RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 13/421061-07 (Promis) Datum uitspraak: 25 maart 2014 op tegenspraak VONNIS van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats] (Colombia) op [1970], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [GBA-adres], 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 maart
(2)maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Verklaart onttrokken aan het verkeer: 6 1.00 STK Mes 3236965; aangetroffen in bossages Klein Gartmanplansoen Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van: 1 1.00 STK Broek Kl:blauw, 3119409; spijkerbroek 2 1.00 PR Schoenen Kl:bruin, ADIDAS, 3119410; lederen 3 1.00 STK Trui Kl:groen, 3119413; wollen 4 1.00 PR Schoenen Kl:bruin, NIKE, 3119414; lederen 5 1.00 STK Jas Kl:blauw, 3119522; licht blauw, corduroy jack maat m 7 1.00 STK DVD Kl:zilver, PHILIPS CD-R, 3119417; 700mb 80min 52x speed 8 1.00 STK Cd-Rom, SONY, 3120350; bevat beelden [discotheek] van 26.6.07 9 1.00 STK Zaktelefoon Kl:Zwart, SAMSNG, 3119423 Verklaart de benadeelde partij [persoon 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering. Bepaalt dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Dit vonnis is gewezen door mr. M.G. Tarlavski-Reurslag, voorzitter, mrs. R.A. Sipkens en O.P.G. Vos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 maart
- Bijlage 1
- De verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik heb op 26 juni 2013 op het Leidseplein gevochten met een Marokkaanse man. Eerder waren wij in de discotheek [discotheek] te Amsterdam. Ik was daar met twee kennissen, [persoon 2] en [persoon 3]. In de [discotheek] kregen wij ruzie met een Marokkaanse man. De Marokkaan werd er door de portier uitgezet. Wij, [persoon 2], [persoon 3] en ik, gingen toen ook naar buiten. We liepen achter de Marokkaan aan. Op het Leidseplein, bij de taxistandplaats, heb ik met hem gevochten. [persoon 3] was toen ook in de buurt. Ik werd kort daarna aangehouden door de politie. Ook [persoon 3] is toen aangehouden. Het klopt dat ik een wit shirt droeg dat onder het bloed zat
- Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2007174086-4 van 26 juni 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 4] (doorgenummerde pagina’s 17-19). Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring NN1, die later bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris op 17 november 2008 blijkt te zijn genaamd [persoon 6], zakelijk weergegeven: Op 26 juni 2007 bevond ik mij op het Leidseplein voor de City bioscoop te Amsterdam. Ik zag een man voorbij rennen. Ik zal de man nn1 noemen. Ik zag dat er nog 2 mannen achter nn1 aanrende. Ik zal deze mannen nn2 en nn3 noemen. Ik zag dat nn2 en nn3 achter nn1 aanrenden in de richting van de taxistandplaats op het Leidseplein. Ik zag dat nn1 werd aangevallen door nn2 en nn
- Ik zag dat nn2 met zijn vuisten in het gezicht van nn1 sloeg. Ik zag dat nn3 ook met zijn vuisten in het gezicht van nn1 sloeg. Ik zag dat nn2 op het Leidseplein werd aangehouden door de politie. Ik zag dat nn3 werd aangehouden.
- Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2007174086-40 van 28 juni 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 5] (doorgenummerde pagina’s 86-88). Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [persoon 7], zakelijk weergegeven: Ik ben 26 juni 2007 getuige geweest van een vechtpartij. Ik zat in mijn taxi en stond ter hoogte van de bioscoop City. Ik zag mensen rennen. Ik zag een Marokkaanse man voorop rennen en zag dat er twee mannen achter hem aan renden. Een van deze twee mannen droeg een wit t-shirt en de andere man was in het donker gekleed. Ze renden voor de City langs in de richting van het Leidseplein. Ik zag dat op het Leidseplein dezelfde mannen met elkaar op de vuist gingen. Ik zag dat de mannen aan het vechten waren. Ik zag dat de mannen over en weer vuistslagen uitdeelden. Het was echt twee tegen een. De Marokkaanse man tegen de andere twee mannen, de ene met het witte t-shirt en de andere in het donker gekleed. Ik zag dat de Marokkaanse man, toen de politie bij hem stond, wijzen in de richting van de man met het witte t-shirt en naar de andere man in het donker gekleed. Ik zag dat de man in het witte t-shirt aangehouden werd door de politie en even later zag ik dat de politie ook de man in het donker gekleed aangehouden had.
- Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007174086-2 van 26 juni 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 8] en [persoon 9] (doorgenummerde pagina’s 40-42). Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze verbalisanten, zakelijk weergegeven: Op 26 juni 2007 begaven wij, verbalisanten, ons naar het . Aldaar werden wij aangeroepen door het slachtoffer die later genaamd bleek te zijn [persoon 1]. Wij zagen dat [persoon 1] wees in de richting van een man van Zuid Amerikaanse afkomst, gekleed in een spijkerbroek en een wit t-shirt. Zijn gezicht zat onder het bloed. Wij hebben deze man aangehouden. Deze verdachte gaf later op te genaamd te zijn [verdachte], geboren op [1970] te Colombia.
- Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007174086-3 van 26 juni 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 10] en [persoon 11] (doorgenummerde pagina’s 11-12). Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze verbalisanten, zakelijk weergegeven: Op 26 juni 2007 omstreeks 3.50 uur werden wij op het Leidseplein aangesproken door een man, die zei: “De dader loopt daar. Hij heeft een groen shirt aan”. De man liep de Korte Leidsedwarsstraat in. We zijn meteen achter hem aan gerend en hebben hem aangehouden. Deze verdachte gaf later op te genaamd te zijn [persoon 3], geboren te Turkije.
- Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2007174086-20 van 26 juni 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 13] (doorgenummerde pagina’s 46-48). Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van deze verbalisanten: Wij verbalisanten zagen dat de verdachte [persoon 3] aan de linkerzij van zijn hoofd, ter hoogte van zijn slaap een horizontale kras van ongeveer 4 centimeter had tot aan zijn haargrens. Tevens zagen wij, verbalisanten dat de verdachte aan de rechterzijde van zijn hoofd een geschaafde rode plek had van ongeveer twee bij twee centimeter.
- Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2007174086-38 van 28 juni 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 14] (doorgenummerde pagina’s 50-54). Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [persoon 3], zakelijk weergegeven: Ik was in [discotheek]. Er ontstond een opstootje tussen een lange Marokkaan en een ander groepje, waar [persoon 2] toebehoorde. De lange Marokkaan werd de zaak uitgezet. Even later zag ik dat [persoon 2] en zijn vriend, de persoon wiens foto u mij heeft laten zien (noot verbalisant: [verdachte]), ook de zaak uit werd gezet. Op straat riep de lange Marokkaan tegen mij “kankerlijer”. De lange Marokkaan liep weg en ging rennen toen hji zag dat [persoon 2] en zijn vriend hem achterna kwamen. Ik ben er vervolgens ook achteraan gerend. Op het Leidseplein begon de man te vechten met de vriend van [persoon 2]. Ik stond er met mijn neus bovenop. Ik ben teruggelopen naar de [discotheek] en daar voor de deur aangehouden. Ik word wel [persoon 3] genoemd.