoerbaar bij voorraadverklaring daarvan niet is opgeheven, moet in deze procedure verder ervan worden uitgegaan dat de rechtbank bevoegd is om van de onderhavige vordering kennis te nemen. In dat vonnis is in onderhavige zaak (zaak 10-3512) aan partijen toegestaan een nadere akte te nemen; de rechtbank heeft iedere verdere beslissing aangehouden. In de zaak 10-2333 is eindvonnis gewezen. Die zaak kan hier verder onbesproken blijven. 2.6. Bij arrest van 10 juli 2012 heeft het hof zijn in r.o. 2.2 genoemde arrest vernietigd en het in r.o. 2.1 genoemde vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het hof heeft daarbij voor zover van belang overwogen: 2.5. Bij deze stand van zaken heeft de rechtbank zich terecht onbevoegd verklaard van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen en Campbell terecht als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het geding in eerste aanleg verwezen. (…) 2.7. De termijn om beroep in cassatie in te stellen tegen de in r.o. 2.4 en 2.6 genoemde arresten is ongebruikt verstreken, waardoor deze arresten in kracht van gewijsde zijn gegaan. 3De vordering 3.1. Zwartboek verzoekt (de rechtbank begrijpt: vordert) dat de rechtbank (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.