RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beschikking op het op 30 oktober 2013 schriftelijk gedane en onder rekestnummer HA RK 346.2013 ingeschreven verzoek van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, welk verzoek strekt tot wraking van mr. G.C. Boot, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter. Verloop van de procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken: Het schriftelijke wrakingsverzoek d.d. 30 oktober 2013; Een brief van de advocaat van verzoeker d.d. 22 juli 2013 Een brief van de advocaat van Schaap & Citroen d.d. 25 juli 2013 Een brief met bijlagen van de advocaat van Schaap & Citroen d.d. 1 augustus 2013 Een brief met bijlage van de advocaat van Schaap & Citroen d.d. 29 augustus 2013 Een brief van de advocaat van verzoeker d.d. 6 september 2013 Een rolbeschikking d.d. 20 september 2013 Een brief van de advocaat van verzoeker d.d. 26 september 2013 Een rolbeschikking van 18 oktober 2013 De rechter heeft meegedeeld niet in de wraking te berusten. Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 16 december
- Verzoeker en de rechter zijn verschenen. De rechter heeft op het verzoek gereageerd en verzoeker heeft zijn verzoek nader toegelicht. De behandeling is vervolgens gesloten. Van de behandeling is geen proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op vrijdag 20 december
- 1De feiten 1.1 Bij de rechtbank, sector kanton, locatie Amsterdam, is in behandeling een zaak met zaaknummer 1400212 CV 12-38149 tussen verzoeker als eisende partij en de besloten vennootschap Schaap & Citroen B.V. (hierna S&C) als gedaagde partij. Het betreft een geschil met betrekking tot schade aan een horloge uit 1973 van het merk Rolex. 1.2 Op 14 mei 2013 heeft in deze een comparitie van partijen plaatsgevonden. Tijdens de zitting is een brief opgesteld waarmee het horloge voor nader onderzoek aan de fabriek van Rolex te Zwitserland zou worden verstuurd. Aan de brief zou een bijlage worden toegevoegd met de details van de eerste door S&C uitgevoerde revisie. 1.
- Over de (inhoud van de) bijlage is onenigheid ontstaan tussen partijen. Verzoeker heeft de rechter bij brief van 22 juli 2013 verzocht de comparitie te vervolgen teneinde de problemen omtrent de te verzenden bijlage te bespreken. Bij brieven als vermeld onder het verloop van de procedure is over de kwestie gecorrespondeerd. 1.4 Bij rolbeschikking van 4 oktober 2013 heeft de rechter onder meer beslist in dit in dit stadium van de procedure geen aanleiding te zien een nieuwe comparitie van partijen te gelasten. 2Het verzoek en de gronden daarvan 2.1 Verzoeker voert het volgende aan. Een eerste reparatie van het horloge is uitgevoerd door S&C. Na een tweede door S&C uitgevoerde revisie is bij verzoeker de vraag ontstaan of daarmee de schade wel was opgeheven. Op de comparitie van partijen van 14 mei 2013 is afgesproken het horloge voor nader onderzoek naar de fabriek van Rolex te Zwitserland te versturen, vergezeld van een brief én een nog naderhand door S&C te leveren onderdelenbijlage van de eerste reparatie. Deze bijlage, als onderdeel van de bij comparitie gemaakte afspraken, is volgens verzoeker zodanig uitgebreid dat bij hem de veronderstelling is ontstaan dat deze niet alleen naderhand is geleverd, maar ook naderhand is geconstrueerd. Verzoeker heeft de rechter daarom verzocht de comparitie te vervolgen om deze kwestie nader te bespreken. 2.2 S&C heeft daarop de rechter en verzoeker voorgesteld de bijlage maar weg te laten. Verzoeker heeft volhard in zijn standpunt om de comparitie te vervolgen. De rechter heeft op de rolzitting van 4 oktober 2013 beslist dat de brief voor het onderzoek zonder onderdelenbijlage van de eerste revisie kan worden verzonden. Door de (motivering van) deze beslissing is bij verzoeker de schijn van partijdigheid gewekt. 3De reactie van de rechter De rechter heeft, samengevat, het volgende aangevoerd. In deze zaak heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden tijdens welke zitting een brief is opgesteld die met het horloge van verzoeker zou worden verstuurd aan de Rolex fabriek te Genève voor nader onderzoek. Bij de brief zou een bijlage worden gevoegd met de details over de eerste reparatie aan het horloge. Over die bijlage is onenigheid ontstaan tussen partijen. Verzoeker wenste een vervolg van de comparitie van partijen teneinde de onenigheid nader te bespreken. De rechter zag geen aanleiding voor een voortzetting van de comparitie. Deze beslissing is genomen na afweging van alle belangen en uit oogpunt van een efficiënt procesverloop; na ontvangst van het rapport van de fabriek van Rolex te Zwitserland met betrekking tot de omvang van de (vermeende) schade kon de kwestie met betrekking tot de door S&C aangeleverde onderdelenbijlage zo nodig alsnog aan de orde worden gesteld. Deze beslissing duidt naar de mening van de rechter niet op partijdigheid. 4De beoordeling van het verzoek 4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), dient in een wrakingprocedure te worden onderzocht of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 4.2 Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij partijdig is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn. 4.3 Het verwijt betreft een ter zake door de rechter genomen procesbeslissing. Wat er ook zij van de door verzoeker daartegen aangevoerde bezwaren, het gesloten systeem van rechtsmiddelen biedt geen ruimte voor een beoordeling binnen het kader van een wrakingsprocedure van de juistheid van een door de rechter genomen (processuele) beslissing. Wraking kan niet als verkapt hoger beroep worden gebruikt. Grond voor wraking bestaat alleen als voor de beslissing redelijkerwijs geen andere verklaring kan worden gegeven dan dat deze voortvloeit uit vooringenomenheid van de rechter. Uit hetgeen door verzoeker is aangevoerd en overigens is gebleken kan iets dergelijks niet worden afgeleid. De rechter heeft in de door verzoeker aangevoerde bezwaren tegen de met de brief aan Rolex te verzenden bijlage geen aanleiding gezien een nieuwe comparitie van partijen te gelasten. Dat levert geen grond voor wraking op.
- Het voorgaande betekent dat het verzoek tot wraking als ongegrond dient te worden afgewezen.
- Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. B E S L I S S I N G : De rechtbank: - wijst het verzoek tot wraking af; - bepaalt dat de procedure wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek. Aldus gegeven door mr. E.D. Bonga-Sigmond, voorzitter, mrs. K.A. Brunner en I.M. Bilderbeek, leden, in tegenwoordigheid van F.C.H. Krieger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december
- Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, vijfde lid, Rv, geen voorziening open.