RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751041-14 RK nummer: 14/685 Datum uitspraak: 30 mei 2014 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 28 januari 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 12 juni 2012 (ontvangen op 24 januari 2014) door de Court of Appeals van de Circuit Court te Lublin (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum], wonende op het adres [adres, te plaats], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 11 april 2014. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Al Mansouri en de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. G.L. Gijsbrechts, advocaat te ’s Gravenhage. De opgeëiste persoon is zelf niet verschenen, naar zeggen van zijn raadsman uit angst. De raadsman heeft verweer tegen de vordering gevoerd en een beroep gedaan op de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW. De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat onvoldoende vast staat hoe de betekeningen hebben plaatsgevonden. Bovendien ontbreekt informatie over de maximumstraffen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. De rechtbank heeft de behandeling van de vordering aangehouden tot 30 mei 2014 te 09.00 uur om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere informatie omtrent de betekening van de vonnissen en de maximumstraffen op te vragen. Op 30 mei 2014 is de behandeling van de vordering voortgezet. Het verhoor heeft dit keer plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn bovengenoemde raadsman en door een tolk in Poolse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van 31 mei 2011 (referentienummer II K 241/11) van de District Court (Sąd Rejonowy) Lublin-East in Lublin, gevestigd in Świdnik. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog 1 jaar. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.