vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/524181 / HA ZA 12-1029 Vonnis van 4 juni 2014 in de zaak van 1 [eiser 1], wonende te [woonplaats],
- [eiser 2], wonende te [woonplaats], eisers, advocaat mr. M.A. Visser, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] gedaagde, advocaat mr. M.W. Veldhuijsen. Partijen zullen hierna [eisers gezamenlijk] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 12 maart 2014, de akte uitlating voortprocederen van [gedaagde], van 2 april 2014, de akte uitlaten voortprocederen van [eisers gezamenlijk] van 23 april 2014, de akte uitlating voortprocederen van [gedaagde], van 7 mei
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- In het vonnis van 12 maart 2014 heeft de rechtbank de meest gerede partij in de gelegenheid gesteld om de hoofdzaak op de rol te plaatsen voor akte uitlaten voortprocederen. 2.
- Op verzoek van [eisers gezamenlijk] is de hoofdzaak op 2 april 2014 van de parkeerrol gehaald en op de rol geplaatst voor akte uitlaten voortprocederen. 2.
- Bij akte van 2 april 2014 heeft [gedaagde] te kennen gegeven dat zij er belang bij heeft dat pas verder wordt geprocedeerd in de hoofdzaak zodra onherroepelijk vast staat dat de hovenier (niet) conform de instructies van de echtgenoot van [gedaagde] heeft gehandeld. Zij heeft in die akte verzocht om een nadere akte te mogen nemen om zich te kunnen uitlaten over de vraag of zij hoger beroep tegen het vonnis in vrijwaring heeft ingesteld. 2.
- Bij akte van 23 april 2014 heeft [eisers gezamenlijk] de rechtbank verzocht om de zaak niet aan te houden, maar [eisers gezamenlijk] in de gelegenheid te stellen om een conclusie te nemen ten aanzien van de hoogte van de schade. [eiser 1] heeft immers belang bij voortzetting van de procedure in de hoofdzaak op korte termijn omdat de procedure in de hoofdzaak door de vrijwaringszaak al vertraging heeft opgelopen. Aanhouding van de hoofdzaak zal alleen tot onnodige en onaanvaardbare vertraging van de procedure in de hoofdzaak leiden. Bovendien zijn de hoofdzaak en de vrijwaringszaak twee aparte procedures. Artikel 215 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat ingeval de hoofdzaak en de vrijwaringszaak tegelijk in staat van wijzen zijn, daarin gelijktijdig wordt beslist, maar als dat niet het geval is, dat dan op vordering van de eiser in de hoofdzaak afzonderlijk wordt beslist, aldus steeds [eisers gezamenlijk] 2.
- Bij akte van 7 mei 2014 heeft [gedaagde] te kennen gegeven dat zij in hoger beroep is gegaan tegen het vonnis van 12 maart
- Zij wijst op r.o. 5.
- en 5.
- van het vonnis van 15 mei 2013, waarin de rechtbank onder meer heeft geoordeeld dat aansprakelijkheid van [gedaagde] alleen vast staat als de hovenier conform de instructies van [gedaagde] heeft gehandeld. Nu de rechtbank de uitkomst in de hoofdzaak afhankelijk gesteld van het oordeel in de vrijwaringszaak, heeft [gedaagde] er belang bij dat eerst in hoger beroep in de vrijwaringszaak wordt beslist voordat in de hoofdzaak een beslissing wordt genomen, aldus steeds [gedaagde]. 2.
- De rechtbank overweegt als volgt. Nu de rechtbank in r.o. 5.
- van het tussenvonnis van 15 mei 2013 heeft overwogen dat dat het oordeel in de hoofdzaak geheel afhankelijk is van dat in de vrijwaringszaak en dat zij iedere verdere beslissing in de hoofdzaak zal aanhouden totdat in de vrijwaringszaak over de inhoud van de door [gedaagde] aan [naam] gegeven opdracht zal zijn beslist, zal de rechtbank de hoofdzaak uit proces-economisch oogpunt aanhouden totdat in hoger beroep in de vrijwaringszaak is beslist. Daarmee wordt voorkomen dat in de hoofdzaak een beslissing wordt genomen die als gevolg van de beslissing in hoger beroep niet in stand kan blijven. Het belang daarbij wordt zwaarder geacht dan het belang van [eisers gezamenlijk] bij het op korte termijn voortprocederen in de hoofdzaak. Ten slotte overweegt de rechtbank dat in artikel 215 Rv weliswaar is bepaald dat, indien de vrijwaring nog niet in staat van wijzen is, de rechter gehoor dient te geven aan het verzoek van eiser in de hoofdzaak om de hoofdzaak afzonderlijk af te doen, echter dit wetsartikel doelt op de situatie dat de vrijwaringszaak in eerste aanleg nog niet in staat van wijzen is, daarvan is in onderhavige zaak geen sprake. 2.
- De hoofdzaak zal daarom naar de parkeerrol worden verwezen. Nadat in hoger beroep in de vrijwaringszaak is beslist kan de meest gerede partij de zaak weer op de rol plaatsen voor akte uitlaten voortprocederen. 3De beslissing De rechtbank 3.
- verwijst de zaak naar de parkeerrol van 1 april 2015, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2014.