vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Privaatrecht zaaknummer: CV 13-1548 vonnis van: 10 juni 2014 fno.: 497 vonnis van de kantonrechter I n z a k e 1. [naam eiser 1] 2. [naam eiser 2] beiden wonende te [plaats] eisers nader te noemen: [eisers] gemachtigde: mr. M.J. Meijer t e g e n de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank NV gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam gedaagde nader te noemen: ABN AMRO gemachtigde: mr. J.W. van Rijswijk VERLOOP VAN DE PROCEDURE Op de inleidende dagvaarding van 2 januari 2013, inhoudende de vordering van [eisers], heeft ABN AMRO bij conclusie van antwoord met producties gereageerd. Bij instructievonnis van 23 juli 2013 is besloten tot schriftelijke voortprocederen, waarna [eisers] een conclusie van repliek en ABN AMRO een conclusie van dupliek heeft genomen. De zaak staat voor vonnis. GRONDEN VAN DE BESLISSING feiten 1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken staat in dit geding het volgende vast: 1.1. Op 12 december 2003 is tussen [eisers] en Fortis Bank Nederland BV, de rechtsvoorganger van ABN AMRO, een overeenkomst tot hypothecaire geldlening (hierna: hypotheekovereenkomst) gesloten voor een bedrag groot € 164.000,00. 1.2. Op 19 februari 2009 zijn partijen een wijziging van de hypotheekovereenkomst overeengekomen. In de zogeheten akte van conversie is onder meer het volgende opgenomen: Rente 2,86% nominaal op jaarbasis, maandelijks achteraf te voldoen. Het rentepercentage is gebaseerd op het op dit moment geldende 1-maands euribortarief vermeerderd met een opslag, thans 1,25% per jaar. Bij ondertekening van deze akte zal het rentepercentage opnieuw worden bepaald aan de hand van het 1-maands euribortarief en zal vanaf de eerstvolgende notavervaldatum vast zijn gedurende 1 maand. Renteconversie De schuldenaar voldoet aan de bank geen vergoeding wegens het op de conversiedatum 12 april 2009 vervroegd beëindigen van de bestaande overeenkomst. Op deze overeenkomst zijn – voor zover hiervan in deze akte niet is afgeweken – van toepassing: - Algemene voorwaarden van geldlening en hypotheekverlening van Fortis Bank (Nederland) NV, gedeponeerd ter griffie van de arrondissementsrechtbank te Utrecht op 14 januari 2000 onder nr 18/2000; - Algemene voorwaarden van de bank, gedeponeerd op 22 december 1995 bij de Griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam; De schuldenaar verklaart kennis te hebben genomen van genoemde Algemene Voorwaarden en/of reglementen en hiervan een exemplaar te hebben ontvangen. Aan de overeenkomst is een bijlage gehecht, luidende: Rentewijziging bij een 1-maands Euribor tarief Het rentepercentage zal bij ondertekening van deze akte worden bepaald aan de hand van het 1-maands euribortarief, zoals dat voor die dag is vastgesteld. Dit percentage wordt vermeerderd met de in de akte genoemde opslag. De bank behoudt zich het recht voor de opslag aan te passen. Het rentepercentage zal iedere maand (op iedere volgende ingangsdatum van een nieuwe periode) automatisch worden gewijzigd in het rentepercentage, zoals dit voor soortgelijke leningen met een euribortarief bij de bank geldt. De bank zal u steeds binnen 14 dagen na de rentewijzigingsdatum opgave doen van het nieuwe rentepercentage. Indien de schuldenaar niet met de rentewijziging akkoord wenst te gaan, dient hij dit schriftelijk aan de bank mede te delen. De schuldenaar is alsdan verplicht tot algehele aflossing van de hoofdsom(men) over te gaan. Indien de bank één maand na rentewijzigingsdatum de gehele aflossing niet heeft ontvangen, wordt de schuldenaar geacht akkoord te zijn gegaan met het gewijzigde rentepercentage. U heeft steeds de mogelijkheid om met ingang van de rentewijzigingsdatum het 1-maands euribortarief om te zetten naar een andere rentevaste periode of de ideaalrente. Voor deze omzetting zijn administratiekosten verschuldigd. 1.3. ABN AMRO heeft op 1 juni 2012 de opslag van 1,25% verhoogd naar 2,25%. 