← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2013:6693

RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummers: 13/057532-01 en 23/002198-02 BESCHIKKING op de vordering van de officier van justitie bij de behandeling in openbare raadkamer op 18 juni 2013, ten aanzien van de beslissing tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, betreffende de terbeschikkinggestelde: [terbeschikkinggestelde], geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1958, thans verblijvende in FPC [lokatie] te [plaats], die bij arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 20 maart 2003 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd, welke terbeschikkingstelling laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank d.d. 2 juli 2013 voor de tijd van één

(1)jaar werd verlengd. De rechtbank heeft de beslissing omtrent verlenging van de dwangverpleging aangehouden tot de behandeling in openbare raadkamer op 27 september
  1. De inhoud van de vordering De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met één jaar. De procesgang De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder: de tussenbeschikking d.d. 2 juli 2013 inhoudende de verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar; het reclasseringsrapport van 26 september 2013, waarin wordt geadviseerd om betrokkene momenteel niet in aanmerking te laten komen voor voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, nu hij niet zal meewerken aan de opgestelde voorwaarden van de reclassering. De rechtbank heeft op 27 september 2013 de officier van justitie mr. N.M. Lemmers, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. I.R. Rigter, advocaat te Amsterdam, de deskundige [persoon 1], verbonden aan FPC [lokatie] te [plaats], in openbare raadkamer gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De beoordeling De reclassering heeft in haar rapport van 26 september 2013 geadviseerd om betrokkene niet in aanmerking te laten komen voor voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, nu de [terbeschikkinggestelde] niet akkoord gaat met de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging en hij derhalve niet zal meewerken aan de opgestelde voorwaarden van de reclassering. Behandelcoördinator [persoon 1] heeft in openbare raadkamer uiteengezet dat in zijn visie het advies van de reclassering om betrokkene niet in aanmerking te laten komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging vooral voortkomt uit de moeizame samenwerking tussen de reclassering en betrokkene. Betrokkene heeft zich bereid verklaard te voldoen aan de voorwaarden die gesteld worden bij een voorwaardelijke beëindiging, zolang deze maar niet onder de noemer van de reclassering worden gebracht. [persoon 1] acht de begeleiding van betrokkene in het kader van een voorwaardelijke beëindiging naar zelfstandigheid geboden en is van mening dat de begeleiding door [Instelling A] daarbij mogelijk is. De terbeschikkinggestelde heeft zich, bij de behandeling in openbare raadkamer op 27 september 2013, bereid verklaard tot naleving van de voorwaarden in die zin dat hij akkoord gaat met begeleiding van [Instelling A] waar het betreft dagstructuur, financiën en woonruimte. Gelet op het verhandelde ter terechtzitting, in raadkamer en artikel 38g van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk dient te worden beëindigd. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat er voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde worden gesteld. Beslissing De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af en beëindigt de verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] voornoemd onder de volgende voorwaarden, te weten dat de terbeschikkinggestelde:
  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  3. zich zal houden aan alle aanwijzingen, gericht op dagstructuur, financiën en woonruimte, die vanuit [Instelling A], poli- en dagkliniek voor forensische psychiatrie & psychotherapie te [plaats] worden gegeven. De terbeschikkinggestelde zal zich voor [Instelling A] begeleidbaar en controleerbaar opstellen, en onderhoudt daartoe wekelijks contact met [Instelling A] of zoveel meer of minder als nodig is, en komt zijn afspraken na. De rechtbank wijst [Instelling A] aan als instelling om de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen, in de zin van artikel 38 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank beveelt dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn. Deze beschikking is gegeven in openbare raadkamer van deze rechtbank door mr. M.R. Jöbsis, voorzitter, mrs. C.E.M. Marsé en E. Diepraam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Baart, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 september 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.