vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/536771 / HA ZA 13-227 Vonnis in hoofdzaak van 19 februari 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LOBEVIS VASTGOED B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. M.P. Huizingh, tegen de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. F.R.H. van der Leeuw. Partijen zullen hierna Lobevis en ABN Amro genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van Lobevis met producties, de conclusie van antwoord met producties, het tussenvonnis van 3 juli 2013 waarin een comparitie van partijen is bepaald, het proces-verbaal van comparitie van 14 oktober 2013 met de daarin genoemde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Lobevis is een onderneming die handelt in vastgoed. [naam 1] is statutair bestuurder van Lobevis en zijn broer [naam 2] commissaris. 2.2. In 2007 heeft Lobevis zich tot ABN Amro (destijds nog Fortis Bank Nederland N.V.) gewend voor de financiering van de aankoop van een tot opvanghuis voor kinderen te verbouwen zorgboerderij aan de [adres] (hierna: het pand). 2.3. In april 2007 heeft ABN Amro aan Lobevis een indicatieve termsheet afgegeven voor een lening van € 1,5 miljoen. Er is toen een productbeschrijving van een Interest Rate Swap (IRS, hierna ook: renteswap) toegestuurd aan [naam 2]. In die productbeschrijving (van 25 april 2007) staat, voor zover hier van belang: “Rentemanagement: Interest Rate Swap Als gevolg van de stijgende rente in de Eurozone nemen de rentelasten van een roll-over, kasgeld of rekening-courant financiering op basis van Euribor toe. Met een Interest Rate Swap (IRS) fixeert u de rentecoupon zoals bij een standaard middellange lening. Zo bent u gedurende de looptijd van de financiering verzekerd van rentelasten die vooraf exact bekend zijn. (…) Voordelen: U profiteert van een nog steeds lage lange rente. U fixeert de rente en bent volledig beschermd tegen rentestijgingen. U kunt de Interest Rate Swap tussentijds beëindigen, wat een positieve waarde oplevert bij een gestegen rente. U kunt een IRS structuur gebruiken om op meerdere leningen het renterisico af te dekken. Nadelen: U profiteert niet van een rentedaling. U kunt de IRS tussentijds beëindigen, bij een gedaalde rente kan dit een negatieve waarde opleveren.” 2.4. ABN Amro heeft vervolgens op 3 oktober 2007 een offerte uitgebracht voor een krediet van € 2 miljoen. [naam 3] (hierna: [naam 3]), relatiemanager van ABN Amro, heeft dezelfde dag in een gesprek met [naam 1] een toelichting gegeven op de offerte. [naam 1] heeft de offerte vervolgens namens Lobevis getekend. De aldus tussen partijen tot stand gekomen kredietovereenkomst (hierna: de kredietovereenkomst) houdt - kort gezegd - in dat Lobevis een 25-jarige geldlening van € 2 miljoen kreeg tegen een rente gelijk aan het driemaands EURIBOR tarief verhoogd met een opslag van 1%. Voorts kreeg Lobevis de mogelijkheid om een renteswap overeenkomst (hierna ook: de renteswap overeenkomst) te sluiten. Tot de zekerheden ten behoeve van ABN Amro behoorden een recht van hypotheek op het pand en een pandrecht op de huurpenningen. 2.5. Op 9 oktober 2007 hebben [naam 3] en [naam 2] elkaar gesproken. [naam 3] heeft toen - onder meer - de werking van een renteswap uitgelegd. [naam 3] heeft na het gesprek eenzelfde productbeschrijving op laten stellen als hij in april 2007 had verstrekt aan [naam 2] (zie 2.3), maar nu gebaseerd op een lening van € 3 miljoen. Twee dagen later, op 11 oktober 2007, heeft [naam 3] [naam 1] de werking van een renteswap uitgelegd. Tot in maart 2008 heeft [naam 3] vervolgens met [naam 1] en [naam 2] over rentemanagement gesproken, waarbij ook renteswaps aan de orde kwamen. 