RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751072-13 RK nummer: 13/7200 Datum uitspraak: 13 januari 2014 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 6 november 2013 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 24 oktober 2013 door the District Judge, Teesside Magistrates’ Court, Groot Brittannië, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te[geboorteplaats], Groot Brittannië, op [1971], zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting ‘[locatie]’, hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 30 december
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Bosman. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. A.N. Slijters, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Engelse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Britse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel, namelijk een ‘warrant of arrest at first instance’ gedateerd 24 oktober 2013, dat betrekking heeft op de verdenking van betrokkenheid bij de verstrekking van verdovende middelen (cannabis) tussen 22 april 2012 en 12 oktober
- De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Brits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Ontvankelijkheid officier van justitie De rechtbank overweegt het volgende. Tegelijkertijd met onderhavig EAB is een EAB ter beoordeling aan de rechtbank voorgelegd, dat op 6 september 2013 is uitgevaardigd door dezelfde justitiële autoriteit als huidig EAB. De in beide EAB’s opgenomen omschrijving van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht is identiek en betreft de verdenking dat de opgeëiste persoon betrokken is geweest bij de import van een hoeveelheid cannabis (38,83 kilogram) die in de avonduren van 11 oktober 2012 door ambtenaren van de douane in Dover in een vrachtwagen werd aangetroffen en in beslag werd genomen. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank beide EAB’s in behandeling zal nemen en in beide gevallen heeft zij geconcludeerd tot toelaatbaarheid van de overlevering. Gelet op de beslissing die de rechtbank heeft genomen met betrekking tot het op 6 september 2013 uitgevaardigde EAB (EAB I) is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering die betrekking heeft op het onderhavig EAB (EAB II, uitgevaardigd op 24 oktober 2013). De in deze procedure op 30 december 2013 bevolen gevangenneming (eveneens met parketnummer 13/751072-13) zal worden opgeheven. 5Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet ontvankelijk in haar vordering. HEFT OP het op 30 december 2013 gegeven bevel gevangenneming dat het parketnummer 13/751072-13 draagt. Aldus gedaan door mr. H.P. Kijlstra, voorzitter, mrs. P. Rodenburg een B. Poelert, rechters, in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 januari
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.