← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2014:5183

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.751.249-13 (EAB 2) RK nummer: 14/88 Datum uitspraak: 14 februari 2014 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 december 2013 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 29 november 2013 door het Openbaar Ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank te Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedatum], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [adres, te plaats], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 14 februari

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. M.F.P.M. Brogtrop, advocaat te Bergen op Zoom. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van 1) een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen d.d. 20/03/2008 2) een vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Antwerpen d.d. 08/05/2006 3) een vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Antwerpen d.d. 27/10/2006 4) een vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Antwerpen d.d. 08/11/
  2. Het arrest en de vonnissen zijn alle op tegenspraak gewezen. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen voor de duur van 1) vijf jaren, 2) twee maanden met uitstel voor drie jaren, uitstel uitvoerbaar door titel 1, 3) twee jaren met probatie-uitstel, uitstel uitvoerbaar door titel 1 en 4) achttien maanden met uitstel voor drie jaren, uitgezonderd negen maanden voorhechtenis, uitstel uitvoerbaar door titel 1, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straffen resteren in totaal nog 1.535 dagen. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd arrest en voornoemde vonnissen. Dit arrest en deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel d) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4De weigeringsgrond van artikel 6, tweede lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Artikel 6, tweede lid, OLW verbiedt de overlevering van een Nederlander, indien de overlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf. De overlevering kan dan ook alleen worden toegestaan, voor zover het onder 3 bedoelde arrest en de onder 3 bedoelde vonnissen nog niet onherroepelijk zijn. De officier van justitie heeft meegedeeld dat de heer Corazza, procureur des Konings te Antwerpen, telefonisch heeft bevestigd dat het arrest en de vonnissen onherroepelijk zijn. Met de officier van justitie en de raadsman van de opgeëiste persoon is de rechtbank dan ook van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd. 5Slotsom Nu is vastgesteld dat artikel 6, tweede lid, OLW aan de overlevering in de weg staat, zal de rechtbank de overlevering weigeren. 6Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5 en 6 van de Overleveringswet. 7Beslissing WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Openbaar Ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank te Antwerpen ten behoeve van de verdere tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen die zijn opgelegd bij het onder 3 bedoelde arrest en bij de onder 3 bedoelde vonnissen. Aldus gedaan door mr. W.H. van Benthem, voorzitter, mrs. A.R.P.J. Davids en P. Rodenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.H. Glerum, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 februari
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. C

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.