2.6. In oktober en november 2008 hebben vervolgens opnieuw gesprekken plaatsgevonden tussen partijen over rentemanagement door Lobevis. Die gesprekken werden namens Lobevis door [naam 1] en [naam 2] gevoerd en namens ABN Amro door [naam 3]. 2.7. Op 18 november 2008 om 13.34 uur heeft Lobevis telefonisch een renteswap overeenkomst gesloten voor € 15 miljoen met een looptijd van vijf jaar. Een op 19 november 2008 door ABN Amro aan Lobevis gezonden bevestiging houdt, voor zover hier van belang, het volgende in: “Wij bevestigen, door middel van deze Bevestiging, met u het volgende Over-the-counter product, te weten: Interest Rate Swap, te hebben afgesloten onder de hierna omschreven condities en voorwaarden. (…) Onderliggend bedrag : EUR 15.000.000,00 Ingangsdatum : 1 december 2008 Einddatum : 2 december 2013 Vast Rentepercentage Betaler : [Lobevis] (…) Vast Rentepercentage : 3,67% per jaar, voor de Calculatie Periode van 1 december 2008 tot 2 december 2013 (…) Variabel Rentepercentage Betaler : [ABN Amro] Variabel Rentepercentage : Nader te bepalen Voor eerste verreken periode : 1 december 2008 – 2 maart 2009” Lobevis heeft de bevestiging voor akkoord getekend. Kort daarna heeft Lobevis de Raamovereenkomst Financiële Derivaten getekend. 2.8. Lobevis had op dat moment, naast het krediet van € 2 miljoen bij ABN Amro, bij een andere bank een krediet uitstaan van € 10 miljoen. 2.9. Bij offerte van 26 februari 2009 heeft ABN Amro een voorstel gedaan voor een aangepaste kredietovereenkomst. Lobevis heeft dat voorstel niet geaccepteerd, omdat zij bezwaar had tegen de door ABN Amro gestelde solvabiliteitseis van 25%. 2.10. Bij brief van 9 maart 2009 heeft ABN Amro Lobevis bericht dat zij voornemens was per 1 april 2009 een zogenoemde liquiditeitspremie in te voeren. Voor Lobevis zou dat betekenen dat zij over het lopende krediet van € 2 miljoen naast de verschuldigde rente een extra premie zou moeten gaan betalen. Ter onderbouwing van de verhoging stelde ABN Amro in de brief, voor zover hier van belang, het volgende: “De interbancaire markt is al enige tijd ernstig verstoord. Banken zijn terughoudend in het verstrekken van leningen aan elkaar. Daarom moeten zij tegen hogere tarieven geld uit de markt halen. In de officiële EURIBOR rentetarieven zijn deze huidige marktomstandigheden niet verwerkt. [ABN Amro] voert daarom vanaf 1 april 2009 een liquiditeitspremie in. Vanaf deze datum wordt op uw rekeningen met een debetrente op basis van EURIBOR een toeslag in de vorm van een liquiditeitspremie van 0,50% op jaarbasis in rekening gebracht. De samenstelling en daarmee de hoogte van de debetrente bedraagt vanaf 1 april 2009: EURIBOR + liquiditeitspremie + kredietopslag. ” 2.11. Op 20 maart 2009 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [naam 2] en [naam 1] van Lobevis en [naam 4], destijds kantoordirecteur te Deventer, en [naam 3] van ABN Amro. Partijen hebben toen gesproken over de kredietovereenkomst en de renteswap overeenkomst waarbij in ieder geval de aflossing van de lening uit hoofde van de kredietovereenkomst (waarvan op dat moment nog € 1,9 miljoen open stond) door Lobevis aan de orde is geweest. De primaire reden voor het aflossen van de lening was dat de huurder van het pand op 13 januari 2009 failliet was gegaan en Lobevis sindsdien geen huurinkomsten meer ontving. 