vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Zaaknummer en rolnummer: 1421196 \ HA EXPL 13-381 Uitspraak: 10 juni 2014 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiseres 1], wonende te [woonplaats], nader te noemen [eiseres 1], gemachtigde E.M. Horssius, 2 [eiseres 2], wonende te [woonplaats], nader te noemen [eiseres 2], gemachtigde E.M. Horssius, eiseressen. t e g e n 1. de besloten vennootschap CITY BOX EXPLOITATIE I B.V., gevestigd te Amsterdam, nader te noemen City Box, gemachtigde mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, 2 [gedaagde 2], tevens handelend onder de naam [bedrijfsnaam], domicilie kiezende te Spijkenisse, nader te noemen [gedaagde 2], gemachtigde mr. P.C.M. Ouwens, gedaagden. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Ingevolge tussenvonnis van 21 januari 2014 hebben partijen de volgende stukken ingediend: - de akte na opdracht overleggen bescheiden van City Box, met producties, - de akte uitlatingen van [eiseres 1] en [eiseres 2], met producties, van 18 maart 2014, - de akte uitlaten van [gedaagde 2], van 18 maart 2014, - de akte van City Box, van 15 april 2014, - de akte uitlaten van [gedaagde 2], van 15 april 2014. Daarna is wederom vonnis bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. In het tussenvonnis van 21 januari 2014 is in rechtsoverwegingen 10 en 11 als volgt overwogen: Niet in geschil is dat er door het bedrijf Biesboer (bedoeld zal zijn Biesboer Expertise B.V.) technisch en/of tactisch onderzoek is gedaan naar oorzaak en toedracht van de brand, in opdracht van de verzekeraars van de eigenaar van het pand en/of de verzekeraar waar het huurdersbelang van City Box. De kantonrechter gaat ervan uit dat op basis van dat onderzoek een rapport is opgesteld en dat dit rapport (mede) ten grondslag is gelegd aan de beslissingen van de verzekeraars om over te gaan tot uitkering onder de verzekeringen. De kantonrechter is van oordeel dat de inhoud van de verzekeringsrapportages relevant is voor de beslissing van het geschil en daarom zal City Box niet worden veroordeeld tot afgifte aan eiseressen, op straffe van een dwangsom, maar – mede gelet op artikel 22 Rv – zal de kantonrechter City Box bevelen deze bepaalde bescheiden in het geding te brengen. Daarbij gaat het om (tenminste) het rapport van Biesboer Expertise B.V. en de eventuele daarop voortbouwende rapportages. 2. Bij akte heeft City Box een brief van Aegon Schadeverzekering N.V. (hierna: Aegon) in het geding gebracht. Uit die brief blijkt dat het rapport van Biesboer Expertise B.V. (hierna: Biesboer) in opdracht van Aegon Schadeverzekeringen is opgesteld in verband met de door de eigenaar van het pand aan de TT Vassumweg 67 bij Aegon ingediende schadeclaim. Aegon heeft meegedeeld dat het rapport haar eigendom is en dat het rapport is opgesteld met als doel het vaststellen van de schade aan het genoemde pand. Het rapport is niet opgesteld ten behoeve van derden en zal dan ook niet worden vrijgegeven aan (de advocaat van) City Box, zo luidt de slotsom van de brief. 3. [eiseres 1] en [eiseres 2] voeren bij akte aan dat City Box zo een te beperkte lezing heeft gegeven aan het tussenvonnis, althans niet “naar het woord, de redelijke uitleg en de geest van vonnis” heeft voldaan. Ook gaan zij uitgebreid in op de redenen waarom zij verwachten dat City Box wel inzage heeft of zou moeten hebben in de desbetreffende rapporten. 4. De kantonrechter overweegt als volgt. Er is in deze procedure vast komen te staan dat door Biesboer een rapport is opgemaakt. De kantonrechter ging er – met eiseressen – van uit dat City Box – indien zij daarom verzocht – inzage zou kunnen krijgen in dat rapport en de eventuele daarop voortbouwende rapportages. Blijkens de brief van Aegon is dat niet geval. De kantonrechter is van oordeel dat een bredere lezing van het tussenvonnis neer zou komen op een “fishing expedition” waarvoor het Nederlandse procesrecht geen ruimte biedt. Een en ander brengt mee dat, hoewel vaststaat dat City Box geen gevolg heeft gegeven aan het in het tussenvonnis gegeven bevel, niet is komen vast te staan dat City Box ter zake enig verwijt treft. 5. Gelet daarop zal de kantonrechter aan het feit dat het desbetreffende rapport niet in het geding is gebracht niet de vergaande conclusie verbinden dat als vaststaand moet worden aangenomen dat aan de zijde van City Box sprake is geweest van opzet of grove schuld aan het ontstaan van de brand. Evenmin is er grond om de bewijslast – ten gunste van eiseressen – om te keren of voor enige andere gevolgtrekking ten nadele van City Box. 6. Derhalve dient de kantonrechter thans te beoordelen, zoals overwogen in rechtsoverweging 19 van het tussenvonnis, of op basis van de thans voorhanden zijnde informatie kan worden vastgesteld dat er sprake is van opzet of grove schuld bij (leidinggevend personeel van) City Box aan het ontstaan van de brand en of er sprake is van een fout van [gedaagde 2]. 7. De kantonrechter beantwoordt beide vragen ontkennend. Eiseressen stellen – in de kern genomen – niet meer dan dat, gelet op het feit dat er brand is ontstaan en gelet op de ernst van de brand, het wel zo moet zijn dat de brand is veroorzaakt door [gedaagde 2] en dat het wel zo moet zijn dat City Box tekort geschoten is bij (het toezicht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.