1.4. [naam eiser 2] heeft ABN AMRO bij brief van 18 juli 2012 laten weten met deze eenzijdige verhoging van de opslag niet in te stemmen. 1.5. Bij brief van 24 augustus 2012 heeft de gemachtigde van [eisers] bij ABN AMRO bezwaar gemaakt tegen de verhoogde opslag en ABN AMRO gesommeerd het teveel betaalde bedrag aan opslag aan [eisers] terug te betalen. Aan deze sommatie heeft ABN AMRO geen gevolg gegeven. 1.6. De Nederlandsche Bank heeft op 11 oktober 2012 onder meer het volgende algemene bericht gegeven: Financieringskosten In 2007 waren banken op de kapitaalmarkt nog in staat om tegen een aantrekkelijk tarief financiering op te halen: slechts enkele basispunten (honderdsten van een procent) boven de risicovrije rentevoet. Grafiek 3 laat zien dat deze risicopremies sindsdien zijn opgelopen en dat opslagen van 50 tot 150 basispunten sinds 2008 gangbaar zijn. Ook de kosten voor het aantrekken van spaargeld zijn sinds de crisis opgelopen in vergelijking met referentierentes zoals Euribor. vordering 2. [eisers] vorderen dat bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I: a. voor recht wordt verklaard dat de bewuste opslag “vast” is en dientengevolge niet eenzijdig door ABN AMRO mag worden verhoogd; II primair: b. wordt bepaald dat de in het geding zijnde algemene bepaling waarop ABN AMRO een beroep doet de in het geding zijnde opslag te mogen verhogen op grond van artikel 6:233 lid a BW onredelijke bezwarend is en deze mitsdien te vernietigen; II subsidiair c. wordt bepaald dat de in het geding zijnde algemene bepaling waarop gedaagde een beroep doet de in het geding zijnde opslag te mogen verhogen in strijd is met de zwarte lijst (artikel 6:236 lid a BW) en mitsdien deze te vernietigen; I, II primair en subsidiair ABN AMRO op straffe van een dwangsom te verbieden om nog langer maandelijks het verschil in opslag wat in 2009 tussen partijen was overeengekomen en wat thans daartoe vanaf 1 juli 2012 [eisers] in rekening wordt gebracht aan [eisers] in rekening te brengen en, al dan niet automatisch, van de bankrekening van [eisers] af te schrijven, alsmede om de opslag met terugwerkende kracht wederom te (doen) stellen op het ooit in 2009 tussen partijen overeengekomen tarief en dit voor de rest van de looptijd van de hypotheek op dit percentage gehandhaafd te houden, althans ABN AMRO zodanig ge- en/of verbod op te leggen zoals de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren; ABN AMRO te veroordelen, althans te gelasten, om over te gaan tot restitutie aan [eisers] van de sedert 1 juli 2012 door ABN AMRO zonder rechtsgrond teveel geïncasseerde maandelijkse hypotheekrentes, zulks ter grootte van het verschil van de in 2009 overeengekomen opslagkosten en wat na 1 juli 2012 hiertoe bij [eisers] in rekening is gebracht, vermeerderd met de wettelijke rente; III: wordt bepaald dat ABN AMRO als bancaire instelling jegens [eisers] als consument toerekenbaar tekort is geschoten/haar contractuele zorgplicht/bijzondere zorgplicht als bank heeft geschonden en/of onrechtmatig heeft gehandeld en mitsdien aansprakelijk is voor het hierdoor bij [eisers] opgetreden vermogensverlies en hierbij te bepalen dat gedaagde deswege gehouden is tot vergoeding van die schade (plus kosten en wettelijke rente met ingang van de respectievelijke betaaldata dan wel de dag dezer dagvaarding) die [eisers] hebben geleden of nog zal lijden, nader op te maken bij Staat en te vereffenen volgens de wet; ABN AMRO te verbieden tot incassering van de extra na hetgeen tussen partijen in 2009 is overeengekomen in rekening gebrachte opslagen na de betekening van dit vonnis door te zetten, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00; ABN AMRO te veroordelen, althans te gelasten, om over te gaan tot restitutie aan [eisers] van de sedert 1 juli 2012 door ABN AMRO zonder rechtsgrond teveel geïncasseerde maandelijkse hypotheekrentes, zulks ter grootte van het verschil van de in 2009 overeengekomen opslagkosten en wat na 1 juli 2012 hiertoe bij [eisers] in rekening is