2.12. In een brief van 20 maart 2009 van Lobevis aan ABN Amro staat het volgende geschreven: “In aansluiting op ons gesprek van hedenochtend bevestigen wij u het volgende. Afgesproken tussen partijen is dat per 31 maart 2009 de hypothecaire lening met betrekking tot [het pand], thans groot € 1,9 miljoen, door ons zal worden afgelost. (…) Met betrekking tot de afgesloten IRS bevestigen wij u als volgt. Zoals besproken is het streven om de IRS af te dekken met hypothecaire leningen te verstrekken door uw bank. Het betreft hier leningen op onroerend goed dat uitsluitend langjarig verhuurd zal zijn. Nogmaals willen wij benadrukken dat wij de advisering van de IRS niet als ongelukkig ervaren. Echter de liquiditeitsopslagen die banken ons doorberekenen zijn (nog) niet uitgesloten in een IRS. Wij profiteren niet van het lage Euribor-tarief maar moeten betalen voor de hogere rentetarieven die banken elkaar al dan niet in rekening brengen. Het inkoopvoordeel van de lage rente wordt deels teniet gedaan door de opslagen uwerzijds. Wij verwachten van u een passende oplossing in deze, gelijk wij een passende oplossing voor [het pand] hebben verzorgd.” 2.13. Bij email van 26 maart 2009 heeft [naam 3] aan [naam 1] geschreven: “[wij] bevestigen hierbij conform verzoek het bij ons openstaande saldo. (…) Het saldo bedraagt EUR 1.900.000,00. De lopende rente bedraagt EUR 18.871,75. Totaal derhalve EUR 1.918.871,75. Conform afspraak zien wij bovenvermeld bedrag graag per 31-03-2009 tegemoet. De vorig jaar gesloten IRS, groot EUR 15.000.000,00 heeft een looptijd van 5 jaar. De rente bedraagt 3,67% per jaar, voor de Calculatie Periode van 1 december 2008 tot 2 december 2013. Desgewenst kan deze worden overgeheveld naar een door jullie aan te wijzen bank. De IRS kan ook worden gesloten. Indien gewenst kunnen wij de hoogte van het afrekeningsbedrag voor u laten uitrekenen.” 2.14. Lobevis heeft ABN Amro verzocht om een aflossingsnota. ABN Amro heeft deze niet verstrekt. 2.15. Op 31 maart 2009 heeft er overleg tussen partijen plaatsgevonden. In een naar aanleiding van dat overleg door [naam 1] opgestelde brief schrijft Lobevis aan ABN Amro: “Hedenmiddag hebben wij met u de mogelijkheid besproken om te komen tot een mogelijke financiering uwerzijds van een bedrag van minimaal € 15 miljoen, een en ander om de negatieve gevolgen van de afgesloten IRS in combinatie met Euribor te verzachten. Voor alle partijen is de meest passende oplossing dat u het initiatief neemt om in Rotterdam bij uw vastgoedafdeling een afspraak te initiëren om te komen tot een dergelijk krediet.(…) U heeft ons toegezegd om op korte termijn met een afspraak in dezen te komen.” 2.16. Op 31 maart 2009 heeft [naam 2] van de rekening van zijn vennootschap Thistle Beheer B.V. bij Rabobank het nog openstaande bedrag van € 1,9 miljoen laten overboeken naar de rekening van Lobevis bij ABN Amro met als omschrijving ‘aflossing lening [adres]’ Op 1 april 2009 is dat bedrag (evenals de lopende rente) van de rekening van Lobevis afgeboekt. 2.17. Lobevis heeft op 7 mei 2009 een algemene kredietofferte van de afdeling Vastgoed van ABN Amro ontvangen. Lobevis heeft deze offerte niet geaccepteerd omdat de offerte – kort gezegd – volgens Lobevis geen duidelijkheid verschafte over de eerder besproken IRS problematiek en niet de voorwaarden vermeldde voor een financiering van € 15 miljoen. Lobevis is niet akkoord met het feit dat ABN Amro zich het recht voorbehoudt op een nader moment zekerheden te bedingen in de vorm en omvang die de bank wenst. Bovendien heeft ABN Amro als zekerheid de hypotheek op het pand vermeld, terwijl die hypotheek volgens Lobevis door de aflossing van de lening al was beëindigd. 2.18. Er is geen nieuwe kredietovereenkomst tussen partijen tot stand gekomen. 2.19. In een brief van 14 augustus 2009 van ABN Amro aan Lobevis heeft ABN Amro geschreven: “Conform uw verzoek zijn wij bereid royement te geven op [de hypotheek op het pand]. Zulks kunnen wij laten plaatsvinden onder de uitdrukkelijke voorwaarde nadat wij eerst contante afdekking van u hebben ontvangen voor de nog lopende IRS (…). Het obligo uit hoofde van deze IRS bedraagt circa EUR 940.000,00 en kan afhankelijk van de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt fluctueren. Indien u dit wenst kan de lopende IRS worden beëindigd. De negatieve waarde van deze IRS wordt u in rekening gebracht.” 