gebracht, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der incasso; IV: i. ABN AMRO te veroordelen aan [eisers] te betalen een bedrag van € 375,00 (kosten medewerkers DAS) wegens buitengerechtelijke incassokosten; V: j. ABN AMRO te veroordelen in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, vermeerderd met de wettelijke rente. [eisers] voeren samengevat het navolgende aan. 3. [eisers] zijn met Fortis een hypotheekovereenkomst met een variabele rente aangegaan. [eisers] veronderstelden dat de variabele rente zou dalen en stijgen indien het Euribor-rentetarief zou dalen en stijgen. Het Euribor-rentetarief is gedaald, maar ABN AMRO heeft de variabele rente verhoogd door de opslag van 1,25% substantieel te verhogen met 1% naar 2,25%. [eisers] zijn en mochten ervanuit gaan dat de opslag een vast rentepercentage had. Bovendien zijn zij bij het tot stand komen van de overeenkomst ook niet geïnformeerd over de mogelijke wijziging van de opslag en binnen welke bandbreedte het opslagpercentage zou kunnen wijzigen. ABN AMRO is daartoe gehouden, omdat het een financieel risico is en de wijziging de maandlasten van [eisers] substantieel beïnvloedt. 4. De eenzijdige ongelimiteerde wijziging is ook in strijd met de voor ABN AMRO geldende gedragscode hypothecaire financieringen. Op grond van de gedragscode hypothecaire financieringen heeft een bank er voor te zorgen dat het aan de consument te verstrekken informatiemateriaal over de hypothecaire financieringen helder en duidelijk is. ABN AMRO heeft onvoldoende in de offerte de kosten aangegeven gedurende de looptijd van de hypothecair financiering. Voorts blijkt uit artikel 14.1 van de gedragscode dat de hypothecaire financier gedurende de juridische looptijd van de hypothecaire financiering in beginsel alleen het rentetarief zal wijzigen voor zover de mogelijkheid tot rentewijziging specifiek is overeengekomen. 5. [eisers] betwisten de noodzaak tot verhoging van de opslag. Zo heeft ABN AMRO de laatste jaren substantiële winst gemaakt. Voorzover er marktomstandigheden zijn die tot hogere kosten hebben geleid is dat voor risico van ABN AMRO. Als Fortis (ABN AMRO) die risico’s bij het aangaan van de overeenkomst niet goed heeft ingeschat, mag dat niet op de consumenten worden afgewenteld. Voorts dient voor de noodzaak tot wijziging van de opslag niet zozeer gekeken te worden naar de algemene ontwikkeling, maar naar de specifieke situatie van [eisers] De hypotheekovereenkomst heeft betrekking op een geldlening van € 164.000,-. De waarde van het huis was voor de verbouwing circa € 450.000,-. Het huis is tegen brand verzekerd. Na de verbouwing wordt de waarde van het huis geschat op circa € 550.000,-/€ 600.000,-. De toenmalige accountmanager [naam 1] wist precies tegen welke financiële uitgangspunten Fortis de overeenkomst met [eisers] aanging. [eisers] gingen er in 2009 vanuit dat de in het geding zijnde opslag slechts verhoogd zou worden als hun specifieke risico voor ABN AMRO aanzienlijk zou stijgen. Dat is niet het geval. 6. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn gebaseerd op 3 uur werkzaamheden van DAS Rechtsbijstand. verweer 7. ABN AMRO betwist de vordering. Volgens ABN AMRO is het contractueel toegestaan de opslag te wijzigen. De bewoordingen in de overeenkomst zijn duidelijk, zodat daarover bij [eisers] geen misverstand kan hebben bestaan. Te meer daar [naam eiser 1] juridisch geschoold is en bij een rechtsbijstandsverzekeraar werkt. 8. De verhoging met 1% is het gevolg van gewijzigde omstandigheden. De opslag is een vergoeding voor onder meer de liquiditeitsopslag, de kapitaalkosten, de kosten voor kredietrisico’s en de kosten voor de bedrijfsvoering. De opslag is verhoogd vanwege een sterke stijging van de liquiditeitsopslag en toegenomen kosten door de strengere eisen die aan banken worden gesteld met betrekking tot de aan te houden kapitaalbuffers en de verhoogde verwachte verliezen (kosten van krediet risico’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.