2.20. In een brief van 8 oktober 2009 van ABN Amro aan Lobevis staat: “Naar aanleiding van uw brief van 24 augustus 2009 inzake de lopende IRS-overeenkomst van [Lobevis] berichten wij u als volgt. Wij wijzen u erop dat Lobevis bij akte van 7 november 2007 hypotheek heeft verstrekt tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de bank van haar te vorderen heeft of te vorderen zal hebben uit welken hoofde ook. Dit betekent dat de thans resterende vordering van de bank van circa EUR 900.000,00 uit hoofde van de negatieve waarde ontwikkeling van de IRS – welk bedrag overigens geheel voor rekening en risico van Lobevis komt – in beginsel door de bestaande hypotheek wordt gedekt. In tegenstelling tot hetgeen u in uw brief stelt bestrijden wij dat ter zake door ons andere afspraken zijn gemaakt. Gelet op het voorgaande delen wij u nogmaals mede dat wij de bestaande hypothecaire inschrijving op [het pand] niet laten royeren. Royement kan alleen plaatsvinden nadat wij voor het bestaande obligo uit hoofde van de IRS-overeenkomst, ons conveniërende, vervangende zekerheden hebben ontvangen.” 2.21. Eind 2009 heeft de afdeling Bijzonder Beheer van ABN Amro het contact met Lobevis overgenomen van het kantoor in Deventer. 2.22. Vanaf oktober 2008 is de Euribor rente gedaald tot onder 1% (sinds begin 2009, met een kleine opleving in 2011), zoals weergegeven in onderstaande grafiek: 2.23. Bij brief van 7 maart 2012 heeft Lobevis een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de renteswap overeenkomst wegens bedrog en/of dwaling. ABN Amro heeft de rechtsgeldigheid van deze vernietiging betwist. 2.24. Op 3 oktober 2012 heeft op verzoek van Lobevis een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden waarbij [naam 1], [naam 2] en [naam 3] als getuigen zijn gehoord. ABN Amro was bij dat verhoor vertegenwoordigd. 2.25. De renteswap overeenkomst is inmiddels beëindigd. Lobevis heeft uit hoofde van die overeenkomst ongeveer € 1,9 miljoen betaald aan ABN Amro. ABN Amro heeft de hypotheek op het pand doorgehaald. 3Het geschil 3.1. Lobevis vordert, na eisvermindering, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht te verklaren dat de renteswap overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd, dan wel de renteswap overeenkomst te vernietigen, alsmede te verklaren voor recht dat ABN Amro bij het aangaan van die overeenkomst haar zorgplicht jegens Lobevis heeft geschonden en aldus toerekenbaar is tekortgeschoten jegens Lobevis in de op haar rustende verplichtingen dan wel onrechtmatig jegens Lobevis heeft gehandeld, althans (subsidiair) de overeenkomst te ontbinden op de voet van artikel 6:258 van het Burgerlijk Wetboek (BW) met terugwerkende kracht tot 1 maart 2009, II. ABN Amro te veroordelen om aan Lobevis (terug) te betalen alle tot 1 maart 2013 per saldo onder de renteswap overeenkomst betaalde bedragen, in totaal € 1.630.952,76, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, III. ABN Amro te veroordelen om aan Lobevis (terug) te betalen alle vanaf 1 maart 2013 tot en met 1 december 2013 per saldo onder de renteswap overeenkomst betaalde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, IV. ABN Amro te veroordelen tot betaling aan Lobevis van schadevergoeding, nader op te maken bij staat, V. ABN Amro te veroordelen in de kosten, 3.2. Lobevis beroept zich primair op vernietiging van de renteswap overeenkomst wegens bedrog, althans dwaling. Zij stelt daartoe – samengevat - dat ABN Amro haar voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst onjuist heeft geïnformeerd over:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.